ECLI:NL:RVS:2017:1082
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door onvoldoende controle verblijfsdocument
De minister legde [appellante] een boete van €16.500,- op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, en artikel 15, eerste, tweede en derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar en beroep werd de boete door de rechtbank gematigd tot €9.000,-. De minister stelde hoger beroep in, maar trok dit later in.
De kern van het geschil betreft het niet volledig controleren van het verblijfsdocument van een Bulgaarse werknemer die via [bedrijf A] aan [bedrijf B] (handelsnaam van [appellante]) was uitgeleend en vervolgens bij [bedrijf C] werkte. [Appellante] had slechts de voorzijde van het verblijfsdocument ontvangen en doorgestuurd, terwijl ook de achterzijde gecontroleerd en gearchiveerd had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat het de verantwoordelijkheid van de werkgever is om het volledige verblijfsdocument te controleren en te bewaren, conform het toen geldende stappenplan. Het beroep van [appellante] dat dit niet expliciet uit de wet volgt, faalde. Ook het verzoek tot matiging van de boete wegens geringe ernst en eerdere goede gedragingen werd verworpen, evenals het beroep op onduidelijkheid van de arbeidsmarktaantekening.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het incidenteel hoger beroep af. De opgelegde boete is passend en evenredig gelet op de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid.
Uitkomst: De boete van €9.000,- wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt bevestigd.