ECLI:NL:RBGEL:2023:242
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes voor overtredingen Wet arbeid vreemdelingen en Wet minimumloon en waarschuwing preventieve stillegging
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Gelderland de beroepen van eiser tegen boetes opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). Op 3 september 2019 constateerden arbeidsinspecteurs dat vier vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning peren plukten bij het fruitbedrijf van eiser. Tevens legde de minister een boete op wegens het niet verstrekken van loon- en urenadministratie.
Eiser voerde aan dat er geen sprake was van arbeid, maar van vrijwilligerswerk, en dat hij formeel geen bedrijf meer uitoefende. De rechtbank oordeelde dat eiser als werkgever moet worden aangemerkt en dat de verrichte werkzaamheden onder arbeid vallen. De verklaringen van de vreemdelingen, waaronder een met tolk gehoord getuigenis, bevestigden de overtredingen. De rechtbank volgde de minister in de kwalificatie van opzet en wees matiging van de boetes af, mede gelet op financiële gegevens die geen onoverkomelijke problemen aantoonden.
Ook de boete wegens overtreding van de Wml werd gehandhaafd omdat eiser niet voldeed aan de gevorderde administratieplicht. De waarschuwing preventieve stillegging werd eveneens bevestigd, aangezien eiser geen specifieke beroepsgronden tegen dit besluit had aangevoerd. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de opgelegde boetes wegens overtreding van de Wav en Wml en de waarschuwing preventieve stillegging en verklaart de beroepen ongegrond.