Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, centrale administratieve processen, kantoor Breda, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
(Wet LB 1964).
1 januari 2019, ingediend door een binnenlands belastingplichtige;
1 januari 2020, ingediend door een inhoudingsplichtige, niet zijnde een natuurlijk persoon die een onderneming drijft, met tien of minder werknemers; en
De rechtbank overweegt voorts dat artikel 3a, eerste lid, van de AWR een wettelijke grondslag biedt voor elektronisch berichtenverkeer van en met de Belastingdienst. Anders dan de algemene regeling voor elektronisch berichtenverkeer in afdeling 2.3 van de Awb (die facultatief is geformuleerd) gaat artikel 3a, eerste lid, van de AWR uit van verplicht elektronisch verkeer. Dat een aangifte een bericht is in de zin van artikel 3a van de AWR en dat verweerder eiseres op grond van dit artikel kan verplichten om elektronisch aangifte LH te doen, wordt ook niet betwist door eiseres.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslag;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 57;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 360 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;