ECLI:NL:RBGEL:2024:6168
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting box 3 wegens lager werkelijk rendement
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2020, waarbij het forfaitaire rendement in box 3 werd toegepast. De inspecteur verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank Gelderland.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat het werkelijke rendement over 2020 lager was dan het forfaitair berekende rendement. Hierbij werd rekening gehouden met het brutorendement op effecten, inclusief koers-, valuta- en dividendresultaten, zonder aftrek van transactiekosten. De rechtbank achtte het niet aannemelijk dat transactiekosten het rendement positief zouden beïnvloeden.
De rechtbank stelde vast dat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de uitspraak op bezwaar tijdig was verzonden, waardoor het beroep ontvankelijk werd verklaard. Op basis van de jurisprudentie van de Hoge Raad werd het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen verminderd tot nihil.
De aanslag werd dienovereenkomstig verminderd, het beroep werd gegrond verklaard en de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en beperkte proceskosten.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting box 3 wordt verminderd tot nihil wegens lager werkelijk rendement.