De zaak betreft het ontbindingsverzoek van Centrop tegen haar directeur wegens ernstig verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsrelatie. Centrop vordert ontbinding van de arbeidsovereenkomst met verkorting van de opzegtermijn en zonder transitievergoeding. De werknemer verzet zich tegen ernstig verwijtbaar handelen maar erkent de verstoorde arbeidsrelatie en vordert betaling van een contractuele vergoeding, vernietiging van beperkende bedingen en een billijke vergoeding.
De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst ontbonden wordt wegens een verstoorde arbeidsrelatie (de g-grond). Het ernstig verwijtbaar handelen wordt niet inhoudelijk beoordeeld omdat dit voor de vergoeding geen gevolgen heeft vanwege een vaststellingsovereenkomst in de arbeidsovereenkomst. De vergoeding wordt uitgelegd als een vergoeding gelijk aan de transitievergoeding, omdat de kantonrechtersformule niet meer van toepassing is sinds de Wwz.
De kantonrechter veroordeelt Centrop tot betaling van €70.286,83 bruto aan de werknemer, berekend volgens de transitievergoedingregels tot 1 januari 2020. Het verzoek tot billijke vergoeding wordt afgewezen omdat de vaststellingsovereenkomst andere vergoedingen uitsluit. Het concurrentiebeding wordt vernietigd met ingang van 1 april 2020, terwijl het geheimhoudingsbeding gehandhaafd blijft. De kosten van de procedure worden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.