Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
3.De bewezenverklaring
in de periode vanop 22 maart 2023
tot en met 23 maart 2023te Apeldoorn
en/of Voorst en/of elders in Nederland, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer]
rond/bij de hals en
/ofkaakrand te (ver)wurgen, althans door
(met kracht
)stomp en/of samendrukkend geweld toe te passen aan/bij de hals en
/ofkaakrand van die [slachtoffer] , ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;
/ofVoorst en
/ofWenum Wiesel
en/of elders in Nederland, met het oogmerk om het feit en
/ofde oorzaak van het overlijden van [slachtoffer] te verhelen, het lijk van die [slachtoffer] heeft
verborgen en/ofweggevoerd door:
/of
(vervolgens
)het lichaam van [slachtoffer] in de laadruimte van zijn bus te leggen en
/of
(vervolgens
)met die bus
(met daarin het lichaam van [slachtoffer]
)naar Bussloo te rijden en
/of
(vervolgens
) (uren later
)met die bus
(met daarin het lichaam van [slachtoffer]
)naar Wenum Wiesel te rijden en
/of
(vervolgens
) (gedurende de nachtelijke uren
)het lichaam van [slachtoffer] uit de bus te verplaatsen en
/ofachter te laten aan de kant van de weg/in de berm.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en maatregel
8.De beoordeling van de civiele vorderingen
€ 17.500,- aan affectieschade en 4) € 250,- proceskosten;
[benadeelde 1] – kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[benadeelde 3] en een posttraumatische stress stoornis bij [benadeelde 4] .
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren;
verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd;
- veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 1] van € 11.559,91 aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald en € 17.500,- aan affectieschade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 maart 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op € 250,-;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde 1] , een bedrag te betalen van € 29.059,91 aan materiële schade en affectieschade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 over een bedrag van € 11.559,91 en met ingang van 22 maart 2023 over een bedrag van
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
- veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van € 764,52 aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 januari 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald, € 17.500,- aan affectieschade en € 15.000 aan andere immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 maart 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde 2] , een bedrag te betalen van € 33.264,52 aan materiële schade, affectieschade en andere immateriële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 maart 2023 over een bedrag van € 32.500 en met ingang van 8 januari 2024 over een bedrag van € 764,52, steeds tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 201 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
- veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 3] van € 800,66 aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 januari 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald en € 15.000 aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 maart 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 4] van € 15.000 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 maart 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
vordering benadeelde partij [benadeelde 5]
- veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 5] van € 772,53 aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 januari 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald en € 15.000 aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 maart 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde 5] , een bedrag te betalen van € 15.772,53 aan materiële en immateriële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 maart 2023 over een bedrag van €15.000,- en met ingang van 8 januari 2024 over een bedrag van 772,53, steeds tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 113 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
mr. A.T.G. van Wandelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Hessel, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 februari 2024.