Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
(…)
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een ontslag op staande voet van een schoonheidsspecialiste bij een eenmanszaak, wegens het meenemen van producten zonder correcte betaling en het te laag in rekening brengen van een behandeling aan haar moeder.
De werkgever stelde dat de werknemer producten exclusief btw afgerekend had terwijl dit inclusief btw had moeten, en dat zij haar moeder een te laag bedrag voor een behandeling had berekend. De werknemer erkende fouten maar voerde aan dat onduidelijkheid over de prijzen en een rekenfout daaraan ten grondslag lagen.
De kantonrechter oordeelde dat de gedragingen van de werknemer een dringende reden vormden voor ontslag op staande voet. De gedragingen waren ernstig, herhaaldelijk en na waarschuwing gepleegd, waardoor het vertrouwen onherstelbaar was geschaad. Ook werd geoordeeld dat de werknemer geen recht had op transitievergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen.
Het verzoek tot vernietiging van het ontslag, toekenning van salaris en billijke vergoeding werd afgewezen. De kantonrechter veroordeelde de werknemer in de proceskosten en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig en het verzoek tot vernietiging en vergoeding wordt afgewezen.