ECLI:NL:RBGEL:2022:4123
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde orthopedisch behandelcentrum wegens onvoldoende bewijs levensduurverlenging
Eiseres, eigenaar en gebruiker van een orthopedisch behandelcentrum, betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde voor het belastingjaar 2020. In geschil stonden met name de verlenging van de levensduur van bouwdelen, de restwaarden en de kostenvergoeding voor bezwaar. Eiseres stelde dat de levensduur van diverse bouwdelen was verstreken en dat deze op restwaarde moesten worden gewaardeerd, terwijl verweerder een hogere waarde voorstond gebaseerd op een waardeadvies met verlengde levensduur.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor verlenging van de levensduur bij verweerder lag en dat het enkele feit dat het object nog in gebruik was, onvoldoende was om deze verlenging aannemelijk te maken. De taxateur van verweerder had geen voldoende onderbouwing geleverd, zoals foto’s of onderhoudsplannen, en had het object slechts uitpandig opgenomen.
Omdat geen van beide partijen de waarde aannemelijk had gemaakt, bepaalde de rechtbank de WOZ-waarde in goede justitie op €18.500.000. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiseres en bepaalde zij dat verweerder het betaalde griffierecht moest vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de WOZ-waarde tot €18.500.000 wegens onvoldoende bewijs van levensduurverlenging door verweerder.