ECLI:NL:RVS:2019:3602
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over boete Wet arbeid vreemdelingen wegens onvoldoende matiging
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde een boete van €8.000 op aan een onderneming wegens het laten verrichten van werkzaamheden door een vreemdeling zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning. De onderneming maakte bezwaar tegen deze boete, dat door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank Amsterdam matigde vervolgens de boete tot €5.000 en verklaarde het beroep gegrond.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze matiging. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte rekening hield met factoren zoals de jonge leeftijd van de onderneming, het ontbreken van eerdere overtredingen en vermeende geringe verwijtbaarheid. De Afdeling benadrukte dat de onderneming onvoldoende inspanningen had verricht om overtreding te voorkomen, mede doordat een tussenpersoon zonder duidelijke afspraken toegang gaf aan de vreemdeling.
Daarnaast had de onderneming geen financiële gegevens overlegd die een matiging van de boete konden rechtvaardigen. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de boete van €8.000 gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De boete van €8.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gehandhaafd en het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard.