ECLI:NL:RBZWB:2024:4474
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en matiging verzuimboete vennootschapsbelasting wegens niet tijdig indienen aangifte
Belanghebbende BV werd uitgenodigd om de vennootschapsbelastingaangifte over 2019 in te dienen, maar deed dit niet binnen de gestelde termijn ondanks meerdere herinneringen en aanmaningen. De inspecteur legde daarom een verzuimboete van € 2.757 op, welke belanghebbende betwistte met het argument van afwezigheid van alle schuld (AVAS), omdat zij niet beschikte over e-Herkenning en niet verplicht was deze aan te schaffen.
De rechtbank oordeelt dat de verplichting tot gebruik van e-Herkenning wettelijk is gegrond en dat belanghebbende ook via andere middelen de aangifte had kunnen doen. De stelling van AVAS wordt verworpen. Wel constateert de rechtbank een overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met twaalf maanden, waardoor de boete met 10% wordt gematigd tot € 2.481.
Verzoeken van belanghebbende om aanvullende stukken en heropening van het onderzoek worden afgewezen. Ook een vergoeding voor immateriële schade wegens de lange procedure wordt niet toegekend, aangezien de matiging van de boete dit compenseert. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de boete verminderd.
Uitkomst: De verzuimboete wordt terecht opgelegd maar gematigd tot € 2.481 wegens overschrijding van de redelijke beslistermijn.