ECLI:NL:RBGEL:2024:4145
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging overeenkomst delen partnerpensioen wegens dwaling
De zaak betreft een geschil over een overeenkomst waarbij de gedaagde zich verplichtte maandelijks een bedrag te betalen aan eiseres uit het partnerpensioen van de overleden partner. De overeenkomst van 14 januari 2020 werd aangevochten wegens dwaling, omdat de gedaagde niet wist van de affectieve relatie tussen eiseres en de overleden partner, die voor haar essentieel was bij het sluiten van de overeenkomst.
De rechtbank stelt vast dat eiseres en de overleden partner een heimelijke affectieve relatie hadden, die voor gedaagde verborgen was gehouden. Hierdoor had gedaagde een onjuiste voorstelling van zaken bij het aangaan van de overeenkomst. Eiseres had een mededelingsplicht en heeft deze niet nageleefd. De overeenkomst is daarom vernietigbaar.
Ook de wijziging in februari/maart 2021, waarbij het bedrag werd verlaagd, is een voortbouwende overeenkomst en eveneens vernietigbaar omdat de oorspronkelijke rechtsverhouding ontbreekt. De rechtbank oordeelt dat de vernietiging niet is verjaard en dat er geen sprake is van rechtsverwerking.
De vernietiging van de overeenkomst heeft terugwerkende kracht, maar gedaagde zal geen terugvordering instellen van reeds betaalde bedragen. De vorderingen van eiseres worden afgewezen en in reconventie wordt verklaard dat de overeenkomst terecht is vernietigd wegens dwaling. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De overeenkomst over het delen van partnerpensioen wordt vernietigd wegens dwaling en de vorderingen van eiseres worden afgewezen.