ECLI:NL:RBZWB:2024:4473
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en matiging van verzuimboete wegens niet tijdig indienen vennootschapsbelastingaangifte
Belanghebbende werd uitgenodigd om de vennootschapsbelastingaangifte over 2019 in te dienen, maar deed dit niet binnen de gestelde termijn ondanks meerdere herinneringen en aanmaningen. De inspecteur legde daarop een verzuimboete van € 2.757 op, welke het bezwaar van belanghebbende ongegrond werd verklaard.
Belanghebbende voerde aan dat zij niet beschikte over e-Herkenning en daarom niet kon voldoen aan de aangifteplicht, en stelde afwezigheid van alle schuld (AVAS) in. De rechtbank oordeelde dat er wel een wettelijke basis is voor de verplichting tot gebruik van e-Herkenning en dat belanghebbende ook via andere middelen tijdig aangifte had kunnen doen. De boete werd daarom terecht opgelegd.
De rechtbank stelde ambtshalve vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met 14 maanden was overschreden, waardoor de boete met 10% werd gematigd tot € 2.481. Een verzoek om immateriële schadevergoeding wegens deze termijnoverschrijding werd afgewezen omdat de matiging als voldoende compensatie werd gezien.
Het beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de verzuimboete verminderd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.H. Bogert en griffier F.A.J.M. Wouters op 28 juni 2024.
Uitkomst: De verzuimboete is terecht opgelegd maar gematigd tot € 2.481 wegens overschrijding van de redelijke termijn.