ECLI:NL:RBZWB:2024:4472
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en matiging verzuimboete vennootschapsbelasting wegens niet tijdig indienen aangifte
Belanghebbende is uitgenodigd om de vennootschapsbelastingaangifte over 2019 in te dienen, maar heeft dit nagelaten ondanks meerdere herinneringen en aanmaningen. De inspecteur legde daarop een aanslag nihil en een verzuimboete van € 2.757 op. Belanghebbende stelde dat zij niet kon voldoen aan de verplichting vanwege het ontbreken van e-Herkenning en voerde afwezigheid van alle schuld (AVAS) aan.
De rechtbank overweegt dat de verplichting tot gebruik van e-Herkenning wettelijk is toegestaan en dat belanghebbende ook via andere middelen zoals aangiftesoftware de aangifte had kunnen doen. De stelling van AVAS wordt daarom verworpen. Wel constateert de rechtbank een overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met 13 maanden, wat leidt tot matiging van de boete met 10%.
Verzoeken van belanghebbende om inzage in mandatering en ketenpartneroverleggen worden afgewezen wegens onvoldoende relevantie. Ook een verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens de lange procedure wordt afgewezen, aangezien de boete reeds is gematigd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar, en vermindert de verzuimboete tot € 2.481. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Bogert en griffier F.A.J.M. Wouters op 28 juni 2024.
Uitkomst: De verzuimboete is terecht opgelegd maar gematigd tot € 2.481 wegens overschrijding van de redelijke beslistermijn.