Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 7 maart 2023,
- de pleitnota van de gemachtigde van [eisende partij] .
Rechtbank Gelderland
De werknemer is sinds april 2021 in dienst als begeleider individueel en meldde zich op 9 mei 2022 ziek. De bedrijfsarts stelde op 29 november 2022 een opbouwschema voor werkhervatting vast, maar de werknemer viel na een week werkhervatting opnieuw uit. De werkgever stopzette daarop de loonbetaling per 23 december 2022 wegens niet-naleving van re-integratieverplichtingen.
De werknemer vroeg een deskundigenoordeel aan bij het UWV, dat op 24 januari 2023 oordeelde dat zij per 29 november 2022 niet geschikt was om haar eigen werk uit te voeren. De werknemer vorderde daarop betaling van het loon vanaf de loonstopdatum, vermeerderd met wettelijke rente en kosten.
De werkgever voerde verweer dat de werknemer niet aan haar re-integratieverplichtingen voldeed en dat de loonstop terecht was. De kantonrechter oordeelde dat de loonstop vanaf 23 december 2022 onterecht was, gelet op het deskundigenoordeel, en dat de loonstop vanaf 20 februari 2023 terecht was vanwege een nieuw opbouwschema dat de werknemer niet volgde.
De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van het loon over de periode 23 december 2022 tot 20 februari 2023, de wettelijke verhoging en rente, en de kosten van het deskundigenoordeel. De proceskosten werden gecompenseerd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De werkgever moet het loon betalen van 23 december 2022 tot 20 februari 2023, met wettelijke verhoging, rente en kosten deskundigenoordeel.