ECLI:NL:RBGEL:2025:11348

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
141859-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot gevangenisstraf voor productie vals geld en medeplegen bedrijfsoplichtingen

De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 23 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, wegens het medeplegen van productie van valse bankbiljetten en zes bedrijfsoplichtingen. De feiten betreffen het vervaardigen, in voorraad hebben en verspreiden van vals geld, alsmede het oplichten van meerdere bedrijven door het opzetten van imitatiebedrijven met valse bedrijfsgegevens.

Uit uitgebreid forensisch en digitaal onderzoek blijkt dat verdachte samen met medeverdachten een professioneel netwerk vormde dat vals geld produceerde met behulp van inkjetprinters, speciaal papier, hologrammen en andere benodigdheden. Daarnaast werden meerdere buitenlandse bedrijven opgelicht door goederen te bestellen zonder te betalen, gebruikmakend van valse namen en valse bedrijfsdocumenten. Verdachte speelde een significante rol in het gehele proces, van productie tot verkoop en logistiek.

De rechtbank weegt mee dat verdachte jong was en mogelijk vatbaar voor beïnvloeding, maar acht zijn rol toch zwaarwegend. Vormverzuimen in het onderzoek worden erkend, maar leiden niet tot strafvermindering. De redelijke termijn is overschreden, wat resulteert in een strafvermindering van zeven maanden. Civiele vorderingen van benadeelde partijen worden deels toegewezen met schadevergoedingsmaatregelen, waarbij hoofdelijkheid geldt. Diverse in beslag genomen goederen worden verbeurd verklaard.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 23 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, en opgelegd tot betaling van schadevergoedingen aan benadeelde partijen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/141859-24
Datum uitspraak : 9 december 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] (Irak),
wonende aan de [adres] in ([postcode]) [woonplaats].
Raadsman: mr. J.C. Stam, advocaat in Borne.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
Inhoudsopgave
1 De inhoud van de tenlastelegging4
2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs4
2.1 Ten aanzien van de identificaties4
2.1.1 [medeverdachte 1]4
2.1.2 [verdachte]7
2.1.3 [medeverdachte 2]8
2.1.4 [medeverdachte 3]8
2.1.5 [medeverdachte 4]9
2.2 Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 3 (Palestina)9
2.2.1 Standpunten9
2.2.2 De beoordeling door de rechtbank10
2.3 Ten aanzien van de feiten 4 tot en met 9 (Lega en Reseda)41
2.3.1 Standpunten41
2.3.2 Inleidende overwegingen42
2.3.3 Feit 4 – [bedrijf]47
2.3.4 Feit 5 - [bedrijf]53
2.3.5 Feit 6 – [bedrijf]59
2.3.6 Feit 7 – [bedrijf]65
2.3.7 Feit 8 – [bedrijf]70
2.3.8 Feit 9 – [bedrijf]73
3 De bewezenverklaring77
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde81
5 De strafbaarheid van de feiten81
6 De strafbaarheid van de verdachte81
7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel82
7.1 Het standpunt van de officier van justitie82
7.2 Het standpunt van de verdediging82
7.3 De beoordeling door de rechtbank ten aanzien van de rechtmatigheidsverweren82
7.3.1 Het standpunt van de verdediging82
7.3.2 Het standpunt van de officier van justitie83
7.3.3 Overwegingen van de rechtbank83
7.4 De beoordeling door de rechtbank ten aanzien van de straf87
8 De beoordeling van de civiele vorderingen91
8.1 [bedrijf] / [bedrijf]91
8.1.1 Standpunten:91
8.1.2 Beoordeling door de rechtbank92
8.1.3 Schadevergoedingsmaatregel92
8.1.4 Hoofdelijkheid92
8.2 [bedrijf]92
8.2.1 Standpunten:93
8.2.2 Beoordeling door de rechtbank:93
8.2.3 Hoofdelijkheid93
8.2.4 Schadevergoedingsmaatregel93
8.3 [bedrijf]93
8.3.1 Standpunten:93
8.3.2 Beoordeling door de rechtbank94
8.3.3 Schadevergoedingsmaatregel94
8.3.4 Hoofdelijkheid95
9 De beoordeling van het beslag95
9.1 Het standpunt van de officier van justitie96
9.2 Het standpunt van de verdediging96
9.3 De beoordeling door de rechtbank96
10 De toegepaste wettelijke bepalingen97
11 De beslissing97
Bijlage I – De tenlastelegging100

1.De inhoud van de tenlastelegging

De volledige tenlastelegging is opgenomen als
bijlage Ibij dit vonnis. De rechtbank volstaat hier met de vermelding dat verdachte er – kort gezegd – van wordt verdacht dat hij al dan niet als medepleger:
  • feit 1: in de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 bankbiljetten heeft nagemaakt, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te (doen) geven;
  • feit 2: in de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 zich valse bankbiljetten heeft verschaft en/of in voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd, ingevoerd, doorgevoerd en/of uitgevoerd, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te (doen) geven;
  • feit 3: op of omstreeks 30 juli 2020 een aantal voorwerpen heeft vervaardigd, ontvangen en/of zich heeft verschaft en/of voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat deze bestemd waren tot het namaken van bankbiljetten;
en dat hij als medepleger dan wel medeplichtige:
  • feit 4: in de periode van september 2019 tot en met december 2019 [bedrijf] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van een bedrag van € 56.175,00);
  • feit 5: in de periode van oktober 2019 tot en met december 2019 [bedrijf] en/of [bedrijf] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van 320 haardrogers ter waarde van € 85.210,00 en/of 171 smartwatches ter waarde van € 28.728,00);
  • feit 6: in de periode van 19 maart 2019 tot en met 29 juni 2019 [bedrijf] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van 400 elektrische tandenborstels);
  • feit 7: in de periode van 5 juni 2019 tot en met 17 juni 2019 [bedrijf] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van 1142 speakers);
  • feit 8: in de periode van 5 juni 2019 tot en met 4 juli 2019 [bedrijf] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van 3000 externe harde schijven);
  • feit 9: in de periode van 26 juni 2019 tot en met 29 juni 2019 [bedrijf] heeft opgelicht (bewogen tot afgifte van geldbedragen van € 88.650,00 en € 3.000,00.
2
Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
2.1
Ten aanzien van de identificaties
De rechtbank zal hierna allereerst ingaan op de vraag welke personen kunnen worden aangemerkt als de gebruikers van de in onderzoek Parra in beslag genomen gegevensdragers en welke personen schuilgaan achter de diverse op die gegevensdragers aangetroffen accountnamen.
2.1.1
[medeverdachte 1]
In de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres] in [plaats] in België (verder: de woning van [medeverdachte 1]) zijn onder meer de na te noemen gegevensdragers in beslag genomen en onderzocht.
Er is een
iPhone 11 promet 'owner name' 'iPhone van [medeverdachte 1]' in beslag genomen. [2] [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de naam
[medeverdachte 1]gebruikt en
een iPhone 11 proheeft met nummer [telefoonnummer]. Van die telefoon is hij de enige gebruiker. [3]
Op de
iPhone 7is op 2 februari 2020 het
Wickr-accountmet de naam
'[accountnaam]'aangemaakt. Op 31 maart 2020 is het
Telegram-accountmet de naam
'[accountnaam]' aangemaakt. De telefoon heeft gebruik gemaakt van de chat-applicaties Wickr Me '[accountnaam]' en Telegram met de accountnaam '[accountnaam] ID [accountnaam]'. Op 7 juni 2020 is het
e-mailaccount '[accountnaam]@protonmail.com'aangemaakt. De verbalisant concludeert dat het zeer waarschijnlijk dat [medeverdachte 1] gebruik maakt van de telefoon en de daarop aangemaakte accounts. [4] Verder is uit onderzoek aan de iPhone 7 het volgende gebleken. De accountnamen
'[accountnaam]'en
'[accountnaam]'hebben hetzelfde unieke
Telegramidentiteitsnummer. Dit heeft te maken met hoe men deze heeft genoemd in de contactenlijst van de telefoon. [medeverdachte 1] heeft dit Telegram-account opslagen in de iPhone 7 met de accountnaam '[accountnaam]' en [verdachte] heeft dit Telegram-account opgeslagen in het toestel 'Samsung S9' met de accountnaam '[accountnaam]'. Volgens de verbalisant kan uit deze bevindingen blijken dat [medeverdachte 1] gebruik gemaakt van de beide genoemde Telegram-accounts. [5]
Bij onderzoek aan de
iPhone XR ('[medeverdachte 1]')is het volgende gebleken. De iPhone '[medeverdachte 1]' maakte gebruik van één simkaart met het
telefoonnummer [telefoonnummer]. Dit nummer behoort bij het
Telegram-account '[accountnaam]ID [accountnaam]'. Volgens de verbalisant kan hieruit blijken dat [medeverdachte 1] gebruik maakt van dit Telegram-account. [6] Verder is bij onderzoek aan de iPhone XR (‘[medeverdachte 1]’) het volgende gebleken. Op 11 november 2019 is het
Wickr-accountmet de naam
'[accountnaam]'op deze telefoon aangemaakt. De applicatie WhatsApp Messenger is aangemaakt op 21 maart 2020. Het
WhatsApp-accountmaakt gebruik van de naam
'[accountnaam]'. Uit onderzoek aan deze telefoon is verder gebleken dat het gebruik heeft gemaakt van het
Telegram-accountmet de naam
'[accountnaam]ID [accountnaam]'. De verbalisant concludeert dat het zeer waarschijnlijk is dat [medeverdachte 1] gebruik maakt van deze telefoon en de aangemaakte accounts dan wel fakenamen die zijn aangetroffen in de data van deze telefoon. [7] Voorts is bij onderzoek aan de iPhone XR (‘[medeverdachte 1]’) gebleken dat daarop meerdere foto's staan die grotendeels aantoonbaar in de woning van [medeverdachte 1] zijn gemaakt. Op foto's die zijn gemaakt in de periode van 3 februari 2020 tot en met 6 juli 2020 zijn de namen '[accountnaam]' en '[accountnaam]' te zien. [8]
Bij onderzoek aan de
iPhone 6S,met 'owner name' iPhone van [medeverdachte 1]' is het volgende gebleken. Achter op deze telefoon zat een sticker met de naam '[naam]' en telefoonnummer [telefoonnummer]. Dit nummer hoort bij het nummer van de simkaart die in deze telefoon is aangetroffen. Op 7 mei 2020 stuurt '[accountnaam]' via Telegram een foto aan het Telegram account [accountnaam] (dat is [accountnaam], en dat is, zoals hierna zal blijken, [verdachte]). Op die foto is een scherm te zien van een telefoon met daarop
'[accountnaam]'en het nummer [telefoonnummer]. Volgens de verbalisant is het zeer aannemelijk dat [medeverdachte 1] gebruik maakte van de telefoon met daarin een simkaartje met het telefoonnummer [telefoonnummer] en daarop op 25 februari 2020 de verificatiecode ontvangt voor het aanmaken het Telegram-account '[accountnaam]'', welke gekoppeld is aan het telefoonnummer [telefoonnummer]. [9] Bij onderzoek aan de
iPhone XS,'owner name' 'iPhone van [medeverdachte 1]' is het volgende gebleken. Op 6 juli 2020 is op deze telefoon het
Wickr-accountmet de naam
'[accountnaam]'aangemaakt. In een via Wickr gevoerde chat komt '[accountnaam]' op de lijn met '[accountnaam]'. Met de telefoon zijn foto's gemaakt in de woning van [medeverdachte 1]. Ook zijn met de telefoon videofragmenten opgenomen in de woning van [medeverdachte 1] en met de telefoon verstuurd via het Wickr-account '[accountnaam]'. De verzamelde gegevens wijzen er volgens de verbalisant op dat [medeverdachte 1] de gebruiker is van het toestel. [10]
Bij onderzoek aan de
iPhone 6S, 'owner name' 'iPhone van [medeverdachte 1]' is onder meer gebleken dat zich achterop het toestel een sticker bevindt met daarop handgeschreven '
nieuwe Hotspot' en 'print'. De verbalisant heeft op grond van het onderzoek vastgesteld dat [medeverdachte 1] de eigenaar is van deze telefoon. [11]
Op de
USB-stick van het merk Silicon Power(IBN-code [IBN-code]) is bij onderzoek een aantal documenten aangetroffen, waarin een auteursnaam is toegevoegd. Eén van de namen die werd gebruikt is ‘[accountnaam]’. Volgens de verbalisant kan onder meer hieruit blijken dat [medeverdachte 1] de beschikking heeft gehad over dan wel gebruik heeft gemaakt van de aangetroffen USB-stick. [12] Het WhatsApp-account in de iPhone XR ‘[medeverdachte 1]’ maakt gebruik van de naam ‘[accountnaam]’. [13]
Op de
Macbook Pro(IBN-code [IBN-code]) is een notitie aangetroffen waarin reclame wordt gemaakt voor ‘USA IDs, fake money and other products’. Als contactgegevens worden onder meer het Wickr-account ‘[accountnaam]’ opgegeven en als e-mailadres ‘[e-mailadres]’. Laatstgenoemd e-mailadres is, zoals hierna zal blijken, gebruikt voor het openen van een rekening bij de N26 Bank op naam van [naam]. De politie heeft vastgesteld dat [medeverdachte 1] te zien is op de paspoortfoto en de selfie die zijn aangeleverd in het kader van de opening van die rekening. Volgens de verbalisant kan hieruit blijken dat de MacBook Pro in gebruik is geweest bij [medeverdachte 1]. [14]
Bij onderzoek aan een Apple iPhone van [verdachte] (verder te noemen: [verdachte]), waarover hierna meer, zijn afbeeldingen van Wickr-gesprekken aangetroffen, waaruit blijkt dat ‘
[accountnaam]’ de gebruiker ‘[accountnaam]’ (zoals hierna zal blijken [verdachte]) op meerdere dagen de opdracht geeft tot het storten van specifieke bedragen op rekeningen. Verder blijkt uit de historische telefoongegevens van [verdachte] dat hij op 15 april 2019 in de avond in België is geweest. Uit een schermafbeelding van een Wickr-gesprek uit de telefoon van [verdachte], volgt dat hij die avond het volgende gesprek heeft met ’[accountnaam]’ [15] :
’[accountnaam]’:
ja belgen soms beetje dom man haha‘[accountnaam]’:
ik ben ook al bijna thuishahahaha hoor ik vaker
’[accountnaam]’:
oke man rij voorzichtig
[verdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij in België is geweest. Hij trof daar een lange, slanke, blanke man van ongeveer 32 jaar. [16]
De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat [verdachte] een afspraak in België heeft gehad met ‘[accountnaam]’. [medeverdachte 1] woont in België en past wat betreft leeftijd en uiterlijke kenmerken in het door [verdachte] beschreven signalement.
Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 1] gebruik heeft gemaakt van het e-mailadres ‘[e-mailadres]’. [17]
Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van de uit het verrichte onderzoek gebleken bevindingen worden aangenomen dat [medeverdachte 1] de (enige) gebruiker was van de voornoemde telefoons, alsook dat hij schuil ging achter de genoemde Wickr- en Telegram-accountnamen en achter de naam ‘[accountnaam]’. Verder kan worden aangenomen dat (onder anderen) [medeverdachte 1] gebruik maakte van het e-mailaccount '[accountnaam]@protonmail.com'. Datzelfde geldt voor het hierna nog aan bod komende e-mailaccount ‘[accountnaam]@protonmail.com’, gezien de overeenkomst van de naam ‘[accountnaam]’ met de bij [medeverdachte 1] in gebruik zijnde accountnaam ‘[accountnaam]’. Bovendien was [medeverdachte 1] de (enige) gebruiker van de genoemde MacBook Pro en de genoemde USB-stick van het merk Silicon Power. Tot slot kan worden aangenomen dat hij gebruik maakte van het e-mailaccount ‘[e-mailadres]’. De rechtbank zal daarvan in het navolgende uitgaan.
2.1.2
[verdachte]
Op 1 mei 2019 is onder [verdachte] een Apple iPhone in beslag genomen. Deze telefoon is onderzocht. Op basis van de resultaten van dit onderzoek, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen [18] , kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat het Wickr-account met de naam ‘[accountnaam]’ gekoppeld was aan [verdachte]. [verdachte] heeft ook verklaard dat hij de naam ‘[accountnaam]’ heeft gebruikt. [19]
Op 30 juli 2020 werd in de slaapkamer van [verdachte] onder het kussen op het bed een telefoon van het merk Samsung S9 aangetroffen. De telefoon is in beslag genomen en onderzocht. Op basis van de resultaten van dit onderzoek, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen [20] , kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [verdachte] de gebruiker was van de telefoon, alsook dat hij gekoppeld was aan het Telegram-account met de naam ‘[accountnaam]’ en het Wickr-account met de naam ‘[accountnaam]’. [verdachte] heeft ook verklaard dat de telefoon van hem was. [21]
De verdediging heeft de in de vorenbedoelde processen-verbaal van bevindingen vervatte onderzoeksresultaten niet weersproken. Wel is aangevoerd dat, voor zover berichten van of naar een aan [verdachte] te linken telefoon zijn gestuurd, die berichten niet klakkeloos aan [verdachte] kunnen worden toegeschreven. [verdachte] heeft vanaf het allereerste moment verklaringen afgelegd en daarin meermaals en dus consistent verklaard dat hij steeds zijn telefoon(s) moest afstaan. Hierover overweegt de rechtbank als volgt.
[verdachte] heeft zowel tijdens de politieverhoren als ter terechtzitting van 18 september 2025 verklaard dat hij zijn telefoon(s) en de code(s) heel vaak heeft moeten afgeven aan een man die hij had ontmoet in de moskee, ene [naam], en ook aan anderen. [naam] heeft volgens [verdachte] ook de voornoemde Telegram- en Wickr-accounts aangemaakt. De rechtbank constateert dat deze verklaring in vaagheden blijft steken en op geen enkele wijze concreet wordt gemaakt. [verdachte] heeft gezegd niet te weten wat de achternaam van [naam] is, noch heeft hij enig ander aanknopingspunt kunnen noemen dat deze man traceerbaar maakt, zoals een telefoonnummer van [naam], (een) door hem gebruikte accountna(a)m(en) of een verblijfplaats van [naam]. Hetzelfde geldt voor “anderen” aan wie [verdachte] zijn telefoon(s) zou hebben afgegeven. Nu deze verklaring niet aannemelijk is geworden, gaat de rechtbank daaraan voorbij en zal zij, indien voornoemde accountnamen hierna aan bod komen, ervan uitgaan dat [verdachte] daarachter schuil gaat.
2.1.3
[medeverdachte 2]
Onder [medeverdachte 2] is een Samsung Galaxy Note 20 in beslag genomen. Op basis van de resultaten van het onderzoek aan deze telefoon, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen [22] , kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [medeverdachte 2] de gebruiker was van deze telefoon, die gebruik maakt van het nummer [telefoonnummer], alsook dat hij gekoppeld was aan het Telegram-account met de naam ‘[accountnaam]’. Verder is uit verricht onderzoek gebleken dat het Wickr-account met de naam ‘[accountnaam]’ aan [medeverdachte 2] gekoppeld was en dat [medeverdachte 2] ook wel ‘[accountnaam]’ werd genoemd. [23] De rechtbank zal daarom, indien deze accountnaam hierna aan bod komt, ervan uitgaan dat [medeverdachte 2] daarachter schuil gaat en dat [medeverdachte 2] ook wel ‘[accountnaam]’ werd genoemd.
2.1.4
[medeverdachte 3]
Onder [medeverdachte 3] is een Apple iPhone 8 Plus in beslag genomen. Op basis van de resultaten van het onderzoek aan deze telefoon, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen [24] , kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [medeverdachte 3] de gebruiker is van deze telefoon, alsook dat het Wickr-account met de naam ‘[accountnaam]’ gekoppeld was aan [medeverdachte 3]. Verder is uit onderzoek aan de onder [medeverdachte 1] in beslag genomen iPhone XR (iPhone van ‘[medeverdachte 1]’) onder meer gebleken dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) aan ‘[accountnaam]’ vraagt naar zijn adres, waarop ‘[accountnaam]’ antwoordt: “[adres] [woonplaats]”. [medeverdachte 3] is op dit adres woonachtig. [25] Op basis hiervan kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat het Wickr-account met de naam ‘[accountnaam]’ gekoppeld was aan [medeverdachte 3]. Ook werd hij wel ‘[accountnaam]’ genoemd. ‘[accountnaam]’ antwoordt op 6 mei 2020 op de vraag van ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) of hij ‘[accountnaam]’ is met “ja”. [26] De rechtbank zal daarom, indien deze (account)namen hierna aan bod komen, ervan uitgaan dat het [medeverdachte 3] betreft.
2.1.5
[medeverdachte 4]
Uit onderzoek aan een onder [medeverdachte 4] in beslag genomen iPhone X is gebleken dat hij gekoppeld was aan het Telegram-account met de naam ‘[accountnaam]’. [27] Voorts is uit onderzoek gebleken dat hij gekoppeld was aan de Wickr-accounts met de namen ‘[accountnaam]’ en ‘[accountnaam]’. [28] De rechtbank zal daarom, indien de genoemde accountnamen hierna aan bod komen, ervan uitgaan dat [medeverdachte 4] daarachter schuil gaat.
2.2
Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 3 (Palestina)
2.2.1
Standpunten
2.2.1.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] zich in de ten laste gelegde periode in Nederland en België schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de productie van vals geld (feit 1) en het medeplegen van de handel in vals geld (feit 2). Verder heeft [verdachte] zich op 30 juli 2020 in [woonplaats] schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van voorwerpen die bestemd waren tot het namaken van bankbiljetten (feit 3).
2.2.1.2
Standpunt van de verdediging
In zijn algemeenheid geldt dat uit het procesdossier niet blijkt dat het [verdachte] is geweest die goederen heeft besteld of betaald. [verdachte] is misbruikt. Hij heeft voorts van meet af aan verklaard over bedreigingen. Hij moest doen wat hem werd opgedragen. Enige betrokkenheid van [verdachte] - indien en voor zover hij strafbare handelingen heeft verricht - is dan ook niet vrijwillig geweest.
Van de feiten 1 en 2 moet [verdachte] worden vrijgesproken. Er stond een opstelling gereed in de woning van [verdachte]. Die moest hij zo neerzetten van iemand via Wickr, maar hij heeft er niets mee gedaan. Dat geen telefoons zijn aangetroffen bij de printers en dat de printers niet waren aangesloten is ook een stevige contra-indicatie voor de stelling dat [verdachte] geld zou hebben nagemaakt. Voorts heeft [verdachte] geen contact gehad met (potentiële) klanten voor het valse geld. Dat waren anderen, al dan niet via gegevensdragers van [verdachte]. Ook blijkt uit het procesdossier niet dat hij vals geld heeft opgestuurd. En nu [verdachte] de goederen onvrijwillig in bewaring moest houden, en hij dus niet de vereiste strafbare bedoeling had, kan bovendien niet worden gezegd dat hij het oogmerk had de bankbiljetten als echt en onvervalst uit te (doen) geven.
Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging zich wat betreft het voorhanden hebben van voorwerpen die bestemd waren tot het namaken van bankbiljetten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.2.2
De beoordeling door de rechtbank
2.2.2.1
Inleidende overwegingen
Onderzoek Palestina ziet op de productie van en handel in valse euro- en dollarbiljetten. Zoals hierna bij de bespreking van de bewijsmiddelen zal blijken, zijn op grote schaal euro- en (Amerikaanse) dollarbiljetten nagemaakt. Ten behoeve hiervan en ten behoeve van de verkoop van de valse bankbiljetten werden goederen aangeschaft. De valse bankbiljetten en de goederen zijn bij meerdere doorzoekingen aangetroffen. Hiervóór is al gebleken dat bij die doorzoekingen bovendien een grote hoeveelheid gegevensdragers is aangetroffen. Ook op basis van het onderzoek aan die gegevensdragers zijn [medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] in beeld gekomen als zijnde betrokken bij het namaken van bankbiljetten en het verkopen van die bankbiljetten. Het proces van het namaken van de bankbiljetten en de verschillende stadia van dat proces, konden in kaart worden gebracht. Daarnaast is in kaart gebracht op welke wijze de verkoop van de valse bankbiljetten plaatsvond.
Hierna zullen eerst de in het procesdossier aanwezige relevante bewijsmiddelen (niet uitputtend) worden weergegeven, te beginnen met wat is aangetroffen bij de doorzoekingen en de uitkomsten van verricht (forensisch) onderzoek aan de aangetroffen biljetten en printers, gevolgd door de onderzoeksbevindingen ten aanzien van drie stadia, te weten het namaken van bankbiljetten, de aankoop van de daarvoor benodigde goederen en de verkoop van de valse bankbiljetten. Op basis hiervan zal de rechtbank tussentijds conclusies trekken ten aanzien van de (reeds) uit deze bewijsmiddelen naar voren komende betrokkenheid van [medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] bij de drie stadia. Tot slot zal de rechtbank beoordelen of ieder van hen een rol heeft gespeeld in (de diverse stadia van) het proces van het namaken van bankbiljetten, en zo ja, welke rol, en of ingeval van een rol van betekenis wordt voldaan aan de vereisten voor een bewezenverklaring van medeplegen.
2.2.2.2
Doorzoekingen en onderzoek ten aanzien van de aangetroffen euro- en dollarbiljetten
2.2.2.2.1 [medeverdachte 1]
Op 30 juli 2020 is de woning van [medeverdachte 1] doorzocht. Daarbij zijn onder meer de volgende goederen, gerelateerd aan vals geld, aangetroffen:
20 printers van diverse merken en types, 2 Epson scanners, 3 vals geld detectoren,
3 geldtelmachines, 5 potjes inkt, inkttoners, 9 flesjes spuitverf in diverse kleuren, 13 potjes inkt met 4 flesjes UV inkt, stempelkussens, een potje UV printer inkt met opschrift “Guangzhou Firebird Printing”. [29]
Ook zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen, die te gebruiken zijn bij het produceren van vals geld: 3 perforatoren, 17 drukplaten, een drukpers, 15 vals geld detector pennen, een UV lamp en een UV pen, 2 snijmachines, ScanNCut platen, een drukpers, een handscanner, een doos met daarin veel vellen met hologrammen voor diverse bankbiljetten (1265 hologrammen voor biljetten van 100 euro, 50 euro, 20 euro en 10 euro en hologrammen voor dollarbiljetten), en verschillende soorten ‘speciaal papier’, waaronder papier met in het midden een zogenaamde veiligheidsdraad die ook in echte eurobiljetten is verwerkt. [30] Op verschillende plekken werden bankbiljetten aangetroffen die, zoals hierna zal blijken, vals waren, namelijk: een doos met daarin dollarbiljetten en eurobiljetten waarvan de meeste nog niet zijn uitgesneden, een doos met halffabricaten vals geld (onder andere biljetten van 50 dollar en biljetten van 100 euro), en een grote stapel A4 vellen, met op ieder vel een afdruk van drie biljetten van 50 euro. [31]
In België heeft echtheidsonderzoek plaatsgevonden ten aanzien van de aangetroffen biljetten. Daarbij zijn 11 biljetten van 20 dollar, 21 biljetten van 50 dollar en 3 biljetten van 100 dollar vals bevonden. Voorts zijn A4 bladen aangetroffen met daarop in totaal 282 afdrukken van (valse) biljetten van 50 dollar en 2 afdrukken van 100 dollar. Verder werden nog 524 kleefstripjes voor biljetten van 100 dollar aangetroffen. De Chinese tekst op deze bladen doet vermoeden dat deze kleefstripjes van Chinese herkomst zijn. [32] Ook zijn bij het echtheidsonderzoek 19 biljetten van 10 euro, 3 biljetten van 20 euro, 33 biljetten van
50 euro, 1 biljet van 100 euro en 14 biljetten van 500 euro vals bevonden. De 3 biljetten van 20 euro en 32 stuks van de biljetten van 50 euro waren in België in omloop sinds 9 januari 2020. Verder zijn aangetroffen vele A4 bladen met afdrukken van biljetten van 50 en 100 euro. Over 1265 aangetroffen hologrammen voor biljetten van 10, 20, 50 en 100 euro en
843 aangetroffen doorkijkvensters voor biljetten van 20, 50 en 100 euro wordt opgemerkt dat deze te koop worden aangeboden op diverse websites zoals ‘ALIBABA.COM’ en ‘WISH’. Ze kunnen online worden besteld en worden eenvoudigweg met de post opgestuurd. Het onderscheid tussen deze hologrammen en doorkijkvensters en echte hologrammen en doorkijkvensters is voor een leek moeilijk te herkennen. [33]
2.2.2.2.2 [verdachte]
Op 30 juli 2020 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [adres] in [woonplaats]. [verdachte] woont op dit adres en woonde daar ook in de hier relevante periode. In en nabij de slaapkamer van [verdachte] zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen:
zes printers, waaronder een printer met in de lade een halffabricaat van een biljet van 50 euro en een printer met in de lade een halffabricaat van een dollarbiljet, een snijmachine, grote hoeveelheden hologrammen voor diverse soorten valse euro- en dollarbiljetten en vier dozen met printercartridges.
Op de slaapkamer van [verdachte] zijn 9261 bankbiljetten aangetroffen die, zoals hierna zal blijken, vals waren. Het betreft biljetten van 10 euro, 20 euro, 50 euro, 20 dollar en 50 dollar. Er zat veel vals geld in een Jumbo tas, waarin ook zijn aangetroffen een poststuk van de belastingdienst en een aanmaning van Intrum/KPN, beide gericht aan [medeverdachte 3] met het adres [adres] te [woonplaats].
Verder is aangetroffen een doos met daarin ‘speciaal papier’, waarvan gebruik wordt gemaakt bij het vervaardigen van vals geld en waarvan ook deel uitmaakte papier met een zogenaamde veiligheidsdraad. De eigenschappen van het in de doos aangetroffen papier maken het geschikt voor het maken van waardedocumenten.
Ook zijn op de slaapkamer van [verdachte] in een kast, in een rugtas naast het bed en in een tas aangetroffen: snijafval van biljetten van 20 euro, snippers vals geld en vals geld, en vermoedelijk velletjes waarop hologrammen geplakt hebben gezeten. Voorts zat in de tas een biljet van 20 euro dat aan de zijkanten nog niet volledig was uitgesneden en waarop stond geschreven “695 goed”.
Op 31 juli 2020 heeft [verdachte] zelf nog een printer en twee tassen met ‘speciaal papier’ naar het politiebureau gebracht. [34]
Forensisch onderzoek ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten heeft uitgewezen dat de ze vals waren. [35] Forensisch onderzoek ten aanzien van een zak met 20 euro hologrammen heeft uitgewezen dat de hologrammen vals waren. [36]
Bij de doorzoeking is in de slaapkamer van [verdachte] op het bureau ook aangetroffen een doos met daarop een adressticker van Bol.com, gericht aan [medeverdachte 3], [adres], [postcode] [woonplaats]. In deze doos zaten diverse misafdrukken van vervalste euro- en dollarbiljetten. Op een in die doos aangetroffen A4-papier met daarop een biljet van 20 euro is een vingerafdruk van [verdachte] aangetroffen. [37]
2.2.2.2.3 [medeverdachte 3]
Op 30 juli 2020 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [adres] in [woonplaats]. [medeverdachte 3] woonde toen op dit adres. Op het bureau in de slaapkamer van [medeverdachte 3] werd een printer aangetroffen en een biljet van 500 euro (in een portemonnaie op het bureau). Verder werden in de bij de woning behorende berging grote stapels biljetten aangetroffen van 20 en 50 euro en biljetten van 20 en 50 dollar die, zoals hierna zal blijken, vals waren. Ook zijn in de berging aangetroffen A4 vellen met daarop afdrukken van biljetten van 20 dollar, nog niet volledig uitgesneden biljetten van 20 dollar, en een tas met daarin heel veel inktcartridges. [38]
Forensisch onderzoek ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten, in totaal 1103 biljetten, heeft uitgewezen dat ze vals waren. [39]
De in de woning aanwezige moeder en zus van [medeverdachte 3] hebben aangegeven dat ze niets wisten van het valse geld en nooit in de berging kwamen. [40] Op een biljet, verpakt in een zilverkleurig zakje, aangetroffen in de bij de woning behorende berging, is een vingerafdruk van [medeverdachte 3] aangetroffen. [41]
2.2.2.2.4 [medeverdachte 2]
Op 2 februari 2021 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [adres] in [woonplaats]. [medeverdachte 2] woont op dit adres en woonde daar ook in de hier relevante periode. In de woonkamer zijn twee papiersnijmachines aangetroffen. Verder is in de slaapkamer van [medeverdachte 2], onder het bed, een doos aangetroffen met het opschrift ‘PrintAbout.nl’ en met daarin stapeltjes euro- en dollarbiljetten die, zoals hierna zal blijken, vals waren. Op veel van de stapeltjes zaten briefjes met daarop handgeschreven getallen en teksten als: “opnieuw”, “opnieuw snijden! 265!”, “opnieuw snijden!!! 89x”, “opnieuw snijden 100x”, “21xB+ Te redden!!!”, “B+ 100x”, “200 x € 50”, “200 x 50”, “700 x“, “90 x“, “340 x”, “540 x“, “565“. Ook werd onder het bed een doos aangetroffen, waarin ‘speciaal papier’ had gezeten dat gebruikt kan worden bij het vervaardigen van vals geld. In deze doos zaten stickervelletjes hologrammen voor biljetten van 50 euro, een reepje snijafval van een biljet van 50 euro, en een pincet dat op de hologrammen lag. Onder het bed lag ook een stickervel met nog 19 hologrammen voor biljetten van 20 euro. [42]
Forensisch onderzoek ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten, in totaal 6551 biljetten van 20 en 50 dollar en 50 euro, heeft uitgewezen dat ze vals waren. [43]
2.2.2.2.5 [medeverdachte 4]
Op 2 februari 2021 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van de ouders van [medeverdachte 4] aan de [adres] in [plaats] (verder: de woning van [medeverdachte 4]). [medeverdachte 4] verbleef daar toen en is daar ook aangehouden. In de slaapkamer van [medeverdachte 4] zijn onder meer aangetroffen: 92 inktcartridges, 6 printers, meerdere soorten ‘speciaal papier’ dat kan worden gebruikt bij het vervaardigen van vals geld, een vals biljet van 20 dollar en 7 valse biljetten van 500 euro. Ook zijn 360 wenskaarten en ongeveer 1000 blanco enveloppen aangetroffen. [44]
2.2.2.3
Overeenkomsten tussen aangetroffen valse biljetten
Uit onderzoek is gebleken dat op ieder van de vijf voornoemde zoeklocaties valse euro- en dollarbiljetten zijn aangetroffen waarvan het serienummer overeenkomt met het serienummer op biljetten die op een andere zoeklocatie of meerdere andere zoeklocaties zijn aangetroffen. Zo zijn op alle locaties valse biljetten van 20 dollar met het serienummer IB22822060D aangetroffen. [45]
2.2.2.4
Door De Nederlandsche Bank verricht onderzoek
Een medewerker van De Nederlandsche Bank (DNB) heeft onderzoek gedaan ten aanzien van de bij de doorzoekingen aangetroffen biljetten van 10, 20 en 50 euro. Het betreffen falsificaten die middels een inkjet-printer worden geproduceerd. Op de biljetten wordt een imitatie van het watermerk geprint. Bij de aangetroffen falsificaten is tevens een imitatie toegevoegd van het hologram gedeelte, waarbij een folie (sticker) op het valse bankbiljet is geplakt.
Onder
het indicatief NLB0010 K00011vallen biljetten van 10 euro met het serienummer SA6044579231, die zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2], en biljetten van 10 euro met het serienummer SA6057965444, die zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1] en [verdachte]. Vastgesteld is dat dit indicatief in 10 verschillende landen is aangetroffen met in totaal 4.089 exemplaren (inclusief de falsificaten die tijdens zoekingen zijn aangetroffen). In de tweede helft van juni 2020 is dit indicatief voor het eerst aangetroffen in Duitsland, Italië, Spanje en Portugal. Op 13 juli 2020 is het eerste exemplaar in Nederland aangetroffen.
Onder
het indicatief EUB0020 J00008vallen biljetten van 20 euro met meerdere serienummers. Meerdere van deze serienummers zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1] en [verdachte]. Vastgesteld is dat dit indicatief in 20 verschillende landen is aangetroffen met in totaal 2.495 exemplaren (inclusief de falsificaten die tijdens zoekingen zijn aangetroffen). In de tweede helft van juni 2020 is dit indicatief voor het eerst aangetroffen in Duitsland, Italië, Spanje en Portugal. Op 13 juli 2020 is het eerste exemplaar in Nederland aangetroffen.
Onder
het indicatief EUB0050 J00008vallen biljetten van 50 euro met meerdere serienummers. Een of meerdere van deze serienummers zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Vastgesteld is dat dit indicatief in 24 verschillende landen is aangetroffen met in totaal 12.582 exemplaren (inclusief de falsificaten die tijdens zoekingen zijn aangetroffen). In de eerste week van mei 2020 is dit indicatief voor het eerst aangetroffen in Duitsland, Italië en Oostenrijk. Op 11 mei 2020 het eerste exemplaar in België en 14 mei 2020 werden de eerste exemplaren in Nederland aangetroffen. [46]
Ook is
ten aanzien van het indicatief EUB0050 J00008onderzocht of de aangetroffen printers en inktcartridges vermoedelijk verantwoordelijk zijn voor het printen van de aangetroffen falsificaten op de PD (
rechtbank: plaats delict) en de falsificaten in circulatie. Vanuit de PD zijn er printers en inktcartridges naar DNB getransporteerd. Deze zijn allemaal geïnventariseerd, waarbij onderzoek is gedaan naar de specifieke merken en types. Ook is geïnventariseerd welke inktcartridges er op moment van inbeslagname aanwezig waren in de printer. Met behulp van de datafiles verkregen van de politie is een deel van het bronbestand aangetroffen. Dit document bevat alleen de achterzijden van de biljetten. In het bronbestand bevinden zich vier verschillende serienummers, waarvan er een in Nederland is aangetroffen, namelijk BR0182924512. Het onderzoek concentreert zich op de falsificaten met dit
serienummer. Er konden twee printers goed getest worden, de CANON TS9150 en de CANON TS6250. In het onderzoek is gestart met het vergelijken van de twee verschillende type cartridges die aangetroffen zijn op de PD, namelijk de originele cartridge van Canon en de cartridges van 1,2,3 inkt. Op basis van het onderzoek zijn
de volgende conclusiesgetrokken:
Aangetroffen falsificaten PD (hypothese H1a en H1b):
De resultaten van het onderzoek laten zien dat het veel waarschijnlijker is dat de falsificaten aangetroffen op de PD overeenkomen met de falsificaten aangetroffen in circulatie, dan dat deze afkomstig zouden zijn van een andere productielocatie.
Overeenkomst falsificaten en printers PD (hypothese H2a en H2b):
De resultaten van het onderzoek laten zien dat het zeer veel waarschijnlijk is dat de aangetroffen falsificaten op de PD geprint zijn met de printers aangetroffen op de PD, dan dat deze geprint zijn met een printer niet aangetroffen op de PD.
Overeenkomst falsificaten in circulatie met de printers op de PD (Hypothese H3a en H3b):
De resultaten van het onderzoek laten zien dat het zeer veel waarschijnlijk is dat de falsificaten aangetroffen in circulatie geprint zijn met de printers aangetroffen op de PD, dan dat deze geprint zijn met een printer niet aangetroffen op de PD.
Als laatste test zijn nog de falsificaten die aangetroffen zijn in [plaats] (
rechtbank: in de woning van [medeverdachte 1]) vergeleken met de falsificaten aangetroffen op de PD en in circulatie. Ook hier laten deze hetzelfde printbeeld zien en kan geconcludeerd worden dat ook deze falsificaten een link met elkaar hebben.
Verder kan aangetoond worden dat de inkt losgeweekt van de biljetten overeenkomsten laat zien met de printermix inkten aangetroffen in de in beslag genomen printers van de PD. Te zien is namelijk dat de inkten en losgeweekte inkten bij de overeenkomstige banden ook de overeenkomstige Rf (
rechtbank: retentiefactor) waarde hebben. [47]
Biljetten met het serienummer BR0182924512 zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2]. Het bronbestand is onder andere aangetroffen op de onder [medeverdachte 1] in beslag genomen iPhone S6 (‘iPhone van [medeverdachte 1]’), voorzien van een sticker op de achterzijde met de tekst "Nieuwe Hotspot". [48] Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] zijn vier printers in beslag genomen van het merk Canon, type TS9150 en een printer van het merk Canon, type TS6250. [49] Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] aan de [adres] in [woonplaats] zijn een printer van het merk Canon, type TS9150, en twee printers van het merk Canon, type TS6250, aangetroffen. De tevens aangetroffen cartridges zijn overgedragen aan DNB voor onderzoek. [50]
2.2.2.5
Bewijsmiddelen met betrekking tot de verschillende stadia
Hierna volgt achtereenvolgens met betrekking tot het namaken van bankbiljetten, de aankoop van de daarvoor benodigde goederen en de verkoop van de biljetten een (niet uitputtende) weergave van in het procesdossier aanwezige bewijsmiddelen.
2.2.2.6
Ten aanzien van het namaken van bankbiljetten
[medeverdachte 1]:
Op een video van 28 juli 2020, die is gemaakt in de woning van [medeverdachte 1], zijn onder meer te zien vellen met daarop afdrukken van 50 euro die uit de verschillende printers komen. Uit vier printers rollen vellen papier met dergelijke afdrukken. Op minimaal drie printers ligt een smartphone. Uit de printer, die links op de tafel staat, komt een vel papier met daarop een afbeelding van een dollarbiljet. Het gaat zeer waarschijnlijk om een biljet van 50 dollar. Op de printer ligt een telefoon. [51]
Op een video van 29 juli 2020, die is gemaakt in de woning van [medeverdachte 1], is te zien hoe met ScanNCut printers / raammachines gaatjes worden uitgesneden in bankbiljetten van 50 euro. De gaatjes worden uitgesneden op de plek waar het hologram op deze bankbiljetten zit. Te zien is dat op twee raammachines een vel papier ligt met daarop drie afdrukken van een
50 euro. Beide vellen verdwijnen grotendeels in de raammachines. Er worden kennelijk gaten in de afdrukken van 50 euro uitgesneden. Voor een van de raammachines ligt een smartphone op het bureau waarvan het scherm oplicht. [52]
Op 29 juli 2020 wordt via Wickr een gesprek gevoerd tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ene (onbekend gebleven) [accountnaam], waarbij ook drie videobestanden en een foto zijn gedeeld. De verbalisant merkt over deze videobestanden en foto op: Op de videobestanden is de slaapkamer en overloop van de woning van [medeverdachte 1] te zien. Ook zijn te zien de printers in werking waarmee het vals geld wordt gedrukt en vellen papier met daarop 50 euro biljetten en 50 dollar biljetten, verspreid op het bed. Verder zijn te zien de ladekasten waarin onder andere de inkt ligt en een doos met afvalgeld. Het gesprek verloopt als volgt:
[accountnaam]:
“(…) Lijkt mij wel wat om te doen.”
[medeverdachte 1]:
“dat kan man mag onbeperkt
en dan nog stickers plakken
en snijden tot biljet
dat is het process tot nu toe
printen is 15cent per stuk maar je ziet ze rollen er letterlijk uit, met
8-10 printers ga je hard
raampjes snijden ben ik nu testen, prijs weet ik nog nie
plakken+knippen is 0,70 per stuk
dus voor alles bij elkaar kom je op 0,85 ongv maarik heb jongens
die maken 15k stuks per week
dat tikt wel aan
(…)”[accountnaam]:
“Smart
Hoe komen we eigenlijk aan die printers?
[medeverdachte 1]:
“ik maak groep met die tv gast dan kan hij instaleren voor je
online bestellen maar die betaal ik
of bij mij halen”(…)
“en inkt ook
250 cartridge is zo op
en afval verbrand ik
(…)”[accountnaam]:
“(…)
“We houden ff contact dan kom ik bij je langs voor die printers
en dan kan je gelijk even een Real life Demotje laten zien.”
[medeverdachte 1]:
“is goed man maar denk er goed over is wel risico
enprinters moet ik bestellen
duurt paar dagen”
(…)
tv staat amper straf op
geld maken wel
het moet ook weg eh
naar stashers/ verkopers
daar ligt grootste risico in mijn ogen
(…)
ja is leuk werk
je eigen geld maken
(…)
kijk enik wissel elke maand serienummers
en je doet 2 jaar met zelfde serials
dan hebben ze daar geen bewijs voor (…)”
[accountnaam]:
“Verzin je die zelf?”
[medeverdachte 1]:
“serienummers jaman
of we pakke van echte” [53]
[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [verdachte]:
Op 29 april 2020 vindt tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]) via Telegram de volgende chat plaats:
[medeverdachte 2]:
“Heb geen briefjes he”
[medeverdachte 1]:
“Dat regel ik nu
(…)
[accountnaam][rechtbank:[verdachte]]is ze maken nu”[medeverdachte 2]
“Gaat niet om die 500jes?
[medeverdachte 1]:
“Nee50
[medeverdachte 2]:
“Oke laats die zien als kan. Ben benieuwd. Zelfde kwali?”
[medeverdachte 1]:
“Mwoa wel goed. Niet perfect”
Op 2 mei 2020 zegt
[medeverdachte 1]tegen
[medeverdachte 2]:
We moeten meer makenbro
Deze klant komt volgende week 800 stuks halen
Ik heb veel klanten”
Waarop [medeverdachte 2] antwoordt:
“Oke ik koop printers en inkt enz”
Op 3 mei 2020 vraagt
[medeverdachte 1]aan
[medeverdachte 2]:
“Heb jij handel gekregen van [accountnaam] [rechtbank: [medeverdachte 3]]?”
Waarop [medeverdachte 2] reageert:
“Nee niet
Moet ophale
[medeverdachte 1]:
Heb klanten bro
Kan je snel fixxe
[medeverdachte 2]:
“Ja is goed
(…)”
[medeverdachte 1]:
“Laat zo weten
Haal beste eerstdie voorraadop”
[medeverdachte 2]:
Van [accountnaam][rechtbank:[verdachte]] toch niet van [accountnaam] [rechtbank: [medeverdachte 3]]”
[medeverdachte 1]:
“[accountnaam] [rechtbank: [medeverdachte 3]] volgens mij man”
[medeverdachte 2]:
“Hmm nix em gehoord man
Laat ze mij brenge dan
Kwenie waar ze zogenaamd druk mee zijn”
[medeverdachte 1]:
“Doe boys moete wel ff reagere
Denk[accountnaam][rechtbank:[verdachte]]heeft ook 50
[medeverdachte 2]:
“Oke maak groep app met hun”
[medeverdachte 1]:
“Miss hij pakt 80stuks voor 300€”
[medeverdachte 2]:
“Krijg vandaag printer enz
Geen trage dinge meer”
[medeverdachte 1]:
“Ander 50 voor 200”
[medeverdachte 2]:
“oke”
[medeverdachte 1]:
Heb al genoeg goei
Van [accountnaam][rechtbank:[verdachte]]”
[medeverdachte 2]:
“Heb opgehaald net 100 stuks”
(…)
[medeverdachte 1]:
Als [accountnaam][rechtbank:[verdachte]]snel snijdkan hij zo meer goeie krijgen
Moet hij ff wachte half uur”
[medeverdachte 2]:
“Ja nee die slechte hebbe geen goeie kleur”
[medeverdachte 1]:
[accountnaam][rechtbank:[verdachte]]is nu meer goeie maken. Snapje”
[medeverdachte 2]:
“Oke oke”
[medeverdachte 1]:
“Want hij wil er 200 of 300.” [54]
[medeverdachte 1]:
In een chat via Whatsapp tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ene ‘[accountnaam]’ (met een telefoonnummer met landcode +86, dat is China) vraagt [medeverdachte 1] op 2 mei 2020:
i need more stickersyou have stock?”Waarop ‘[accountnaam]’ antwoordt:
“we have stock for new 50 euro stickers, old 50 euro holograms, 10 euro holograms,20 euro holograms and 100 euro holograms all [accountnaam] time.”Waarop [medeverdachte 1] antwoordt:
“need 100000 pcswhat is price”Op 7 mei 2020 stuurt [medeverdachte 1] een foto van een biljet van 50 euro en zegt:
paper is not good, icant print scharp on itand you still see [accountnaam] line”Op 20 mei 2020 stuurt [medeverdachte 1] een foto en zegt:
how do i need to paste thisis it a sticker?”Waarop ‘[accountnaam]’ antwoordt:
“this is a hotstamp hologram.we have paste holograms.”Waarop [medeverdachte 1] antwoordt:
yes i need paste(rechtbank:‘plakken’)Waarop ‘[accountnaam]’ een foto stuurt en zegt:
“This is paste holograms”Waarop [medeverdachte 1] op 21 mei 2020 antwoordt:
“I paid 1000 today100 to test”Waarop ‘[accountnaam]’ antwoordt:
“10000 pieces $for 100 euro hologram?today we ship 10000 pieces to you”Waarop [medeverdachte 1] vraagt:
“is it possible to make [accountnaam] stickers 2mm longer down and 2mm upthen i buy 100.000pcsfrom 10/20/50”Waarop ‘[accountnaam]’ antwoordt:
“Yes” [55]
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]:
Op een videobestand dat op 5 juli 2020 door ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]) naar ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) is verstuurd is een hand met een grote opvallende gouden ring te zien die een hologramsticker op een biljet van 50 euro plakt. Op een op 1 maart 2020 op Facebook gepost videofragment draagt [medeverdachte 2] een soortgelijke gouden ring. De hologramsticker wordt met behulp van een pincet op het biljet van 50 euro geplakt. Dit pincet heeft diverse gaatjes in het handvat en een puntige voorkant. Dit komt overeen met het pincet dat bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 2] is aangetroffen, in de doos onder zijn bed. In die doos zaten ook hologramstickers en een reepje snijafval van een biljet van 50 euro. [56]
Uit een afbeelding van 6 juli 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]) via Wickr aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) vraagt:
“Moet ik sbijden rekenenhebb er pas 1500 gesnede,1500 10tjes gesneden. [medeverdachte 1] antwoordt:
“9625 van mij inkoop
2565 helft winst
12190 totaal
600 printen
11.590 krijg ik dan” [57]
Uit een afbeelding van 22 juli 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]) via Wickr het volgende zegt tegen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]):
2500 50jes geprint [58]
Op 24 juli 2020 start via Wickr een chat tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]) die eindigt op 29 juli 2020. De chat verloopt (deels) als volgt (waarbij de verbalisant opmerkt dat het eerste gedeelte een eenzijdig gesprek is, waarin alleen ‘[accountnaam]’ berichten stuurt, omdat zeer waarschijnlijk de inhoud van de berichten die zijn gestuurd door ‘[accountnaam]’ door Wickr-Me automatisch zijn verwijderd):
24 juli 2020:
[medeverdachte 1]:
“Broik heb nieuwe serienummers om te printenwaar kan ik die heen mailen?
(…)
Ik bedoel stuur eerst 1 foto dan zeg ik of goed is.
Sws per stuk.
(…)
Nieuwe serials gemaild
Ff testen
Of voor en achter goed is
En kleuren
Dan alleen nog die makenai
Elke maand gaan we serials wisselen
Is beter”
Op 25 juli 2020 wordt het gesprek vervolgd (waarbij een afbeelding van een biljet van
50 euro wordt meegezonden waarvan de voor- en achterkant niet juist geprint is):
[medeverdachte 2]:
“Links is oude
Alleen achterkant is nieuw toch
Hebje ook nieuwe voorkant anders krijg je dit
[medeverdachte 1] reageert:
“Ik ga checken
Kweetnie man
Ik ga kijke voor je
Ik heb je een andere 50 voorkant gemaild
Check is of die wel goed is
Krijg nie op die foto
Nu wel
Knip em is
Hij lijkt goed toch
Is wel oke toch
(…)
Heb jij veel vellen? Voor andere snijder? Of alles zelf nodig?
Bijv 10tjes
26 juli 2020:
[medeverdachte 1]:
“Oke hoeveel?
Oke ik heb iemand die ze kan snijden en plakken. Binne paar dage zijn ook bijna op 10tjes.”
Op 29 juli 2020 stuurt [medeverdachte 2] het volgende bericht:
“Heb geregeld betaal ik de helft van ze huur krijg ik sleutel
Kan ik ook gwn gaan controleren enz weje
Gaan we pompe
En heb 2000 50jes
Geprint
Die gaan we stickeren en snijden zodra we in pand zitte”
[medeverdachte 1] reageert:
“Oke.(…) (rechtbank: er worden twee videofragmenten gestuurd door [medeverdachte 1])
En ben nu zelf printen man
t/m dinsdagff volgas
jullie langzaam
ik maak in die paar dagen meer als jullie per maand
[medeverdachte 2] reageert:
“(…)
Zit daar nu gat in
?”
[medeverdachte 1] reageert:
“Jaman
Raamje[de rechtbank leest: raampje]heb je dan
Als je plakt [59]
[medeverdachte 1] en [verdachte]:
Op 24 juli 2020 vraagt ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) via Wickr aan ‘[accountnaam]’ (
[verdachte]):
“broik heb nieuwe serienummers on te printenwaar kan ik die heen mailen?”Op 25 juli 2020 zegt [medeverdachte 1] tegen [verdachte]:
“ik heb je 3 mails gestuurd met
nieuwe 20 achterkant nieuwe serials
we gaan elke maand de serienummers verranderen dat is beter
test of de positie enzo klopten laat me weten ai
(…)
heb jij veel vellen? voor andere snijder? of alles zelf nodig? [60]
In de Samsung S9 van
[verdachte]is een notitie aangetroffen met de volgende inhoud:
“(…)
Gekregen van blacka716 x 50jes > 664 goed445 x 20jes > 340 goed
Blacka krijgt €700 voor zijn werk
Gegeven/Gekregen [accountnaam] [rechtbank:[medeverdachte 4]]
Gegeven 664 x 50jes
Gekregen €700 euro voor blacka
(…)
Thuis voorraad 340 x 20jes 100X 50jes
Zelf gewekt[de rechtbank leest: gewerkt]
100 x 50jes geknipt
310 x 20jes dollars geprint
200 x 50jes geprint
Kosten gemaakt 85 euro.” [61]
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 4]:
Uit een afbeelding van 9 april 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) via Wickr een foto van biljetten van 20 dollar stuurt aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 4]) en zegt:
“bro jw hoeft ze nie allemaal te meten gewoon ff snel tellen de goeie”, waarop [medeverdachte 4] antwoordt:
“Heb ze al gemeten allemaal
52 perfect
En 71 stuks zijkant tussen de 4 en 6 mm (…) Ja zijn allemaal goed”.
Op 25 april 2020 zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 4]:
“oke dus zijn 4 mm recht strak gewoon top allemaal”, waarop [medeverdachte 4] antwoordt:
“Ja zijn allemaal goed”. [medeverdachte 1]:
“top hoeveel stuks”.[medeverdachte 4]:
“860”.
Op 1 mei 2020 laat [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 1] weten: “
123 x50 perfect 1 slecht geplakt”.
Op 3 mei 2020 zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 4]:
“(…)
ik moet gewoon 1 duidelijk overzicht hebben bijv:
500x50 gehad, 485 zijn netjes
150x20 gehad 144 zijn netjes
ik doe dit 20 keer per dag oh ik kan niet alles bijhouden anders”
[medeverdachte 4]:
Is goed man
Ben ze al aan het tellen
Bro 133 x20
En 201x50 zijn perfect
8 x50 slecht”
Op 26 mei 2020 vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 4]:
“dhl gelukt bro”, waarop [medeverdachte 4] antwoordt:
“Ja man
Ik heb wat meer vooraad nodig man
50 € heb ik nog 160 van
20 € heb ik nog 400 van
20 $ heb ik nog 70 van
50 $ heb ik nog 300 van”
Op 2 juli 2020 vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 4]:
“hoeveel ontvangen en hoeveel goeie”, waarop [medeverdachte 4] antwoordt:
“50 usd: 919
50 usd goed: 157
50 usd goed B+: 185
Slecht: 577
20 euro goed : 120
50 euro goed : 2768
50 euro slecht: 221
Bro van die 2768 zittenook die biljetten van [accountnaam][rechtbank:[verdachte]]erin
Op 6 juli 2020 vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 4]:
“heb je hem goeie of slechte gegeven (…)”, waarop [medeverdachte 4] antwoordt:
“Bro voorkant van die biljetten waren allemaal goed
Achterkant sommige waren verkeerd gesneden”. [62]
Uit afbeeldingen die zijn gemaakt op 22 en 23 juli 2020 blijkt van het volgende tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 4]) via Wickr gevoerde gesprek:
22 juli 2020:
[medeverdachte 4]:
“Isveel werkman
Is niet 1 2 gedaan”
[medeverdachte 1]:
“hoelang bij je bezig geweest dan bro”
[medeverdachte 4]:
3 uurtjes gezeten gisteren
Zelfde dag daarvoor
[medeverdachte 1]:
“6 uur al?
bro net als die dozen sealen totdat ik je uitlegde”
23 juli 2020:
[medeverdachte 4]:
Om 02.35:“Twello heeft2953 goeie biljetten geleverd
Heb ze nu af
Om 11.11:Goeie morgen Niffo
Hoe is het
Ik heb 20jes nodig man”
[medeverdachte 1]:
“en hoeveel slechte
enhoeveel 20 heb je nog
[medeverdachte 4]:
“Weinig
Minder dan 100 heb ik
Tussen 180 en 200 slechte
En een stapel vellen
[medeverdachte 1]:
“oke” [63]
Op 24 juli 2020 wordt via Wickr het volgende gesprek gevoerd tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 4]):
[medeverdachte 1]:
“(…) Kun je vanav ook naar mij
met spullen van [accountnaam] en [accountnaam] [rechtbank: [verdachte] en [medeverdachte 2]]
en ik kan eventueel 500 stashe als nodig is”
[medeverdachte 4]:
“Ja ik kan komen man”
[medeverdachte 1]:
“neem je mij cash mee
en inkt
en van [accountnaam][rechtbank: [medeverdachte 2]]
inkt fan [accountnaam][rechtbank: [verdachte]]
(…)
neem ook 3 pak duur papier mee
ik ga printen en knippen ook
(…)
met streep
3 pakken
jullie langzaam[medeverdachte 4]:
“Ja man3 minuten
(…)
Ben ik er [64]
[medeverdachte 1]:
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij biljetten heeft gemaakt door deze te printen met de juiste inkt. Via een gsm kon hij via wifi biljetten afdrukken. Hij heeft biljetten van
20 en 50 euro volledig klaar gemaakt. Biljetten van 20 en 50 dollar heeft hij op vellen gedrukt. Hij heeft ook stickers op biljetten geplakt en biljetten gesneden. [65]
2.2.2.7
Tussenconclusie met betrekking tot het namaken van bankbiljetten
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, het volgende.
[medeverdachte 1] heeft in zijn woning biljetten van 10, 20, 50 en 100 euro en biljetten van 20 en 50 dollar nagemaakt. Hij maakte hierbij gebruik van inkjetprinters en smartphones met daarop bronbestanden van de diverse biljetten. Hij sneed de afdrukken van de valse biljetten uit de A4 vellen met behulp van snij- en raammachines en ScanNCut platen, waarna hij op de biljetten valse hologrammen plakte. Alle voor het namaken van valse biljetten benodigde goederen zijn op 30 juli 2020 in de woning van [medeverdachte 1] aangetroffen. Op 30 juli 2020 had [medeverdachte 1] valse biljetten van 20 en 50 euro in zijn bezit ten aanzien waarvan aan de hand van de serienummers en de vervalsingsklasse is vastgesteld dat deze sinds 9 januari 2020 in België in omloop waren. Gelet hierop, heeft [medeverdachte 1] (in ieder geval) vanaf 1 januari 2020 biljetten nagemaakt.
[verdachte] heeft tijdens de politieverhoren en ter terechtzitting van 18 september 2025 ontkend dat hij biljetten heeft nagemaakt. De printer met de halffabricaten heeft hij er zo neergezet, omdat dat moest van [naam], die hem bedreigde. Hij moest een foto maken van deze opstelling, zodat hij kon laten zien dat het er was. De spullen zijn naar zijn zeggen bij hem bezorgd, ook de doos met het snijafval, en hij wist niet wie de afzender was.
De rechtbank volstaat wat betreft [naam] met een verwijzing naar wat zij daarover hiervóór al heeft overwogen. Voorts constateert de rechtbank dat uit de bewijsmiddelen duidelijk naar voren komt dat [verdachte] wél biljetten heeft nagemaakt. Hierover heeft [verdachte] dus niet naar waarheid verklaard en alleen al daarom gaat de rechtbank aan zijn gehele verklaring voorbij. Deze verklaring is, bezien in het licht van de voornoemde en hierna nog te noemen bewijsmiddelen, volstrekt ongeloofwaardig. Dat [verdachte] werd bedreigd, blijkt uit niets. Zijn rol in het geheel gaat veel verder dan hij heeft willen doen voorkomen.
Naar het oordeel van de rechtbank kan bewezen worden dat [verdachte] biljetten heeft nagemaakt door afdrukken van biljetten te printen, door biljetten te snijden uit (door hemzelf geprinte dan wel aan hem afgegeven) A4 vellen met afdrukken (wat het aangetroffen snijafval verklaart), en (gelet op de aangetroffen velletjes waarop hologrammen geplakt hadden gezeten) door hologrammen op biljetten te plakken.
Gelet op de chat tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] van 29 april 2020, kan worden aangenomen dat [verdachte] (in ieder geval) vanaf die datum biljetten heeft nagemaakt. Het gaat om biljetten van 10, 20 en/of 50 euro en/of biljetten van 20 en/of 50 dollar.
[medeverdachte 2] heeft biljetten nagemaakt door afdrukken van biljetten te printen, door biljetten te snijden uit (door hemzelf geprinte dan wel aan hem afgegeven) A4 vellen met afdrukken, en door hologrammen op biljetten te plakken. Op 3 mei 2020 zegt [medeverdachte 2] tegen [medeverdachte 1] dat hij die dag een printer krijgt,
‘geen trage dingen meer’. Gelet hierop, kan worden aangenomen dat [medeverdachte 2] (in ieder geval) vanaf die datum biljetten heeft nagemaakt. Het gaat om biljetten van 10 en 50 euro en/of biljetten van 20 en/of 50 dollar.
Ook [medeverdachte 4] heeft biljetten nagemaakt. Uit de chats tussen hem en [medeverdachte 1] van 22 en 23 juli 2020 kan naar het oordeel van de rechtbank worden opgemaakt dat [medeverdachte 4] van 20 tot en met 23 juli 2020 werkzaamheden heeft verricht (in ieder geval) ten aanzien van aan hem vanuit Twello geleverde valse bankbiljetten
(“Is veel werk man”, “Twello heeft 2953 goeie biljetten geleverd”, “Heb ze nu af”). Hoewel uit de chats niet blijkt wat de werkzaamheden precies hebben ingehouden, kan het er naar het oordeel van de rechtbank voor worden gehouden dat hij de vanuit Twello geleverde bankbiljetten heeft gecontroleerd op juiste afmetingen en verdere kwaliteitsaspecten. Deze werkzaamheden heeft [medeverdachte 4] namelijk ook eerder al verricht. Dat blijkt uit de hiervóór weergegeven chat met [medeverdachte 1] van 9 april 2020 en de daaropvolgende chats tussen hem en [medeverdachte 1], ook in mei en juli 2020. Het gaat om biljetten van 20 en 50 euro en 20 en 50 dollar.
De rechtbank merkt in dit verband nog op dat (ook) het snijden van biljetten uit
A4 vellen met afdrukken, het plakken van hologrammen op biljetten, en het controleren van de biljetten op juiste afmetingen en verdere kwaliteitsaspecten essentiële stappen zijn om tot een voor uitgifte geschikt (vals) bankbiljet te komen. Ook deze handelingen kunnen daarom worden beschouwd als (een onderdeel van) het ‘namaken’ van biljetten.
Uit het onderzoek ten aanzien van de bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] aangetroffen biljetten van 500 euro is gebleken dat deze zijn gemaakt volgens de zogenoemde ‘offset’-methode (PALESTINA AD, pagina 00662). Dat is niet de methode die [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2] hebben gebruikt bij het namaken van bankbiljetten. Zoals hiervóór is overwogen, hebben zij biljetten gedrukt met inkjetprinters. Ook anderszins blijkt uit het procesdossier niet dat biljetten van 500 euro zijn nagemaakt. Het namaken van biljetten van 500 euro kan daarom niet bewezen worden. Hetzelfde geldt voor de ten laste gelegde biljetten van 200 euro. Valse biljetten van 200 euro zijn niet aangetroffen bij de doorzoekingen, terwijl uit het procesdossier ook overigens niet blijkt dat ze zijn nagemaakt.
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het procesdossier onvoldoende dat [medeverdachte 3] biljetten heeft nagemaakt door deze te printen en/of uit te snijden en/of daarop hologrammen te plakken en/of deze te controleren op juiste afmetingen en verdere kwaliteitsaspecten.
2.2.2.8
Ten aanzien van de aankoop van benodigdheden
In de periode van 21 maart 2020 tot en met 28 juli 2020 voerde ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) via Whatsapp gesprekken met gebruikers van verschillende Chinese telefoonnummers. De chats gingen over de aankoop van grote hoeveelheden hologram stickers, verschillende soorten katoenpapier, watermerk inkt, verschillende kleuren inkt en snijmachines. [medeverdachte 1] bestelde bij meerdere leveranciers hologram stickers voor “10/20/50/100”, verschillende soorten katoenpapier, watermerk inkt, optically variable ink en diverse kleuren inkt die overeen moeten komen met foto’s van eurobiljetten en dollarbiljetten die hij stuurde. In meerdere chats gaf [medeverdachte 1] aan dat indien de producten goed zijn, hij grote orders zou gaan bestellen. Uit meerdere chats bleek dat [medeverdachte 1] aangaf dat de orders vanuit China naar het adres “[verdachte] [adres], [postcode], [woonplaats] [accountnaam] Netherlands”, moesten worden gestuurd. In meerdere chatgesprekken gaf [medeverdachte 1] aan dat de goederen zijn ontvangen. Vervolgens deed [medeverdachte 1] bij meerdere leveranciers grotere bestellingen van hologram stickers, katoenpapier, watermerk inkt, optically variable ink en diverse andere kleuren inkt. Het ging hierbij om bestellingen van tienduizenden stuks. [66] [medeverdachte 1] chat onder anderen met de hiervóór al genoemde ‘[accountnaam]’ in China. Uit de chat blijkt dat orders die zien op onder meer hologram stickers en papier vanuit China naar het adres “[verdachte] [adres] [postcode] [woonplaats] [accountnaam] Netherlands”, worden gestuurd. Bij het doorgeven van dit adres aan ‘[accountnaam]’ geeft [medeverdachte 1] ook aan:
“use my phonenumber”, zijnde het nummer [telefoonnummer]. Ook stuurt [medeverdachte 1] in deze chat meerdere malen foto’s naar ‘[accountnaam]’ van bewijzen van betaling middels Western Union bij Primera [plaats], onder andere betalingen op 6, 7, 8, 11 en 20 mei 2020. Op de foto van laatstgenoemde betaling is de naam van de afzender,
[medeverdachte 4], te zien. Vanaf een bankrekening op naam van [medeverdachte 4] zijn meerdere pinbetalingen gedaan bij Primera [plaats], waaronder op 6, 7, 8 en 11 mei 2020. [accountnaam] ([medeverdachte 1]) heeft [accountnaam] ([medeverdachte 4]) verzocht om een Western Union betaling te doen van 710 dollar
(“710 dollar moet ze krijgen is inkt niks geks”). De afbeelding van het betreffende Wickr-gesprek is gemaakt op 1 mei 2020, de datum waarop [medeverdachte 1] de bestelling bij ‘[accountnaam]’ deed. Dezelfde dag stuurde [medeverdachte 1] een afbeelding van een betaalbewijs van 711,35 naar ‘[accountnaam]’. Op de afbeelding was een gedeelte van een betaalbewijs te zien, waarop is te zien dat er betaald is via Western Union bij Primera [plaats]. [67] Ook op 22 mei 2020 is een betaling gedaan middels Western Union bij Primera [plaats]. Op een foto daarvan is de naam van de afzender [medeverdachte 4] te zien. [68]
Op de iPhone ‘[medeverdachte 1]’ van
[medeverdachte 1]zijn afbeeldingen van betaalbewijzen gevonden, daterend van 28 en 29 mei 2020 waarop de naam [verdachte] als afzender stond. Op deze betaalbewijzen stond dat op beide data een bedrag van 500 euro werd overgemaakt naar Huimin Chen. [69]
In een bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] aangetroffen verpakking, met daarin hologrammen, zat een factuur met de tekst:
“Company: [bedrijf].
LTD, Contact: MRPAN, Phone: [telefoonnummer].
To: [naam]
[verdachte], [adres], [postcode] [woonplaats]
[accountnaam] Netherlands
Phone: [telefoonnummer]”
Dit telefoonnummer was in gebruik bij
[medeverdachte 1]. [70]
Bij de doorzoeking is ook aangetroffen een factuur waaruit blijkt dat er in totaal
0,6 kilogram “optical variable ink” en 15 pakken katoen en linnen papier zijn besteld bij een webwinkel in China. Het opgegeven e-mailadres is [e-mailadres], waarvan is gebleken dat dit is gebruikt door [medeverdachte 1]. Het vermelde telefoonnummer was opnieuw [telefoonnummer]. Het adres waar de bestelling naartoe gestuurd wordt, is [adres] [postcode] [woonplaats].
Ook is aangetroffen een factuur van Goedkooprinten, met als factuuradres het adres van [verdachte], waaruit blijkt dat op 18 mei 2020 85 Canon XXL verpakkingen à 5 cartridges, dat zijn 425 cartridges, zijn besteld, ter waarde van € 3.594,61. Op de factuur staat voornoemd
e-mailadres [e-mailadres] vermeld. [71]
Tussen 20 maart 2019 en 29 juli 2020 zijn bij Bol.com 470 goederen besteld voor een totaalbedrag van € 49.815,-. De goederen zijn onder meer besteld op naam van [medeverdachte 1] (
[medeverdachte 1]) [adres] [plaats], [medeverdachte 3] (
rechtbank:[medeverdachte 3]) [adres] [woonplaats], met het e-mailadres [e-mailadres], en [medeverdachte 2] [adres] [woonplaats], met e-mailadres ‘[accountnaam]@protonmail.com’. De goederen die zijn besteld via de genoemde aan [medeverdachte 1] toe te rekenen e-mailadressen zijn onder meer verzonden naar:
- [medeverdachte 1] [adres] [plaats]
Dit betroffen na 15 februari 2020 onder meer een vals geld detectiepen, tekenhaken, snijliniaal, scanners, printers, papiersnijmachines, inktcartidges, stempelkussens, wenskaarten en vals geld scanners.
- [medeverdachte 3] (
rechtbank:[medeverdachte 3]) [adres] [woonplaats]
Dit betrof tussen 5 april 2020 en 21 mei 2020 voor € 11.573,00 aan snijmachines, scharen, inktcartidges, latex handschoenen, wenskaarten en een vals geld detector.
- [verdachte] [adres] [woonplaats]
Dit betrof op 10 mei 2020 en 13 mei 2020 voor € 4.840,00 aan inktcartridges en printpapier.
- A.
[medeverdachte 2][adres] [woonplaats]
Dit betrof op 08 juni 2020 voor € 240,00 aan A4 papier en op 30 juni 2020 € 712,00 voor twee snijmachines. [72]
Op de doos van Printabout.nl met daarin het valse geld, die bij de doorzoeking van de woning aan de [adres] in [woonplaats] is aangetroffen onder het bed van
[medeverdachte 2], was een track&trace barcode en een gedeelte van de adressticker te lezen. Uit gevorderde gegevens bij het bedrijf PrintAbout.nl is gebleken dat deze doos op 8 juli 2020 geadresseerd en verzonden is aan: “[naam] [
rechtbank:[medeverdachte 4]], [adres] te [plaats]”. Het betrof een bestelling van € 1.519,70. [73]
PrintAbout [bedrijf] betreft een bedrijf gespecialiseerd in de verkoop van printers, toners en cartridges. Naast bestellingen van inktcartridges op naam van [medeverdachte 1] (
[medeverdachte 1]) met het adres [adres] in [plaats] (België) hebben op 16, 22 en 28 april 2020 en op
1 mei 2020 bestellingen van cartridges plaatsgevonden op naam van “[medeverdachte 3] [
rechtbank:[medeverdachte 3]], [adres] [postcode] [woonplaats]”. Op 4 juni 2020 is een bestelling op naam van [medeverdachte 3] veranderd in een bestelling op naam van
[verdachte]. [74]
Uit een afbeelding van 18 april 2020 blijkt van een gesprek via Wickr tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 3]). [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 3] om een lijst van leveringen, waarop [medeverdachte 3] antwoordt:
“Joo broer lijste maa k ik zo tracks heb ik ook (…) 10 canon inkt 5 dozen yellow papier 3 snijmachines”. [75]
Op 2 mei 2020 voeren ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]) via Telegram het volgende gesprek:
[medeverdachte 1]:
“Winst 350 net
Delen we door twee
Ik helft jij helft
We moeten meer maken bro
Deze klant komt volgende week 800 stuks halen
Ik heb veel klanten”
[medeverdachte 2]:
Oke ik koop printers en inkt enz
Ja met die geld
Goed
(…)
Ik heb net die briefjes verkocht.
Voor 750
Ik koop daarmee die nieuwe printers inkt en papier
Ik gooi bij me chik op der bank dan kan je bestelle wat je wil
(…)
Oke papier hoeveel pakken”
[medeverdachte 1]:
“10 pakke ofzo”
[medeverdachte 2]:
“Oke
183 nog wat
2 printers ga nu inkt en papier doen
Schrijf alles op oke” [76]
Bij de doorzoeking van de woning aan de [adres] in [woonplaats] zijn op de slaapkamer van
[medeverdachte 2]kassabonnen aangetroffen van de Mediamarkt. Daaruit blijkt onder andere dat op 1 mei 2020 12 Canon printerinkt verpakkingen, met in elke verpakking 5 cartridges, zijn gekocht ter waarde van € 734,88. Dit bedrag is contant voldaan. Ook op 5 mei 2020 is een Canon printerinkt verpakking gekocht, met daarin 5 cartridges, ter waarde van € 61,99. [77]
Uit een afbeelding van 4 mei 2020 blijkt van een gesprek via Wickr tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[verdachte]). [medeverdachte 1] vraagt in dit gesprek of de stickers geteld zijn, waarop [verdachte] zegt dat hij even gaat kijken en daarna aangeeft dat er 903 van 50jes zijn, 2800 van 20jes en 350 vellen. Vervolgens vraagt [medeverdachte 1] of het ook vellen van 50 euro zijn. [78]
Uit een afbeelding van 14 mei 2020 blijkt van het volgende door ‘[accountnaam]’ (
[verdachte]) via Wickr aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) gestuurde overzicht:
“Stickers
3600 X 50jes
4200 X 20jes
1000 X 50jes oud
5012 X 10jes
(…)
Gegeven/Gekregen [accountnaam] [rechtbank:[medeverdachte 2]]
Totaal8 X inkt connongegeven
5 paken papier [79]
Op een van de dozen met ‘speciaal papier’ (merk Navigator, 5 pakken met ieder 500 vellen), die is aangetroffen in de woning van
[medeverdachte 4]in zijn slaapkamer, zat een verzendsticker met de tekst “Geadresseerde: [naam], [adres] [postcode] [plaats] Belgium”, zijnde het toenmalige woonadres van [medeverdachte 1]. [80]
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij alle benodigdheden heeft aangekocht. Hij heeft papier, printers en inkt gekocht bij onder meer Bol.com. Bij Printabout heeft hij inkt besteld. Hij heeft de goederen besteld onder de naam [medeverdachte 1] . [81]
[medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij de bij hem aangetroffen vier printers van het merk Canon, een printer van het merk HP en het ‘speciaal papier’ heeft gekregen van [medeverdachte 1]. [82]
2.2.2.9
Tussenconclusie met betrekking tot de aankoop van benodigdheden
Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de voormelde bewijsmiddelen (waaronder deels ook de bewijsmiddelen die zijn vermeld ten aanzien van het namaken van bankbiljetten) het volgende worden opgemaakt.
[medeverdachte 1] bestelde de voor het namaken van biljetten benodigde goederen online bij Chinese en Nederlandse bedrijven, onder vermelding van zijn telefoonnummer en/of e-mailadres, en liet deze op zijn eigen adres bezorgen of op de adressen van [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4]. Bij hem bezorgde goederen konden door anderen ook bij hem in België worden opgehaald. [medeverdachte 1] betaalde de goederen zelf of hij liet betalingen verrichten door [verdachte] en [medeverdachte 4]. Ook [medeverdachte 2] kocht goederen waarmee biljetten kunnen worden nagemaakt. [medeverdachte 3] en [verdachte] deelden op verzoek van [medeverdachte 1] informatie over de goederenvoorraad. Er vond ook (her)verdeling plaats van in Nederland geleverde goederen. De in de woning van [verdachte] aangetroffen goederen, met een link naar [medeverdachte 3], wijzen daar bijvoorbeeld op. [medeverdachte 4] bracht goederen naar [medeverdachte 1] in België, namelijk inkt van [medeverdachte 2] en [verdachte] en “pakken duur papier met streep”, welke goederen hij kennelijk bij hen ophaalde. Voorts zijn door PrintAbout aan [medeverdachte 4] geleverde goederen in de woning van [medeverdachte 2] terecht gekomen. [verdachte] gaf goederen aan [medeverdachte 2], namelijk inkt en pakken papier. Kennelijk heeft óf [verdachte] deze goederen afgegeven bij [medeverdachte 2] óf [medeverdachte 2] heeft ze bij [verdachte] opgehaald. Van de aanschafkosten (en ook overigens ook van het verrichte ‘werk’) werden lijstjes bijgehouden, zodat verrekening kon plaatsvinden met de te verdelen winst.
Hieruit blijkt van een gang van zaken die een grote mate van onderlinge afstemming vergde. Bovendien is duidelijk dat [medeverdachte 1], ook al werden de goederen (deels) niet aan hem maar aan [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] geleverd, zeggenschap had ten aanzien van die goederen. Hij bekostigde deze namelijk, direct dan wel via verrekening met de te verdelen winst. Dit alles is van belang voor het in feit 3 ten laste gelegde medeplegen, waarover hierna meer.
2.2.2.10
Ten aanzien van de verkoop van valse bankbiljetten
Uit het onderzoek is gebleken dat het aanbieden van vals geld via meerdere apps en platformen heeft plaatsgevonden. Zo werd vals geld aangeboden via de apps Telegram en Wickr. Ook werd geadverteerd op diverse sites op het darkweb. Op de iPhone ‘[medeverdachte 1]’ van
[medeverdachte 1]zijn diverse foto’s aangetroffen, gemaakt op 3 februari 2020, 1 maart 2020 en 7 mei 2020, die gerelateerd kunnen worden aan de handel in vals geld. Op de foto’s zijn tevens de meest gebruikte zogenaamde vendor-namen zichtbaar, te weten ‘[accountnaam]’ en ‘[accountnaam]’. Onder deze namen werd het valse geld aangeboden op diverse platformen. [83]
Op een op de iPhone ‘[medeverdachte 1]’ van
[medeverdachte 1]aangetroffen afbeelding van een scherm van een MacBook, gedateerd 2 februari 2020, zijn inlognamen zichtbaar van het Darknet, met
daarop de inlog van protonmail:
[accountnaam]@protonmail.com Moeder
Ook zijn te zien Marketplaces met inloggegevens:
- ‘Empire’ met de accountnaam ‘[accountnaam]’ en ‘[accountnaam]’, ‘[accountnaam]’ en ‘[accountnaam]’;
- ‘Whitehouse Market’ met de accountnaam [accountnaam]’ en ‘[accountnaam]’
- ‘ Darkmarket’ met de accountnaam ‘[accountnaam]’. [84]
Op de iPhone 7 van
[medeverdachte 1]is een afbeelding van 28 februari 2020 aangetroffen waarop het scherm van een MacBook Pro te zien is. Op dit scherm is te zien dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) is ingelogd op de ‘Empire Market - Fake Money’. Klanten kunnen via Wickr contact opnemen met ‘[accountnaam]’. Er heeft sinds 4 februari 2020 33 keer een transactie plaatsgevonden met betrekking tot ‘fake money’. Ook de advertentietekst met betrekking tot ‘fake money’ is te zien. [85]
De autoriteiten in Oostenrijk hebben medio mei 2020 een pseudo order geplaatst bij de verkoper ‘[accountnaam]’ via ‘White House Market’. Er werd een biljet van 20 euro en een biljet van 50 euro besteld. De bestelling kwam aan in mei 2020. De naam van de ontvanger was handgeschreven aangebracht op de enveloppe en de Belgische postzegel was gestempeld in Antwerpen. In de enveloppe zat een greeting card van het bedrijf ‘Marant Cards’ met daarin een bankbiljet van 20 euro met serienummer UE0030543232 en een bankbiljet van
50 euro met serienummer RC4990890343. Zowel op de greeting card als op het biljet van
50 euro is een vingerafdruk van
[medeverdachte 1]aangetroffen.
Bij de doorzoeking in de woning van
[verdachte]aan de [adres] in [woonplaats] zijn
18 valse bankbiljetten van 20 euro met voormeld serienummer aangetroffen, alsook 21 valse bankbiljetten van 50 euro met voormeld serienummer. Valse bankbiljetten van 50 euro met voormeld serienummer zijn ook aangetroffen in de woning van [medeverdachte 1]. [86]
Bij de doorzoeking van de woning van
[medeverdachte 1]zijn twee wenskaarten aangetroffen. Deze kaarten zijn opvallend door hun ovale gekartelde vorm, een goudkleurig veiligheidsspeldje en een rode enveloppe. In de woning van
[medeverdachte 4]zijn in zijn slaapkamer (onder andere) zes wenskaarten met dezelfde uiterlijke kenmerken in beslag genomen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij enveloppen met door hem gemaakte biljetten van 20 en 50 euro via de post heeft verstuurd naar klanten in het buitenland. Dat waren mensen in Duitsland, Oostenrijk, Italië en Spanje. Hij schreef de adressen met de hand op de enveloppes. Hij stak de valse biljetten in een enveloppe met een wenskaart. [87]
Uit een afbeelding van 29 februari 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 4]) via Wickr een foto van twee biljetten van 500 euro stuurt aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en op de vraag van [medeverdachte 1]
“welke is echt”antwoordt [medeverdachte 4]
“Boven”. [88]
Op 18 maart 2020 maakt ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) de Telegram groep “[telegramgroep]”, met twee andere deelnemers: [accountnaam] (
[medeverdachte 4]) en ene (onbekend gebleven) ‘[accountnaam]’. Er volgt een chat die (deels) verloopt als volgt:
18 maart 2020:
[medeverdachte 1]:
“[medeverdachte 4]
kan je morgen 010”
[medeverdachte 4]:
“Ja tuurlijk
Ik laat je morgen weten hoelaat”
20 maart 2020:
[medeverdachte 4]:
“Jo maatje 7 uur bij jou ??”
[medeverdachte 1]:
“geef hem een paarse gratis [medeverdachte 4]”
[accountnaam]:
“Jaa broer
Bospolderplein
7uur baba”
[medeverdachte 4]:
“Is goed man”
[medeverdachte 1]:
“geef hem ook een 20
mis hij kan er iets mee”[accountnaam]:
“Breng sws die 500
Die is belangrijker
20 niet belangrijk”
[medeverdachte 4]:
“Is goed man”. [89]
Uit meerdere afbeeldingen van 30 maart 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 4]) aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) via Wickr foto’s van enveloppen heeft gestuurd. Op de enveloppen zijn handgeschreven adressen te lezen, onder andere in Germany (
rechtbank: Duitsland) en ‘Austria’ (
rechtbank: Oostenrijk). [90]
Op 30 april 2020 heeft ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) de Telegram groep ‘[telegramgroep]’ gemaakt, waaraan ook deelnemen ene (onbekend gebleven) Joker217 en [accountnaam] (
[medeverdachte 4]). [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 4]:
“[medeverdachte 4]
kan jij [accountnaam] in denbosch 25x500 brengen
klant komt 17:30 dus wel optijd bro als kan
[accountnaam] hoeft niks te betalen hij werkt met ons”
[medeverdachte 4] antwoordt:
“Top”
Joker217:
“Hoelaat kn je brenge bro (…)”
[medeverdachte 1]:
“lig je op schema mo”
Joker217:
“Karel doormanstraat
Hoever ben je”
[medeverdachte 1]:
“Alskan
2x50
Mooie
geef hen
hem” [91]
Op de iPhone ‘[medeverdachte 1]’ van
[medeverdachte 1]is onder andere een foto aangetroffen, met als datum “Created” (
rechtbank: gemaakt) 28 mei 2020, waarop te zien is dat er op een tafeltje heel veel bankbiljetten liggen; 12 in doorzichtig plastic verpakte stapeltjes van biljetten van
20 euro en 8 in doorzichtig plastic verpakte stapeltjes van biljetten van 50 euro. Daarnaast liggen er nog diverse losse biljetten van 20 en 50 euro op het tafeltje. Verder liggen er een rol huishoudfolie, een schaar, een stapel langwerpige witte enveloppen en postzegels. Op een andere foto, ‘Created’ 29 mei 2020, is te zien dat op een tafeltje vele stapels bankbiljetten liggen, al dan niet in doorzichtig plastic ingepakt. Het gaat om stapels van biljetten van
10 euro, 20 euro, 50 euro, 500 euro, 20 dollar en 50 dollar. Op de stapels liggen 2 witte vierkante notitieblaadjes. Op het linker notitieblaadje staat: “[accountnaam] € $”. Op het rechter notitieblaadje staat: “[accountnaam] ”. De foto’s zijn kennelijk gemaakt op de slaapkamer van
[medeverdachte 4]. [92]
Op 1 juli 2020 vraagt ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) via Telegram aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 4]) om een filmpje. Op 1 en 12 juli 2020 verstuurt [medeverdachte 4] in totaal drie filmpjes aan [medeverdachte 1] van stapels euro- en dollarbiljetten met daartussen briefjes met de tekst ‘[accountnaam]’, ‘Dream Market’ en ‘Monkey Market’. [93]
Uit een afbeelding van 28 juli 2020 blijkt van het volgende via Wickr gevoerde gesprek tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 4]):
[medeverdachte 1]:
“(vraagt 10€ gratis erbij) moet je ook met mij overleggen voordat je het in orders zet”
[medeverdachte 4]:
“[medeverdachte 1] moet ik m nou niet geven gewoon”
[medeverdachte 1]:
“doe maar wel”
(…)
[medeverdachte 4]:
“Nummer 19 is reship maar geen huis nummer”
[medeverdachte 1]:
“sommige hebben geen huisnummer bro”
[medeverdachte 4]:
“Bedoel dat is een reship
Gaat niet zomaar mis almaar als hij geen huis nummer heeft oké”
[medeverdachte 1]:
“bijna iedereen heeft huisnummer beter dubbelchecken man
hijs nie voor niks reship vaak” [94]
Onder de usernamen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) zijn in april en mei 2020 advertenties met betrekking tot de verkoop van vals geld gepost in meerdere Telegramgroepen, waaronder ‘[telegramgroep]’, ‘[telegramgroep]’, ‘[telegramgroep]’ en MarktplaatsXXL. [95]
Op 7 mei 2020 bericht ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) via Telegram onder meer aan ‘[accountnaam]’ (
[verdachte])
“via hier ga ik verkopen”en
“ik ga je groepen sturen”en:
“Maak een tekst zoals deze maar niet preciez zelfde en stuur me
—Nep Geld te koop—
20€ / 50€ / 500€
20/50usd
afhalen kan in denbosch en [woonplaats]
versturen kan ook
grote voorraad
sws de beste kwaliteit van telegram
wij verkopen top kwaliteit voor dezelfde prijs als alle andere die troep verkopen.
vraag voorfotos in persoonlijk bericht
— Nep Geld te koop —“
[verdachte] stuurt vervolgens een voorbeeld van een advertentietekst door, waarop [medeverdachte 1] reageert met de opmerking dat hij de USD weg moet laten omdat het anders te veel is. [verdachte] stuurt vervolgens een nieuw bericht met een aangepaste advertentietekst.
[medeverdachte 1] stuurt ook een prijslijst aan [verdachte].
[verdachte] vraagt:
“Moet ik dit allemaal in de groep gooien ?”
Waarop [medeverdachte 1] antwoordt:
“nee mensen gaan je vragen” (…) “stuur foto”, “stuur prijs” (…) “alleen die tekstje gooi je” (…) “en soms gooi ik kort filmpje”.
Op 8 en 9 mei 2020 plaatst ‘[accountnaam]’ (
[verdachte]), na in opdracht van ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) lid te zijn geworden van een Telegram groep, een advertentie in die groep, waarin 31 contactpersonen zitten, onder wie ‘[accountnaam] ’ ([medeverdachte 1]). De advertentie luidt:
“€€€
Nep geld te koop!!!
20€ / 50€ / 500€
afhalen kan indenbosch en[woonplaats]
versturen kanook
grote voorraad
Beste kwaliteit van telegram
Professioneel gemaakt
Wij verkopen perfecte kwaliteit voor goeie prijs serieuze kopers laat weten
vraag voor fotos in persoonlijk bericht
€€€ Nep Geld te koop!!!”
In dezelfde Telegram groep plaatst [verdachte] op 3 en 4 juli 2020 een advertentie die luidt:
“€€€€€€ Mensen ik heb nieuwe aanbieding
Nepe 10jeswatermerk zit erin. streep in de midden zit er in. kleuren komen over heen met
de echt voor meer info stuur me privé bricht €€€€€€”.
[verdachte]ontvangt op 7 mei 2020 een privé Telegram bericht van ‘[accountnaam]’ over het kopen van vals geld. [verdachte] geeft hier nadere informatie over en stuurt foto’s. Hij laat hem weten:
“kleur is beste van telegram
En beste wat verkocht woord zijn deze
(stuurt foto’s)
Het gaat door geld machine heen
Laat maar weten als je geïnteresseerd bent”.
[verdachte] ontvangt op 8 mei 2020 een privé Telegram bericht van ‘[accountnaam]’ over het kopen van vals geld. [verdachte] geeft nadere informatie over de prijzen en stuurt foto's en een
video.
In de periode van 3 tot en met 29 juli 2020 krijgt [verdachte] in totaal 91 privé Telegram berichten over het kopen van vals geld. [verdachte] reageert op al deze berichten en beantwoordt de vragen over prijzen, echtheid en stuurt daarnaast foto’s en video’s van het valse geld. [96]
[verdachte]heeft advertenties met betrekking tot de verkoop van vals geld in mei en juli 2020 in vijf Telegram groepen gepost, waaronder ‘[telegramgroep]’ en ‘[telegramgroep]’. [97]
Uit een afbeelding van 13 mei 2020 blijkt van het volgende via Wickr gevoerde gesprek tussen ‘[accountnaam]’ (
[verdachte]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]):
[verdachte]:
Het is verzonden
Deze is zonder track
Moest aleen post zegel op”
[medeverdachte 1]:
“bro
moest met track en trace man
en Excel
en wat heb je van neger”
[verdachte]:
“450 van 20jes
En 600 van 50jes
En die man zij tegen mij dit woord niey
verzonden met track en trace” [98]
Op 26 april 2020 deelt ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) met ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 3]) een lijst met daarop prijzen van valse biljetten. Ook deelt [medeverdachte 1] onder meer videofragmenten die zijn opgenomen in zijn woning. Het zijn promotievideo’s waarop onder meer biljetten van 20 en 500 euro te zien zijn, met de handelsnaam ‘[accountnaam]’. Na het delen van de juiste prijslijst vraagt [medeverdachte 3]
: “Kan je mij in de groepen gooien dn”en
“wanneer ga je gooien bro”.Op 6 mei 2020 bericht [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 1]:
“Ik sprak iemandhij zegt ik ben ook klant van [accountnaam] ofs ma ik wil weten of zo is kan ook bullshit zijn”.[medeverdachte 1] antwoordt:
“Kweetnie man ff kijke (…) je kan gwn zeggenwe werken samen toch(…) [telegramgroep]”.[medeverdachte 3] antwoordt:
“dat heb ik gedaan”. [medeverdachte 1]:
”Darkweb.nl, Telemarktxxl, [telegramgroep], Handelzaken.nl”.
De verbalisant merkt op dat uit onderzoek van de Apple iPhone 8 Plus van [medeverdachte 3] uit meerdere telegramgroepen blijkt dat '[accountnaam] ID [accountnaam]’ de volgende
verkoopadvertentie met betrekking tot het valse geld gepost heeft:
Neppe biljetten in de aanbieding
500€. (Gaat door machine)
50€. Super kwaliteit
€20.
Voor prijzen en meer info pb
Afhaal 
Opsturen ”
In een Telegram groep die opgeslagen is in de iPhone 7 van [medeverdachte 1] is deze door [medeverdachte 3] geposte advertentie te zien.
[medeverdachte 3] heeft deze advertentie op 10 mei 2020 gepost in de Telegramgroepen ‘[telegramgroep]’ en ‘[telegramgroep]’. [99]
Bij de doorzoeking zijn op diverse plaatsen in de woning van
[medeverdachte 3]en in de berging bij die woning in totaal vijftien bewijzen van aangetekende verzending via PostNL aangetroffen. Op die verzendbewijzen staan het gewicht van het poststuk, de postcode, het land van bestemming, de datum en tijd van verzending en het tarief. Het gaat om de landen Frankrijk, Duitsland, Zweden, Australië, Verenigde Staten en Malediven. De verzendbewijzen beslaan een periode van 27 februari 2020 tot en met 6 juni 2020.
Ook zijn 21 Western Union ontvangstbewijzen aangetroffen die een periode beslaan van
3 februari 2020 tot en met 2 juni 2020. Als ontvanger staat steeds [medeverdachte 3] vermeld en de afzenders zijn allen woonachtig in de Verenigde Staten. De betaalde bedragen liggen tussen de 100 en 240 dollar.
Verder zijn er twee ‘formulieren van ontvangst’ van ‘MoneyGram’ in beslag genomen. [medeverdachte 3] is de ontvanger, op 11 februari 2020, van twee betalingen van € 110,73 vanuit de Verenigde Staten.
In de berging zijn in een tas onder andere vals geld, een dubbele wenskaart en enveloppen aangetroffen. Sommige enveloppen waren voorzien van een naam en een adres en een handgeschreven notitie. De adressen waren onder andere in België en Italië. [100]
Uit een gemaakte afbeelding blijkt van het volgende tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]) via Wickr gevoerde gesprek:
[medeverdachte 1]:
“Jamorgen. Mag je helpen verkopen of nu in telegram groepen
[medeverdachte 2]:
“Wat jij wil bro.Ik sta klaar man.”
[medeverdachte 1]:
“Is gewoon copy paste.”
[medeverdachte 2]:
“Waar je nodig heb”
[medeverdachte 1]:
(stuurt een advertentietekst)
Dit doe ik de hele dag.Maar ik weinig tijd. Maar vertel niemand over die groepen ai.
https://t.me/markthand3”
[medeverdachte 2]:
“(…) Ma bro om de hoeveel uur doeje plakke”
[medeverdachte 1]:
“Ligt eraan.
https://t.me/MarktplaatsXXL
kwartier
half uur
soms hele dag niet.
Hoe meer je doet hoe meer mensen je vrage.
Maar als je elke minuut doet blokken ze je
Maar bro overleg met me”
[medeverdachte 2]:
Kzal wel regelmatig je post in die groeps appe gooie
(…)
Ja zal wel kopierenen plakke x per dag fzo of 2x per dag”
[medeverdachte 1]:
30 april 2020:
“ai ik zal vaker doen”
[medeverdachte 1] deelt een videofragment met [medeverdachte 2], waarop een biljet van 50 dollar te zien is met het serienummer MF60511758B. Een hoeveelheid biljetten van 50 dollar met dit serienummer is aangetroffen bij de doorzoekingen in de woningen van [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [verdachte] en [medeverdachte 3]. [101]
Op de Samsung Galaxy Note 20 van
[medeverdachte 2]zijn screenshots van advertentieteksten aangetroffen. De tekst luidt:
nepgeld te kooptwee verschillende kwaliteiten.
20/50/500euro
afhaaldenbosch of[woonplaats]
altijd grote voorraad
geen minimale afname
vraag foto/video
pb me”
Ook is een screenshot van een lijst met prijzen van valse biljetten aangetroffen.
‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) heeft de advertentie/prijslijst op 1, 2 en 3 mei 2020 gepost op de Telegram groep
MarktplaatsXXL. Op de meegestuurde videofragmenten is het handelsmerk ‘[accountnaam]’ zichtbaar tussen biljetten van 500 euro. De videofragmenten zijn opgenomen in de woning van [medeverdachte 1]. Een soortgelijk videofragment is aangetroffen in de iPhone 7 van [medeverdachte 1], gemaakt op 28 april 2020 met dezelfde muziek “Money, Money”. [102]
Zoals hiervóór al is vermeld voeren ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]) op
2 mei 2020 via Telegram een gesprek waarin [medeverdachte 2] zegt:
Ik heb net die briefjes verkocht
Voor 750”. [103]
Uit een afbeelding van 3 mei 2020 blijkt van het volgende tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]) via Wickr gevoerde gesprek:
[medeverdachte 1]:
Miss hij pakt 80stuks voor 300€
(…)
[medeverdachte 2]:
“Heb opgehaald net 100 stuks”
[medeverdachte 1]:
“Oke dus 150 heb je
4 per stuk kost”
[medeverdachte 2]:
“Kost ons 4 euro
Net zei je 2”
[medeverdachte 1]:
“Nee hem kost 4 ps
(…)
Die goekope kan voor 3.25”
[medeverdachte 2]:
“Hoeveel zijn die lelijke”
[medeverdachte 1]:
“Die lelijke laat hem maar kiezen
(…)
Want hij wil er 200 of 300”
(…)
[medeverdachte 2]:
“Hij wil 50 en miss
30 nog van die minder goeie”
[medeverdachte 1]:
“Klopt of 80 goeie.Laat hem maar kieze. Goeie is gewoon 4
[medeverdachte 2]:
“Ja kgeef mee aan b100”
[medeverdachte 1]:
“Mindere 3.25.Hou ook ff lijstje bij van verkoop
Dan kunnen we ffuitrekenen wat ik van jou krijg of jij van mij
[medeverdachte 2]:
“Oke oke.
Ikga vanmaf dese verkoop bij houde [104]
Uit een afbeelding van 3 mei 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) via Wickr aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]) vraagt:
hoeveel heeft die gast er gekocht. Waarop [medeverdachte 2] antwoordt:
“80 voor 300
En kheb er 20 verkocht voor 90
Is normale prijs?”
[medeverdachte 1]:
“jaman” [105]
Uit een afbeelding van 6 juli 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]) aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) bericht:
“Die kwaliteit vandie 50jeswas drama man
Echt drama
Scheef gesneden niet recht alles
Waden echt veel.slecht
Ik zij tege die gozer doe ma weg voor 3,50
Want ze woude niet”
Hierop vraagt [medeverdachte 1]:
“huh heb je verkocht voor 3.5?” [106]
Uit een afbeelding van 24 juli 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]) via Wickr (‘[accountnaam]@protonmail.com’) aan ene (onbekend gebleven) ‘[accountnaam]’ laat weten: “100/200 We dont have yet” en “I can suply you with 20 50 500”. [accountnaam] wil
“100x20” en “100x50”, waarop [medeverdachte 2] vraagt:
“Dont you want [accountnaam] 500”. [accountnaam] laat weten:
“Okay i driving morning 13uhr to [woonplaats]”en later:
“Im here bro, Beginn with K, German car, BMW”. Ook ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) neemt deel aan dit gesprek.
Op 25 juli 2020 vraagt ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]) via Wickr (‘[accountnaam]@protonmail.com’):
“hi [accountnaam]
this client (rechtbank: [accountnaam]) want to order 14x500
2310 euro
can you make a appointment with him”
[medeverdachte 2]:
“Yes” [107]
2.2.2.11
Tussenconclusie met betrekking tot de verkoop van valse bankbiljetten
Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de voormelde bewijsmiddelen het volgende worden opgemaakt.
[medeverdachte 1] heeft (in ieder geval) op 2 februari 2020 een aanvang gemaakt met de verkoop van vóór die datum al nagemaakte biljetten. Vanaf 4 februari 2020 heeft hij valse biljetten verkocht via (in ieder geval) ‘Empire Market’. Gaandeweg heeft hij [medeverdachte 4], [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ingeschakeld bij het aanbieden, versturen of in persoon afleveren van valse biljetten.
[verdachte] heeft op 13 mei 2020 een poststuk verzonden, bevattende valse biljetten, zo kan genoegzaam uit de context van de chat van die datum worden afgeleid. [medeverdachte 1] heeft hem terecht gewezen, omdat [verdachte] heeft verzuimd de biljetten met ‘track & trace’ te verzenden.
[medeverdachte 3] heeft vanaf 3 februari 2020 valse biljetten naar het buitenland verstuurd. Aangenomen mag worden dat personen in de Verenigde Staten via Western Union betalingen hebben verricht voor ontvangen valse biljetten.
[medeverdachte 4] heeft valse biljetten in wenskaarten verstuurd, ook naar het buitenland, en heeft in Nederland valse biljetten aan derden afgegeven, onder meer 25 valse biljetten van 500 euro op 30 april 2020. Eerder al, op 29 februari 2020, beschikte hij over een vals biljet van 500 euro. Hij verkreeg de valse biljetten van anderen, onder wie [verdachte]. Hij telde de biljetten en, zoals hiervóór al is vastgesteld, controleerde hij ze op juiste afmetingen en kwaliteit. Met [medeverdachte 1] vond hierover nauw overleg plaats. Voor het in orders opnemen van gratis biljetten had [medeverdachte 4] de instemming van [medeverdachte 1] nodig. Voorts heeft [medeverdachte 4] promotiefilmpjes van vals geld gemaakt in zijn woning en aan [medeverdachte 1] verzonden.
[medeverdachte 2] heeft (in ieder geval) vanaf 2 mei 2020 valse biljetten (“50jes”) verkocht en heeft over aantallen en prijzen nauw contact gehouden met [medeverdachte 1]. Hij geeft voorts aan [medeverdachte 1] te kennen dat hij vanaf deze datum de verkoop gaat bijhouden. [medeverdachte 2] beschikte dus (in ieder geval) vanaf 2 mei 2020 over valse biljetten.
In april 2020 is [medeverdachte 1] gestart met het aanbieden van valse biljetten in diverse Telegram groepen. Ook [verdachte] is hiermee gestart vanaf 7 mei 2020. Die maand al, maar vooral in juli 2020, heeft hij in reactie op door hem geplaatste advertenties vragen ontvangen over de valse biljetten en deze beantwoord. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben in mei 2020 gelijksoortige advertenties geplaatst. [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zijn op aangeven van [medeverdachte 1] gestart met het plaatsen van de advertenties; [medeverdachte 1]
“deed dit de hele dag, maar had weinig tijd”en had daarom hulp nodig van [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]. Hij heeft de advertentieteksten en foto’s en video’s van valse biljetten aangeleverd en verteld op welke Telegramgroepen en hoe vaak de advertenties geplaatst (“gegooid”) moesten worden. [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben vervolgens de advertenties geplaatst op Telegramgroepen waarin [medeverdachte 1] ook zelf advertenties plaatste. Aangenomen mag worden dat deze advertenties tot daadwerkelijke verkoop van valse biljetten hebben geleid. Dat past ook onder meer bij wat [medeverdachte 1] op 2 mei 2020 aan [medeverdachte 2] laat weten:
“We moeten meer maken bro (…) ik heb veel klanten”. En op 29 juli 2020 wil [medeverdachte 1]
“volgas”gaan.
2.2.2.12
Conclusie ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3
De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande als volgt.
Feit 1
Wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [verdachte] in de periode van 29 april 2020 tot en met 30 juli 2020 opzettelijk een grote hoeveelheid bankbiljetten van 20 en 50 euro en/of
10 euro en/of bankbiljetten van 20 en/of 50 dollar heeft nagemaakt, met het oogmerk om die biljetten als echt en onvervalst te doen uitgeven. Wat betreft het oogmerk verwijst de rechtbank naar wat zij hiervóór heeft overwogen in de tussenconclusie met betrekking tot de verkoop van valse bankbiljetten. [verdachte] heeft zich vanaf 29 april 2020 niet alleen bezig gehouden met het namaken van bankbiljetten, maar ook met het aanbieden en versturen daarvan. Reeds daaruit blijkt onmiskenbaar dat het zijn bedoeling was de nagemaakte bankbiljetten in omloop te brengen.
Feit 2
Wettig en overtuigend kan worden bewezen worden dat [verdachte] in of omstreeks de periode van 29 april 2020 tot en met 30 juli 2020 opzettelijk een grote hoeveelheid bankbiljetten van 10 en/of 20 en /of 50 euro en/of bankbiljetten van 20 en/of 50 dollar zich heeft verschaft en in voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd (aangezien hij een poststuk met valse biljetten naar een verzendpunt heeft gebracht). Wat betreft het oogmerk geldt onverkort wat hiervóór is opgemerkt ten aanzien van feit 1. Het was onmiskenbaar de bedoeling van [verdachte] om de bankbiljetten die hij zich heeft verschaft, in voorraad heeft gehad en heeft vervoerd in omloop te brengen.
De rechtbank zal [verdachte] vrijspreken van het ten laste gelegde invoeren, doorvoeren en uitvoeren, aangezien uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat hij zich hieraan schuldig heeft gemaakt, ook niet in samenwerking met een ander of anderen.
Feit 3
Wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [verdachte] op 30 juli 2020 opzettelijk de ten laste gelegde goederen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat deze bestemd waren voor het namaken van bankbiljetten.
Het medeplegen
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de weergegeven bewijsmiddelen en de daaruit door de rechtbank getrokken tussenconclusies van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en in ieder geval [medeverdachte 1] bij het namaken van valse bankbiljetten (feit 1), alsook bij de in de feiten 2 en 3 ten laste gelegde handelingen. [verdachte] heeft een significante bijdrage geleverd aan het gehele proces van het namaken van bankbiljetten, de aanschaf van de daarvoor benodigde goederen en de verkoop van de valse biljetten. Het medeplegen kan daarom wettig en overtuigend bewezen worden.
Ook het in feit 2 ten laste gelegde onderdeel, betrekking hebbende op het namaken van de bankbiljetten en de bekendheid met de valsheid daarvan ten tijde van de ontvangst, kan wettig en overtuigend bewezen worden. In ieder geval [medeverdachte 1] en [verdachte], maar mogelijk ook anderen, hebben de bankbiljetten die [verdachte] in zijn bezit heeft gehad zelf nagemaakt en waren ten tijde van de verkrijging van die bankbiljetten bekend met de valsheid
daarvan.
Wat betreft feit 3 geldt tot slot dat [medeverdachte 1], zoals de rechtbank hiervóór al heeft overwogen, zeggenschap had over de goederen die [verdachte] op 30 juli 2020 in zijn bezit had. Tussen [verdachte] en in ieder geval [medeverdachte 1] was ook in dit opzicht sprake van een nauwe en bewuste samenwerking en daarmee van medeplegen.
Verder acht de rechtbank in dit verband nog het volgende van belang.
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verricht werk en gemaakte kosten nauwgezet werden bijgehouden. De rechtbank wijst op de in de Samsung S9 van [verdachte] aangetroffen notitie (“
Zelf gewerkt, 100 x 50jes geknipt, 310 x 20jes dollars geprint, 200 x 50jes geprint, Kosten gemaakt 85 euro”), kennelijk gemaakt om deze informatie met [medeverdachte 1] te delen. Op 3 mei 2020 laat [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] weten dat hij vanaf dan “de verkoop” gaat bijhouden, en op
6 juli 2020 vraagt hij aan [medeverdachte 1] “of hij snijden moet rekenen”, waarop [medeverdachte 1] hem een berekening stuurt, waarin een bedrag van € 9.625,00 wordt genoemd aan voor rekening van [medeverdachte 1] komende inkoopkosten en een vergoeding voor [medeverdachte 2] van € 600,00 voor het printen van valse bankbiljetten. Dit komt overeen met wat in de chat tussen [medeverdachte 1] en ‘[accountnaam]’ wordt gewisseld, erop neerkomende dat [medeverdachte 1] de kosten dekte en dat tegenover ‘werk’ een vergoeding stond, namelijk 0,15 eurocent per geprint A4 vel met afdrukken van valse biljetten en 0,70 eurocent per uitgesneden biljet met een daarop geplakt hologram. Voorts spreken [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 2 mei en 6 juli 2020 over de verdeling van de winst.
Verder valt op een afbeelding van 20 mei 2020, waaruit blijkt dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) via Wickr tegen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 2]) zegt:
“bro [accountnaam] [rechtbank: [verdachte]] zegt dat jij zegt dat er een onderzoek naarons nepgeldis gestart.” [108] Ook valt op het via Telegram op
26 april 2020 gevoerde gesprek, waarin [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 3] zegt dat hij kan zeggen “
we werken samen toch”.
Bovendien heeft de rechtbank hiervóór al overwogen, ten aanzien van de aankoop van benodigdheden, dat uit de bewijsmiddelen blijkt van een gang van zaken die een grote mate van onderlinge afstemming vergde tussen [medeverdachte 1] en de vier anderen. Dat geldt (wat betreft Beijsen, [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4]) ook voor het namaken van de bankbiljetten, en (wat betreft allen) voor de verkoop daarvan.
Hier wordt voorts herhaald dat op alle zoeklocaties valse biljetten zijn aangetroffen met overeenkomende serienummers. Het behoeft geen betoog dat dat zich alleen laat verklaren doordat [medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] (waarschijnlijk in wisselende samenstellingen) hebben samengewerkt.
[medeverdachte 1] onderhield contact met alle vier de anderen en het beeld dat uit de bewijsmiddelen naar voren komt laat er tot slot geen twijfel over bestaan dat hij een leidende en aansturende rol vervulde.
De rechtbank concludeert dat het in de feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde medeplegen wettig en overtuigend bewezen kan worden.
2.3
Ten aanzien van de feiten 4 tot en met 9 (Lega en Reseda)
2.3.1
Standpunten
2.3.1.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van zes oplichtingen.
2.3.1.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft (deels primair) integrale vrijspraak bepleit van de feiten 4, 5, 6, 7, 8 en 9 en ten aanzien van de feiten 5 en 6 heeft verdediging aangevoerd dat [verdachte] dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. Ten aanzien van de feiten 5, 6, 7, 8 en 9 heeft de verdediging subsidiair verzocht de rol [verdachte] te zien als medeplichtige en het subsidiair tenlastegelegde bewezen te verklaren. De verdediging heeft daartoe, samengevat, het volgende aangevoerd.
[verdachte] is naïef geweest, bij het door hem bestellen van stickers bij [bedrijf] was [verdachte] overtuigd dat hij bezig was met eerlijke zaken, [verdachte] heeft niet (steeds) beschikt over de bankrekeningen beschikte die op zijn naam stonden, waardoor transacties over die rekeningen niet kunnen bijdragen aan een bewezenverklaring van een of meer oplichtingen.
Het dossier bevat onvoldoende bewijs dat [verdachte] betrokken is geweest bij de in de tenlasteleggingen onder de gedachtestreepjes vermelde oplichtingshandelingen.
2.3.2
Inleidende overwegingen
2.3.2.1
De modus operandi
De ten laste gelegde feiten, als besproken in de dossiers van de onderzoeken Lega en Reseda, zien op een zestal bedrijven dat, zoals hierna bij de bespreking van de bewijsmiddelen zal blijken, is opgelicht. Die oplichting bestond er in vier gevallen uit dat goederen gekocht werden zonder daarvoor te betalen. In twee gevallen ging het om een verkoop van goederen waarbij levering uitbleef. De onderzoeken zijn gestart nadat op 28 juni 2019 in een loods aan de [adres] in [woonplaats] na een inbraakmelding een zeer grote hoeveelheid elektronische goederen werd aangetroffen, onder meer harddisks van Toshiba, verschillende typen JBL geluidsboxen en tandenborstels van Oral-B. De geluidsboxen en tandenborstels zijn deels van een gelijk merk en type als ten aanzien waarvan aangifte is gedaan. Ten aanzien van de aangetroffen harddisks is steekproefsgewijs vastgesteld dat de serienummers overeenkomen met een door aangever [bedrijf] aangeleverd Excel-bestand met serienummers van hun producten. Het adres van de loods werd nooit vermeld in correspondentie met de bedrijven, zoals hierna zal blijken. De loods lijkt dan ook te zijn gebruikt als geheime ruimte voor de opslag van door opgelichte bedrijven geleverde goederen.
Bij de oplichtingen werd een vaste ‘modus operandi’ gevolgd die, kort gezegd, neerkwam op het volgende:
Na het opvragen van gegevens van een kredietwaardig bedrijf bij de Kamer van Koophandel (KvK), werd bij de KvK een bedrijf ingeschreven (het zogenaamde ‘imitatiebedrijf’) met een naam gelijkend op die van het kredietwaardige bedrijf (het bedrijf wiens naam door de verdachten werd misbruikt) en werd een bankrekening geopend. Ook werd een website aangemaakt voor het imitatiebedrijf en werd in de correspondentie met het opgelichte bedrijf gebruik gemaakt van briefpapier met daarop vermeld het e-mailadres, het telefoonnummer, het bankrekeningnummer en het BTW-nummer van het imitatiebedrijf. Ten behoeve van de levering van goederen door het opgelichte bedrijf werd verder een pand geregeld dat werd voorzien van het logo van het imitatiebedrijf. Het imitatiebedrijf sloot vervolgens een overeenkomst met het opgelichte bedrijf waarin óf goederen te koop werden aangeboden aan dit bedrijf, eventueel onder toezending van een foto van gereedstaande goederen, óf goederen werden gekocht van dit bedrijf, na eerst een ‘goodwill’-aankoop te hebben gedaan en betaald. In het geval van verkoop van goederen, werden na betaling door het opgelichte bedrijf de goederen niet geleverd. In het geval van aankoop van goederen, werden de goederen van de op de goodwill-aankoop volgende levering door het opgelichte bedrijf niet betaald. Na afronding was het imititatiebedrijf niet meer te benaderen door het opgelichte bedrijf.
2.3.2.2
Betrokkenheid verdachten (inleidend)
[medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 3] zijn in beeld gekomen in het onderzoek naar de personen die bij de bedrijfsoplichtingen betrokken waren. Waar het gaat om de betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij de oplichtingen, is het volgende opvallend.
Het procesdossier bevat een geluidsopname van een gesprek dat op 20 maart 2019 is gevoerd tussen twee personen. De stem van de ene persoon is van [naam] (hierna: [naam]). Ambtenaren van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst hebben de stem van de andere persoon herkend als de stem van [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]). [109] Het gesprek verloopt op enig moment als volgt [110] :
“ (…)
[naam]: ja maar dan zeg ik die andere hal zeg maar, waar ik dus die betaling nog niet voor heb gedaan, die zeggen we nu tabee vanuit Emmeloord, zeg maar?
[medeverdachte 1]: ja.
[naam]: ok is goed. Dan trek ik die sim-kaart eruit en is dat in ieder geval geregeld.
[medeverdachte 1]: ja
[naam]: ehm
dan moetje wel zo spoedig mogelijk een nieuwe hal hebben voor spullen he?
[medeverdachte 1]:
dat zou wel fijn zijn, maar dan het liefst wel iets met een roldeur ofzo? Iets zodat het wel een beetje op een logistiek gebeuren lijkt.
[naam]: dat is goed, dat is prima. Dus gewoon zeg maar een pand met roldeur moetje hebben he? Volgens mij heb ik daar al een van hoor en eeh
[medeverdachte 1]:
Iets met een magazijntje in ieder geval. Het mag ook wel half magazijn, half kantoor zijn. Dat als er wat pallets komen, dat we het dan kwijt kunnen daar.
[naam]: ja voor het einde van de maand heb je daar de sleutel van. Dat beloof ik.
(…)
[naam]: Nee, ehm eventjes omtrent de hal zeg maar van hier. Daar heb ik die
[bedrijf]heb ik daar van.
Wil je die nog wel gebruiken of wil je een andere erop zetten?
[medeverdachte 1]:
Daar mag wel een andere op.
[naam]: Ok. Heb jij daar huh ...
[medeverdachte 1]: Die [bedrijf] die ga ik wel....
[naam]: Want als je met [bedrijf] ..ik moet nog effe het contract maken snap je, dus ik heb er al een gemaakt op [bedrijf], maar als jij zegt: Er moet een andere komen dan leg ik die bij die onderhuurder neer weet je wel
(…)
[naam]: Ok.
Dat ik bij die onderhuurder een ander contract moet neerleggen als het niet [bedrijf] wordt. Heb jij daar.. Kun jij me daar een dinge van sturen? Een kvk?
[medeverdachte 1]: Ehm.
Kunnen we er niet eentje van de site afhalen? Van Kamer van Koophandel toevallig?
[naam]: Jawel. Kan ik wel voor je doen. Alleen dan zit ik alleen te kijken hoe we die transactie ... Het mooiste is natuurlijk want die transactie kan gewoon elke maand gewoon contant, dus dat is het probleem ook niet. Alleen ehm, ik wil dat eh zeg maar mijn hoofdhuurder niet al te veel problemen krijgt als het wel is. Dat moet wel een beetje zo.
Dan moet ik hem helemaal aan gaan passen en met telefoonnummers die dan kloppen en dat soort dingen dat het dan een aangepaste kvk is.Dan moet ik het zelf gaan regelen.
Dat heb jij het liefst in deze denk ik he?[medeverdachte 1]:
ja is wel beter.Wel beter.
[naam]: ja ok. Dan ga ik dat zo doen.
Dan ga ik een hele kamer van koophandel aanpassen. Met alle gegevens.Dan is het even mijn dingetje. En leg ik het bij die man neer.
[medeverdachte 1]: Ok.
[naam]: Dan hebben we daar in ieder geval geen kopzorgen voor. Het zou alleen mooi zijn, als ik dit zo kan realiseren.
Dat we daar geen poppetje op hoeven zetten nu op dit moment. Dat we er wel voor kunnen zorgen dat zeg maar die hoofdhuurder even los van onze 25% zeg maar die wij dan beuren met zijn tweetjes, dus ieder 12,5, dat we die man wel iets kunnen doen als we het gewoon goed hebben weetje wel.
[medeverdachte 1]:
ja maar kijk die jongen die dat gaat onderhouden die moet ook verdienen, ik moet verdienen, ik investeer snap je?
[naam]: Nee ik ben het wel met je eens, zeker alleen
kijk normaal als je een eigenaar mee hebt of je hebt een jongen pakt hem op naamdan zijn het ook gewoon normaal vaste kosten die met zich meenemen
ik bedoel als jij die [bedrijf] gehad hebt bijvoorbeeld en hij zegt, ik ga er wel op, die zou het ook niet voor niets doen laat ik het zo maar zeggen. Het enige wat ik hiermee wil zeggen is van als we gewoon eeh iets voor die eigenaar mee rekenen in het hele verhaal,
het hoeft niet de jackpot te zijn zoals wij hem gaan krijgen, maar dat het allemaal een beetje relaxed loopt.
[medeverdachte 1]: ja ok.
Desnoods doen we allemaal wat in de pot weet je wel, Dat komt wel goed.
(…)
[naam]: Uhm
op welke naam wil jij dit nieuwe pand hebben staan?
[medeverdachte 1]: Uhm
je zou eentje van de Kamer van Koophandel pakken toch?
[naam]: Ja, uh nee dan hadden we over het pand dat we nu hebben.
Ik heb het over een nieuw pand voor spullen.
[medeverdachte 1]: is dat een beetje een mooi pand?
[naam]: ja, uh,
want ik heb hier nog een aantal KVK’s liggen of kan alles wat hier ligt nu gewoon weg en moeten we helemaal opnieuw gaan werken zeg maar?
[medeverdachte 1]:
ja ja ja
[naam]: OK. Is goed. Dan weet ik genoeg. Ik ga wel... Ik fix het wel maat.
[medeverdachte 1]: ja kijk, als het zonder registratie kan dan is het wel het beste, maar als je echt eeh eeeh iets nodig hebt. ... Ik heb nog wel eentje... huh.. op dit moment. Maar ja dat is ook weer voor... huh.. Over 3 weken kan dat weer anders zijn snap je?.
[naam]: Ja ik snap wel.
[medeverdachte 1]: NTV..voor mij
[naam]: ja. Ik ga er zelf wel even mee aan het werk. Ik fiks het wel en dan uhmm hoe heet dat uuuuh kom ik daar bij jou wel eventjes op terug.
[medeverdachte 1]: Is goed.
[naam]: Dus ik fiks verder het pand. Ik weet het. Ik haal alles wat ik hier nu heb liggen van KVK’s van Burul of andere dingen, ik pomp ze er allemaal uit. Alles gaat weg, gewoon pleite.
[medeverdachte 1]: Ja. Is goed
[naam]: Ok. En eh, want ze mogen ook nergens meer voor gebruikt worden neem ik aan he?
[medeverdachte 1]: Nou die van Burul dat zijn allemaal mensen van Sjans(fon), daar heb ik schijt aan hoor.
[naam]: Nee, ok ik snap watje bedoelt.
[medeverdachte 1]: het zijn allemaal onbetrouwbare honden, dus huh...
[naam]: Ja en is het dan, kan het voor jou van negatief affect zijn
dat ik bijvoorbeeld die Burul of weet ik veel gewoon op een pand zet als zijnde de KVK-shitof zeg je van ... beter van niet?
[medeverdachte 1]: Van mij mag je dat doen, alleen volgens mij eeh, er zijn ook twee Buruls he? Eentje is volgens mij al uitgeschreven en die andere jongen die heeft dus vastgezeten.
[naam]: JA, snap het wel.
[medeverdachte 1]: En dat die ook gelijk aan het huilen-huilen is nu, dat die hem ook uitschrijft binnenkort dus eh
[naam]: Ja ik begrijp het wel. Ok. Nou komt wel goed. Ik regel het wel op mijn manier. Ik pas alles wel aan. Heb jij er geen zorgen, geen hoofdpijn over. Wordt wel gefixt.
[medeverdachte 1]: Ok is goed.
[naam]: En uhm hoe heet dat uhm watje dus alleen nu zeg maar nu moeten zo snel ohja, dat wilde ik ook nog even tegen jou zeggen
ik heb dat verder gefikst met die anderhalf procentpas voor jou weet je wel? hoe lang wil je die hebben? Voor een jaar ofzo?
[medeverdachte 1]:
Ja eeh dat is in principe om voor langere termijn mee te werkenja
[naam]: ja ok fijn. Nou goed, ik zorg ervoor. Kan iemand een dezer dagen of begin volgende week die pas bij mij ophalen?
[medeverdachte 1]: Ja dat kan altijd. Dat is geen probleem.
[naam]: Ok. Als ik alles geregeld heb met betrekking tot die pas en alles loopt dan laat ik je het direct weten en dan kunnen we gelijk schakelen dat iemand die pas komt ophalen bij mij voor jou. Ja?
[medeverdachte 1]: Goed.
[naam]: Uhm even kijken, uuhhhm, die eeh, ik heb voor...
Ik heb nog een handelsnaam van jou staan zeg maar, uuh die uhm die persoon die heb ik nu, ik heb even gekeken om daar een hele goeie voor te pakken. Die gaat aankomende week wordt die bij de Kamer van Koophandel ingeschreven, voor die ehm voor die handelsnaam toe te voegen en dan worden er twee bankpassen aangevraagd. Op welke bank wil jij het liefst die dingen?
[medeverdachte 1]:
Ik heb het liefst ING, de ABN[naam]: ok.
[medeverdachte 1]: En ehm Rabo zou ook wel kunnen...
[naam]: ok.
[medeverdachte 1]: En sowieso geen Bunq, daar heb ik allemaal niets aan.
[naam]: Nee.
[medeverdachte 1]: En KNAB ook.... Ja
[naam]: Nee, maar ik ken het wel. Niet die rare Triodosbanken of Binqbank of Knab daar heb je helemaal niks aan.
Gewoon een grote bank. Prima.
[medeverdachte 1]: ja.
[naam]: OK. Ik ga daar voor zorgen.
(…).”
Naar het oordeel van de rechtbank kan dit gesprek als volgt geduid worden.
[medeverdachte 1] en [naam] zoeken naar een hal waarin spullen geplaatst kunnen worden. Bij de KvK moet een bedrijf (“handelsnaam”) worden ingeschreven dat op het adres van deze hal gevestigd is. Ten behoeve van deze inschrijving moeten de bij de KvK geregistreerde gegevens van een bestaand (kredietwaardig) bedrijf worden aangepast. Voor het in te schrijven bedrijf (het imitatiebedrijf) moet een bankrekening worden geopend.
Aldus komt wat [medeverdachte 1] en [naam] bespreken volledig overeen met de hiervóór beschreven modus operandi in de ten laste gelegde bedrijfsoplichtingen. Opvallend is verder dat zij spreken over “het op een pand zetten” van iemand “als zijnde de KvK-shit” en over “een jongen pakt hem op naam”. Duidelijk is dat hiermee wordt gedoeld op zogenoemde katvangers. Duidelijk is ook dat [medeverdachte 1] een aansturende rol heeft; [naam] voert uit en met het oog daarop doet hij voorstellen aan [medeverdachte 1] waarmee [medeverdachte 1] moet instemmen. Verder blijkt uit het gesprek dat [medeverdachte 1] eraan moet verdienen, want hij “investeert” en dat de jongen die “dat” (
de hal) gaat onderhouden er ook aan moet verdienen, naast [naam] en de hoofdhuurder.
Niet alleen het voorgaande gesprek, maar ook het volgende gesprek is veelzeggend waar het gaat om het verband tussen de ten laste gelegde bedrijfsoplichtingen en [medeverdachte 1]. In de iPhone ‘[medeverdachte 1]’ van [medeverdachte 1] is een afbeelding van een Wickr-conversatie aangetroffen die is aangemaakt op 19 november 2019. Het betreft een gesprek tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]), ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 3]) en ‘[accountnaam]’ ([verdachte]), waarin een afbeelding van een kostenoverzicht wordt verzonden door [medeverdachte 1]. Bovenaan dat overzicht staat ‘Naam kopen [bedrijf]’ met een daarvoor genoemd bedrag van € 18.000,00. Voorts staan er kosten genoemd voor onder meer huur en borg van de loods, de inrichting daarvan en een bedrag voor koeriers. Nadat deze afbeelding is gedeeld, stuurt [medeverdachte 1] de volgende berichten:
Dit zijn de kosten
Winst was 280.000 euro
Iets minder maar laten we het daar op houden
Ik stel voor dat we iedereen 5k geven:
black
[accountnaam]
lilkleine
hoodz/die neger in mercedes
dw
bekkers
dan zijn de kosten € 137.500 tot nu toe
zal niet veel bij komen, bijna alles zit erin” [111]
De rechtbank constateert dat deze ‘kosten/baten berekening’, gezien het op het kostenoverzicht vermelde imitatiebedrijf [bedrijf], verband houdt met de oplichting van het bedrijf [bedrijf] (feit 4). Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit dit gesprek dat [medeverdachte 1], die het genoemde voorstel doet, zicht heeft op de kosten en de bij de bedrijfsoplichting betrokkenen en dat hij de wijze van uitbetaling van de winst regelt. Het verdelingsvoorstel stemt hij af met [medeverdachte 3] en [verdachte]. Ook hier blijkt daarmee van een aansturende rol van [medeverdachte 1], maar ook van inspraak van [medeverdachte 3] en [verdachte].
Aldus komt [medeverdachte 1] in het procesdossier zowel bij aanvang van de periode waarin de bedrijfsoplichtingen zijn gepleegd als richting het einde van die periode in beeld in een aansturende rol, die voorts blijk geeft van een grote mate van zeggenschap. In dit licht moeten naar het oordeel van de rechtbank de hierna te bespreken feiten worden bezien. De rechtbank weegt voornoemde gesprekken ook mee bij het bewijs van de ten laste gelegde feiten.
Hierna zullen eerst per ten laste gelegde bedrijfsoplichting de vaststaande feiten worden weergegeven, waarna de rechtbank zal toelichten op basis waarvan zij oordeelt dat het betreffende bedrijf is opgelicht in de zin van artikel 326 Sr Pro. Vervolgens zal de rechtbank beoordelen of [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 3] een rol hebben gespeeld in de bedrijfsoplichting, en zo ja welke rol, en of wordt voldaan aan de vereisten voor een bewezenverklaring van medeplegen.
Dat de rechtbank deze vragen per ten laste gelegde bedrijfsoplichting zal beoordelen, staat er niet aan in de weg dat zij in de beoordeling van het bewijs met betrekking tot een oplichting de overeenkomsten tussen die oplichting en de andere oplichtingen kan betrekken. Hierop aansluitend, merkt de rechtbank over de rol van [medeverdachte 1] vooraf het volgende op. Uit de hierna weergegeven bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 1] bij alle bedrijfsoplichtingen in beeld komt. Bij de oplichting van de bedrijven [bedrijf] en [bedrijf] (feit 5) staat wel vast dat het [medeverdachte 1] is geweest die onder de valse namen [naam] en [naam] contact heeft opgenomen met [naam] en [naam]. Gelet hierop, en gezien de overeenkomsten tussen die bedrijfsoplichting en de andere bedrijfsoplichtingen, alsook gelet op de op gegevensdragers van [medeverdachte 1] aangetroffen informatie, kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat het eveneens [medeverdachte 1] is geweest die met gebruikmaking van valse namen als vertegenwoordiger van het betrokken imitatiebedrijf contact heeft gelegd met de andere vijf bedrijven (feit 4: [naam] / feit 6: [naam] / feit 7: [naam] / feiten 8 en 9: [naam]).
2.3.3
Feit 4 – [bedrijf]
2.3.3.1
Vaststaande feiten
Op 21 oktober 2019 nam [naam] van [bedrijf] via Skype contact op met een medewerker van [bedrijf] (hierna: [bedrijf]). Tijdens dat gesprek werd gesproken over smartwatches van het type Samsung R810. Op 4 november 2019 vroeg [bedrijf] aan [naam] of de smartwatches nog beschikbaar waren. [naam] heeft dat bevestigd, maar ook aangegeven dat hij eerst het bedrijf [bedrijf] wilde controleren. [naam] stuurde via de mail formulieren waarop de bedrijfsgegevens van [bedrijf] waren vermeld. Ook stuurde hij kopieën van identiteitsbewijzen van directieleden, bedrijfsdocumenten en uittreksels uit handelsregisters. Nadat alles was gecontroleerd, verstrekte [naam] een factuur en een foto van de goederen. [112] De factuur stond op naam van [bedrijf] met het adres [adres] in [plaats] en betrof een bedrag van € 56.175,00 voor in totaal 350 stuks smartwatches van het type Samsung R810. [113] Naast de factuur werd ook een foto verzonden, waarop dichtgeplakte dozen te zien zijn met daarop een sticker met barcodes en een beschrijving van de inhoud van de dozen. [114] Op 6 november 2019 werd door [bedrijf] in totaal € 56.175,00 overgemaakt aan [bedrijf] op de bankrekening [rekeningnummer]. Op 6 november 2019 was het laatste contact met [naam], die aangaf dat de goederen waren verstuurd. Er was met [naam] overeengekomen dat de goederen zouden worden geleverd op een adres in Wenen. De goederen zouden op 7 november 2019 aankomen in Wenen, maar dat is niet gebeurd. Er werd geprobeerd contact op te nemen met [naam], maar hij kon niet meer worden bereikt. Ook kon de website niet meer worden bereikt. [115]
[bedrijf] heeft bij haar aangifte gevoegd een (
zo begrijpt de rechtbank) van [bedrijf] ontvangen uittreksel van de KvK. Daarop zijn de volgende gegevens van [bedrijf] te zien. Het KvK-nummer is [KVK-nummer], het bezoekadres is [adres], [postcode] in [plaats], het postadres is [adres] [postcode] in [plaats] en de bestuurders zijn [naam] en [naam]. Verder is de website www.[bedrijf].com vermeld op het uittreksel van de KvK. [116] Uit een daadwerkelijk uittreksel van de KvK van [bedrijf] blijkt echter dat het bedrijf – met hetzelfde KvK-nummer en dezelfde bestuurders – alleen is gevestigd op de [adres], [postcode] in [plaats]. [117]
[bedrijf] heeft van [naam] kopieën van identiteitsbewijzen van [naam] en [naam] ontvangen. [118] Deze identiteitsbewijzen zijn volgens de Koninklijke Marechaussee vals of vervalst. [119] [naam] heeft mede namens [bedrijf] en [naam] aangifte gedaan van identiteitsfraude. Zij hebben geen goederen besteld bij [bedrijf] en zij hebben geen toestemming gegeven voor het gebruik van gegevens van henzelf en van [bedrijf] [120]
Rekeningnummer [rekeningnummer] staat op naam van [medeverdachte 3] h/o [bedrijf]. [121]
Het bedrijf [bedrijf] is de eenmanszaak van [medeverdachte 3] met KvK-nummer [KVK-nummer] en heeft als geregistreerd bezoekadres [adres] [postcode] in [woonplaats]. [122] De handelsnaam [bedrijf] werd volgens de KvK vanaf 6 september 2019 gevoerd door deze eenmanszaak van [medeverdachte 3]. [bedrijf] is de andere handelsnaam van deze eenmanszaak. [123]
Op 4 november 2019 is via het mailadres [naam]@[bedrijf].com een e-mail verzonden naar ‘Office Upcomtelekom’. In die e-mail is [bedrijf] gevraagd om een formulier in te vullen en terug te sturen. Op dat formulier staat als adres van [bedrijf] zowel het adres in [plaats] als het adres [adres] [postcode] in [plaats] vermeld en daarnaast staat daarop als rekeningnummer van [bedrijf] [rekeningnummer]. [124]
2.3.3.2
De geldstroom
[bedrijf] heeft op 6 november 2019 in totaal € 56.175,00 overgeboekt naar de bankrekening op naam van [medeverdachte 3] handelend onder de naam [bedrijf]. Daarna is van die bankrekening € 51.293,00 overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] en is € 4.900,00 overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3]. Uit de transactiegegevens is gebleken dat het bedrag van € 4.900,00 in drie transacties contant is opgenomen vanaf de bankrekening van [medeverdachte 3] bij een geldautomaat van de ING-bank in [woonplaats].
Uit de analyse van de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] blijkt dat kort nadat het bedrag van € 51.293,00 binnenkomt vanaf de rekening van [medeverdachte 3] in twee overboekingen € 41.648,00 (€ 28.665,00 + € 12.983,00) is overgeboekt naar de bankrekening op naam van [bedrijf]. Vanaf die bankrekening wordt vervolgens in twee betalingen op 6 en 7 november 2019 € 32.750,00 overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf] . [125] Dit bedrag was, zoals hierna zal blijken, bestemd voor de vertrouwensaankoop bij dat bedrijf.
2.3.3.3
Betrokkenheid verdachten
2.3.3.3.1 [medeverdachte 3]
De woning van [medeverdachte 3] is doorzocht en daar zijn meerdere stempels met daarop de tekst ‘[bedrijf] ’ aangetroffen. Op de eerste stempel stond de tekst:
“[bedrijf]
[adres] - [postcode] [plaats]
The Netherlands
info@[bedrijf].com
tel [telefoonnummer]
BTW-nr [BTW-nummer] KvK
[KVK-nummer]”
Op de tweede stempel stond de tekst:
“[bedrijf]
[adres] - [postcode] [plaats]
The Netherlands
info@[bedrijf].com
tel [telefoonnummer]
BTW-nr [BTW-nummer] KvK
[KVK-nummer]” [126]
De rechtbank stelt vast dat het bonafide bedrijf [bedrijf] niet was gevestigd op de [adres] in [plaats], maar (alleen) op de [adres] in [plaats].
In de woning van [medeverdachte 3] werd een kassabon aangetroffen van 16 oktober 2019 van ‘Dogan Copyshop & Drukkerij’ waarop vier stempels staan voor een bedrag van € 100,00. Daarnaast werd een vrachtbrief met daarop drie afdrukken van de twee hiervoor genoemde stempels van [bedrijf] aangetroffen. [127]
Uit de gegevens die zijn opgevraagd bij Copyshop & Drukkerij Dogan is gebleken dat er twee stempels zijn vervaardigd op naam van [bedrijf] op 16 oktober 2019. De tekst op de stempels die in het systeem bij Copyshop & Drukkerij Dogan zijn aangetroffen, komt exact overeen met de twee stempels die bij [medeverdachte 3] zijn aangetroffen. [128]
2.3.3.3.2 [verdachte]
In het onderzoek Apida is [naam] getapt. Op 9 september 2019 vindt er een gesprek plaats tussen [naam] en een persoon genaamd [naam], naar later blijkt de verhuurder van de loods gelegen aan de [adres] te [plaats] [129] , het adres dat als adres van [bedrijf] genoemd stond op het formulier dat op 4 november 2019 naar [bedrijf] is gestuurd en het door [bedrijf] bij zijn aangifte gevoegde uittreksel van de KvK van [bedrijf]. In dat gesprek geeft [naam] aan dat hij belangstelling heeft voor het huren van de hal. [130] Een dag later is er weer contact tussen [naam] en [naam]. [naam] geeft aan dat het door kan gaan. [naam] gaat zijn compagnon bellen en dan komen ze zo snel mogelijk voor de overdracht en dergelijke dingen. [naam] stelt donderdag de 12de voor. [naam] denkt dat donderdag wel moet lukken. [131] Op 12 september 2019 is er weer contact tussen [naam] en [naam] en spreken ze af om 4 uur. [132]
Door verbalisanten is gezien dat [verdachte] en [naam] op 12 september 2019 naar het adres aan de [adres] te [plaats] zijn gereden. De verbalisanten zagen dat [naam] en [verdachte] om 16:05 uur contact maakten met een vrouw en dat zij de geopende loods gelegen aan de [adres] te [plaats] binnengingen. Ongeveer 20 minuten later zagen de verbalisanten dat [naam] en [verdachte] aan de straat stonden en dat [naam] met papieren in zijn hand richting het bedrijfsverzamelgebouw wees en daarbij tegen [verdachte] aan het praten was. [133]
In het onderzoek Apida is van 3 tot en met 16 oktober 2019 een camera geplaats op de loods aan de [adres] te [plaats]. Op de camerabeelden is op 7, 9 (op twee tijdstippen) en 10 oktober 2019 een witte Fiat bestelauto met kenteken [kenteken] te zien. Deze auto stond op dat moment op naam van [verdachte]. [134] Ook blijkt uit verschillende opgenomen telefoongesprekken van [verdachte] dat hij zich op 25, 28 en 31 oktober 2019 bevindt op het adres aan de [adres] in [plaats]. [135]
De politie is naar het adres [adres] in [plaats] geweest en heeft een foto gemaakt van het pand en op deze foto is op het pand een logo met de tekst ‘[bedrijf]’ te zien. [136] Dit logo en de tekst komen overeen met een bestelling (ordernummer DDB4481836) bij [bedrijf] die is gedaan door “Allo Telecom – [verdachte] ” en betaald via de rekening ten name van [bedrijf]. [137] Door diezelfde persoon is ook een bestelling (order DDB4524379) gedaan bij [bedrijf] voor het logo van [bedrijf] [138] , dat hierna bij de bespreking van feit 5 aan de orde komt.
Op 11 oktober 2019 is een telefoongesprek opgevangen tussen [verdachte] en een persoon genaamd [naam] van [bedrijf]. [verdachte] belt voor een geplaatste order en noemt het ordernummer DDB4481836. [naam] zegt dat de verwachte leverdatum op 15 oktober staat en de belettering op 17 oktober. Dinsdag zijn de gewone stickers er en de belettering op donderdag. [verdachte] zegt dat hij het dinsdag ophaalt. [139]
Nu de sticker van [bedrijf] is besteld door een persoon die zich [verdachte] noemt en [verdachte] in het telefoongesprek met [bedrijf] het ordernummer noemt dat ziet op de bestelling van de sticker van [bedrijf], stelt de rechtbank vast dat het [verdachte] is geweest die de sticker van [bedrijf] heeft besteld en opgehaald. Omdat het logo van [bedrijf] op het pand aan de [adres] te [plaats] overeenkomt met de bestelde sticker en belettering en [verdachte] ook veelvuldig bij dat pand is gesignaleerd, stelt de rechtbank verder vast dat de door [verdachte] bestelde sticker en belettering ook zijn gebruikt voor het pand aan de [adres] te [plaats].
2.3.3.3.3 [medeverdachte 1]
Op de USB-stick Silicon Power van [medeverdachte 1] is een mappenstructuur aangetroffen waarin onder andere ‘[bedrijf] ’, ‘kvk [bedrijf] .pdf’, ‘[bedrijf] krediet 1.pdf’en ‘[bedrijf] krediet 2.pdf’ zijn opgenomen. In deze mappen zit een uittreksel van de KvK van het bestaande kredietwaardige bedrijf [bedrijf] , een creditsafe formulier en een rapport kredietrapportaanvragen.nl van het bestaande kredietwaardig bedrijf [bedrijf] [140]
In een MacBook Pro (beslagcode [IBN-code]) van [medeverdachte 1] is een afbeelding van een doos aangetroffen. De serienummers en de aangebrachte tape die op die foto te zien zijn, zijn identiek aan serienummers en de aangebrachte tape op de foto die [bedrijf] van [bedrijf] heeft ontvangen van de te leveren apparatuur. [141]
Op diezelfde MacBook Pro van [medeverdachte 1] zijn eveneens twee logo’s van [bedrijf] aangetroffen. [142] Verder zijn tussen de Apple Notes in deze MacBook de teksten 141x Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold € 155,00’, ‘171x Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold € 155,00’, ‘170x Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold € 155,00’ en nogmaals ‘170x Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold € 155,00’ aangetroffen. [143]
Daarnaast is op die MacBook Pro e-mailverkeer aangetroffen van 25 november 2019 waarin door [bedrijf] een bestelling wordt gedaan bij [bedrijf] voor ‘141 Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold’. [bedrijf] heeft op dezelfde datum een factuur aangemaakt voor ‘141 Samsung Galaxy Watch R810 Rose Gold’, geadresseerd aan [bedrijf]. [144] Ook is tussen de ‘notes’ een overzicht gevonden met mailadressen, waaronder [e-mailadres]. [145]
Op de iPhone XR van ‘[medeverdachte 1]’ van [medeverdachte 1] zijn twee afbeeldingen aangetroffen van dozen met serienummers en de tekst ‘PRODUCT: ‘SM-R810’. Verder is op een afbeelding een verpakking te zien van een Samsung R810 Rosé Goud. [146] De rechtbank stelt vast dat op de afbeeldingen Samsung smartwatches van het type R810 te zien zijn. Hetzelfde type smartwatches is door [bedrijf] besteld bij [bedrijf].
2.3.3.4
Oplichting
Voor de oplichting van [bedrijf] is het bonafide bedrijf [bedrijf] gebruikt. Er is in het contact met [bedrijf] gebruikgemaakt van de fictieve naam [naam] van [bedrijf] en er zijn vervalste gegevens van [bedrijf] verstrekt aan [bedrijf]. Daarnaast is een bankrekening op naam van [medeverdachte 3] handelend onder [bedrijf] gebruikt voor de overboeking die [bedrijf] deed. Dit alles maakte dat [bedrijf] ervan uitging dat het handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf] De positieve uitkomst van de check van de bedrijfsgegevens van [bedrijf] sterkte [bedrijf] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf. Op de factuur van de overeenkomst van 4 november 2019 van [bedrijf] staat [bedrijf] met het adres [adres] in [plaats] vermeld, terwijl [bedrijf] niet betrokken is geweest bij de overeenkomst. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, het gebruik van listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens jegens [bedrijf]. Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven geroepen, waardoor [bedrijf] is bewogen tot afgifte van een geldbedrag van € 56.175,00. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.
2.3.3.5
Medeplegen
Naar het oordeel van de rechtbank waren [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [verdachte] als medepleger bij de oplichting van [bedrijf] betrokken. Uit ‘de kosten/baten berekening’ opgenomen in de inleidende overwegingen onder 1.3.2.2 volgt dat [medeverdachte 1] het voorstel voor het verdelen van de winst deelt met [medeverdachte 3] en [verdachte] en met hen afstemt. Dat gesprek op is al een sterke aanwijzing voor het medeplegen door [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [verdachte]. Daar komt nog het volgende bij.
[medeverdachte 3] komt bij de oplichting van [bedrijf] in beeld omdat het imitatiebedrijf [bedrijf] op zijn naam stond. Dat geldt ook voor de bankrekening waarnaar [bedrijf] het geld heeft overgeboekt. [medeverdachte 3] heeft dit geld verder overgeboekt naar de bankrekening van [bedrijf] en zijn eigen bankrekening. Het geld dat hij naar zijn eigen bankrekening heeft overgeboekt, heeft hij contant opgenomen.
[verdachte] komt in beeld als ‘compagnon’ van [naam] bij de huur van de loods aan de [adres] te [plaats]. Hij heeft de sticker en belettering met de naam en het logo van [bedrijf] besteld en opgehaald, die vervolgens gebruikt zijn voor dit pand. Hij is in ieder geval in oktober 2019 meermalen aanwezig geweest in en bij het pand. Verder geldt voor [verdachte] dat de rechtbank hierna zal vaststellen dat hij als medepleger betrokken is bij de oplichting van [bedrijf]. De geldstroom afkomstig van de oplichting van [bedrijf] is gebruikt voor de vertrouwensaankoop bij [bedrijf] .
Ten aanzien van [medeverdachte 1] overweegt de rechtbank als volgt.
In de inleidende overwegingen is vastgesteld dat [medeverdachte 1] met gebruikmaking van de valse naam [naam] contact heeft gelegd met [bedrijf]. Op 19 november 2019 heeft hij een kostenoverzicht gedeeld met [verdachte] en [medeverdachte 3] dat verband houdt met de oplichting van [bedrijf]. Bovenaan dat overzicht staat ‘Naam kopen [bedrijf]’ voor een bedrag van € 18.000,00.
Op de USB-stick Silicon Power van [medeverdachte 1] staan KvK-uittreksels en checks van de kredietwaardigheid van het bonafide bedrijf [bedrijf] Hieruit blijkt dat [medeverdachte 1] betrokken is geweest bij het gebruik van de naam [bedrijf] bij de oplichting van [bedrijf]. In de communicatie met [bedrijf] werden gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf] gedeeld, waarover [medeverdachte 1] beschikte. Ook zijn contactgegevens van [bedrijf] aangetroffen in de MacBook Pro van [medeverdachte 1]. Daarnaast stonden op die MacBook Pro logo’s van [bedrijf] en de afbeelding van een doos met goederen, die in het kader van de oplichting aan [bedrijf] werd gestuurd.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [verdachte] een wezenlijke en significante bijdrage hebben geleverd aan de oplichting van [bedrijf] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt.
De rechtbank concludeert dat het primair ten laste gelegde medeplegen van de oplichting van [bedrijf] wettig en overtuigend kan worden bewezen.
2.3.4
Feit 5 - [bedrijf]
2.3.4.1
Vaststaande feiten
[bedrijf] (hierna gezamenlijk te noemen: [bedrijf]) hebben op
30 oktober 2019 via Skype contact met [naam] gehad. [naam] heeft aangegeven dat hij een medewerker is van [bedrijf], gevestigd in [plaats]. Daarna heeft [naam] met [bedrijf] telefonisch contact gehad. Na een aantal gesprekken wilde [naam] GoPro-camera’s ter waarde van ongeveer € 32.000,00 kopen van [bedrijf]. Er werd overeengekomen dat [naam] vijftig procent van het totaalbedrag voor de levering en vijftig procent van het totaalbedrag na de levering zou betalen. [naam] gaf direct aan dat een dergelijke betalingsregeling alleen bij de eerste transactie mogelijk was. Na de eerste betaling van vijftig procent van het totaalbedrag, zijn de camera’s geleverd door [bedrijf]. Ook de resterende vijftig procent van het totaalbedrag werd betaald. De betaling vond plaats op de bankrekening met nummer [rekeningnummer] ten name van [bedrijf].
Vervolgens heeft [naam] aangegeven 320 föhns van het merk Dyson, ter waarde van € 85.120,00, te willen kopen van [bedrijf] en 171 Samsung Galaxy smartwatches, ter waarde van € 28.728,00 van [bedrijf]. Aangezien [bedrijf] door de eerste order vertrouwen in het bedrijf had en [bedrijf] op internet had gezien dat er een bedrijf genaamd [bedrijf] in [plaats] bestond, ging [bedrijf] op de transactie in. [bedrijf] heeft de kredietwaardigheid van [bedrijf] gecontroleerd en daarbij bleek dat het bedrijf een goede score had. De goederen zijn op
15 en 16 november 2019 geleverd op het adres [adres] in [plaats] en de ontvangst van de goederen werd bevestigd. Via Skype heeft [bedrijf] een screenshot en documenten ontvangen waaruit bleek dat de goederen zijn betaald. [bedrijf] heeft echter nooit een betaling ontvangen. Inmiddels was het niet meer mogelijk contact te krijgen met de koper.
[naam] is op 22 november 2019 naar de [adres] in [plaats] gereden. Hij zag daar dat er een paal stond met daarop een bedrijfsbord met het opschrift [bedrijf]. Ook was er een bord met het opschrift [bedrijf] op het gebouw geplaatst. De ruimtes van het pand waren echter leeg. Vervolgens is [naam] naar [bedrijf] in [plaats] gereden. [bedrijf] houdt zich bezig met beurstransacties, heeft geen goederen van [bedrijf] in [plaats] in ontvangst genomen en heeft nooit een locatie in [plaats] gehad.
Bij de transacties zijn kopieën van legitimatiebewijzen overgelegd. De namen komen overeen met de namen van de directeuren van [bedrijf] , maar de pasfoto’s komen niet overeen. [147]
[bedrijf] met KvK-nummer [KVK-nummer] heeft als bezoekadres [adres] in [plaats] en heeft als bestuurders [naam], [naam] en [naam]. [148]
[bedrijf] heeft een uittreksel van de KvK ontvangen van [naam] van [bedrijf] met KvK-nummer [KVK-nummer]. Daarop staat dat het bedrijf het bezoekadres [adres] in [plaats] heeft en het postadres [adres], [postcode] in [plaats]. [149] Daarnaast heeft [bedrijf] van [naam] een brief van de Belastingdienst ontvangen waarin is vermeld dat [bedrijf] een btw-nummer heeft ontvangen, omdat het bedrijf, via de KvK, bij de Belastingdienst is aangemeld als ondernemer. [150] [bedrijf] heeft van [bedrijf] een ‘[bedrijf] application form’ ontvangen. Daarin wordt als registratienummer [KVK-nummer] genoemd. Als directeuren zijn genoemd AWR [naam] en [naam]. Als contactpersonen zijn [naam] en [naam] genoemd. Het ingevulde afleveradres is [adres] en onder bank details staat rekeningnummer [rekeningnummer]. Op het formulier staat een handtekening en een bedrijfsstempel van [bedrijf] en de naam [naam]. [151]
De Koninklijke Marechaussee heeft na onderzoek van het identiteitsbewijs op naam van [naam] geconcludeerd dat het afgebeelde identiteitsbewijs vals of vervalst is. [152]
[naam] heeft op 25 november 2019 aangifte gedaan van identiteitsfraude door een bedrijf dat zich voordoet als haar bedrijf. Er zijn een KvK-uittreksel en paspoorten vervalst. De domeinnaam van de gebruikte e-mailadressen komt niet overeen met dat van [bedrijf] en het vermelde telefoonnummer klopt niet. Tevens is gebruik gemaakt van een website die niet bij [bedrijf] in gebruik is. [153]
2.3.4.2
De geldstroom
Zoals uit de bewijsmiddelen opgenomen onder 1.3.3.2 volgt is het bedrag van in totaal € 32.750,00 dat op 6 en 7 november 2019 wordt overgemaakt van de bankrekening [rekeningnummer] van [bedrijf] naar de rekening van [bedrijf] afkomstig van de opbrengst van de oplichting van [bedrijf].
Rekeningnummer [rekeningnummer] betreft een zakelijke rekening op naam van [bedrijf]. Gemachtigde op deze rekening is [naam]. [154] [naam] was ook de eigenaar van het imitatiebedrijf [bedrijf] . [155]
2.3.4.3
Betrokkenheid verdachten
2.3.4.3.1 [verdachte]
Op 19 november 2019 is een telefoongesprek opgevangen tussen [verdachte] en een persoon die opneemt namens [bedrijf]. [verdachte] belt voor een geplaatste order en noemt het ordernummer DDB4581531. De medewerker van [bedrijf] zegt dat de stickers nog in de druk staan en 21 november 2019 als verzenddatum hebben. [156] Drukwerkdeal heeft op verzoek van de politie de gegevens van de bestelling met het ordernummer DDB4581531 verstrekt. Hieruit blijkt dat de besteller van deze order [verdachte] is, dat een sticker is besteld met een logo met daarop de tekst “[bedrijf]” en dat de iDeal-betaling heeft plaatsgevonden middels de bankrekening [rekeningnummer] ten name van [bedrijf]. [157]
Op 16 november 2019 heeft een observatieteam van de politie gezien dat een voertuig met het kenteken [kenteken] goederen heeft afgeleverd aan de [adres] in [plaats] en dat [verdachte] heeft geholpen bij het uitladen. Kort daarna heeft het observatieteam gezien dat [verdachte] goederen die dezelfde kenmerken en uiterlijk hebben als de goederen die een half uur daarvoor werden geleverd, uit het pand haalt en in een bestelbus laadt en daarin wegrijdt. [158]
Uit de internationale vrachtbrief die bij de aangifte is gevoegd blijkt dat er op 16 november 2019 goederen ‘Dyson Supersonic’ van [bedrijf] zijn afgeleverd aan de [adres] die werden vervoerd met kenteken [kenteken]. Daarbij is getekend voor ontvangst door [bedrijf] Als geadresseerde staat vermeld [bedrijf] , met adres aan de [adres]. Als plaats van aflevering staat dezelfde bedrijfsnaam met adres [adres] in [plaats]. Bij de ontvanger is een stempel met daaroverheen een handtekening gezet met opnieuw dezelfde bedrijfsnaam, met adres [adres] in [plaats]. [159]
Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] is een afleverbon van [bedrijf] aangetroffen, gedateerd 14 november 2019, met daarop 171 stuks Samsung Galaxy Watch Rose Gold SM-R810NZDA geleverd aan de firma [bedrijf] , [adres] [160]
2.3.4.3.2 [medeverdachte 1]
Aangetroffen stukken
Op de iPhone XR van ‘[medeverdachte 1]’ van [medeverdachte 1] is een afbeelding aangetroffen die is gemaakt op 11 november 2019 om 16:43:04 uur. Daarop is het volgende bericht te zien van ‘[accountnaam]’:

Ok is it possible to send me some photos of your office from outside where we can see the company shield…And from inside where we can see how people are workingWe need this to continue bigger deals with you”
Na dit bericht zijn schermafbeeldingen van Wickr-gesprekken gemaakt. In die gesprekken valt het volgende te lezen:
‘[accountnaam]’:
“Papieren van [bedrijf] op tafel donderen snel fotos maken”
‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]):
“[bedrijf]
idd
morgen iemand gaat
[plaats]
fotos maken [bedrijf] gebpiw
gebouw
zeg me maar moeten we aan
denken”.
‘[accountnaam]’:
Maak gwn zo veel mogelijk en goeie rechte foto’s of als er ergens een doek hangt met een logo zou ook mooi zijn dan kan ik die vervangen
En dan kan ik 1 uitkiezen”
Ook is een afbeelding, gemaakt op 11 november 2019 om 17:08:56 uur, aangetroffen van een Wickr-gesprek waarin de volgende berichten worden verzonden:
‘[accountnaam]’:

Hoelaat”
‘[accountnaam]’:

vroeg
9.3
Of 07:(niet leesbaar)
(…)
‘taxoffice’:

daar zijn
doe maar 08:30
[adres]
[plaats]”.
Daarna volgen in de telefoon een aantal foto’s van de binnenkant van een gebouw, ook een aantal waarop werkende mensen te zien zijn. [161]
(Stem)herkenning [medeverdachte 1]
[naam] heeft op 4 december 2019 een mail naar de Duitse politie verzonden waarin hij meedeelt dat door een nieuw bedrijf met de naam [bedrijf] (hierna: [bedrijf]) goederen tegen onverslaanbare prijzen werden aangeboden. Een goede zakenrelatie van [naam] uit Letland, genaamd [naam], heeft aanbiedingen van dat bedrijf ontvangen en informeerde [naam] dat het deels om dezelfde hoeveelheden en modellen ging als de goederen die [bedrijf] had geleverd aan [bedrijf]. Vervolgens heeft [naam] gevraagd zoveel mogelijk goederen te bestellen en te informeren of betaling na ontvangst van de goederen mogelijk zou zijn, wat [naam] heeft gedaan. [bedrijf] ging in op het voorstel van [naam] en leverde de goederen. De serienummers van goederen kwamen overeen met de serienummers van de goederen die door [bedrijf] zijn geleverd. [naam] had contact met een persoon die zich [naam] noemde. [naam] heeft een telefoongesprek opgenomen met de persoon die zich [naam] noemde en dit verstrekt aan [bedrijf]. [162]
Het telefoongesprek is uitgewerkt en vertaald door een vertalingsbureau. Het gesprek gaat over de betaling van goederen die zijn geleverd door ‘[naam]’, maar die niet zijn betaald. [163] Twee verbalisanten van de Belastingdienst/FIOD hebben de stem van de persoon die zich [naam] noemt herkend als de stem van [medeverdachte 1]. Deze verbalisanten zijn betrokken geweest bij een eerder onderzoek waarin [medeverdachte 1] verdachte is en waarin zij [medeverdachte 1] hebben getapt en hem hebben gesproken tijdens een verhoor. [164]
Daarnaast zijn op de MacBook Pro (beslagcode [IBN-code]) van [medeverdachte 1] een KvK-uittreksel van het bonafide [bedrijf] aangetroffen en meerdere afbeeldingen en facturen waarop de tekst en het logo ‘[bedrijf] ’ te zien is. Daarnaast is een e-mail aangetroffen van [naam]@[bedrijf].com naar verkoop@[bedrijf].com die is verzonden op 30 oktober 2019. In deze mail wordt ”we want to buy” geschreven en daarna wordt een aantal goederen genoemd en wordt afgesloten met:
“Kind Regards,
[naam]
[bedrijf]
[adres]
[postcode] [plaats], [accountnaam] Netherlands
REG: [KVK-nummer]
VAT: [rekeningnummer]
TEL:[telefoonnummer]
WEB: [bedrijf].com”.
Ook is er een e-mail aangetroffen op de MacBook Pro (beslagcode [IBN-code]) waarin ‘[naam]’ een mail heeft doorgestuurd van ‘[naam]’ met het mailadres [naam]@[bedrijf].com aan het mailadres [naam]@[bedrijf].com. Tot slot is de website https://[bedrijf].com/services/ bezocht. [165]
2.3.4.4
Oplichting
Voor de oplichting van [bedrijf] zijn de gegevens van het bedrijf [bedrijf] gebruikt. In het contact met [bedrijf] werd gebruik gemaakt van de fictieve naam [naam] van [bedrijf] en zijn vervalste gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf] verstrekt aan [bedrijf]. Dit maakte dat [bedrijf] ervan uit ging dat zij handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf] De eerste bestelling betrof een vertrouwensaankoop en werd betaald vanaf een zakelijke rekening op naam van [bedrijf]. Dat betrof niet de rekening van het bonafide bedrijf. Die aankoop sterkte [bedrijf] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf. Bij de bestelling die op 16 november 2019 werd geleverd, waarna geen betaling volgde, werd gebruikgemaakt van de naam en het adres van het daadwerkelijk bestaande bedrijf [bedrijf] Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens ten opzichte van [bedrijf]. Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven geroepen, waardoor [bedrijf] is bewogen tot afgifte van 320 haardrogers van het merk Dyson en 171 smartwatches van het merk Samsung Galaxy. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.
2.3.4.5
Medeplegen
Uit de weergegeven bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat [verdachte] en [medeverdachte 1] als medepleger betrokken waren bij de oplichting van [bedrijf]. Zij hebben daarbij in ieder geval samengewerkt met katvanger [naam] die als eigenaar van het imitatiebedrijf [bedrijf] stond geregistreerd en de gemachtigde was van de bankrekening op naam van dat bedrijf. Van enige betrokkenheid van [medeverdachte 3] bij de oplichting van [bedrijf] blijkt uit de weergegeven bewijsmiddelen niet.
[verdachte] komt bij de oplichting van [bedrijf] duidelijk in beeld. Hij heeft de sticker besteld met daarop de tekst | “[bedrijf]” en die tekst heeft aangever ook op het pand in [plaats] gezien. Ook heeft hij op 16 november 2019 de goederen in ontvangst genomen die zijn geleverd door [bedrijf]. Op de internationale vrachtbrief die ziet op de Dyson goederen staat zowel het daadwerkelijke adres van het bonafide bedrijf [bedrijf] als het vervalste adres aan de [adres] in [plaats]. Op die vrachtbrief is een stempel met die bedrijfsgegevens en een handtekening voor ontvangst gezet op 16 november 2019. Omdat [verdachte] deze goederen bij de loods van de chauffeur in ontvangst heeft genomen, en er op de beelden van de observatie buiten hen niemand anders te zien is, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat [verdachte] zich heeft voorgedaan als vertegenwoordiger van het bonafide bedrijf [bedrijf] , een bedrijf waarmee [verdachte] geen enkele band heeft. In [verdachte] administratie is daarnaast ook de afleverbon van de overige goederen aangetroffen.
[medeverdachte 1] komt ook rechtstreeks in beeld bij de oplichting van [bedrijf]. Zoals de rechtbank in de inleidende overwegingen al heeft vastgesteld, blijkt uit de bewijsmiddelen dat [medeverdachte 1] onder de valse naam [naam] rechtstreeks in contact stond met [naam]. [accountnaam] vroeg immers om foto’s van de binnen- en buitenzijde van het kantoor van waaruit gewerkt werd, waarna [medeverdachte 1] vervolgens instructies heeft gegeven om foto’s te maken van het bonafide bedrijf in [plaats]. [medeverdachte 1] heeft zich in het contact met [naam] voorgedaan als vertegenwoordiger van een kredietwaardig en bonafide bedrijf. [medeverdachte 1] beschikte voorts over een KvK-uittreksel van het bonafide bedrijf [bedrijf] en over logo’s van dat bonafide bedrijf en diverse facturen waarop dat logo was aangebracht. Bovendien werden diverse e-mails aangetroffen van [naam]@[bedrijf].com. Daarnaast heeft [medeverdachte 1] kennelijk de beschikking gekregen over de uit de oplichting verkregen goederen. Hij heeft ze immers onder de valse naam [naam] aan derden aangeboden.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 1] een wezenlijke en significante bijdrage hebben geleverd aan de oplichting van [bedrijf] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt.
De rechtbank concludeert dat het ten laste gelegde medeplegen van oplichting van [bedrijf] wettig en overtuigend bewezen kan worden.
2.3.5
Feit 6 – [bedrijf]
2.3.5.1
vaststaande feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Met gebruik van de naam [naam] is via e-mail contact opgenomen met [bedrijf] (hierna: [bedrijf]) om goederen te kopen. Dat contact werd gelegd namens [bedrijf] Daarbij werd gebruik gemaakt van het e-mailadres [e-mailadres], de website www.[bedrijf].be en het telefoonnummer [telefoonnummer]. [166]
Op de website www.[bedrijf].be stonden gegevens vermeld waaronder naam, adres, btw-nummer en gegevens inzake het handelsregister van [bedrijf] gevestigd op de [adres], [plaats] België. Tevens werd het adres [adres] en het e-mailadres info@[bedrijf].be gebruikt. De website bestond sinds 27 maart 2019 en op 8 mei 2019 is vastgesteld dat de website offline was. [167] Ook op de facturen werd de naam [bedrijf] gebruikt. [168]
[bedrijf] is gevestigd in België op het adres [adres], [adres] en de gegevens Rue [adres], [telefoonnummer], info@[bedrijf].be en www.[bedrijf].be behoren niet toe aan het bonafide [bedrijf] Er werkt bij [bedrijf] geen [naam]. [169]
Op 16 april 2019 werd de eerste bestelling voor een bedrag van € 10.670,00 geplaatst. Dat betrof 110 stuks elektrische tandenborstels Oral-B Genius White 9200W. Deze bestelling werd betaald vanaf de Belgische bankrekening op naam van [bedrijf] [rekeningnummer]. De goederen werden door expediteur Dachser in Kusterdingen in Duitsland geladen en naar België getransporteerd, waar de goederen in eerste instantie niet werden afgeleverd. De goederen werden door [verdachte] met een huurwagen met het kenteken [kenteken] opgehaald bij Dachser in Moeskroen in België. Bij het ophalen werd het rijbewijs van [verdachte] gekopieerd. Op 8 mei 2019 werd een tweede bestelling voor een bedrag van € 18.369,10 geplaatst. Dat betrof 150 stuks Oral-B Genius 9200W Black en 40 stuks Oral-B Genius 10200W. De ontvanger van de goederen was volgens de factuur [bedrijf] , gevestigd op de [adres] in [plaats] in België en met het afleveradres de [adres], België. Op 10 mei 2019 werd een derde bestelling voor een bedrag van € 22.409,10 geplaatst. Dat ging om 120 stuks Oral-B Genius 9900W + 2e handvat black/roségoud en 90 stuks Oral-B Genius 9200W Black. Ook nu was [bedrijf] gevestigd op de [adres] in [plaats] in België volgens de factuur de ontvanger en was het afleveradres [adres] [170] . Deze bestellingen werden niet betaald. In totaal gaat het om vierhonderd elektrische tandenborstels van het merk Oral-B Genius die zijn besteld en niet betaald. [bedrijf] heeft hierdoor een schade geleden van € 40.778,20. [171] Op 16 mei 2019 was [bedrijf] onbereikbaar voor [bedrijf]. [172]
Het bankrekeningnummer waarmee de eerste bestelling is betaald is [rekeningnummer]. [173] Deze bankrekening, die op 21 maart 2019 werd geopend, stond op naam van [bedrijf] . [174] Op 16 november 2018 is het bedrijf onder een andere handelsnaam opgericht door [naam] en op 30 januari 2019 is de handelsbenaming aangepast naar [bedrijf] . [175]
2.3.5.2
Betrokkenheid verdachten
2.3.5.2.1 [verdachte]
Getuige [getuige] (directeur van [bedrijf]) heeft verklaard dat de goederen van de eerste (betaalde) bestelling op 30 april 2019 zijn opgehaald door [verdachte] met een huurwagen van het bedrijf Bo-Rent met kenteken
[kenteken]. [176] Dit komt overeen met de verklaring van [verdachte]. Hij heeft namelijk verklaard dat hij met een busje van Bo-Rent tandenborstels heeft opgehaald bij een ophaalpunt in Duitsland. Het Bo-Rent busje heeft hij zelf gehuurd. [177] Verder zijn in de woning van [verdachte] twee ‘delivery notes’ aangetroffen van [bedrijf]. Hieruit blijkt dat op 8 mei 2019 in totaal 190 Oral-B Genius tandenborstels en op 10 mei 2019 in totaal 210 Oral-B Genius tandenborstels zijn geleverd aan het bedrijf [bedrijf] op de [adres] in België. [178]
[bedrijf] heeft ontdekt dat de door oplichting verkregen tandenborstels door [bedrijf] met het adres van [verdachte], [adres] in [woonplaats], te koop werden aangeboden. [179] [bedrijf] heeft contact laten zoeken met de verkopers en uit een afdruk van een Skypebericht verzonden door ‘[bedrijf] [verdachte] , NL’ blijkt dat in totaal 361 Oral-B Genius tandenborstels worden aangeboden. Dat betreft 236 x Oral-B Genius 9200W Black, 38 x Oral-B Genius 10200W White en 87 x Oral-B Genius 9200W White. [180] Volgens [getuige] zijn de tandenborstels niet erg gangbaar en komen de aangeboden aantallen precies overeen met de aantallen van de artikelen van [bedrijf]. [181] [bedrijf] en [bedrijf] zijn volgens de KvK handelsnamen die worden gebruikt door de eenmanszaak op naam van [verdachte] gevestigd op de [adres] in [woonplaats]. [182] [verdachte] heeft verklaard dat hij de eigenaar van [bedrijf] en [bedrijf] is. [183] Voorts zijn bij de, reeds onder de inleidende overwegingen genoemde, inbeslagname op de [adres] in [woonplaats] 276 elektrische tandenborstels van het type Oral-B Genius 9200w in beslag genomen. [184]
De politie heeft ook gegevensdragers van [verdachte] onderzocht. Op de iPhone XS Max van [verdachte] (IMEI-nummer [IMEI-nummer]) is een schermafbeelding aangetroffen, die is gemaakt op 16 april 2019, en deze afbeelding bevat de volgende tekst:
“Stempel 1
[bedrijf]
[adres]
Belgium
[rekeningnummer]
[telefoonnummer]
info@[bedrijf].be.
Stempel 2
[bedrijf]
[adres]
Belgium
[rekeningnummer]
[telefoonnummer]
info@[bedrijf].be.” [185]
Tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] werd daar een factuur van EXIL stempels aangetroffen voor de aankoop van “4 zwarte zelfinkende stempels”. Daarvoor is € 200,00 contant betaald. [186]
Een stempel met exact dezelfde gegevens die in dezelfde volgorde worden vermeld als genoemd onder ‘Stempel 2’ is gebruikt op de vrachtbrief van de bestelling van [bedrijf] bij [bedrijf] van 8 mei 2019. [187]
Op de iPhone XS Max is een afbeelding aangetroffen van een bestelling van 25 april 2019 van twee reclameborden op naam van [bedrijf] op het adres [adres] met 30 april 2019 als verwachte bezorgdatum. [188] Voorts zijn op de iPhone XS Max twee video’s aangetroffen die op 30 april 2019 zijn gemaakt met de iPhone XS Max. Op de eerste video is een gebouw en een wit bord met de naam [bedrijf] te zien. Uit de metadata blijken de lengte- en breedtegraden van de locatie van deze opname. Het invoeren van deze metadata op de website GPS-coordinaten.nl leverde de politie het adres [adres] in België op. De tweede video is vanaf de andere kant van de straat genomen en daarop is een wit bord met de naam ‘[bedrijf]’ en een busje van Borent.nl te zien. Van deze tweede video is ook een afbeelding op de telefoon aangetroffen. Uit de metadata blijkt dat deze afbeelding ook op
30 april 2019 is gemaakt. [189] In de administratie van [verdachte] zijn huurcontracten / facturen aangetroffen van de huur van voertuigen. Daaruit blijkt dat [verdachte] op 29 april 2019 een Toyota Proace heeft gehuurd bij Bo-rent [plaats]. De maximale huurtermijn liep tot 30 april 2019 om 10.55 uur. [190]
Voorts zijn op de Samsung S9 van [verdachte] zes afbeeldingen van verschillende verpakkingen van elektrische tandenborstels van het type Oral-B Genius aangetroffen. Op een aantal van deze afbeeldingen is te zien dat de verpakkingen op een stapel dozen staan. [191]
2.3.5.2.2 [medeverdachte 3]
Uit de vaststaande feiten is gebleken dat de eerste order van € 10.670,00 op 6 mei 2019 is betaald aan [bedrijf] vanaf de Belgische bankrekening op naam van [bedrijf] [rekeningnummer]. Deze transactie was mogelijk door een overboeking op dezelfde dag van € 11.100,00 vanaf de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf]. [192] Zoals hiervoor reeds is vastgesteld, is [bedrijf] de eenmanszaak van [medeverdachte 3].
De woning van [medeverdachte 3] op de [adres] in [woonplaats] is op 30 juli 2020 doorzocht. Tussen de in beslag genomen administratie zaten vrachtbrieven van [bedrijf] aan [bedrijf]. Op één daarvan is de datum van ontvangst 9 mei 2019. [bedrijf] staat als afzender van de goederen vermeld en in het vak voor de ontvanger staat een stempel van [bedrijf] met het adres [adres]. Met betrekking tot de waarde van de goederen is een bedrag van € 18.369,10 vermeld. Als omschrijving van de goederen staan 190 stuks Oral-B Genius beschreven. Uit de vrachtbrief volgt dat [bedrijf] de goederen heeft opgehaald en heeft vervoerd. [193] Dit komt overeen met de bestelling van 8 mei 2019. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast deze vrachtbrieven behoren bij de bestelling bij [bedrijf] door [bedrijf] van 8 mei 2019.
Voorts is de iPhone 8 Plus van [medeverdachte 3] in beslag genomen en onderzocht door de politie. Hieruit blijkt dat [medeverdachte 3] een gesprek heeft via Whatsapp met het account ‘[telefoonnummer]@s.whatsapp.net [accountnaam]’ (hierna: ‘[accountnaam]’). [medeverdachte 3] heeft op 14 mei 2019 om 11:27 uur naar [accountnaam] gestuurd:
“Heb wel oral b voor je”. Verder heeft [medeverdachte 3] om 12:12 uur een screenshot van berichten van [accountnaam] ([medeverdachte 1]) naar ‘[accountnaam]’ verzonden waarop te lezen is
: “in principe is alles verkocht bro”en
“als er iets over blijft laat ik je weten”. Vervolgens heeft [medeverdachte 3] om 12:16 uur naar ‘[accountnaam]’ gestuurd:
“Ma je mag wel gelijk verwijder e”en
“Ik wou alleen laten zien anders dacht je dat ik jou flash”. [194] De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat [medeverdachte 3] kort na de levering van de goederen door [bedrijf] producten van Oral-B aanbood en een bericht deelde waaruit blijkt dat het daarbij om tandenborstels ging en dat die verkocht waren. Verder is bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] op de [adres] in [woonplaats] een vrachtbrief aangetroffen, waaruit blijkt dat [medeverdachte 3] namens [bedrijf] op 15 mei 2019 twintig pakketten met tandenborstels heeft verzonden via UPS. De pakketten hebben een totaal gewicht van 126 kilogram. Deze tandenborstels zijn verzonden naar het bedrijf [bedrijf] aan [naam], [adres] Wenen in Oostenrijk. [195]
2.3.5.2.3 [medeverdachte 1]
Op verschillende gegevensdragers zijn bewijsmiddelen aangetroffen die duiden op betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij de oplichting van [bedrijf]. Zo is op de iPhone XS met de naam ‘iPhone van [medeverdachte 1]’ (beslagcode [IBN-code]) van [medeverdachte 1] een screenshot aangetroffen van een chat tussen ‘[accountnaam]’ en ’[accountnaam]’ op 22 mei 2019. De chat verloopt als volgt:
[accountnaam]:
“Hey [medeverdachte 1], heb je kunnen nakijken wat je kan missen voor het tennistoernooi? Grts [accountnaam]”
[accountnaam]:
“Hi [accountnaam] ik zal 3x oral B electrische tandenborstel doneren ter waarde van 120€ per stuk mvg [medeverdachte 1]”
Na het hiervoor genoemde bericht heeft ‘[accountnaam]’ een screenshot met daarop een foto gestuurd waarop de tekst ‘Bol.com’ en ‘Oral-B Genius tandenborstel’ te zien is. Daarna gaat de chat verder:
[accountnaam]:
“nemen we met veel plezier aan. Ik bel je morgen even voor verder af te spreken. Thx [accountnaam]”
Op 28 mei 2019 wordt het volgende bericht in de chat gestuurd:
[accountnaam]:
“ik heb ze thuis liggenik ben vanavond sws thuis.” [196]
In de woning van [medeverdachte 1] is een USB-stick aangetroffen met de naam Silicon Power. Daarop is een document met de naam ‘BE 390k zelfde holding [bedrijf]’ aangetroffen. Dit betreft een creditsafe van [bedrijf] met registratienummer: 437771292, credit limit 390.000 euro, safe nummer: BE00215379 en het adres [adres], [adres] België. Het document is gedateerd op 15 januari 2019 om 19:09 uur. Volgens de politie is dit een document dat is opgevraagd ter controle van de kredietwaardigheid van een bedrijf, teneinde de gegevens van dit bedrijf te gebruiken voor de inrichting en uitstraling van het imitatiebedrijf. [197]
Verder is in de MacBook Pro (beslagcode [IBN-code]) van [medeverdachte 1] een document van de Belgische bank Nagelmackers aangetroffen. In het document zijn details van een overschrijving van bankrekening [rekeningnummer] ten name van [bedrijf] beschreven. Het betreft een overboeking op 29 april 2019 van een bedrag van € 22.050,00 van opdrachtgever [bedrijf] naar een Italiaanse bankrekening. Daarnaast werd in dezelfde MacBook Pro een Skype-ID aangetroffen van marcel@[bedrijf].be. Bij de oplichting van [bedrijf] heeft het imitatiebedrijf [bedrijf] gebruikgemaakt van het e-mailadres [e-mailadres]. Dit betreft dus dezelfde domeinnaam die is aangetroffen in de MacBook Pro van [medeverdachte 1]. Ook werd in de geschiedenis van de browser van de MacBook Pro de website https://[bedrijf].be/ aangetroffen. [198]
Daarnaast is een screenshot van een Wickr-chat tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ ([verdachte]) aangetroffen in de Samsung S9 van [verdachte]. [accountnaam] ([medeverdachte 1]) schrijft dat [accountnaam] ([verdachte]) de tandenborstels eruit moet halen en twee losse erin moet doen. Verder vraagt [accountnaam] ([medeverdachte 1]) naar de afmetingen en het aantal dozen, waarop [accountnaam] ([verdachte]) antwoordt dat het om dertien dozen gaat en dat hij de afmetingen zal doorgeven. [199]
2.3.5.3
Oplichting
In het contact met [bedrijf] zijn de gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf] gebruikt. Verder werd gebruik gemaakt van de fictieve naam [naam] van [bedrijf] en zijn vervalste gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf] verstrekt aan [bedrijf]. Dit maakte dat [bedrijf] ervan uitging dat zij handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf] Er is een vertrouwensaankoop gedaan, in de vorm van een eerste bestelling die is betaald van een Belgische bankrekening van een bedrijf [bedrijf] dat een handelsnaam voerde die sterk leek op de naam van het bonafide bedrijf. Die aankoop sterkte [bedrijf] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf. Bij de bestellingen van 8 en 10 mei 2019, waarvoor geen betaling volgde, werd gebruikgemaakt van de naam en het adres van het bonafide bedrijf [bedrijf] Het adres waar de leveringen moesten plaatsvinden betrof echter een adres in Suarlée dat niet aan het bonafide bedrijf toebehoort. Daarnaast werden een website en e-mailadressen genoemd die niet aan het bonafide bedrijf [bedrijf] toebehoren. De vrachtbrief van de bestelling van 8 mei 2019 werd voorzien van een stempel met de naam van het bonafide bedrijf [bedrijf] en vervalste gegevens. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake is van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens ten opzichte van [bedrijf]. Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen, waardoor [bedrijf] is bewogen tot afgifte van vierhonderd Oral-B Genius tandenborstels. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.
2.3.5.4
Medeplegen
De rechtbank is op basis van de weergegeven bewijsmiddelen van oordeel dat [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] als medepleger bij de oplichting van [bedrijf] betrokken waren.
[verdachte] komt bij de oplichting van [bedrijf] duidelijk in beeld. Hij heeft de goederen horend bij de vertrouwensaankoop afgehaald. Zijn betrokkenheid bij de daarop volgende bestellingen blijkt uit het feit dat de leveringsbonnen (‘delivery notes’) daarvan in zijn administratie zijn aangetroffen. Daarnaast blijkt [verdachte] ook de beschikking te hebben gehad over de goederen die uit de oplichting zijn verkregen. Op zijn telefoon zijn afbeeldingen van verpakkingen van verschillende Oral-B tandenborstels aangetroffen. Via Wickr heeft hij met [medeverdachte 1] contact gehad over het herverpakken van dozen met tandenborstels. Tot slot worden via Skype door “[bedrijf] [verdachte] ” Oral-B Genius tandenborstels aangeboden die qua modelnaam overeenkomen met de uit de oplichting van [bedrijf] verkregen goederen. Verder stond een afbeelding op zijn telefoon van een document waarin ‘stempels’ worden beschreven. De in die afbeelding beschreven stempel van het imitatiebedrijf is op een vrachtbrief van de bestelling van 8 mei 2019 aangetroffen. Tot slot zijn videobestanden op zijn telefoon aangetroffen die zijn gemaakt van het adres waar het imitatiebedrijf was gevestigd.
[medeverdachte 3] heeft door een overboeking van de bankrekening van de eenmanszaak op zijn naam naar de bankrekening van [bedrijf], de vertrouwensaankoop mogelijk gemaakt. Daarnaast is in zijn woning een vrachtbrief van één van de niet betaalde bestellingen van tandenborstels aangetroffen. Uit het bezit van die vrachtbrief leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 3] die bestelling heeft opgehaald. Op die vrachtbrief zijn een handtekening en stempel geplaatst namens het imitatiebedrijf [bedrijf] De rechtbank gaat ervan uit dat [medeverdachte 3] die handtekening en stempel geplaatst heeft, omdat niet is gebleken dat de bestelling door meerdere personen is opgehaald. Hij heeft zich daarmee uitgegeven als representant van het bonafide bedrijf [bedrijf] , een bedrijf waarmee hij geen enkele binding heeft. Verder heeft [medeverdachte 3], in een chat die enkele dagen na de oplichting plaatsvindt met ‘[accountnaam]’, aangegeven dat hij op dat moment beschikt over Oral-B goederen. Uit de verdere berichten die [medeverdachte 3] met ‘[accountnaam]’ wisselt, blijkt bovendien dat hij wist dat de Oral-B tandenborstels die hij aanbood geen legale herkomst hadden. [medeverdachte 3] verzocht ‘[accountnaam]’ immers om de berichten over het aanbod van tandenborstels direct te verwijderen.
Zoals de rechtbank in de inleidende overwegingen al heeft vastgesteld, blijkt uit de bewijsmiddelen dat [medeverdachte 1] met gebruikmaking van de valse naam [naam] contact heeft gelegd met [bedrijf]. Verder had hij op zijn gegevensdragers aan [bedrijf] te relateren informatie staan. Op de USB-stick van [medeverdachte 1] is een check van de kredietwaardigheid van het daadwerkelijk bestaande bedrijf [bedrijf] aangetroffen. Korte tijd later wordt de handelsnaam [bedrijf] in gebruik genomen en weer enige tijd later – maar voorafgaand aan de oplichting van [bedrijf] – wordt een bankrekening geopend op naam van het bedrijf [bedrijf]. Vanaf die bankrekening wordt de vertrouwensaankoop betaald. In de MacBook Pro van [medeverdachte 1] is een afbeelding van een overboeking van [bedrijf] naar een Italiaanse bankrekening aangetroffen en een Skype-ID waarbij gebruik is gemaakt van de domeinnaam [bedrijf].be, die ook bij de oplichting is gebruikt. Uit de berichten die op zijn telefoon zijn aangetroffen blijkt dat [medeverdachte 1] kort na de oplichting kennelijk de beschikking had over Oral-B tandenborstels, omdat hij die aanbiedt voor een tennistoernooi.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] ieder een significante en wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan de oplichting van [bedrijf] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt. [medeverdachte 1] was betrokken bij de oprichting van het imitatiebedrijf [bedrijf], bij het directe contact met [bedrijf] en bij betalingen die door het imitatiebedrijf werden verricht. [verdachte] en [medeverdachte 3] waren het gezicht van [bedrijf] voor [bedrijf]. Zij hebben goederen opgehaald en zich uitgegeven als vertegenwoordigers van [bedrijf] , een bedrijf waarmee zij geen band hadden. Verder volgt uit de bewijsmiddelen dat zij alledrie kort na de oplichting in bezit waren van de uit de oplichting verkregen tandenborstels.
De rechtbank concludeert dat het ten laste gelegde medeplegen van oplichting van [bedrijf] wettig en overtuigend bewezen kan worden.
2.3.6
Feit 7 – [bedrijf]
2.3.6.1
Vaststaande feiten
Op 5 juni 2019 heeft [bedrijf] (hierna: [bedrijf]) via Skype een verzoek gekregen van iemand die zich [naam] van [bedrijf] noemde om zaken te doen. [bedrijf] heeft deze persoon om de bedrijfsgegevens gevraagd, zodat ze het btw-nummer kon controleren. [naam] verstrekte de gegevens van [bedrijf] Vervolgens heeft [bedrijf] laten controleren op kredietwaardigheid. Op 7 juni 2019 zijn honderd bestelde JBL Extreem boxen geleverd. Het bedrag van € 13.300,00 werd betaald door middel van een overboeking vanaf het bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [bedrijf]. Een werknemer van [bedrijf] heeft een selfie gemaakt met de persoon die de goederen kwam afhalen namens [bedrijf] Hij heeft ook een foto gemaakt het identiteitsbewijs van deze persoon en een foto van de auto waarmee hij was. Op 12 juni kreeg [bedrijf] opnieuw een mail namens [bedrijf] Ze wilden nu vierhonderd JBL Extreem boxen ter waarde van € 53.200,00 kopen. Ook deze bestelling is door [bedrijf] betaald en de goederen zijn op 13 juni 2019 door dezelfde persoon opgehaald bij [bedrijf]. Op 13 juni 2019 is direct opnieuw een bestelling geplaatst voor achthonderd speakers van het merk JBL, type Flip, ter waarde van € 45.770,00. Dezelfde chauffeur heeft de goederen de volgende dag opgehaald. De bestelling is niet betaald. Op 17 juni 2019 werd wederom een bestelling geplaatst door [bedrijf]. [bedrijf] wilde 342 speakers van het merk JBL kopen, type Extreem 2 / Puls 3 ter waarde van € 50.686,90. Dezelfde chauffeur haalde de goederen op 19 juni 2019 op. Deze bestelling werd echter ook niet betaald door [bedrijf]. [bedrijf] heeft in totaal schade voor een bedrag van € 96.456,90. Op 3 juli 2019 werd [bedrijf] telefonisch benaderd door [naam] die vertelde dat zijn gegevens en de gegevens van [bedrijf] waren gebruikt voor (
toevoeging rechtbank: het imitatiebedrijf) [bedrijf]. [200]
Bij de aangifte is een foto met daarop [verdachte] en een andere man gevoegd (de rechtbank begrijpt de in de aangifte genoemde selfie). [201] Ook zit bij de aangifte een foto van een identiteitsbewijs/verblijfsdocument op naam van [verdachte]. [202]
[bedrijf] heeft als enig aandeelhouder [naam] en is gevestigd op de [adres] in [plaats]. De website [bedrijf].nl en het e-mailadres info@[bedrijf].nl zijn niet in gebruik bij [bedrijf] [203]
Op een afdruk van de website van [bedrijf], die bij de aangifte is gevoegd, zijn de volgende gegevens te zien: het telefoonnummer [telefoonnummer], het e-mailadres info@[bedrijf].nl, het kantoor- en opslagadres [adres] [postcode] in [plaats] en vestigingsadres [adres] [postcode] [plaats]. [204] [bedrijf] heeft KvK-nummer [KVK-nummer], is één van de handelsnamen van de eenmanszaak op naam van [verdachte] en heeft de [adres] [postcode] [woonplaats] als bezoekadres. Het bedrijf is op 3 november 2017 ingeschreven bij de KvK en na een aantal eerdere naamswijzigingen is de naam op 19 april 2019 gewijzigd naar [bedrijf]. Deze wijziging is per brief bevestigd aan [bedrijf] op het vestigingsadres van [bedrijf], namelijk [adres] in [woonplaats]. [205]
Op 22 maart 2019 is op naam van [verdachte] de zakelijke rekening geopend met rekeningnummer [rekeningnummer] die werd gebruikt voor eenmanszaak [bedrijf]. [206]
2.3.6.2
Betrokkenheid verdachten
2.3.6.2.1 [verdachte]
heeft ter terechtzitting verklaard dat hij bij de KvK de bezigheden en de naam van zijn zaak heeft gewijzigd. [207]
Verbalisanten hebben op 12 november 2019 de eigenaar van het pand aan de [adres] in [plaats] bezocht, de heer [naam]. Hij verhuurde dat pand. De huurder had drie jongens in dienst, die bij de loods kwamen. Verbalisanten tonen een foto van [verdachte], die door [naam] wordt herkend als één van de jongens die bij de loods kwam. [naam] heeft verklaard dat [verdachte] bij de loods heeft geschilderd en dat er een bord van [bedrijf] hing. [208] [verdachte] heeft verklaard dat [bedrijf] een bedrijfspand had in [plaats] en dat daar spullen konden worden gelegd. Verder heeft [verdachte] verklaard dat hij een paar keer in [plaats] is geweest en dat hij de eigenaar van het pand heeft leren kennen. Ook heeft hij het pand ingericht. Hij heeft bevestigd dat er een bord van [bedrijf] hing. [209]
Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] is administratie in beslag genomen. Daarin werden van de bestellingen op 7, 12, 13 en 17 juni 2019 telkens afleveringsbonnen en vrachtbrieven aangetroffen. Daaruit volgt dat goederen telkens in Dortmund zijn opgehaald namens [bedrijf] [210] Uit de vaststaande feiten volgt dat de goederen telkens zijn opgehaald door [verdachte].
Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] is in zijn slaapkamer een ING-bankpas op naam van ‘[bedrijf] [verdachte] ’ met het bankrekeningnummer [rekeningnummer] aangetroffen. [211] Voor deze rekening is slechts één betaalpas afgegeven. [212] Tevens is een A4 document van de ING-bank gericht aan [bedrijf] aangetroffen met daarop de tekst ‘Een nieuwe Betaalpas’. Tussen de administratie op de slaapkamer van [verdachte] zat ook een brief van de ING-bank met als onderwerp ‘beëindiging bankrelatie’, gedateerd op 24 juli 2019. Op de slaapkamer zijn ook bankafschriften van de hiervoor genoemde bankrekening aangetroffen. [213]
Uit de vaststaande feiten is reeds gebleken dat de eerste order honderd stuks JBL Extreem boxen betrof. Op 6 juni 2019 is een bedrag van € 13.300,00 overgeboekt vanaf het bankrekeningnummer [rekeningnummer] van [bedrijf] naar de bankrekening [rekeningnummer] ten name van [bedrijf]. Deze overboeking was mogelijk door bijschrijvingen van € 10.000,00 en € 3.300,00 vanaf de bankrekening [rekeningnummer] ten name van [verdachte] handelend onder [bedrijf]. Op 12 juni werd een tweede bestelling gedaan van vierhonderd JBL Extreem boxen en op 17 juni 2019 werd het daarbij horende bedrag wederom overgeboekt vanaf het bankrekeningnummer [rekeningnummer] van [bedrijf] naar de bankrekening [rekeningnummer] ten name van [bedrijf]. Deze overboeking was mogelijk door bijschrijvingen van € 800,00 vanaf rekening
[rekeningnummer] t.[bedrijf] [verdachte] h/o [bedrijf] en € 52.000,00 vanaf rekening
[rekeningnummer] t.[bedrijf] [verdachte] h/o [bedrijf]. [214]
2.3.6.2.2 [medeverdachte 1]
Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] zijn op verschillende gegevensdragers bewijsmiddelen aangetroffen die duiden op een betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij het imitatiebedrijf [bedrijf] en de oplichting van [bedrijf] in het bijzonder.
Op de USB-stick Silicon Power zijn documenten aangetroffen met de naam “[bedrijf]”. Het gaat om documenten die zijn aangemaakt op 18 november 2018. Dat betreffen bestanden met de namen:
“NL krediet 2 [bedrijf].pdf
kvk [bedrijf].pdf
[bedrijf] krediet.pdf
kvk [bedrijf].pdf”
Het bestand kvk [bedrijf].pdf bevat een KvK-uittreksel van het daadwerkelijk bestaande bedrijf [bedrijf] met het officiële vestigingsadres, de bestuurder en eigenaar. In een map verwijderde bestanden op de USB-stick is een op 4 juni 2019 aangemaakt bestand te vinden dat een KvK-uittreksel betreft van het kredietwaardige bedrijf, aangevuld met gegevens van het imitatiebedrijf. De daadwerkelijke gegevens van het bestaande bedrijf [bedrijf] zijn daarbij deels verwijderd. Als postadres is toegevoegd de [adres] in [plaats] en het e-mailadres is gewijzigd in info@[bedrijf].nl.
Daarnaast zijn tussen de verwijderde bestanden op de USB-stick orders van [bedrijf] aangetroffen met daarop als koper ‘[naam]’ en als bezorgadres ‘[adres] [plaats]’. Het eerste orderbestand is aangemaakt op 6 juni 2019 en betreft honderd stuks ‘JBL Xtreme BT Red’ ter waarde van € 13.300,00. Het tweede en derde orderbestand bevat dezelfde gegevens van de koper. Het tweede orderbestand is aangemaakt op 12 juni 2019 en betreft vierhonderd stuks ‘JBL Xtreme BT Red’ ter waarde van € 53.200,00. Het derde orderbestand is aangemaakt op 13 juni 2019 en betreft vijfhonderd stuks ‘JBL Flip 4 Black’, honderd stuks ‘JBL Flip 4 Teal’, honderd stuks ‘JBL Flip 4 Blue’ en honderd stuks ‘JBL Flip 4 White’ ter waarde van in totaal € 45.770,00
Voorts is op de USB-stick een videobestand aangetroffen dat betrekking heeft op een loods aan de [adres] te [plaats]. Op die beelden is aan de weg een reclamebord met daarop de naam ‘[bedrijf]’ te zien. De oprit en locatie die te zien zijn op de video komen overeen met de [adres] te [plaats] zoals te zien is op Google Maps. [215] Verder hebben de verbalisanten ook een reclamebord met daarop ‘[bedrijf]’ gezien toen zij op de [adres] in [plaats] waren. [216]
Tot slot is op de USB-stick een videobestand aangetroffen dat is aangemaakt op 26 juni 2019waarop een grote partij dozen in een loods te zien is. Op de dozen staat schuingedrukt ‘JBL’ en op één van de JBL-dozen zat een wit vel papier geplakt met daarop de handgeschreven tekst ‘[bedrijf]’. [217]
2.3.6.3
Oplichting
Bij de oplichting van [bedrijf] zijn de gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf] gebruikt. In het contact met [bedrijf] werd gebruikgemaakt van de fictieve naam [naam] van [bedrijf] Ook zijn vervalste gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf] verstrekt aan [bedrijf]. Daarbij heeft [verdachte] de handelsnaam [bedrijf] toegevoegd aan zijn eenmanszaak en een zakelijke rekening geopend voor die eenmanszaak [bedrijf]. Die bankrekening werd gebruikt bij de vertrouwensaankopen. Dit maakte dat [bedrijf] ervan uit ging dat zij handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf] Er zijn vertrouwensaankopen gedaan, in de vorm van twee bestellingen die zijn betaald. Die aankopen sterkten [bedrijf] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf. Bij de bestellingen van 13 en 17 juni 2019, waarna geen betaling volgde, werd gebruikgemaakt van de naam en het adres van het daadwerkelijk bestaande bedrijf [bedrijf] Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake is van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens ten opzichte van [bedrijf]. Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven geroepen, waardoor [bedrijf] is bewogen tot afgifte van 1.142 speakers van het merk JBL. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.
2.3.6.4
Medeplegen
De rechtbank is op basis van de weergegeven bewijsmiddelen van oordeel [verdachte] en [medeverdachte 1] als medepleger bij de oplichting van [bedrijf] betrokken waren. Van enige betrokkenheid van [medeverdachte 3] bij de oplichting van [bedrijf] blijkt uit de weergegeven bewijsmiddelen niet.
[verdachte] komt ook bij de oplichting van [bedrijf] duidelijk in beeld. Het imitatiebedrijf [bedrijf] is één van de handelsnamen van de eenmanszaak op naam van [verdachte]. Hij heeft bij de KvK deze handelsnaam zelf toegevoegd aan zijn eenmanszaak en hij is betrokken geweest bij de inrichting van het pand van [bedrijf] aan de [adres] in [plaats]. Hij heeft blijkens de verklaring van de aangever en de bij hem aangetroffen vrachtbrieven en afleveringsbonnen ook telkens de goederen afgehaald die besteld werden, zowel voor de twee vertrouwensaankopen als voor de bestellingen waarvoor niet betaald werd. Hij heeft zich daarbij voorgedaan als vertegenwoordiger van het bonafide bedrijf [bedrijf] , een bedrijf waarmee hij geen band had. [verdachte] was voor [bedrijf] het gezicht van [bedrijf] Verder heeft [verdachte] de enige betaalpas van de bankrekening van [bedrijf] voorhanden gehad. Via deze bankrekening zijn de vertrouwensaankopen betaald. Voorts werd de bankrekening van [bedrijf] voorafgaand aan de overboekingen naar [bedrijf] gevoed door bijschrijvingen vanaf andere bankrekeningen op naam van [verdachte].
Zoals de rechtbank in de inleidende overwegingen heeft vastgesteld, heeft [medeverdachte 1] onder de valse naam [naam] contact gelegd met [bedrijf]. Verder komt [medeverdachte 1] in beeld bij de oplichting van [bedrijf] via de informatie die is aangetroffen op de USB-stick Silicon Power die in zijn woning is aangetroffen. Daarop stonden echte en vervalste KvK-uittreksels van [bedrijf] Daarnaast stonden er beeldopnames op van de buitenkant van de loods in [plaats] die werd gebruikt door het imitatiebedrijf [bedrijf], alsook een videobestand waarop een grote partij dozen is te zien met daarop ‘JBL’ en een wit vel papier met daarop de handgeschreven tekst ‘[bedrijf]’. Verder zijn op de USB-stick twee orders van de vertrouwensaankopen en één order horend bij de niet betaalde goederen aangetroffen. De rechtbank concludeert hieruit dat [medeverdachte 1] betrokken was bij de oprichting van het imitatiebedrijf [bedrijf] en bij de bij [bedrijf] geplaatste bestellingen. Bovendien blijkt uit het videobestand met daarop de JBL dozen dat [medeverdachte 1] en zijn handlangers kort na de oplichting van [bedrijf] de beschikking hadden over een grote hoeveelheid JBL-goederen.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 1] een wezenlijke en significante bijdrage hebben geleverd aan de oplichting van [bedrijf] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt.
De rechtbank concludeert dat het ten laste gelegde medeplegen van de oplichting van [bedrijf] wettig en overtuigend bewezen kan worden.
2.3.7
Feit 8 – [bedrijf]
2.3.7.1
Vaststaande feiten
[bedrijf] (hierna: [bedrijf]) heeft een e-mail gehad waarin zich een nieuwe klant heeft gemeld. Een medewerker van [bedrijf] heeft op 5 juni 2019 het eerste skypegesprek gevoerd met de nieuwe klant, die zich [naam] van het bedrijf [bedrijf] noemde. Hij gebruikte het Skype ID: live:[accountnaam]. [bedrijf] heeft met [naam] bedrijfsgegevens uitgewisseld om een bedrijfscheck te doen. [bedrijf] kreeg onder andere een uittreksel van de KvK en aan de hand van het KvK-nummer heeft [bedrijf] een creditcheck en bedrijfscheck laten uitvoeren. Daarna is [bedrijf] zaken gaan doen met [bedrijf]. De eerste order werd geplaatst op 8 juni 2019 en betrof 2.000 stuks Toshiba HDD Basics 2018 1 TB ter waarde van in totaal € 69.000,00. [naam] heeft aangegeven dat de chauffeur de goederen op de [adres] [postcode] in [plaats] moest afleveren. Na inspectie op de [adres] in [plaats] op 11 juni 2019 werd er middels bankrekeningnummer [rekeningnummer] € 69.000,00 op de bankrekening van [bedrijf] gestort, waarna de chauffeur de goederen heeft mee gegeven. Een week later kreeg [bedrijf] opnieuw een skypebericht van [naam]. Hij wilde graag 3.000 stuks Toshiba HDD Basics 2018 1 TB ter waarde van € 104.100,00 kopen en hij wilde betalen na de levering. [bedrijf] is akkoord gegaan met het verzoek van [naam], omdat bij de eerste deal geen problemen waren voorgevallen. De goederen zijn wederom verzonden naar de [adres] [postcode] in [plaats] en de levering is daar op 24 juni 2019 aangekomen. Het was de afspraak dat er de volgende dag betaald zou worden, maar er werd geen geld overgemaakt. [bedrijf] heeft op 26 en 27 juni 2019 [naam] benaderd met de vraag of hij wilde betalen en [naam] vertelde dat het geld was overgemaakt. [bedrijf] heeft echter sindsdien geen geld meer ontvangen. [218] Op de factuur van [bedrijf] van de 3.000 stuks Toshiba HDD Basics 2018 1 TB is als officeadres [adres] [postcode] in [plaats] vermeld en als afleveradres [adres] [postcode] in [plaats]. [219] Deze adressen zijn ook vermeld op de vrachtbrief. [220]
[naam] is de enig aandeelhouder van [bedrijf] Dat bedrijf is alleen gevestigd op de [adres] in [plaats]. Op het uittreksel van de KvK van [bedrijf] , dat door [naam] is verstrekt aan [bedrijf], staat echter als bezoekadres van het bedrijf de [adres] [postcode] in [plaats] en als postadres [adres] [postcode] in [plaats]. Als enig aandeelhouder en bestuurder staat [naam] vermeld. [221] Bij het uitwisselen van de bedrijfsgegevens heeft [bedrijf] een kopie van een Nederlandse identiteitskaart op naam van [naam] ontvangen. [222] De Koninklijke Marechaussee heeft na onderzoek geconcludeerd dat de afgebeelde identiteitskaart vals of vervalst is. [223]
2.3.7.2
De geldstroom
Uit het transactieoverzicht van de bankrekening [rekeningnummer] ten name van [bedrijf] blijkt dat op 11 juni 2019 een bedrag van € 69.000,00 wordt overgeboekt naar bankrekening [rekeningnummer] ten name van [bedrijf] met als omschrijving ‘2019500347’. Deze transactie werd mogelijk gemaakt door overboekingen van
- € 5.000,00 vanaf een bankrekening ten name van [verdachte] handelend onder [bedrijf] op
7 juni 2019,
- € 10.000,00 vanaf een bankrekening ten name van [verdachte] op 10 juni 2019,
- € 5.000,00 vanaf een bankrekening ten name van [verdachte] op 10 juni 2019,
- € 36.000,00 vanaf een bankrekening ten name van [verdachte] handelend onder [bedrijf] op
10 juni 2019, en
- € 4.000,00 vanaf rekening [rekeningnummer] ten name van [verdachte] handelend onder [bedrijf] op 10 juni 2019.
Ook werd er op 8 juni 2019 € 10.000,00 aan contant geld gestort op de bankrekening ten name van [verdachte] handelend onder [bedrijf]. [224]
2.3.7.3
Betrokkenheid
2.3.7.3.1 [verdachte]
De rechtbank verwijst voor de betrokkenheid van [verdachte] bij [bedrijf] en de middels dit imitatiebedrijf gepleegde oplichting naar wat zij hiervoor bij feit 7 heeft overwogen. Hieruit volgt ook de betrokkenheid van [verdachte] bij het bedrijf [bedrijf].
2.3.7.3.2 [medeverdachte 1]
De rechtbank verwijst voor de betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij [bedrijf], de middels dit imitatiebedrijf gepleegde oplichting en de relatie met de [adres] in [plaats] naar wat zij hiervoor bij feit 7 heeft overwogen.
Op de USB-stick Silicon Power is in de map verwijderde bestanden ten aanzien van [bedrijf] het een bestand aangetroffen dat is aangemaakt op 7 juni 2019. Dat betreft een order van [bedrijf] bij [bedrijf] met als koper [naam] en [adres] in [plaats] als bezorgadres. Daarbij werd het e-mailadres magazijn@[bedrijf].nl gebruikt. De order betrof ‘Toshiba Canvio 1TB HDTB410EK3AA 2000’ ter waarde van € 69.000,00. [225]
Daarnaast is een tweede order van [bedrijf] op die USB-stick aangetroffen. Dit document betreft een rekening van de tweede levering goederen van [bedrijf] aan [bedrijf] met als leveringsadres [bedrijf] [adres], [postcode] [plaats]. Het betreft ‘multimedia Toshiba HDD Basics 2018 1TB EU1 24.06.2019 Stk 104.100,00 HDTB410EK3AA’. Dit document is door de verbalisant vergeleken met de tweede rekening van de aangifte en de conclusie van de verbalisant is dat de documenten overeenkomen. [226]
Voorts is er op dezelfde USB-stick een videobestand aangetroffen met aanmaakdatum 26 juni 2019 waarop dozen Toshiba harde schijven, alle voorzien van het productnummer HDTB410EK3AA, en met verschillende serienummers te zien zijn. De serienummers die te zien zijn op één screenshot uit het videofragment, met daarop een vijftal serienummers, komen overeen met de met goederenbijlage van de eerste levering van [bedrijf]. Ook zijn serienummers van de eerste en tweede order van [bedrijf] aangetroffen in de map verwijderde bestanden. [227]
Op de Macbook Pro (beslagcode [IBN-code]) van [medeverdachte 1] is een mail aangetroffen van [naam]@[bedrijf].com naar verkoop@[bedrijf].com verzonden op 30 oktober 2019. In deze mail wordt ‘we want to buy’ geschreven en daarna wordt een aantal goederen genoemd waaronder ‘5000 Toshiba HDD 1 TB HDTB410EK3AA’. [228]
2.3.7.4
Oplichting
Voor de oplichting van [bedrijf] is het bonafide bedrijf [bedrijf] gebruikt. In het contact met [bedrijf] werd gebruikgemaakt van de fictieve naam [naam] van [bedrijf] en zijn vervalste gegevens van het bonafide bedrijf [bedrijf] verstrekt aan [bedrijf]. Dat betrof een vervalst KvK-uittreksel en een vervalst identiteitsdocument van de bestuurder van het bonafide bedrijf [bedrijf] Dit maakte dat [bedrijf] ervan uit ging dat zij handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf] Er is een vertrouwensaankoop gedaan, in de vorm van een bestelling die is betaald. Die aankoop sterkte [bedrijf] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf. Bij de bestelling die op 21 juni 2019 werd geleverd, waarna geen betaling volgde, werd opnieuw gebruikgemaakt van de naam en het adres van het bonafide bedrijf [bedrijf] Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens ten opzichte van [bedrijf]. Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven geroepen, waardoor [bedrijf] is bewogen tot afgifte van 3.000 harde schijven van het type Toshiba HDD Basics 2018 1 TB. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.
2.3.7.5
Medeplegen
De rechtbank is op basis van de weergegeven bewijsmiddelen van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 1] als medepleger bij de oplichtingen van [bedrijf] betrokken waren. Van enige betrokkenheid van [medeverdachte 3] bij de oplichting van [bedrijf] blijkt uit de weergegeven bewijsmiddelen niet.
[verdachte] komt bij de oplichting van [bedrijf] in beeld omdat [bedrijf] één van de handelsnamen is van de eenmanszaak op naam van [verdachte] en omdat hij deze handelsnaam bij de KvK zelf heeft toegevoegd. Verder is [verdachte] betrokken geweest bij de inrichting van het pand aan de [adres] in [plaats], waar de goederen zijn geleverd door [bedrijf]. Voorts is de vertrouwensaankoop overgeboekt van de bankrekening van [verdachte] handelend onder [bedrijf], van welke rekening hij de enige betaalpas voorhanden heeft gehad, en is de vertrouwensaankoop grotendeels mogelijk gemaakt door overboekingen van bankrekeningen van [verdachte] handelend onder zijn eigen naam of handelend onder handelsnamen van zijn eenmanszaak.
Zoals de rechtbank onder de inleidende overwegingen heeft vastgesteld, heeft [medeverdachte 1] onder de valse naam [naam] contact gelegd met [bedrijf]. Op grond van de op de USB-stick Silicon Power van [medeverdachte 1] aangetroffen documenten kan naar het oordeel van de rechtbank voorts worden aangenomen dat [medeverdachte 1] betrokken was bij het vervalsen van de KvK-inschrijving van het bonafide bedrijf [bedrijf] en bij de vertrouwensaankoop en de bestelling van de goederen die niet zijn betaald. Verder blijkt uit het op die USB-stick aangetroffen videobestand en het op de MacBook Pro aangetroffen mailbericht dat [medeverdachte 1] en zijn handlangers kort na de oplichting de beschikking hadden over een grote hoeveelheid harde schijven die van [bedrijf] afkomstig waren.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 1] een wezenlijke en significante bijdrage hebben aan de oplichting van [bedrijf] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt.
De rechtbank concludeert dat het ten laste gelegde medeplegen van oplichting van [bedrijf] wettig en overtuigend bewezen kan worden.
2.3.8
Feit 9 – [bedrijf]
2.3.8.1
Vaststaande feiten
[bedrijf] (hierna: [bedrijf]) heeft aangifte gedaan van oplichting. Aangever kwam via een tussenpersoon in contact met [naam] van [bedrijf]. Op 24 juni 2019 nam de tussenpersoon contact op met [bedrijf] met de vraag of [bedrijf] onder andere 500 stuks PS4 (
de rechtbank begrijpt: Playstation 4) Slim 500 GB wilde kopen. [bedrijf] was daarin geïnteresseerd en ontving het Skype ID van de verkoper: [accountnaam]. [bedrijf] had via Skype contact met [naam]. [naam] gaf een link van de website [bedrijf].nl. Het kwam tot een overeenkomst. [bedrijf] heeft het btw-nummer gecontroleerd van [bedrijf] op basis van de door [naam] gestuurde bedrijfsgegevens. Deze check was positief. Het beleid bij [bedrijf] is dat tien procent van het totaalbedrag vooraf wordt betaald en dat negentig procent na levering van de goederen wordt betaald. In eerste instantie betrof de order 200 stuks PS4, waarop [bedrijf] op 27 juni 2019 de tien procent van het totaalbedrag (betreffende € 3.000,00) overmaakte naar de bankrekening [rekeningnummer] ten name van [bedrijf]. Voordat [bedrijf] de goederen had ontvangen, heeft [bedrijf] gevraagd om de order te verhogen naar 450 stuks PS4. [bedrijf] ging hiermee akkoord. Per abuis is door [bedrijf] het volledige bedrag van € 88.650,00 overgemaakt naar [bedrijf] in plaats van de resterende tien procent (de rechtbank begrijpt:
90 procent) van het volledige bedrag. In totaal is er dus € 91.650,00 overgemaakt naar [bedrijf]. [229]
[naam] is de enige aandeelhouder van [bedrijf] Dat bedrijf is alleen gevestigd op de [adres] in [plaats]. [naam] heeft aan [bedrijf] echter een uittreksel van de KvK van [bedrijf] verstrekt met daarop het KvK-nummer [KVK-nummer], het bezoekadres [adres] [postcode] [plaats], het postadres [adres] [postcode] [plaats] en als enig aandeelhouder en bestuurder [naam]. [230] Op de factuur van [bedrijf] voor het bedrag van € 88.650,00 staat de naam van [naam] als verkoper genoemd, als rekeningnummer [rekeningnummer] en als e-mailadres: info@[bedrijf].nl. Daarnaast staat daarop het KvK-nummer alsmede het adres in [plaats] van [bedrijf] [231]
2.3.8.2
De geldstroom
Op 27 en 28 juni 2019 heeft [bedrijf] in totaal € 91.650,00 overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer] van [bedrijf]. Op 28 juni 2019 is vanaf die rekening een betaling verricht van € 30.987,00 naar Holland Gold met als omschrijving ‘Bestelling100025230’. Daarnaast is een bedrag van € 10.000,00 overgeboekt naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [verdachte] met als omschrijving ‘2301’. Dit bedrag wordt vervolgens op 28 en 29 juni 2019 bij de ABN Amro geldautomaat aan de [adres] te [woonplaats] contant opgenomen. Verder wordt € 5.000,00 overgeboekt naar de bankrekening op naam van [bedrijf] ([medeverdachte 3]) en € 5.000,00 contant opgenomen van de bankrekening van [bedrijf]. Op 28 juni 2019 wordt via de rekening [rekeningnummer] van [bedrijf] voor een bedrag van € 35.700,00 betaald bij [bedrijf]. Op 1 juli 2019 wordt € 2.000,00 opgenomen bij de ABN Amro geldautomaat aan de [adres] te [woonplaats]. [232]
De betaling aan Holland Gold is voorafgegaan door een bestelling via de website Holland Gold van één baar goud Umicore à 250 gram, één goudbaar Heraeus à 250 gram, één goudbaar Heraeus à 100 gram en vijf troy ounce gouden munten voor in totaal € 30.987,00. Daarbij zijn de gegevens ‘info@[bedrijf].nl’ en ‘[verdachte] , [adres] [postcode] [woonplaats]’ gebruikt. Op 29 juni 2019 werd het pakket afgeleverd aan de [adres] [postcode] in [woonplaats] aan [verdachte] (
de rechtbank begrijpt: [verdachte]) en is getekend voor ontvangst. [233] [verdachte] heeft verklaard dat hij de bestelling van Holland Gold thuis in ontvangst heeft genomen. [234]
Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] is een visitekaartje van [bedrijf] aangetroffen. [235] [verdachte] heeft verklaard dat hij op verzoek een Rolex met een zwarte wijzerplaat met diamantjes op de zijkanten heeft afgehaald bij een juwelier in Duitsland en dat hij de betaling heeft verricht door het pinnen van € 36.000,00 bij de juwelier. [236]
Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] werd in de slaapkamer het volgende aangetroffen:
  • een Rolex horloge serienummer [serienummer] en een certificaat;
  • een Duitse “Schmuckpass” van [bedrijf] voor een Rolex horloge, ‘Armbanduhr [serienummer] Day-Date’ met daarop een afbeelding van een goudkleurig Rolex horloge met donkere wijzerplaat;
  • een Duitse kwitantie van [bedrijf], gedateerd op 28 juni 2019 om 15:56 uur, voor een Rolex Day-Date horloge, serienummer [serienummer], Goldband, voor een bedrag van € 35.700,00;
  • een kassabon van [bedrijf], Neumarkt 10 Wuppertal, gedateerd op 28 juni 2019 om 15:48 uur, voor een betaling van € 35.700,00 per Maestro card.
Onderaan de kassabon staat de tekst ‘ Betaling akkoord’ en daaruit blijkt volgens de politie dat met een Nederlandse bankkaart is betaald.
Verder zijn op de iPhone XS (beslagcode [IBN-code]) van [medeverdachte 1] drie foto’s aangetroffen die zijn gemaakt op 28 juni 2019 om 20:42 uur van een soortgelijk goudkleurig Rolex horloge, type Day-Date, met een donkere wijzerplaat die om een pols van persoon zit. Eveneens is een afbeelding aangetroffen die is gemaakt op 24 augustus 2019 waarop één goudbaar Umicore 250 gram, één goudbaar Heraeus 250 gram, één goudbaar Heraeus 100 gram en vijf gouden munten te zien zijn. [237]
2.3.8.3
Betrokkenheid van [verdachte] en [medeverdachte 1]
De rechtbank verwijst voor de betrokkenheid van [verdachte] en [medeverdachte 1] bij [bedrijf] en de middels dit imitatiebedrijf gepleegde oplichtingen, het gebruik van de naam [naam], het gebruikte e-mailadres magazijn@[bedrijf].nl en de relatie met de [adres] in [plaats] naar hetgeen zij hiervoor bij de feiten 7 en 8 heeft overwogen, alsook naar wat zij hiervoor onder ‘de geldstroom’ heeft opgenomen.
2.3.8.4
Oplichting
Voor de oplichting van [bedrijf] is het bonafide bedrijf [bedrijf] gebruikt. In het contact met [bedrijf] werd gebruikgemaakt van de fictieve naam [naam] van [bedrijf] [naam] gaf het btw-nummer van het bonafide bedrijf [bedrijf] Daarnaast is een bankrekening gebruikt die op naam stond van [bedrijf]. Dit alles maakte dat [bedrijf] ervan uitging dat zij handelde met het bonafide bedrijf [bedrijf] De positieve uitkomst van de checks van de bedrijfsgegevens van [bedrijf] sterkte [bedrijf] in het vertrouwen dat zij handelde met een bonafide bedrijf. Op de factuur van 27 juni 2019 van [bedrijf] staan als verkoper [naam], als mailadres info@[bedrijf].nl en als KvK-nummer het KvK-nummer van het bonafide bedrijf [bedrijf] vermeld. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, sprake van oplichting door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels bestaande uit een opeenstapeling van leugens ten opzichte van [bedrijf]. Hierdoor is een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen, waardoor [bedrijf] is bewogen tot afgifte van een geldbedrag van € 91.650,00. Uit het gebruik van deze verschillende oplichtingsmiddelen volgt dat is gehandeld met het oogmerk om zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen.
Uit de weergegeven bewijsmiddelen, waaronder ook de bewijsmiddelen die zin op de uitgave van het door [bedrijf] betaalde geldbedrag, blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat [verdachte] en [medeverdachte 1] betrokken waren bij de oplichting van [bedrijf]. Op de vraag hoe hun rol geduid moet worden, zal de rechtbank hierna ingaan.
2.3.8.5
Medeplegen
De rechtbank is gelet op de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 1] als medeplegers bij de oplichting van [bedrijf] betrokken waren. Van enige betrokkenheid van [medeverdachte 3] bij de oplichting van [bedrijf] blijkt uit de weergegeven bewijsmiddelen niet.
Ook in dit geval heeft [medeverdachte 1] zich bediend van de valse naam [naam] en heeft hij onder die naam contact gelegd met [bedrijf]. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van wat is aangetroffen op de USB-stick Silicon Power van [medeverdachte 1] voorts worden aangenomen dat hij betrokken bij het vervalsen van de KvK-inschrijving van het bonafide bedrijf [bedrijf] Deze vervalste bedrijfsgegevens zijn aan [bedrijf] gestuurd voorafgaand aan de oplichting en wekten bij [bedrijf] het vertrouwen dat zij met een bonafide en kredietwaardige partij van doen had. [verdachte] heeft aan de valse hoedanigheid die jegens [bedrijf] werd aangenomen bijgedragen door het openen van een zakelijke rekening op naam van [bedrijf], een handelsnaam die hij heeft gekoppeld aan zijn eenmanszaak. Op die bankrekening heeft [bedrijf] het geld overgeboekt. Bovendien heeft [verdachte] het van [bedrijf] op zijn bankrekening ontvangen geld deels doorgestort en opgenomen. Van het restant van de opbrengst heeft hij goud en een Rolex gekocht. De Rolex is bij [medeverdachte 1] thuis aangetroffen. Op een telefoon van [medeverdachte 1] zijn foto’s van goudbaren en gouden munten aangetroffen die overeenkomen met het goud dat door [verdachte] is gekocht. De rechtbank concludeert hieruit dat [medeverdachte 1] [verdachte] de opdracht heeft gegeven om voor hem een Rolex en goud aan te schaffen van het geld dat is buitgemaakt bij de oplichting van [bedrijf]. Ook concludeert de rechtbank hieruit dat de opbrengst van de oplichting (voor een groot deel) aan [medeverdachte 1] toekwam. Ook dat duidt erop dat hij een prominente rol heeft gespeeld in die oplichting. Ook aan [verdachte] kwam kennelijk een substantieel deel van de opbrengst toe, wat wijst op een weliswaar minder grote, maar nog altijd belangrijke bijdrage aan de oplichting.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 1] een wezenlijke en significante bijdrage hebben geleverd aan de oplichting van [bedrijf] en dat zij daarbij, zo kan op basis van de weergegeven bewijsmiddelen worden verondersteld, nauw en bewust hebben samengewerkt.
De rechtbank concludeert dat het ten laste gelegde medeplegen van de oplichting van [bedrijf] wettig en overtuigend bewezen kan worden.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de feiten 1, 2, 3, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 8 primair en 9 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij in
of omstreeksde periode van
29 april2020 tot en met 30 juli 2020 te [woonplaats]
en/of te [plaats]en/of elders in Nederland en
/ofte [plaats],
althansin België, samen met een ander
of anderen en/of alleen, opzettelijk
(een
) (grote
)hoeveelhe
(i
)d
(en
)bankbiljetten van
500 euro en/of 200 euro en/of 100 euro en/of50 euro en
/of20 euro en/of 10 euro en/of bankbiljetten van 20 (Amerikaanse) dollar en/of 50 (Amerikaanse) dollar, heeft nagemaakt
/ vervalst, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te (doen) geven;
2.
hij in of omstreeks de periode van
29 april2020 tot en met 30 juli 2020 te [woonplaats]
en/of te [plaats]en/of elders in Nederland en/of te [plaats],
althansin België samen met een ander of anderen
en/of alleen, opzettelijk
(een
) (grote
)hoeveelhe
(i
)d
(en
)bankbiljetten van
500 euro en/of 200 euro en/of 100 euro en/of50 euro en/of 20 euro en/of 10 euro en/of bankbiljetten van 20 (Amerikaanse) dollar en/of 50 (Amerikaanse) dollar, die verdachte en
/ofzijn mededaders zelf hebben nagemaakt
/ vervalstof waarvan de valsheid
of vervalsingverdachte en
/ofzijn mededaders, toen hij / zij die bankbiljetten ontving(en), bekend was, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te (doen) geven, zich heeft verschaft en
/ofin voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd
, ingevoerd, doorgevoerd en/of uitgevoerd;
3.
hij op
of omstreeks30 juli 2020 te [woonplaats] (in een woning aan de [adres]
), althans in Nederlandsamen met een ander
of anderen,
althans alleen,opzettelijk (onder meer) een (grote) hoeveelheid (valse) hologrammen en
/ofeen hoeveelheid (ongesneden) eurobiljetten en
/ofdollarbiljetten en
/of een of meerprinter
(s
)en
/ofeen papiersnijmachine en
/of een of meer(printer)cartridges en
/ofeen hoeveelheid (speciaal) printpapier,
heeft vervaardigd, ontvangen en/of zich heeft verschaft en/ofvoorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat deze bestemd
was /waren tot het namaken
/ vervalsenvan bankbiljetten;
4.
hij in de periode van september 2019 tot en met
november2019 te [woonplaats] en
/of te[plaats] en
/of te Arnhem en/of te[plaats] (B),
althans in Nederland en/of België en/of Oostenrijk,tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen, (telkens
)met het oogmerk om zich en
/of (een)ander
(en
)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf] ,
althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoonheeft bewogen tot afgifte van € 56.175,-,
althans enig geldbedrag,immers
heeft/hebben hij verdachte en zijn mededaders met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en
/oflistiglijk en
/ofbedrieglijk en
/ofin strijd met de waarheid
- een (imitatie)bedrijf te weten “[bedrijf]”, opgestart
en/of op laten startenen
/of
- een website
(www.[bedrijf].com
)gebouwd
en/of laten bouwen van het bedrijf en
/ofbedrijfsgegevens van het bestaande bedrijf [bedrijf] te [plaats]
(waaronder
)een uittreksel van de Kamer van Koophandel en
/ofeen brief van de Belastingdienst met BTW-nummer en
/ofkopieën van
(valse/vervalste
)identiteitsbewijzen van de directeuren en
/offormulieren met de bedrijfsnaam [bedrijf] en de bedrijfsgegevens van [bedrijf] , die de indruk moesten wekken dat [bedrijf] een bestaand
/legaalbedrijf betrof, aan [bedrijf] toegestuurd en
/of
-
(voorts
)daarbij gebruik gemaakt
/laten makenvan
(een
) vals(e)/vervalst
(e)formulier
enmet daarin o.a. vermeld het
kantooradres en/of leveradres [adres] te [plaats] en
/of
-
telefonisch en/ofvia email en
/ofvia Skype contact opgenomen
en/of laten opnemenen
/ofgehad
en/of laten hebbenmet [bedrijf] over een order
/bestellingvan 350 smartwatches van het merk Samsung
(R810
)bij [bedrijf] en zich hierbij voor te doen
en/of laten voordoenals bonafide vertegenwoordiger
/medewerker (onder de naam [naam]
)van het bedrijf [bedrijf] en
/of (vervolgens
)
- een factuur met foto' s van dichtgeplakte dozen met streepjescodes en beschrijving van de apparatuur aan [bedrijf] gestuurd
/laten sturen, waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf] , in de veronderstelling met een betrouwbare koper in zee te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
5.
hij in de periode van oktober 2019 tot en met december 2019 te [woonplaats] en
/of te[plaats] en
/of te Kerkrade, althans en/of elders in Nederland en/of te[plaats] (B)
althans in België, tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen, (telkens
)met het oogmerk om zich en
/of(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf]
althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoonheeft bewogen tot afgifte van 320 haardrogers van het merk Dyson (ter waarde van € 85.120,-),
althans enig goeden
/of[bedrijf] althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft bewogen tot afgifte van 171 smartwatches van het merk Samsung Galaxy (ter waarde van € 28.728,-),
althans enig goed,immers
heeft/hebben hij verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en
/oflistiglijk en
/ofbedrieglijk en
/ofin strijd met de waarheid
- zich voorgedaan als bonafide vertegenwoordiger
/medewerker (onder de naam [naam]
)van het bedrijf [bedrijf] en
/of (via Skype
)contact opgenomen
/laten opnemenmet de firma [bedrijf] en
/of
- daarbij gebruik gemaakt
/laten makenvan
(valse/vervalste
)kopieën van paspoorten
/ID-bewijzenvan personen werkzaam bij de bestaande firma [bedrijf] te [plaats] en
/of
-
(voorts
)daarbij gebruik gemaakt
/laten makenvan
(een)vals
(e
)/vervalst(e
)formulieren met daarin
(onder meer
)vermeld het leveradres [adres] te [plaats] en
/of
- om vertrouwen te wekken bij de firma [bedrijf] een eerste order, te weten een hoeveelheid GO Pro camera’s
(ter waarde van € 32.750,-
)besteld
/laten bestellenen betaald
/laten betalenen
/of
-
(vervolgens
)een tweede order van 320 haardrogers van het merk Dyson
(ter waarde van € 85.120,-
)en
/of171 Samsung Galaxy Smartwatches
(ter waarde van €28.728,-
)bij [bedrijf] en
/of[bedrijf] besteld
/laten bestellenen
/ofafgenomen
/laten afnemenwaardoor
(een)medewerker
(s
)van [bedrijf] en
/of[bedrijf] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf] en
/of[bedrijf] gelet op de bij [bedrijf] en
/of[bedrijf] bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf], met een betrouwbare koper in zee dacht
(en
)te zijn gegaan, werd
(en
)bewogen tot omschreven afgifte;
6.
hij in de periode van 19 maart 2019 tot en met 29 juni 2019
te [woonplaats] en Kusterdingen (D) en Moeskroen (B), althansin Nederland
en/of Duitslanden/of België, tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen, (telkens
)met het oogmerk om zich en
/of (een)ander
(en
)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf],
althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoonheeft bewogen tot afgifte van
(totaal
)400 elektrische tandenborstels van het merk Oral-B,
althans enig goed,immers
heeft/hebben hij verdachte en
/ofzijn mededaders met voren omschreven oogmerk – zakelijk
eweergegeven - valselijk en
/oflistiglijk en
/ofbedrieglijk en
/ofin strijd met de waarheid
- een
(imitatie
)bedrijf te weten [bedrijf] , opgestart
en/of op laten startenen
/of
- een website
(www.[bedrijf].be
)gebouwd
en/of laten bouwen van het bedrijf [bedrijf] , waarop
(onder meer
)de inschrijving in de
(Belgische
)Kamer van Koophandel te zien was en
/ofandere bedrijfsgegevens
(van
(het bestaande bedrijf
)[bedrijf] , [adres], [adres], België
)die de indruk moesten wekken dat [bedrijf] een bestaand
/legaalbedrijf betrof en
/of-
telefonisch en/ofvia email
en/of via Skypecontact opgenomen
en/of laten opnemen en/of gehad en/of laten hebbenmet [bedrijf] en zich
(vervolgens
)voorgedaan
en/of laten voordoenals bonafide vertegenwoordiger
/medewerkervan het bedrijf [bedrijf] en
/of (vervolgens
)- om vertrouwen te wekken bij [bedrijf] een eerste order elektrische tandenborstels van het merk Oral-B besteld
/laten bestellenen betaald
/laten betalenen
/of
-
(vervolgens
)een tweede en derde order elektrische tandenborstels van het merk Oral-B bij [bedrijf] besteld
en/of laten bestellenen
/ofafgenomen
en/of laten afnemenwaardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf] gelet op de bij [bedrijf] bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf] met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
7.
hij in de periode van 5 juni 2019 tot en met 19 juni 2019 te [woonplaats] en
/ofte Dortmund (D),
althans in Nederland en/of Duitsland,tezamen en in vereniging met een ander
of anderen,
althans alleen,
(telkens
)met het oogmerk om zich en
/of (een
)ander
(en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf],
althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoonheeft bewogen tot afgifte van
(in totaal
)1142 speakers van het merk JBL,
althans enig goed, immers
heeft/hebben hij verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en
/oflistiglijk en
/ofbedrieglijk en
/ofin strijd met de waarheid
- een imitatiebedrijf, te weten [bedrijf], opgestart en
/of op laten starten en/ofingeschreven
en/of laten inschrijvenin de Kamer van Koophandel
(en daarbij gebruikmakend van gegevens van het bestaande bedrijf [bedrijf] gevestigd op het adres [adres] te [postcode] [plaats]
)en
/of
- een website gebouwd
en/of laten bouwen van het bedrijf [bedrijf], waarop
(onder meer) de inschrijving in de Kamer van Koophandel te zien
is/was en
/ofandere bedrijfsgegevens die de indruk moesten wekken dat het hier om een bestaand
/legaalbedrijf ging en
/of
- zich
(vervolgens
)voorgedaan
en/of laten voordoen als bonafide vertegenwoordiger
/medewerkervan het bedrijf [bedrijf] en
/of
-
(telefonisch)contact opgenomen
en/of laten opnemenmet [bedrijf] en
/of
- zich
(daarbij
)voorgedaan als zijnde
de/een medewerker van het bedrijf [bedrijf]
en/ofals bonafide en
/ofbetalende klant en
/of
- om vertrouwen te wekken bij [bedrijf]
een eersteorder
sspeakers van het merk JBL besteld en betaald en
/of
-
(vervolgens
)een twee
de en derdeorder
sspeakers van het merk JBL bij [bedrijf] besteld
en/of laten bestellenen
/ofafgenomen
en/of laten afnemen
waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf] door de betaling van de eerste order
sen de omstandigheid dat [bedrijf] en de bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf] met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
8.
hij in de periode van 5 juni 2019 tot en met 4 juli 2019 te [woonplaats],
althans in Nederland en/of Kirchheim (D) althans in Duitsland,tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen, (telkens
)met het oogmerk om zich en
/of (een
)ander
(en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf]
, althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoonheeft bewogen tot afgifte van 3000 stuks externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB, althans enig goed, immers
heeft/hebben hij verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en
/oflistiglijk en
/ofbedrieglijk en
/ofin strijd met de waarheid
- zich voorgedaan als bonafide vertegenwoordige
r/medewerker (onder de naam [naam]
)van het bedrijf [bedrijf] en
/of (via Skype
)contact opgenomen
/laten opnemenmet [bedrijf] en
/of
- daarbij gebruik gemaakt
/laten makenvan een
vals/vervalst uittreksel van de Kamer van Koophandel van het bedrijf [bedrijf] gevestigd op het adres [adres] te [postcode] [plaats] en aan de hand waarvan [bedrijf] een creditcheck heeft
uitgevoerd/laten
uitvoeren met het oog op de kredietwaardigheid en betrouwbaarheid en
/of
-
(voorts
)daarbij gebruik gemaakt
/laten makenvan
(een
)vals
(e
)/vervalst(e)formulieren met daarin o.a. vermeld het kantooradres (“office”) [bedrijf] en het leveradres (“Delivery address”) [adres] te [postcode] [plaats] en
/of
- om vertrouwen te wekken bij [bedrijf] een eerste order van 2000 stuks externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB ter waarde van € 69.000,- besteld
/laten bestellenen betaald
/laten betalenen
/of
-
(vervolgens
)een tweede order van 3000 stuks externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB ter waarde van € 104.100,- bij [bedrijf] besteld
/laten bestellenen
/ofafgenomen
/laten afnemenwaardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf] gelet op de bij [bedrijf] bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf] met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
9.
hij in de periode van 26 juni 2019 tot en met 29 juni 2019 te
Plzen (Tsjechië) en/of in[woonplaats]
en/of in [plaats] en/of in andere plaatsen in Nederland,tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen, (telkens
)met het oogmerk om zich en
/of (een
)ander
(en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf]
, althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoonheeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van € 88.650,- en een geldbedrag van € 3.000,-,
althans enig bedrag,immers
heeft/hebben hij verdachte en
/ofzijn mededader(s) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en
/oflistiglijk en
/ofbedrieglijk en
/ofin strijd met de waarheid
- een
(imitatie
)bedrijf, te weten [bedrijf], opgestart
en/of op laten startenen
/ofingeschreven
en/of laten inschrijvenin de Kamer van Koophandel (KVK nummer [KVK-nummer]) en
/ofdaarbij misbruik gemaakt van bedrijfsgegevens van het bedrijf [bedrijf] (met KVK nummer [KVK-nummer]) te [plaats] en
/of
- zich
(vervolgens
)voorgedaan als bonafide vertegenwoordiger
/medewerkeronder de naam [naam] van [bedrijf] en
/of (vervolgens
)via Skype
en/of email viaeen tussenpersoon contact
opgenomen/gelegd met voornoemde [bedrijf] en
/of
- aangegeven
/laten aangeveneen partij Playstation 4 te willen verkopen en te leveren na betaling van € 3.000,- en
/of€ 88.650
, althans enig geldbedrag (aanbetaling)door [bedrijf];
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
Het medeplegen van het namaken van bankbiljetten met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te (doen) geven.
feit 2:
Het medeplegen van het opzettelijk bankbiljetten, die verdachte en zijn mededaders zelf hebben nagemaakt of waarvan de valsheid verdachte en zijn mededaders, toen hij / zij die bankbiljetten ontving(en), bekend was, zich verschaffen, in voorraad hebben en vervoeren.
feit 3:
Het medeplegen van het voorhanden hebben van voorwerpen, wetende dat zij bestemd zijn tot het namaken van bankbiljetten.
feit 4 tot en met 9 (telkens):
medeplegen van oplichting.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

7.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat [verdachte] zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van
2 jaren en met aftrek van het voorarrest.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht aan [verdachte] een forse voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, om daarmee de ernst van de feiten te benadrukken en om een kader voor bijzondere voorwaarden te creëren. De reclassering is bij uitstek geschikt om [verdachte] te begeleiden bij het nastreven en behalen van maatschappelijk geaccepteerde doelen.
Naast een voorwaardelijke gevangenisstraf kan een taakstraf worden opgelegd, mogelijk van 360 of 480 uren. Hiertoe heeft de raadsman gewezen op een aantal onherstelbare vormverzuimen (waarover hierna meer) en andere omstandigheden die strafmatigend moeten werken. Kort gezegd, heeft de raadsman over die omstandigheden het volgende
aangevoerd.
[verdachte] is eigenlijk drie jaar jonger dan uit zijn papieren blijkt en ten tijde van het oudste feit op de tenlastelegging was hij dus in feite 18 jaar oud. Hierdoor was hij vatbaarder voor groepsdruk, beïnvloeding en het maken van impulsieve keuzes, zonder daarvan ten volle de impact te kunnen overzien. Hij had de rol van katvanger en er is gigantisch misbruik van hem
gemaakt.
Voorts moet de jeugd van [verdachte] in Irak gruwelijk zijn geweest en kampt hij met blijvende trauma’s. Hij heeft het advies van de reclassering ter harte genomen en heeft met zijn huisarts gebeld voor een mogelijke doorverwijzing naar GGNet. Bij detentie bestaat een aanzienlijk risico op vergaande psychische gevolgen.
Er is sprake van een voortgezette handeling (artikel 56 Sr Pro) en ook artikel 63 Sr Pro is van toepassing.
De redelijke termijn is met meer dan drie jaren overschreden, terwijl [verdachte] daarvoor niet verantwoordelijk is. De lange duur van de strafzaak is hem niet in de koude kleren gaan zitten en hij ervaart tot op heden spanningen rondom de zaak.
[verdachte] moet zo snel mogelijk aan het werk om inkomen te genereren en hervatting van het schuldsaneringstraject te laten slagen. Zijn partner kan niet alle vaste lasten alleen ophoesten.
7.3
De beoordeling door de rechtbank ten aanzien van de rechtmatigheidsverweren
De rechtbank zal hierna allereerst ingaan op de door de verdediging gevoerde rechtmatigheidsverweren.
7.3.1
Het standpunt van de verdediging
In het voorbereidend onderzoek hebben een drietal vormverzuimen hebben
plaatsgevonden.
Ten eerste zijn zonder vereiste voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris mobiele telefoons van [verdachte] onderzocht. Dit is een onherstelbaar en ernstig vormverzuim. [verdachte] heeft nadeel geleden door een vergaande inmenging in zijn persoonlijke levenssfeer door de overheid. Daarom dient strafvermindering als rechtsgevolg aan het vormverzuim te worden verbonden.
Ten tweede heeft de politie zonder daartoe over de juiste machtiging te beschikken de woning van [verdachte] betreden op 27 juni 2022. Uit het proces-verbaal van aanhouding volgt dat [verdachte] om 06:00 uur is aangehouden in zijn woning. De politie moet met het oog op die aanhouding voor dat tijdstip in de woning zijn binnengetreden. De machtiging die voor het binnentreden in de woning is afgegeven, biedt geen toestemming op binnentreden vóór 06:00 uur. Hierdoor is artikel 7 van Pro de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) en het fundamentele recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer geschonden. [verdachte] heeft concreet nadeel doordat dit onherstelbare vormverzuim. Zijn gevoel van veiligheid en rechtsbescherming is aangetast. Het vormverzuim dient ook in strafmatigende zin mee te wegen.
Tot slot zijn bij de aanhouding van [verdachte] transportboeien aangelegd, terwijl het gebruik daarvan niet inhoudelijk is gemotiveerd en daarvoor in het dossier geen redengevende omstandigheden kunnen worden gevonden. Vluchtgevaar of gevaar voor de veiligheid van [verdachte], de politie of derden ontbrak. Zodoende is niet voldaan aan artikel 22 lid 2 van Pro de Ambtsinstructie en is sprake van een onherstelbaar vormverzuim dat in strafmatigende zin dient mee te wegen. Het nadeel dat [verdachte] heeft geleden bestaat uit schending van zijn lichamelijke integriteit.
7.3.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van het onderzoek aan de telefoons primair gesteld dat geen sprake is van een vormverzuim. De telefoons zijn tijdens een doorzoeking in beslag genomen. Die doorzoeking heeft plaatsgevonden onder leiding en na een machtiging van de rechter-commissaris. De machtiging van de rechter-commissaris om goederen in beslag te nemen, houdt ook de bevoegdheid in om de telefoons te doorzoeken. Subsidiair heeft de officier van justitie gesteld dat kan worden volstaan met het constateren van een vormverzuim.
Wat betreft het binnentreden geldt dat uit het proces-verbaal niet volgt dat de politie voor 06:00 uur is binnengetreden. Dat betekent dat van een vormverzuim geen sprake is. Voor zover de rechtbank daarover anders mocht oordelen, dient te worden volstaan met het constateren van een vormverzuim.
Met betrekking tot de aangelegde transportboeien is sprake van een vormverzuim, maar dient te worden volstaan met het constateren van dat vormverzuim.
7.3.3
Overwegingen van de rechtbank
7.3.3.1
Ten aanzien van het onderzoek naar de inhoud van de Apple iPhone A201 en de Samsung S9 van [verdachte]
Naar aanleiding van het arrest in de zaak CG/Bezirkshauptmannschaft Landeck (HvJ EU
4 oktober 2024, zaak C-548/21, ECLI:EU:C:2024:830, hierna: Landeck), heeft de Hoge Raad het juridisch kader voor onderzoek aan elektronische gegevensdragers in zijn arresten van 18 maart 2025 (ECLI:NL:HR:2025:409) en 9 september 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1247) als volgt nader bepaald.
De bevoegdheden van opsporingsambtenaren neergelegd in artikel 94, in samenhang met de artikelen 95 en 96, en in de artikelen 141 en 148 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), bieden een toereikende grondslag voor een onderzoek aan voorwerpen, waaronder ook elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, als de met dat onderzoek samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als beperkt kan worden beschouwd. De wet vereist in zo’n geval geen voorafgaande rechterlijke toetsing of tussenkomst van de officier van justitie. Het kan dan – naast onderzoek dat slechts strekt tot het identificeren van de gebruiker – onder meer gaan om onderzoek dat een opsporingsambtenaar in het kader van zijn taakuitoefening (handmatig) doet waarbij hij een bij een verdachte aangetroffen elektronische gegevensdrager of geautomatiseerd werk bekijkt en daarbij enkele beperkte waarnemingen doet over het feitelijk gebruik daarvan op dat moment of direct daaraan voorafgaand, bijvoorbeeld door na te gaan welke contacten de gebruiker van een telefoon kort tevoren heeft gelegd.
Van een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is geen sprake als op voorhand is te voorzien dat door het onderzoek aan de smartphone (of andere elektronische gegevensdrager of geautomatiseerd werk) inzicht wordt verkregen in verkeers- en locatiegegevens, maar ook in andersoortige gegevens (zoals foto’s, de browsergeschiedenis, de inhoud van via die smartphone uitgewisselde communicatie en gevoelige gegevens). Als politie en justitie in zo’n geval onderzoek willen verrichten aan inbeslaggenomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, dan is voor dat onderzoek – behalve in spoedeisende gevallen – een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist. Anders dan de officier van justitie heeft gesteld, kan naar het oordeel van de rechtbank deze expliciete voorafgaande toestemming niet worden afgeleid uit de vaststelling dat sprake is van een rechtmatige inbeslagname van de gegevensdrager zelf.
De rechtbank stelt vast dat er onderzoek is gedaan aan twee mobiele telefoons van [verdachte]. Ten eerste is onderzoek gedaan aan de datagegevens die waren opgeslagen op de Apple iPhone A201 (IMEI: [IMEI-nummer]) toen deze telefoon op 1 mei 2019 in beslag werd genomen onder [verdachte] in onderzoek Bonn. Door het team digitale opsporing van de politie werden de datagegevens uit deze telefoon veiliggesteld. Op 31 juli 2019 heeft de officier van justitie van onderzoek Bonn toestemming gegeven voor het gebruik van deze datagegevens voor het onderzoek Parra. [238] Ten tweede is onderzoek gedaan aan de datagegevens opgeslagen op de Samsung S9 (IMEI: [IMEI-nummer] en [IMEI-nummer]). Deze telefoon werd op 30 juli 2020 in onderzoek Lega in beslag genomen in de woning van [verdachte] tijdens een doorzoeking onder leiding van de rechter-commissaris vanwege een verdenking van oplichting en witwassen. De officier van justitie heeft toestemming gegeven om deze telefoon uit te lezen. Door het team digitale opsporing van de politie werden de datagegevens uit deze telefoon veiliggesteld. Een extractie van de datagegevens werd ter beschikking gesteld aan het onderzoeksteam. [239] Uit het relaas proces-verbaal algemeen onderzoek MARKER blijkt hoe het onderzoeksteam van de politie vervolgens te werk is gegaan bij het onderzoek aan deze telefoons. Daaruit volgt dat de gegevensdragers in eerste instantie in zijn algemeenheid zijn uitgelezen, waarbij de bulkgegevens van het device zijn bekeken. Daarna zijn de afbeeldingen bekeken, vervolgens de Wickr-chats. Uit die gegevens is vervolgens getracht te achterhalen aan wie bepaalde gegevensdragers toebehoorden en welke verdachten in het onderzoek te koppelen waren aan welke accounts op onder meer Wickr en Telegram. Tot slot zijn processen-verbaal opgemaakt met duiding voor een bepaald deelonderzoek uit het overkoepelende onderzoek Parra. [240]
De rechtbank is van oordeel dat bij het digitale onderzoek naar de inhoud van de beide telefoons op voorhand voorzienbaar was dat dit onderzoek een omvang en diepgang zou hebben die een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [verdachte] tot gevolg zou hebben. Immers zijn ongeclausuleerd alle gegevens geanalyseerd die in de onderzochte telefoons zijn opgeslagen. Dat betreft een ingrijpend onderzoek, waarvoor – behoudens spoedeisendheid, waarvan niet is gebleken – een voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris was vereist. Een dergelijke machtiging is niet gevraagd.
7.3.3.1.1 Tussenconclusie
De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek in de zin van artikel 359a Sv.
7.3.3.1.2 Rechtsgevolgen
De vraag is of aan dit vormverzuim een rechtsgevolg moet worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg. Daarbij houdt de rechtbank rekening met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel.
7.3.3.1.3 Het belang van het geschonden voorschrift
De vereiste machtiging beoogt een ongeoorloofde inbreuk te voorkomen op het in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest) gewaarborgde recht op eerbiediging van (onder andere) iemands privéleven en communicatie en op bescherming van iemands persoonsgegevens. Dit zijn zwaarwegende belangen. De toegang tot gegevens in een mobiele telefoon kan immers, zeker als die gegevens in onderling verband met elkaar worden gebracht, leiden tot nauwkeurige conclusies over het privéleven van de gebruiker.
7.3.3.1.4 De ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel waar het gaat om het onderzoek naar de inhoud van de telefoons
De politie heeft in dit geval zonder enige voorafgaande machtiging onderzoek aan de telefoons van [verdachte] verricht. Daarbij is ongeclausuleerde toegang verkregen tot de inhoud van deze telefoons. Er is dus geen sprake geweest van een onderzoek van beperkte omvang. Daarmee is in beginsel sprake van een ernstig verzuim en van een vergaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de [verdachte].
Voor strafvermindering bestaat naar het oordeel van de rechtbank echter geen aanleiding. Dat rechtsgevolg komt slechts in aanmerking indien de verdachte door een vormverzuim daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden en wanneer strafvermindering ook in het licht van het belang van het geschonden voorschrift en de ernst van het verzuim gerechtvaardigd is. De verdediging heeft in algemene termen gesteld dat nadeel is ontstaan door het vormverzuim. Onvoldoende concreet is echter gemaakt welke privégegevens tijdens het onderzoek in de telefoons zijn aangetroffen die tot een schending van de persoonlijke levenssfeer hebben geleid. Daarnaast geldt dat [verdachte] niet in een nadeligere positie is geraakt door het vormverzuim. Voor dat oordeel is van belang dat binnen onderzoek Parra ten tijde van het onderzoek aan de telefoons de verdenking bestond dat [verdachte] deel uitmaakte van een uitgebreid crimineel netwerk dat zich bezig hield met onder meer grootschalige bedrijfsoplichtingen en geweldsfeiten. Gelet op de aard en de ernst en van deze verdenkingen had de rechter-commissaris, indien daartoe een vordering was gedaan, zonder meer een machtiging tot het onderzoek van de datagegevens in de beide telefoons kunnen verlenen.
7.3.3.1.5 Conclusie
De rechtbank concludeert dat kan worden volstaan met de enkele constatering van het vormverzuim en zal daaraan geen rechtsgevolg verbinden.
7.3.3.2
Ten aanzien van het binnentreden in de woning van [verdachte]
Ingevolge artikel 7 van Pro de Awbi kan tussen middernacht en 6 uur ’s morgens slechts zonder toestemming van de bewoner worden binnengetreden, voor zover dit dringend noodzakelijk is en, indien krachtens een machtiging wordt binnengetreden, de machtiging dit uitdrukkelijk bepaalt.
In het dossier bevindt zich een machtiging tot binnentreden ter aanhouding van [verdachte], gedateerd 27 juni 2022 (PARRA PD02, p. 00050). Deze machtiging voorzag niet in toestemming om de woning tussen middernacht en 6 uur ’s morgens te betreden zonder toestemming van de bewoner (met een toelichting van de in dat geval vereiste dringende noodzakelijkheid). In het proces-verbaal van aanhouding, opgemaakt door twee verbalisanten, staat dat [verdachte] op 27 juni 2022 “omstreeks 06:00 uur” is aangehouden op de [adres] in [woonplaats] (PARRA PD02, p. 00046).
De rechtbank constateert dat het dossier geen aanwijzingen bevat dat de beide verbalisanten de woning binnen zijn gegaan om [verdachte] aan te houden. In dat geval zou, zo mag worden aangenomen, een proces-verbaal van binnentreden zijn opgemaakt. Een zodanig proces-verbaal ontbreekt echter in het dossier, terwijl ook in het proces-verbaal van aanhouding niet wordt gerept over het betreden van de woning. Reeds om de reden is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een onherstelbaar vormverzuim.
Daarbij merkt de rechtbank nog op dat, ook indien zou moeten worden aangenomen dat de beide verbalisanten de woning wél binnen zijn gegaan, geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat zij dat, in weerwil van de daarop niet gerichte machtiging, voorafgaand aan 6.00 uur hebben gedaan. De woorden “omstreeks 6.00 uur” laten ruimte voor het betreden van de woning om 6.00 uur dan wel kort daarna.
De rechtbank concludeert dat het verweer niet slaagt.
7.3.3.3
Ten aanzien van het aanleggen van transportboeien op 30 juli 2020
Het aanleggen van handboeien is geregeld in artikel 22 van Pro de Ambtsinstructie. Deze bepaling staat het gebruik van handboeien ten behoeve van het vervoer van een persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd toe indien op grond van de feiten of omstandigheden redelijkerwijs gevaar valt te vrezen voor ontvluchting of voor de veiligheid van de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, de ambtenaar, of derden. Weliswaar is niet voorgeschreven dat die redenen ook in een proces-verbaal van bevindingen moeten worden vermeld, maar indien, zoals in de onderhavige zaak, door de verdediging een beroep is gedaan op het onrechtmatig aanleggen van handboeien, dient de rechtbank echter – op zijn minst genomen – marginaal te toetsen of het voorschrift in artikel 22 van Pro de Ambtsinstructie juist is toegepast.
Uit het proces-verbaal van binnentreden in woning volgt dat de politie op 30 juli 2020 omstreeks 06:12 uur is binnengetreden in de woning van [verdachte], daarbij de toegangsdeur heeft geforceerd en [verdachte] in bed heeft aangetroffen. [verdachte] heeft gehoor gegeven aan de instructies van de politie en er zijn geen aanwijzingen dat hij zich heeft verzet, heeft geprobeerd te vluchten of een acute dreiging vormde voor de veiligheid van zichzelf, de betrokken politie-ambtenaren of derden. Uit het dossier komt niet naar voren waarom het niettemin noodzakelijk is geacht om [verdachte] te boeien. Onder deze omstandigheden moet het ervoor worden gehouden dat er geen feiten of omstandigheden waren die het gebruik van transportboeien redelijkerwijs vereisten in de zin van artikel 22 van Pro de Ambtsinstructie. Het boeien van [verdachte] was daarom onrechtmatig. Dat levert een onherstelbaar vormverzuim op als bedoeld in artikel 359a Sv.
Vervolgens dient te worden beoordeeld of dit vormverzuim tot strafvermindering dient te leiden. De rechtbank betrekt daarbij, overeenkomstig artikel 359a, tweede lid, Sv het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daarvoor voor [verdachte] is ontstaan. Het voorschrift van artikel 22 Ambtsinstructie Pro (oud) beschermt de lichamelijke integriteit en persoonlijke vrijheid van personen die met de politie in aanraking komen. Dat zijn zwaarwegende belangen. Door [verdachte] zonder noodzaak te boeien zijn die belangen geschonden. Anderzijds stelt de rechtbank vast dat het nadeel voor [verdachte] beperkt is gebleven. Het bestond uit pijn, ongemak en vrijheidsbeperking gedurende het vervoer, maar niet is gebleken dat letsel is veroorzaakt. Niettemin is sprake van reëel nadeel. Met het vormverzuim dient daarom in enigszins strafmatigende zin rekening te worden gehouden. Naar het oordeel van de rechtbank vindt deze compensatie genoegzaam plaats door de wijze waarop de op zichzelf passende onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals hierna zal blijken, wordt verkort en voorts voor een groot deel in voorwaardelijke vorm wordt opgelegd.
7.4
De beoordeling door de rechtbank ten aanzien van de straf
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van [verdachte].
Meer in het bijzonder overweegt de rechtbank als volgt.
[verdachte] heeft in 2019 samen met anderen zes buitenlandse bedrijven op geraffineerde wijze opgelicht en die bedrijven daarmee aanzienlijke schade berokkend. Het benadelingsbedrag bedraagt ruim € 503.000,00. Bovendien schenden dit soort oplichtingen het vertrouwen in het internationale handelsverkeer.
In januari 2020 is [medeverdachte 1] begonnen met het op grote schaal en op professionele wijze namaken van euro- en dollarbiljetten van diverse coupures. Daarbij was alles erop gericht de bankbiljetten zoveel mogelijk op echte bankbiljetten te laten lijken. Er werd gebruik gemaakt van inkjetprinters en onder meer ‘speciaal papier’ met veiligheidsdraad en hologrammen. [medeverdachte 1], en later ook [verdachte] en [medeverdachte 2], zijn er kennelijk ook in geslaagd bankbiljetten af te drukken (en uit te snijden) die moeilijk van echte bankbiljetten te onderscheiden waren. De valse bankbiljetten zijn immers voor het eerst op 9 januari 2020 in het betalingsverkeer terecht gekomen en vonden ook daarna gretig aftrek bij kopers in binnen- en buitenland. [medeverdachte 1] heeft ook valse bankbiljetten van 500 euro verkregen. Ten aanzien van deze bankbiljetten is bij onderzoek in België gebleken dat het een extreem verontrustend vervalsingstype betreft, omdat de bankbiljetten een zeer sterke gelijkenis vertonen met echte bankbiljetten en door ingrepen die zijn toegepast bij de productie daarvan zelfs bepaalde automatische detectiesystemen om de tuin kunnen worden geleid. Wat in dit verband opvalt is dat [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 3] hierop ook hebben gewezen in de geplaatste advertenties (
“gaat door geldmachine heen”).
[verdachte] heeft in samenwerking met in ieder geval [medeverdachte 1] een grote hoeveelheid bankbiljetten nagemaakt. Op 30 juli 2020 had [verdachte] ook een zeer grote hoeveelheid valse bankbiljetten in zijn bezit. Verder is hij volop betrokken geweest bij de verkoop van de valse bankbiljetten. Na de door hem geplaatste advertenties heeft hij veelvuldig belangstellenden te woord gestaan door vragen over prijzen en echtheid te beantwoorden en foto’s en video’s van de valse bankbiljetten te sturen. Bovendien heeft [verdachte] voor [medeverdachte 1] goederen betaald en/of in ontvangst genomen die nodig waren voor het namaken van bankbiljetten.
Men moet vertrouwen kunnen hebben in de echtheid en waarde van bankbiljetten. Dit is een essentiële voorwaarde voor het goed functioneren van het economische en financiële verkeer. Door het in omloop brengen van valse bankbiljetten wordt ernstig inbreuk gemaakt op dit vertrouwen. Daarnaast wordt de ontvanger van de valse bankbiljetten in zijn vermogen getroffen, zeker als wordt ‘betaald’ met de ook door [verdachte] aangeboden valse bankbiljetten van 500 euro. De ontvanger levert feitelijk immers ‘om niet’ goederen of diensten. Zoals De Nederlandsche Bank heeft berekend, is de daadwerkelijke en potentiële schade van de bij de doorzoekingen aangetroffen valse bankbiljetten en hologrammen groot. Er zijn 6.140 valse bankbiljetten in omloop aangetroffen die een schade hebben veroorzaakt van € 253.840,00. Vóór circulatie zijn 13.133 valse bankbiljetten aangetroffen, met een geschatte potentiële schade van € 479.280,00. Er is voor een totaalbedrag van $ 110.960,00 aan valse dollarbiljetten aangetroffen. De potentiële schade van de aangetroffen hologrammen is tot slot begroot op een bedrag van € 2.281.750,00. De bewezenverklaarde feiten zijn dan ook zeer ernstig.
[verdachte] heeft daarbij een grotere rol gespeeld dan hij heeft willen doen voorkomen. Duidelijk is dat hij vanaf 19 maart 2019 onderdeel heeft uitgemaakt van een groep die zich bezig hield met het oplichten van buitenlandse bedrijven, en later met de productie en verkoop van valse bankbiljetten. Hiermee is ‘winst’ behaald. [verdachte] heeft kennelijk alleen oog gehad voor het geld dat hij met de criminele praktijken kon verdienen en heeft geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn zeer kwalijke handelen. De rechtbank rekent [verdachte] de bewezenverklaarde feiten zwaar aan.
De rechtbank ziet in door de raadsman genoemde omstandigheden geen reden om volledig af te zien van oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het geopperde alternatief van een forse taakstraf zou volstrekt onvoldoende recht doen aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten (die alleen al waar het gaat om de feiten 1 en 2, uitgaande van ‘plegen’, worden bedreigd met een maximale gevangenisstraf van 9 jaren), de rol die [verdachte] daarin heeft vervuld en de schade die de feiten hebben berokkend. Naar het oordeel van de rechtbank zouden de bewezenverklaarde feiten zonder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden rechtvaardigen, waarbij de rechtbank uitgaat van een gevangenisstraf van 12 maanden voor de op het valse geld betrekking hebbende feiten. Voor de oplichtingen zoekt de rechtbank aansluiting bij de Oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS voor fraude, omdat sprake is van oplichtingen in een frauduleuze context. Meer specifiek kijkt de rechtbank naar schaal f. van de oriëntatiepunten voor fraude (benadelingsbedrag € 500.000,00 tot
€ 1.000.000,00: gevangenisstraf van 18 tot 24 maanden). Nu sprake is van medeplegen en een hoge mate ven geraffineerdheid van de oplichtingen is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 24 maanden passend is.
De rechtbank beseft daarbij dat het ondergaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf psychisch zwaar zal zijn voor [verdachte] en een ontwrichtend effect zal hebben op het leven van [verdachte], die met zijn vrouw in een huurwoning woont, werk heeft en forse schulden moet aflossen. Van zodanig klemmende omstandigheden dat van de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden afgezien, is de rechtbank echter niet gebleken.
Over de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] merkt de rechtbank op dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Blijkens het strafblad is hem driemaal een boete opgelegd voor overtredingen van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. Deze veroordelingen brengen mee dat artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr) van toepassing is. Het strafblad werkt niet strafverhogend.
De rechtbank volgt de verdediging niet in haar standpunt dat ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten 1 tot en met 3 sprake is van een voortgezette handeling. De bewezenverklaarde feiten hangen, waar het gaat om het wilsbesluit, niet zo nauw met elkaar samen dat [verdachte] daarvan in wezen één verwijt kan worden gemaakt.
In strafmatigende zin zal de rechtbank rekening houden met het voornoemde ontwrichtende effect van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en met de volgende omstandigheden.
Hoewel de rechtbank overeenkomstig het reclasseringsadvies (waarover hierna meer) geen reden ziet voor toepassing van het adolescentenstrafrecht, constateert zij wel dat [verdachte], toen hij de bewezenverklaarde feiten pleegde, hoe dan ook jong was, of hij nou in feite (bij aanvang)
18 jaar oud was of daadwerkelijk 21 jaar oud (hij was in ieder geval adolescent). Aan de raadsman kan worden toegegeven dat personen van die leeftijd vatbaarder zijn voor groepsdruk, beïnvloeding en het maken van impulsieve keuzes, zonder daarvan ten volle de impact te kunnen overzien. Duidelijk is dat [medeverdachte 1] van meet af aan een leidende en aansturende rol heeft vervuld in het geheel. Alles wijst erop dat sprake was van een ongelijkwaardige relatie tussen [medeverdachte 1] en [verdachte], in die zin dat [medeverdachte 1], gezien zijn (gebleken) veel verdergaande criminele activiteiten, een zeker overwicht had op [verdachte] en hem heeft verleid tot het plegen van criminele activiteiten, naar mag worden aangenomen omdat er een financiële vergoeding tegenover stond. De rechtbank wijst in dit verband (wat betreft de bewezenverklaarde feiten 1 tot en met 3) op de chat tussen [medeverdachte 1] en ene ‘[accountnaam]’, die duidelijk maakt hoe [medeverdachte 1] het namaken van valse bankbiljetten aanprees als zijnde
“leuk werk”waarmee gemakkelijk geld kon worden verdiend (
“je ziet ze rollen er letterlijk uit”). Ook zegt hij:
Ik heb jongensdie 15k per week maken, dat tikt wel aan.”Maar
“het grootste risico”lag bij
“de stashers/verkopers”. [verdachte] was een van de “jongens” die (onder meer) valse bankbiljetten onder zich had (“stahste”), verstuurde en aanbood. Aanwijzingen dat [medeverdachte 1] hem hiervóór ruim beloond heeft, ontbreken. In die zin heeft [medeverdachte 1] misbruik gemaakt van [verdachte] voor het meest risicovolle deel van het proces, waarbij [medeverdachte 1] naar alle waarschijnlijkheid zelf het meest heeft geprofiteerd van de criminele opbrengst.
Reclassering Nederland heeft geconstateerd dat [verdachte] (tot op heden) ook kwetsbaar is voor misbruik. Uit het op 2 september 2025 over [verdachte] opgemaakte rapport blijkt onder meer het volgende.
Volgens de reclassering lijkt het erop dat ontbrekende (cognitieve) vaardigheden, in combinatie met een hoge mate aan naïviteit, ertoe leidt dat het [verdachte] niet lukt situaties en personen goed in te schatten. Ingeschat wordt dat naïviteit, beïnvloedbaarheid, de jonge leeftijd en het belaste verleden ([verdachte] is opgegroeid in Irak en heeft daar trauma’s opgelopen), een grote rol hebben gespeeld in de mate waarin hij in 2019 en 2020 situaties inschatte en beoordeelde. Hij heeft gekampt met depressieve gevoelens en heeft in september 2019 een suïcidepoging gedaan. Het is de reclassering verder opgevallen dat veel dingen [verdachte] lijken te overkomen, terwijl hij duidelijke ‘rode vlaggen’ over het hoofd ziet of negeert. Het lijkt hem te ontbreken aan het inzicht dat hij met zijn gedrag/houding/keuzes zelf ongewenste situaties creëert. De reclassering vindt dit zorgelijk, omdat dit gevoelens van onmacht en ‘niet verder komen in het leven’ kunnen oproepen en versterken, wat [verdachte] kwetsbaar maakt voor misbruik.
Daarnaast heeft de reclassering een vermijdende houding waargenomen, waardoor problemen niet bijtijds en adequaat opgepakt worden. Dit alles maakt dat [verdachte] tot op heden keuzes maakt die problemen veroorzaken op de lange termijn of zijn bestaande problemen verergeren. Hij vraagt ook niet om hulp als hij het overzicht verliest of merkt dat trajecten stagneren. Dit heeft ertoe geleid dat op 14 augustus 2025 een schuldsaneringstraject negatief is beëindigd.
Gelet op het als laag ingeschatte recidiverisico, het feit dat [verdachte] na 2020 niet meer in beeld is gekomen bij politie en justitie en een steunend familiair en sociaal netwerk om zich heen heeft, ziet de reclassering geen reden voor een plan van aanpak binnen een voorwaardelijk strafkader. De reclassering heeft [verdachte] geadviseerd om zich aan te melden bij GGNet voor een ambulant behandeltraject, om zich opnieuw aan te melden voor een schuldsaneringstraject en om zo nodig ondersteuning te vragen van maatschappelijk werk bij het oppakken van praktische zaken.
De reclassering ziet geen zwaarwegende negatieve consequenties, die niet ook voor ieder ander gelden, wat betreft het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Wel dient ingeval een gevangenisstraf wordt opgelegd rekening te worden gehouden met de psychische kwetsbaarheid van [verdachte].
Naar het oordeel van de rechtbank staat wel vast dat de voornoemde (persoonlijke) omstandigheden in negatieve zin van invloed zijn geweest op het gedrag van [verdachte] en de verkeerde keuzes die hij in 2019/2020 heeft gemaakt. De rechtbank zal daarom in vergaande mate rekening houden met die omstandigheden door op de onvoorwaardelijke gevangenisstraf zes maanden in mindering te brengen.
Verder dient nog rekening te worden gehouden met het feit dat de redelijke termijn is overschreden. Daarover overweegt de rechtbank als volgt.
De redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van een zaak dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren na aanvang van de redelijke termijn. Ingeval van overschrijding van de redelijke termijn is vermindering van de op te leggen straf de aangewezen sanctie. De duur van de redelijke termijn is blijkens vaste jurisprudentie mede afhankelijk van de ingewikkeldheid van de zaak, waaronder begrepen de gelijktijdige berechting van meerdere zaken tegen een verdachte. Ook andere omstandigheden kunnen verlenging van de redelijke termijn rechtvaardigen.
De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn van in beginsel 2 jaren is aangevangen op
30 juli 2020, de datum waarop [verdachte] in verzekering is gesteld en voor de eerste maal is verhoord over de verdenking. Vanaf die datum kon hij er rekening mee houden dat hij zou worden vervolgd. Tussen die datum en de datum van dit eindvonnis ligt een periode van 5 jaren en ruim 4 maanden.
Onderzoek Parra betreft een heel groot onderzoek, dat 5 deelonderzoeken omvat. Er is uitgebreid onderzoek verricht naar meerdere personen, onder wie [verdachte], en het einddossier is, na onder meer nog een aantal verhoren van [verdachte] in juni 2022, gereed gekomen op
31 oktober 2022. Hierna is sprake geweest van een omvangrijke regiefase, die is aangevangen in september 2024 en is afgerond in augustus van dit jaar. Deze omstandigheden rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank dat voor de redelijke termijn een langere termijn dan 2 jaren in acht wordt genomen. Maar ook dan is de redelijke termijn fors overschreden, dit door omstandigheden waar de verdediging geen invloed op heeft gehad. Zo heeft het na het gereed komen van het einddossier nog bijna 2 jaren geduurd voordat het Openbaar Ministerie (met de dagvaarding van 9 september 2024) de vervolgingsbeslissing heeft genomen en de regiefase kon aanvangen. Ook het rooster van de rechtbank heeft hierbij een vertragende rol gespeeld. Van bijzondere omstandigheden die het forse tijdsverloop rechtvaardigen is niet gebleken.
De rechtbank zal, gelet op de omvang van onderzoek Parra en de andere hiervóór genoemde omstandigheden, uitgaan van een redelijke termijn van 3 jaren. Daarmee is in de onderhavige zaak sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van 2 jaren en ruim 4 maanden. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdediging, dient dit gecompenseerd te worden door verkorting van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Naar het oordeel van de rechtbank wordt de overschrijding van de redelijke termijn voldoende gecompenseerd door op de voornoemde duur van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf
7 maanden in mindering te brengen
Voorts ziet de rechtbank in de voornoemde (persoonlijke) omstandigheden van [verdachte], aanleiding een deel van de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm op te leggen. Deze voorwaardelijke straf dient als zogenoemde ‘stok achter de deur’ om [verdachte], die nog altijd kwetsbaar is voor misbruik en daarmee voor delictgedrag, er zoveel als mogelijk van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.
Concluderend acht de rechtbank passend en geboden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 23 maanden, met aftrek van de tijd die [verdachte] in voorarrest heeft doorgebracht (5 dagen), waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
Deze straf wijkt af van de eis van de officier van justitie. De reden daarvan is gelegen in het feit dat de rechtbank, meer dan de officier van justitie heeft gedaan, in strafmatigende zin rekening houdt met de (persoonlijke) omstandigheden van [verdachte] en de overschrijding van de redelijke termijn.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat [verdachte] in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van de civiele vorderingen

8.1
[bedrijf] / [bedrijf]
[naam] heeft namens [bedrijf] een vordering tot schadevergoeding ingediend van € 56.175,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. De schade bestaat uit de door [bedrijf] verrichte betaling voor de niet geleverde Samsung smartwatches. In het vorderingsformulier staat vermeld dat [bedrijf] ‘
has assigned the case to the parent company [bedrijf]’.
8.1.1
Standpunten:
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente. De vordering is ondertekend door [naam], die als ‘Geschaftsfuhrer” staat genoemd op een door een notaris opgesteld document. Blijkens dat document is Lehmann ‘handelsrechtlich’. In dat document wordt ook [bedrijf] genoemd. De officier van justitie heeft oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd en verzocht te bepalen dat de vordering hoofdelijk wordt toegewezen.
De verdediging heeft primair het standpunt ingenomen dat [bedrijf] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak.
Subsidiair heeft de verdediging betwist dat [bedrijf] bevoegd is om de vordering in te dienen, omdat een rechtsgeldige cessie van [bedrijf] ontbreekt.
8.1.2
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank moet beoordelen of de benadeelde partij ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding ontvankelijk is in het strafproces.
De kring van voegingsgerechtigden volgt uit artikel 51f Sv. Uit de wetsgeschiedenis van dat artikel volgt dat strafbepalingen in het algemeen niet het belang beschermen van rechtsopvolgers of derde belanghebbenden. Beperkte uitzonderingen op dat uitgangspunt zijn neergelegd in artikel 51f, tweede lid, Sv voor natuurlijke personen. Deze uitzonderingen gelden niet voor rechtspersonen. Uit deze regels volgt dat een rechtspersoon als rechtsopvolger onder algemene of bijzondere titel niet beschikt over de bevoegdheid zich te voegen in het strafproces.
Uit de bewezenverklaring volgt dat de rechtspersoon [bedrijf] rechtstreekse schade heeft geleden door het strafbare feit. De vordering is echter niet ingediend door [bedrijf], maar door [bedrijf], waaraan de vordering kennelijk is toebedeeld. Deze partij is niet de rechtstreeks benadeelde partij en om die reden niet-ontvankelijk in haar vordering binnen het strafproces. Dat de heer [naam] kennelijk bevoegd is om zowel [bedrijf] als [bedrijf] te vertegenwoordigen, leidt niet tot een ander oordeel.
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding. Dit houdt in dat de vordering niet in dit strafgeding kan worden behandeld, maar slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
8.1.3
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank is van oordeel dat er aanleiding is ambtshalve een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat [bedrijf] als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van [verdachte] rechtstreeks schade heeft geleden ten bedrage van € 56.175,00. Voor deze schade is [verdachte] naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank overweegt dat de gevorderde schade niet inhoudelijk is betwist en dat de vordering ook niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat de schadevergoedingsmaatregel achterwege moet blijven omdat [bedrijf] een commerciële rechtspersoon is. Er is geen rechtsregel die ertoe strekt dat in dergelijke gevallen de schadevergoedingsmaatregel achterwege moet blijven. Zie daartoe ook Hoge Raad 3 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:830. [verdachte] zal daarom worden verplicht het vastgestelde schadebedrag van € 56.175,00 en de daarover per 6 november 2019 verschuldigde wettelijke rente aan de Staat te betalen.
8.1.4
Hoofdelijkheid
De rechtbank overweegt dat [verdachte] en de mededaders ieder voor de gehele betalingsverplichting (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. [verdachte] hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de mededaders de schade hebben vergoed.
8.2
[bedrijf]
([bedrijf]) heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd ter zake van het onder feit 5 ten laste gelegde feit. Zij vordert schadevergoeding van
€ 28.728,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit betreft de totale verkoopwaarde van de Samsung Galaxy Smartwatches die werden besteld maar niet werden betaald.
8.2.1
Standpunten:
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente. De officier van justitie heeft oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd en verzocht te bepalen dat de vordering hoofdelijk wordt toegewezen.
De verdediging heeft het standpunt ingenomen dat [bedrijf] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak.
8.2.2
Beoordeling door de rechtbank:
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat [bedrijf] als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van [verdachte] rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is [verdachte] naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank overweegt dat de (met stukken onderbouwde) schadepost van [bedrijf] niet inhoudelijk is betwist en dat de vordering ook niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering volledig tot een bedrag van € 28.728,00 kan worden toegewezen. [verdachte] is vanaf 14 november 2019 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
8.2.3
Hoofdelijkheid
De rechtbank overweegt dat [verdachte] en de mededaders ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. [verdachte] hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de mededaders de schade hebben vergoed.
8.2.4
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal daarnaast op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan [verdachte] opleggen. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat de schadevergoedingsmaatregel achterwege moet blijven omdat [bedrijf] een commerciële rechtspersoon is. Er is geen rechtsregel die ertoe strekt dat in dergelijke gevallen de schadevergoedingsmaatregel achterwege moet blijven. Zie daartoe ook Hoge Raad 3 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:830. [verdachte] wordt verplicht het aan [bedrijf] toegewezen bedrag van € 28.728,00 en de daarover per 14 november 2019 verschuldigde wettelijke rente aan de Staat te betalen. Deze betalingsverplichting wordt eveneens hoofdelijk opgelegd.
8.3
[bedrijf]
([bedrijf]) heeft zich als benadeelde partij in het strafgeding gevoegd ter zake van het onder feit 6 ten laste gelegde feit. Zij vordert schadevergoeding van
€ 40.778,20, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit betreft het totaalbedrag van de geleverde tandenborstels waarvoor geen betaling heeft plaatsgevonden.
8.3.1
Standpunten:
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente. De officier van justitie heeft oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd en verzocht te bepalen dat de vordering hoofdelijk wordt toegewezen.
De verdediging heeft primair het standpunt ingenomen dat [bedrijf] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak.
Subsidiair heeft de verdediging betwist dat er sprake is van een bevoegde vertegenwoordiging van [bedrijf] door de persoon die deze vordering namens die rechtspersoon heeft ingediend, de heer [naam]. Een volmacht ontbreekt en de naam [naam] komt niet voor in het dossier. De benadeelde partij is om die reden niet-ontvankelijk in haar vordering.
Daarnaast heeft de verdediging gesteld dat de schade voor wat betreft de bestelde Oral-B Genius 9200W niet kan worden vastgesteld. Van dit type is een deel binnen het onderzoek in beslag genomen, waarbij aannemelijk is dat die tandenborstels aan de rechthebbende zijn teruggegeven. Een ander deel is aangekocht via een vertrouwensaankoop en dus niet van oplichting afkomstig.
8.3.2
Beoordeling door de rechtbank
Op grond van artikel 51c, tweede en derde lid, Sv kan [bedrijf] zich ter terechtzitting laten vertegenwoordigen door een gemachtigde, die daartoe een bijzondere en schriftelijke volmacht heeft van [bedrijf]. Deze bepaling strekt zich ook uit tot de voeging door middel van een voegingsformulier als bedoeld in artikel 51g, eerste lid, Sv. In dat formulier is dan ook een voorziening getroffen voor het verstrekken van een dergelijke volmacht. De rechtbank stelt voorop dat een dergelijke volmacht strekt tot het verrichten van rechtshandelingen in het belang van de gevolmachtigde. De volmacht strekt daarmee tot bescherming van de rechtspersoon die de volmacht afgeeft.
De verdediging heeft de vertegenwoordigingsbevoegdheid in dit geval gemotiveerd betwist.
Terecht heeft de verdediging opgemerkt dat stukken ontbreken waaruit volgt dat [naam] namens [bedrijf] een vordering mag indienen. Een machtiging en/of een uittreksel van de Kamer van Koophandel waaruit deze bevoegdheid kan blijken, ontbreekt. Die vertegenwoordigingsbevoegdheid kan bovendien niet worden afgeleid uit het onderliggend strafdossier, waarin de heer [naam] niet voorkomt. Ter terechtzitting is namens [bedrijf] niemand verschenen om hierover duidelijkheid te verschaffen. Zodoende is niet komen vast te staan dat [naam] bevoegd is [bedrijf] te vertegenwoordigen.
[bedrijf] zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Dit houdt in dat de vordering niet in dit strafgeding kan worden behandeld, maar slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
8.3.3
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank is van oordeel dat er aanleiding is ambtshalve een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank voldoende gebleken dat [bedrijf] als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van [verdachte] rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank is van oordeel dat uit de enkele inbeslagname van een deel van deze tandenborstels niet volgt dat deze ook aan de rechthebbende (hier: [bedrijf]) zijn teruggegeven. Dat betekent dat het gehele gevorderde bedrag rechtstreekse schade betreft. Voor deze schade is [verdachte] naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat de schadevergoedingsmaatregel achterwege moet blijven omdat [bedrijf] een commerciële rechtspersoon is. Er is geen rechtsregel die ertoe strekt dat in dergelijke gevallen de schadevergoedingsmaatregel achterwege moet blijven. Zie daartoe ook Hoge Raad 3 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:830. [verdachte] zal worden verplicht het vastgestelde schadebedrag van € 40.778,20 en de daarover per 10 mei 2019 verschuldigde wettelijke rente aan de Staat te betalen.
8.3.4
Hoofdelijkheid
De rechtbank overweegt dat [verdachte] en de mededaders ieder voor de gehele betalingsverplichting (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. [verdachte] hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de mededaders de schade hebben vergoed.

9.De beoordeling van het beslag

De volgende goederen zijn in beslag genomen en vermeld op de beslaglijst:
Voorwerpnummer
Voorwerp
1
1 DS Doos
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_614530 doos met cartridges)
2
1 DS Doos
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_617522 doos vol met printer cartridges., Wit)
3
1 STK Tas
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_617532 1 grote boodschappentas Action vol met speciaal papier)
4
1 DS Doos
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_617530 doos met daarin inkt cartridges, Bruin)
5
1 DS Doos
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_617531 verhuisdoos vol met inkt cartridges., Wit)
6
1 STK Printer
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_614517, Canon)
7
1 STK Tas
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_617536 boodschappentas LIDL vol met speciaal papier, Wit)
8
1 STK Printer
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_614516, Canon)
9
1 STK Printer
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_615179, Canon)
10
1 STK Printer
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_614518)
11
1 STK Printer
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_614556, Wit, merk: Canon)
12
1 STK Printer
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_614515, Canon)
13
1 STK Printer
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_614557, Wit, merk: Canon)
14
1 STK Papiersnijder
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_614514, Dahle)
15
1 STK Kentekenbewijs
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_663777)
16
1 STK Telefoonautomaat
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_614522, zalmroze, merk: Apple IPhone)
17
1 STK Telefoonautomaat
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_614523, Samsung)
18
1 STK Computer
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_614524, Laptop met lader, zwart, merk: Acer)
19
1 STK Simkaart van zaktelefoon
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_614526, base, België)
20
1 STK Computer
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_614527, laptop, grijs, merk: Medion)
21
1 STK Computer
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_614528, laptop, zwart, merk: HP)
22
1 STK Telefoonautomaat
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_614529, wit, merk: IPhone)
23
1 STK Stempel
(Omschrijving: PL0600-ON33019004_614531, Een stempel "[bedrijf] 36B 8253 PA D)
9.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verbeurdverklaring van alle in beslag genomen goederen gevorderd met uitzondering van het goed op de beslaglijst met nummer 15. De officier van justitie heeft gevorderd dit goed op de beslaglijst terug te geven.
9.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat dat de goederen met de nummers 15, 16, 17, 18, 20, 21 en 22 op beslaglijst terug dienen te worden gegeven aan verdachte. Verder heeft de verdediging verzocht om een laptop van het merk Lenovo, die niet op de beslaglijst staat, terug te geven aan verdachte. Op grond van een arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2021:777) dient de rechtbank een beslissing te nemen over het inbeslaggenomen goed. Daarnaast doet verdachte afstand van de goederen met de nummer 19 en 23.
9.3
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank zal de goederen op de beslaglijst met de nummers 1-9, 12, 14, 16, 17 en 23 met behulp waarvan de feiten zijn begaan, voorbereid of dat tot het begaan van het misdrijf is vervaardigd of bestemd verbeurd verklaren verbeurd verklaren. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. Over de telefoons genoemd onder de beslagnummer 16 en 17 overweegt de rechtbank dat deze telefoons onder andere zijn gebruikt om via Wickr te communiceren met medeverdachten met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten.
De rechtbank zal de teruggave van de goederen op de beslaglijst met de nummers 10, 11, 13, 15 en 18-22 aan de rechthebbende gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.
Uit het dossier volgt niet dat bij [verdachte] een laptop van het merk Lenovo in beslag is genomen. De rechtbank neemt daarom geen beslissing over deze laptop.

10.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57, 63, 208, 209, 214 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

11.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 23 (drieëntwintig) maanden;
  • bepaalt dat deze een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 verklaart verbeurd de voorwerpen op de beslaglijst met de nummers 1-9, 12, 14, 16, 17 en 23;
 gelast de teruggave van de voorwerpen op de beslaglijst met de nummers 10, 11, 13, 15 en 18-22 aan de rechthebbende;
vordering benadeelde partij [bedrijf] / [bedrijf] :
 verklaart de benadeelde partij [bedrijf] niet-ontvankelijk in de vordering tot vergoeding van materiële schade;
 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [bedrijf] , een bedrag te betalen van € 56.175,00 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 november 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 305 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
 bepaalt dat als de mededaders (een deel van) het schadebedrag betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
vordering benadeelde partij [bedrijf] :
  • veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 5 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [bedrijf] ten bedrage van € 28.728,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [bedrijf] , een bedrag te betalen van € 28.728,00 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 178 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 bepaalt dat als de mededaders (een deel van) het schadebedrag betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
vordering benadeelde partij [bedrijf]:
 verklaart de benadeelde partij [bedrijf] niet-ontvankelijk in de vordering tot vergoeding van materiële schade;
 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [bedrijf], een bedrag te betalen van € 40.778,20 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 mei 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 238 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
 bepaalt dat als de mededaders (een deel van) het schadebedrag betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Wasmann (voorzitter), mr. K.A.M. van Hoof en mr. R.P.W. van de Meerakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Fliert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 december 2025.
Mr. R.P.W. van de Meerakker is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I – De tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 te [woonplaats] en/of te [plaats] en/of elders in Nederland en/of te [plaats], althans in België, samen met een ander of anderen en/of alleen, opzettelijk (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) bankbiljetten van 500 euro en/of 200 euro en/of 100 euro en/of 50 euro en/of 20 euro en/of 10 euro en/of bankbiljetten van 20 (Amerikaanse) dollar en/of 50 (Amerikaanse) dollar, heeft nagemaakt / vervalst, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te (doen) geven;
2.
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 te [woonplaats] en/of te [plaats] en/of elders in Nederland en/of te [plaats], althans in België samen met een ander of anderen en/of alleen, opzettelijk (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) bankbiljetten van 500 euro en/of 200 euro en/of 100 euro en/of 50 euro en/of 20 euro en/of 10 euro en/of bankbiljetten van 20 (Amerikaanse) dollar en/of 50 (Amerikaanse) dollar, die verdachte en/of zijn mededaders zelf hebben nagemaakt / vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing verdachte en/of zijn mededaders, toen hij / zij die bankbiljetten ontving(en), bekend was, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te (doen) geven, zich heeft verschaft en/of in voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd, ingevoerd, doorgevoerd en/of uitgevoerd;
3.
hij op of omstreeks 30 juli 2020 te [woonplaats] (in een woning aan de [adres]), althans in Nederland samen met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (onder meer) een (grote) hoeveelheid (valse) hologrammen en/of een hoeveelheid (ongesneden) eurobiljetten en/of dollarbiljetten en/of een of meer printer(s) en/of een papiersnijmachine en/of een of meer (printer)cartridges en/of een hoeveelheid (speciaal) printpapier, heeft vervaardigd, ontvangen en/of zich heeft verschaft en/of voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat deze bestemd was / waren tot het namaken/ vervalsen van bankbiljetten;
4.
hij in de periode van september 2019 tot en met december 2019 te [woonplaats] en/of te [plaats] en/of te Arnhem en/of te [plaats] (B), althans in Nederland en/of België en/of Oostenrijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf] , althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft bewogen tot afgifte van € 56.175,-, althans enig geldbedrag, immers heeft/hebben hij verdachte en zijn mededaders met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- een (imitatie)bedrijf te weten “[bedrijf]”, opgestart en/of op laten starten en/of
- een website (www.[bedrijf].com) gebouwd en/of laten bouwen van het bedrijf en/of bedrijfsgegevens van het bestaande bedrijf [bedrijf] te [plaats] (waaronder) een uittreksel van de Kamer van Koophandel en/of een brief van de Belastingdienst met BTW-nummer en/of kopieën van (valse/vervalste) identiteitsbewijzen van de directeuren en/of formulieren met de bedrijfsnaam [bedrijf] en de bedrijfsgegevens van [bedrijf] , die de indruk moesten wekken dat [bedrijf] een bestaand/legaal bedrijf betrof, aan [bedrijf] toegestuurd en/of
- ( voorts) daarbij gebruik gemaakt/laten maken van (een) vals(e)/vervalst(e) formulieren met daarin o.a. vermeld het kantooradres en/of leveradres [adres] te [plaats] en/of
- telefonisch en/of via email en/of via Skype contact opgenomen en/of laten opnemen en/of gehad en/of laten hebben met [bedrijf] over een order/bestelling van 350 smartwatches van het merk Samsung (R810) bij [bedrijf] en zich hierbij voor te doen en/of laten voordoen als bonafide vertegenwoordiger/medewerker (onder de naam [naam]) van het bedrijf [bedrijf] en/of (vervolgens)
- een factuur met foto' s van dichtgeplakte dozen met streepjescodes en beschrijving van de apparatuur aan [bedrijf] gestuurd/laten sturen, waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf] , in de veronderstelling met een betrouwbare koper in zee te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven daders in de periode van september 2019 tot en met december 2019 te [woonplaats] en/of te [plaats] en/of te Arnhem en/of te [plaats] (B), althans in Nederland en/of België en/of Oostenrijk, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf] , althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft/hebben bewogen tot afgifte van € 56.175,-, althans enig geldbedrag, immers heeft/hebben voornoemde [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- een (imitatie)bedrijf, te weten “[bedrijf]”, opgestart en/of op laten starten en/of
- een website (www.[bedrijf].com) gebouwd en/of laten bouwen van het bedrijf en/of bedrijfsgegevens van het (bestaande) bedrijf [bedrijf] te [plaats] (waaronder) een uittreksel van de Kamer van Koophandel en/of een brief van de Belastingdienst met BTW-nummer en/of kopieën van (valse/vervalste) identiteitsbewijzen van de vermeende directeuren van [bedrijf] en/of formulieren met de bedrijfsnaam [bedrijf] en de bedrijfsgegevens van [bedrijf] , die de indruk moesten wekken dat [bedrijf] een bestaand/legaal bedrijf betrof, aan [bedrijf] toegestuurd en/of
- telefonisch en/of via email en/of via Skype contact opgenomen en/of laten opnemen en/of gehad en/of laten hebben met [bedrijf] over een order/bestelling van 350 smartwatches van het merk Samsung (R810) bij [bedrijf] en zich hierbij voorgedaan en/of laten voordoen als bonafide vertegenwoordiger/medewerker van het bedrijf [bedrijf] en/of (vervolgens)
- een factuur met foto' s van dichtgeplakte dozen met streepjescodes en beschrijving van de apparatuur aan [bedrijf] /laten sturen, waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf] met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan en werd(en) bewogen tot omschreven afgifte, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte in of omstreeks de periode van september 2019 tot en met december 2019 te [woonplaats] en/of te [plaats] en/of te Arnhem en/of (elders) in Nederland en/of in [plaats] (B) en/of (elders) in België en/of in Duitsland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door daartoe met zijn mededader(s), althans alleen (onder meer)
- voornoemd imitatiebedrijf [bedrijf] op zijn naam te zetten en/of
- ( via Skype en/of op andere wijze) contact te hebben met het bedrijf [bedrijf] en/of
- de website www.[bedrijf].com (helpen) te creëren en/of
-(een) aan het (imitatie)bedrijf [bedrijf] gelieerd(e) mailadres(sen) te creëren en betalingen daaromtrent te verrichten en daarbij gebruik te maken (zonder diens medeweten) van (vervalste) bedrijfsgegevens van het bestaande bedrijf [bedrijf] te [plaats] en/of
- een bankrekening met nummer [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] h/o [bedrijf] en/of (een) andere bankrekening(en) op naam te hebben en/of daartoe toegang te hebben teneinde (een) betaling(en) daarover van [bedrijf] te ontvangen en/of vervolgens een deel van die betaling/dat bedrag naar de rekening van [bedrijf] en/of naar rekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] te laten plaatsvinden en/of
- geld te (laten) storten op bankrekeningen die gebruikt werden voor de geldstromen rondom voornoemde oplichting en/of daarover met (een) ander(en) contact te hebben/houden en/of
- stempels met daarop de naam “[bedrijf] te [plaats]” en “[bedrijf] te [plaats]” bij Copyshop en Drukkerij Dogan te Arnhem te bestellen en/of belettering en stickers met de naam “[bedrijf]” (ten behoeve van een pand aan de [adres] te [plaats]) bij [bedrijf] te [plaats] te bestellen en/of
- een (bedrijfs)pand gelegen aan de [adres] te [plaats] te regelen en/of te huren/te betalen en/of
- als tussenpersoon te fungeren voor potentiële afnemers en/of opdrachtgevers en/of informatie en/of ideeën te verzamelen en/of locaties te zoeken en/of instructies te geven die dienstbaar zijn aan de oplichting;
5.
hij in de periode van oktober 2019 tot en met december 2019 te [woonplaats] en/of te [plaats] en/of te Kerkrade, althans en/of elders in Nederland en/of te [plaats] (B) althans in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf] althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft bewogen tot afgifte van 320 haardrogers van het merk Dyson (ter waarde van € 85.120,-), althans enig goed en/of [bedrijf] althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft bewogen tot afgifte van 171 smartwatches van het merk Samsung Galaxy (ter waarde van € 28.728,-), althans enig goed, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededaders met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- zich voorgedaan als bonafide vertegenwoordiger/medewerker (onder de naam [naam]) van het bedrijf [bedrijf] en/of (via Skype) contact opgenomen/laten opnemen met de firma [bedrijf] en/of
- daarbij gebruik gemaakt/laten maken van (valse/vervalste) kopieën van paspoorten/ID-bewijzen van personen werkzaam bij de bestaande firma [bedrijf] te [plaats] en/of
- ( voorts) daarbij gebruik gemaakt/laten maken van (een) vals(e)/vervalst(e) formulieren met daarin (onder meer) vermeld het leveradres [adres] te [plaats] en/of
- om vertrouwen te wekken bij de firma [bedrijf] een eerste order, te weten een hoeveelheid GO Pro camera’s (ter waarde van € 32.750,-) besteld/laten bestellen en betaald/laten betalen en/of
- ( vervolgens) een tweede order van 320 haardrogers van het merk Dyson (ter waarde van
€ 85.120,-) en/of 171 Samsung Galaxy Smartwatches (ter waarde van €28.728,-) bij [bedrijf] en/of [bedrijf] besteld/laten bestellen en/of afgenomen/laten afnemen waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf] en/of [bedrijf] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf] en/of [bedrijf] gelet op de bij [bedrijf] en/of [bedrijf] bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf], met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven daders in de periode van oktober 2019 tot en met december 2019 te [woonplaats] en/of te [plaats] en/of te Kerkrade, althans in Nederland en/of te [plaats] (B) althans in België, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf] en/of [bedrijf], althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtsperso(o)n(en) heeft/hebben bewogen tot afgifte van 320 haardrogers van het merk Dyson (ter waarde van € 85.120,-) en/of 171 smartwatches van het merk Samsung Galaxy (ter waarde van € 28.728,-), althans enig goed, immers heeft/hebben voornoemde [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) met voren omschreven oogmerk – zakelijke weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- zich voorgedaan als bonafide vertegenwoordiger/medewerker (onder de naam [naam]) van het bedrijf [bedrijf] en/of (via Skype) contact opgenomen/laten opnemen met de firma [bedrijf] en/of
- daarbij gebruik gemaakt/laten maken van (valse/vervalste) kopieën van paspoorten/ID-bewijzen van personen werkzaam bij de bestaande firma [bedrijf] te [plaats] en/of
- ( voorts) daarbij gebruik gemaakt/laten maken van (een) vals(e)/vervalst(e) formulieren met daarin (onder meer) vermeld het leveradres [adres] te [plaats] en/of
- om vertrouwen te wekken bij de firma [bedrijf] een eerste order, te weten een hoeveelheid GO Pro camera’s (ter waarde van € 32.750,-) besteld/laten bestellen en betaald/laten betalen en/of
- ( vervolgens) een tweede order van 320 haardrogers van het merk Dyson (ter waarde van € 85.120,-) en/of 171 Samsung Galaxy Smartwatches (ter waarde van € 28.728,-) bij [bedrijf] en/of [bedrijf] besteld/laten bestellen en/of afgenomen/laten afnemen waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf] en/of [bedrijf] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf] en/of [bedrijf] gelet op de bij [bedrijf] en/of [bedrijf] bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf], met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van oktober 2019 tot en met december 2019 te [woonplaats] en/of [plaats] en/of Kerkrade en/of (elders) in Nederland en/of te [plaats] (B) en/of elders in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door daartoe met zijn mededader(s), althans alleen (onder meer)
- aan het (imitatie)bedrijf [bedrijf] gelieerd(e) mailadres(sen) te creëren en betalingen daaromtrent te verrichten/te laten verrichten en/of
- geld te (laten) storten op bankrekeningen die gebruikt werden voor de geldstromen rondom voornoemde oplichting en/of daarover met (een) ander(en) contact te hebben/houden en/of
- zorg te dragen voor een ontvangstadres en/of betaling van de huur en borgsom (via een bankrekeningnummer van een katvanger) en/of het plaatsen van (een) partij(en) Dyson haardrogers en Samsung smartwatches op het adres [adres] te [plaats] en/of voornoemde goederen te vervoeren en/of te verplaatsen en/of op te slaan en/of
- als tussenpersoon te fungeren voor potentiële afnemers en/of opdrachtgevers en/of informatie en/of ideeën te verzamelen en/of locaties te zoeken en/of instructies te geven die dienstbaar zijn aan de oplichting;
6.
hij in de periode van 19 maart 2019 tot en met 29 juni 2019 te [woonplaats] en Kusterdingen (D) en Moeskroen (B), althans in Nederland en/of Duitsland en/of België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf], althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft bewogen tot afgifte van (totaal) 400 elektrische tandenborstels van het merk Oral-B, althans enig goed, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededaders met voren omschreven oogmerk – zakelijke weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- een (imitatie)bedrijf te weten [bedrijf] , opgestart en/of op laten starten en/of
- een website (www.[bedrijf].be) gebouwd en/of laten bouwen van het bedrijf [bedrijf] , waarop (onder meer) de inschrijving in de (Belgische) Kamer van Koophandel te zien was en/of andere bedrijfsgegevens (van (het bestaande bedrijf) [bedrijf] , [adres], [adres], België) die de indruk moesten wekken dat [bedrijf] een bestaand/legaal bedrijf betrof en/of
- telefonisch en/of via email en/of via Skype contact opgenomen en/of laten opnemen en/of gehad en/of laten hebben met [bedrijf] en zich (vervolgens) voor te doen en/of laten voordoen als bonafide vertegenwoordiger/medewerker van het bedrijf [bedrijf] en/of (vervolgens)
- om vertrouwen te wekken bij [bedrijf] een eerste order elektrische tandenborstels van het merk Oral-B besteld/laten bestellen en betaald/laten betalen en/of
- ( vervolgens) een tweede en derde order elektrische tandenborstels van het merk Oral-B bij [bedrijf] besteld en/of laten bestellen en/of afgenomen en/of laten afnemen waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf] gelet op de bij [bedrijf] bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf] met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven daders in de periode van 19 maart 2019 tot en met 29 juni 2019 te [woonplaats] en Kusterdingen (B), althans in Nederland en/of Oostenrijk, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf], althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft/hebben bewogen tot afgifte van (totaal) 400 elektrische tandenborstels van het merkt Oral-B, althans enig goed, immers heeft/hebben voornoemde [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) met voren omschreven oogmerk – zakelijke weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- een (imitatie)bedrijf, te weten [bedrijf] , opgestart en/of op laten starten en/of
- een website (www.[bedrijf].be) gebouwd en/of laten bouwen van het bedrijf [bedrijf] , waarop (onder meer) de inschrijving in de (Belgische) Kamer van Koophandel te zien is/was en/of andere bedrijfsgegevens (van [bedrijf] , [adres], [adres], België) die de indruk moesten wekken dat [bedrijf] een bestaand/legaal bedrijf betrof en/of
- telefonisch en/of via email en/of via Skype contact opgenomen en/of laten opnemen en/of gehad en/of laten hebben met [bedrijf] en zich (vervolgens) voor te doen en/of laten voordoen als bonafide vertegenwoordiger/medewerker van het bedrijf [bedrijf] en/of (vervolgens)
- om vertrouwen te wekken bij [bedrijf] een eerste order elektrische tandenborstels van het merk Oral-B besteld/laten bestellen en betaald/laten betalen en/of
- ( vervolgens) een tweede en derde order elektrische tandenborstels van het merk Oral-B bij [bedrijf] besteld en/of laten bestellen en/of afgenomen en/of laten afnemen waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf] gelet op de bij [bedrijf] bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf] met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte in of omstreeks de periode van 15 februari 2019 tot en met 10 mei 2019 te [woonplaats] en/of (elders) in Nederland en/of in Kusterdingen (D) en/of (elders) in Duitsland en/of Moeskroen (B) en/of (elders) in België tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door daartoe met zijn mededader(s), althans alleen (onder meer)
- ( via Skype en/of op andere wijze) contact te hebben met de bedrijven [bedrijf] en/of Dachser en/of
- een site www.[bedrijf].be (helpen) en/of (een) aan het (imitatie)bedrijf [bedrijf] gelieerd(e) mailadres(sen) te creëren en betalingen daaromtrent te verrichten en daarbij gebruikmakend en zonder diens medeweten van bedrijfsgegevens van [bedrijf] te [adres], [adres], België en/of
- als tussenpersoon te fungeren voor potentiële afnemers en/of opdrachtgevers en/of informatie en/of ideeën te verzamelen en/of locaties te zoeken en/of instructies te geven die dienstbaar zijn aan de oplichting en/of
- een bankrekening met nummer [rekeningnummer] en/of (een) andere bankrekening(en) op naam te hebben en/of daartoe toegang te hebben teneinde (een) betaling(en) daarover aan [bedrijf] te laten plaatsvinden en/of
- een bankrekening met nummer [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 3] h/o [bedrijf] op naam te hebben en/of daartoe toegang te hebben ten einde via die rekening een proefbetaling van € 10.670,- mogelijk te maken en/of
- geld te (laten) storten op bankrekeningen die gebruikt werden voor de geldstromen rondom voornoemde oplichting en/of daarover met (een) ander(en) contact te hebben/houden en/of
- reclameborden met daarop de naam [bedrijf] bij [bedrijf]/[bedrijf] te [plaats] te bestellen en/of
- een voertuig te huren en dit voertuig te gebruiken voor het ophalen van partijen elektrische tandenborstels en/of
- de huurder van een loods aan de [adres] te [woonplaats] € 4.000,- te betalen en/of
- de partijen elektrische tandenborstels op te slaan in een loods aan de Kruisstraat in [woonplaats];
7.
hij in de periode van 5 juni 2019 tot en met 19 juni 2019 te [woonplaats] en/of te Dortmund (D), althans in Nederland en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf], althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) 1142 speakers van het merk JBL, althans enig goed, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededaders met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- een imitatiebedrijf, te weten [bedrijf], opgestart en/of op laten starten en/of ingeschreven en/of laten inschrijven in de Kamer van Koophandel (en daarbij gebruikmakend van gegevens van het bestaande bedrijf [bedrijf] gevestigd op het adres [adres] te [postcode] [plaats]) en/of
- een website gebouwd en/of laten bouwen van het bedrijf [bedrijf], waarop (onder meer) de inschrijving in de Kamer van Koophandel te zien is/was en/of andere bedrijfsgegevens die de indruk moesten wekken dat het hier om een bestaand/legaal bedrijf ging en/of
- zich (vervolgens) voorgedaan en/of laten voordoen als bonafide vertegenwoordiger/medewerker van het bedrijf [bedrijf] en/of
- ( telefonisch) contact opgenomen en/of laten opnemen met [bedrijf] en/of
- zich (daarbij) voorgedaan als zijnde de/een medewerker van het bedrijf [bedrijf] en/of als bonafide en/of betalende klant en/of
- om vertrouwen te wekken bij [bedrijf] een eerste order speakers van het merk JBL besteld en betaald en/of
- ( vervolgens) een tweede en derde order speakers van het merk JBL bij [bedrijf] besteld en/of laten bestellen en/of afgenomen en/of laten afnemen waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf] en de bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf] met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven daders in de periode van 5 juni 2019 tot en met 19 juni 2019 te [woonplaats] en/of Dortmund (D), althans in Nederland en/of Duitsland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf], althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft/hebben bewogen tot afgifte van 1142 speakers van het merk JBL, althans enig goed, immers heeft/hebben voornoemde [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) met voren omschreven oogmerk – zakelijke weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- een imitatiebedrijf, te weten [bedrijf], opgestart en/of op laten starten en/of ingeschreven en/of laten inschrijven in de Kamer van Koophandel (en daarbij gebruikmakend van gegevens van het bestaande bedrijf [bedrijf] gevestigd op het adres [adres] te [postcode] [plaats]) en/of
- een website gebouwd en/of laten bouwen van het bedrijf [bedrijf], waarop (onder meer) de inschrijving in de Kamer van Koophandel te zien is/was en/of andere bedrijfsgegevens die de indruk moesten wekken dat het hier om een bestaand/legaal bedrijf ging en/of
- zich (vervolgens) voorgedaan en/of laten voordoen als bonafide vertegenwoordiger/medewerker van het bedrijf [bedrijf] en/of (vervolgens)
- ( telefonisch) contact opgenomen en/of laten opnemen met [bedrijf] en/of
- zich (daarbij) voorgedaan als zijnde de/een medewerker van het bedrijf [bedrijf] en/of als bonafide en/of betalende klant en/of
- om vertrouwen te wekken bij [bedrijf] een eerste order speakers van het merk JBL besteld en betaald en/of
- ( vervolgens) een tweede en derde order speakers van het merk JBL bij [bedrijf] besteld en/of laten bestellen en/of afgenomen en/of laten afnemen waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf] en de bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf] met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte in of omstreeks de periode van 5 juni 2019 tot en met 28 juni 2019 te [woonplaats] en/of [plaats] en/of Dortmund (D) en/of elders in Nederland en/of Duitsland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door daartoe met zijn mededader(s), althans alleen (onder meer)
- voornoemd imitatiebedrijf, te weten [bedrijf], op zijn naam te zetten en/of (daarbij) diverse betalingen te verrichten en/of toe te staan dat het betalingsverkeer ten behoeve van de oplichting via de rekening(en) van [bedrijf] plaatsvond(en) en/of
- ( een) partij(en) speakers van het merk JBL bij [bedrijf] op te halen en/of
- zorg te dragen voor een ontvangstadres en/of zorg te dragen voor het plaatsen van (een) partij(en) speakers van het merk JBL op het adres [adres] te [plaats] en/of zorg te dragen voor de betaling van de huur en borgsom voor dat adres en/of
-zorg te dragen voor een ontvangstadres en/of zorg te dragen voor het plaatsen van voornoemde goederen op het adres [adres] te [woonplaats] en/of zorg te dragen voor de betaling van de huur en borgsom voor dat adres en/of
- de partij(en) speakers van het merk JBL te vervoeren en/of te verplaatsen en/of op te slaan en/of
- als tussenpersoon te fungeren voor potentiële afnemers en/of opdrachtgevers en/of informatie en/of ideeën te verzamelen en/of locaties te zoeken en/of instructies te geven die dienstbaar zijn aan de oplichting;
8.
hij in de periode van 5 juni 2019 tot en met 4 juli 2019 te [woonplaats], althans in Nederland en/of Kirchheim (D) althans in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf], althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft bewogen tot afgifte van 3000 stuks externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB, althans enig goed, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededaders met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- zich voorgedaan als bonafide vertegenwoordiger/medewerker (onder de naam [naam]) van het bedrijf [bedrijf] en/of (via Skype) contact opgenomen/laten opnemen met [bedrijf] en/of
- daarbij gebruik gemaakt/laten maken van een vals/vervalst uittreksel van de Kamer van Koophandel van het bedrijf [bedrijf] gevestigd op het adres [adres] te [postcode] [plaats] en aan de hand waarvan [bedrijf] een creditcheck heeft uitgevoerd/laten voeren met het oog op de kredietwaardigheid en betrouwbaarheid en/of
- ( voorts) daarbij gebruik gemaakt/laten maken van (een) vals(e)/vervalst(e) formulieren met daarin o.a. vermeld het kantooradres (“office”) [bedrijf] en het leveradres (“Delivery address”) [adres] te [postcode] [plaats] en/of
- om vertrouwen te wekken bij [bedrijf] een eerste order van 2000 stuks externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB ter waarde van € 69.000,- besteld/laten bestellen en betaald/laten betalen en/of
- ( vervolgens) een tweede order van 3000 stuks externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB ter waarde van € 104.100,- bij [bedrijf] besteld/laten bestellen en/of afgenomen/laten afnemen waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf] gelet op de bij [bedrijf] bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf] met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven daders in de periode van 5 juni 2019 tot en met 4 juli 2019 te [woonplaats], althans in Nederland en/of Kirchheim (D) althans in Duitsland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf], althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft/hebben bewogen tot afgifte van externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB, althans enig goed, immers heeft/hebben voornoemde [medeverdachte 1] en/of zijn mededaders met voren omschreven oogmerk – zakelijke weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- zich voorgedaan als bonafide vertegenwoordiger/medewerker (onder de naam [naam]) van het bedrijf [bedrijf] en/of (via Skype) contact opgenomen/laten opnemen met [bedrijf] en/of
- daarbij gebruik gemaakt/laten maken van een vals/vervalst uittreksel van de Kamer van Koophandel van het bedrijf [bedrijf] gevestigd aan [adres] te [postcode] [plaats] aan de hand waarvan [bedrijf] een creditcheck uit te laten voeren met het oog op de kredietwaardigheid en betrouwbaarheid en/of
- ( voorts) daarbij gebruik gemaakt/laten maken van (een) vals(e)/vervalst(e) formulieren met daarin o.a. vermeld het kantooradres (“office”) [bedrijf] en het leveradres (“Delivery address”) [adres] te [postcode] [plaats] en/of
- om vertrouwen te wekken bij [bedrijf] een eerste order van 2000 stuks externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB ter waarde van E. 69.000,- besteld/laten bestellen en betaald/laten betalen en/of - (vervolgens) een tweede order van 3000 stuks externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB ter waarde van € 104.100,- speakers bij [bedrijf] besteld/laten bestellen en/of afgenomen/laten afnemen waardoor (een) medewerker(s) van [bedrijf] door de betaling van de eerste order en de omstandigheid dat [bedrijf] gelet op de bij [bedrijf] bekende bedrijfsgegevens met betrekking tot het bedrijf [bedrijf] met een betrouwbare koper in zee dacht(en) te zijn gegaan, werd(en) bewogen tot omschreven afgifte,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 5 juni 2019 tot en met 4 juli 2019 te [woonplaats] en/of [plaats] en/of (elders) in Nederland en/of te Kirchheim (D) en/of elders in Duitsland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door daartoe met zijn mededader(s), althans alleen, (onder meer)
- voornoemd imitatiebedrijf, te weten [bedrijf], op zijn naam te zetten en/of (daarbij) diverse betalingen te verrichten en/of toe te staan dat het betalingsverkeer ten behoeve van de oplichting via de rekening(en) van [bedrijf] plaatsvond(en) en/of
- partijen externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB bij [bedrijf] op te halen en/of (vervolgens) te plaatsen in een loods aan de [adres] te [woonplaats] en/of zorg te dragen voor de betaling van de huur en een borgsom ten behoeve van de loods aan de [adres] te [woonplaats] en/of
- zorg te dragen voor een ontvangstadres en/of zorg te dragen voor het plaatsen van (een) partij(en) externe harde schijven Toshiba HDD Basics 2018 1 TB op het adres [adres] te [plaats] en/of zorg te dragen voor de betaling van de huur en borgsom voor dat adres en/of
- voornoemde goederen te vervoeren en/of te verplaatsen en/of op te slaan en/of
- als tussenpersoon te fungeren voor potentiële afnemers en/of opdrachtgevers en/of informatie en/of ideeën te verzamelen en/of locaties te zoeken en/of instructies te geven die dienstbaar zijn aan de oplichting;
9.
hij in de periode van 26 juni 2019 tot en met 29 juni 2019 te Plzen (Tsjechië) en/of in [woonplaats] en/of in [plaats] en/of in andere plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf], althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van € 88.650,- en een geldbedrag van € 3.000,-, althans enig bedrag, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- een (imitatie)bedrijf, te weten [bedrijf], opgestart en/of op laten starten en/of ingeschreven en/of laten inschrijven in de Kamer van Koophandel (KVK nummer [KVK-nummer]) en/of daarbij misbruik gemaakt van bedrijfsgegevens van het bedrijf [bedrijf] (met KVK nummer [KVK-nummer]) te [plaats] en/of
- zich (vervolgens) voorgedaan als bonafide vertegenwoordiger/medewerker onder de naam [naam] van [bedrijf] en/of (vervolgens) via Skype en/of email via een tussenpersoon contact opgenomen/gelegd met voornoemde [bedrijf] en/of
- aangegeven/laten aangeven een partij Playstation 4 te willen verkopen en te leveren na betaling van € 3.000 en/of € 88.650, althans enig geldbedrag (aanbetaling) door [bedrijf];
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven personen in de periode van 26 juni 2019 tot en met 29 juni 2019 te Plzen (Tsjechië) en/of [woonplaats] en/of in [plaats] en/of in andere plaatsen in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf], althans een of meer medewerker(s) van genoemde rechtspersoon heeft/hebben bewogen tot afgifte van een geldbedrag van € 88.650,- en een geldbedrag van € 3.000,-, althans enig bedrag, immers heeft/hebben voornoemde [medeverdachte 1] en/of zijn mededaders met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- een (imitatie)bedrijf, te weten [bedrijf], opgestart en/of op laten starten en/of ingeschreven en/of laten inschrijven in de Kamer van Koophandel (KVK nummer [KVK-nummer]) en/of daarbij misbruik gemaakt van bedrijfsgegevens van het bedrijf [bedrijf] (met KVK nummer [KVK-nummer]) te [plaats] en/of
- zich (vervolgens) voorgedaan als bonafide vertegenwoordiger/medewerker onder de naam [naam] van [bedrijf] en/of (vervolgens) via Skype en/of email contact opgenomen/gelegd met voornoemde [bedrijf] en/of
- aangegeven een partij PS4/Playstation 4 te verkopen en te leveren na betaling van € 3.000 en/of € 88.650, althans enig geldbedrag (aanbetaling) door [bedrijf],
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte in of omstreeks de periode van 8 mei 2019 tot en met 26 juni 2019 te [woonplaats] en/of [plaats] en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door daartoe met zijn mededader(s), althans alleen, (onder meer)
- met betrekking tot het (imitatie)bedrijf [bedrijf] zijn NWA-gegevens ter beschikking te stellen en/of
- een bankrekening met nummer NL27ING0007426048 op naam van [naam] [verdachte] h/o/ [bedrijf] ter beschikking te stellen / doen stellen en/of in verband met de verkoop van een partij PS4/PlayStation 4 aan [bedrijf] bedragen van € 3.000,- en € 88.650,- op zijn bankrekening te ontvangen en/of daarvan deelbedragen te pinnen en/of door te boeken naar andere rekeningen en/of
- als tussenpersoon te fungeren voor potentiële afnemers en/of opdrachtgevers en/of informatie en/of ideeën te verzamelen en/of locaties te zoeken en/of instructies te geven die dienstbaar zijn aan de oplichting.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, opsporingsonderzoek Parra, dossiernummer ON3R018117, gesloten op 31 oktober 2022, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden (inclusief die van de bij het onderzoek Parra behorende deelonderzoeken Palestina, Lega, Reseda en Marker), tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00574.
3.Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , PARRA PD01, p. 63-64.
4.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00582-00616.
5.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00490-00496.
6.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00482-00485.
7.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00031-00034, p. 00067, p. 00070, p. 00078-00079.
8.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00617-00619.
9.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00486-00489.
10.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00213-00215, p. 00238-00240, p. 00243.
11.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00406-00407, p. 00431-00432.
12.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00488-00493.
13.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00033.
14.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA AD, p. 00773-00779.
15.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00987.
16.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00990.
17.Processen-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD02, p. 00129-00145; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD02, p. 00215-00218; Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI,
18.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 01675.
19.Proces-verbaal van verhoor van [naam] [verdachte] , PALESTINA ZD01, p. 01084.
20.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00714
21.Proces-verbaal van verhoor van [naam] [verdachte] , PALESTINA ZD01, p. 01080.
22.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00873.
23.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00892.
24.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA PD03, p. 170.
25.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA PD03, p. 178.
26.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00670-00671.
27.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00822.
28.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00866; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00868; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 01164.
29.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00257-00262.
30.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00263-00265.
31.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00266.
32.Proces-verbaal, PALESTINA ZD01, p. 00813-00819.
33.Proces-verbaal, PALESTINA ZD01, p. 00820-00829.
34.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 280-299; Proces-verbaal documentonderzoek aan papier, PALESTINA AD, p. 543.
35.Processen-verbaal forensisch technisch onderzoek valse bankbiljetten, PALESTINA AD, p. 468-472,
36.Proces-verbaal forensisch technisch onderzoek valse hologrammen, PALESTINA AD, p. 545.
37.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00311; Proces-verbaal forensisch onderzoek sporen, PALESTINA ZD01, p. 315; Proces-verbaal dactyloscopisch vooronderzoek, PALESTINA ZD01, p. 320; Rapport dactyloscopisch onderzoek, PALESTINA ZD01, p. 328.
38.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 400-406; Proces-verbaal van bevindingen met Bijlage in beslag genomen goederen, p. 00398.
39.Processen-verbaal van forensisch technisch onderzoek valse bankbiljetten, PALESTINA AD,
40.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 397.
41.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00836; Proces-verbaal dactyloscopisch vooronderzoek, PALESTINA AD, p. 00440; Rapport dactyloscopisch onderzoek, PALESTINA ZD01,
42.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 513-517.
43.Proces-verbaal forensisch technisch onderzoek valse bankbiljetten, PALESTINA AD, p. 00678.
44.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00457-461; Processen-verbaal forensisch technisch onderzoek valse bankbiljetten, PALESTINA AD, p. 00745 en p. 00746; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00489.
45.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00731, met Bijlage.
46.Falsificaat-informatie d.d. 1 maart 2022, De Nederlandsche Bank, Nationaal Analyse Centrum, PALESTINA ZD01, p. 00750-00781; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, 00738-00744.
47.Technisch onderzoek, NAC Team, De Nederlandsche Bank, PALESTINA ZD01, p. 00792-00810.
48.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00748.
49.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00259.
50.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00282 en p. 00288.
51.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00610-00611.
52.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00613-00615.
53.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00223-227.
54.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00628-00631.
55.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, po. 00085, p. 00090-00091 en p. 00095-00096.
56.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00631-00634.
57.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00897.
58.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00609.
59.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00227-00233; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00607-00610.
60.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00245 en p. 00247.
61.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00626.
62.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA PD05, p. 00131-00132, p. 00134-00135 en p. 00137-00138.
63.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00271-00272.
64.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00252-00254.
65.Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 1] , PALESTINA ZD01, p. 01007.
66.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00531.
67.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00085-00097; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00539-00541.
68.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00900.
69.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00541.
70.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00286-00287.
71.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00292 en p. 00295.
72.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00550-00551.
73.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00515; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00525.
74.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00524-00525.
75.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00534.
76.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00532-00534.
77.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 518-519.
78.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00535-00536.
79.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00537.
80.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00460.
81.Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , PARRA PD01, p. 71-72.
82.Processen-verbaal van verhoor M. Rahou, PALESTINA ZD01, p. 01160 en p. 01162.
83.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00657-00660.
84.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00198.
85.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00684.
86.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00839.
87.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00491 en p. 00494; Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 1], PALESTINA ZD01, p. 01006-01007.
88.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA PD05, p. 00129-00130.
89.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00828 en p. 00840-00843.
90.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00727-00728.
91.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00707.
92.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00496-00508.
93.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00828-00830 en p. 00844-00846.
94.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00729.
95.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI. p. 00678-00680 en p. 00689-00695
96.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00727-00765; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00766-00808.
97.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00677 en p. 00686-00688.
98.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00688.
99.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00668-00671; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00681-00682 en p. 00702.
100.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00406-00409 en p. 00412-00413.
101.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00678-00681.
102.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00674-00676; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00685 en p. 00696-00701.
103.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00532.
104.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00630-00631.
105.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00894.
106.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00896.
107.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00900-00905.
108.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD-1, p. 00636.
109.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER AD, p, 00072; proces-verbaal van bevindingen, MARKER AD, p. 00073.
110.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA AD, p. 00231-00236.
111.Proces-verbaal van bevindingen, Reseda AD, p. 00368-00369.
112.Proces-verbaal van aangifte, RESEDA ZD01, p. 00127.
113.Schriftelijk bescheid, te weten een factuur van [bedrijf] aan [bedrijf] , RESEDA ZD01, p. 00096.
114.Schriftelijk bescheid, te weten een weergave van een mail met bijlage, RESEDA ZD01, p. 00100-00102.
115.Proces-verbaal van aangifte, RESEDA ZD01, p. 00127-00128.
116.Proces-verbaal van aangifte, RESEDA ZD01, p. 00127; Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf] , RESEDA ZD01, p. 00136.
117.Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf] , RESEDA ZD01, p. 00134-00135.
118.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00127; Schriftelijk bescheid, te weten een weergave van een kopie van een identiteitsbewijs, RESEDA ZD01, p. 00090; Schriftelijk bescheid, te weten een weergave van een kopie van een identiteitsbewijs, RESEDA ZD01, p. 00091.
119.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00259-00262.
120.Proces-verbaal van aangifte, RESEDA ZD01, p. 00168-00170.
121.Proces-verbaal verstrekking van gegevens, PARRA FINANCIEEL, p. 00162.
122.Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf], RESEDA ZD01,
123.Schriftelijk bescheid, te weten een overzicht van de wijzigingen van de Kamer van Koophandel van KvK-nummer [KVK-nummer], RESEDA ZD01, p. 00140.
124.Schriftelijk bescheid, te weten een weergave van een mail met bijlage verstuurd door [naam]@[bedrijf].com, RESEDA ZD01, p. 00086-00088.
125.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00395.
126.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00333-00334.
127.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00335.
128.Schriftelijk bescheid, te weten een weergave van stempels op naam van [bedrijf] , RESEDA ZD01, p. 00320-00321.
129.Proces-verbaal van verhoor getuige, RESEDA ZD01, p. 00298-
130.Tapgesprek, RESEDA ZD01, p. 00267.
131.Tapgesprek, RESEDA ZD01, p. 00268.
132.Tapgesprek, RESEDA ZD01, p. 00269.
133.Proces-verbaal van observatie, RESEDA ZD01, p. 00278-00279.
134.Relaas, RESEDA ZD01, p. 00009; proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00281-00288.
135.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00293-00294.
136.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00263.
137.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00328.
138.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00328.
139.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00309; tapgesprek, RESEDA ZD01, p. 00312.
140.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00462-00463.
141.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00372-00374; Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00227-00229.
142.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00216.
143.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00218.
144.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00231-00232.
145.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 0272.
146.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00095-00098.
147.Proces-verbaal van verhoor van getuige, RESEDA ZD02, p. 00177-00181.
148.Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf] , RESEDA ZD02, p. 00212.
149.Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf] , RESEDA ZD02, p. 00214.
150.Schriftelijk bescheid, te weten een brief van de Belastingdienst aan [bedrijf] , RESEDA ZD02, p. 00215.
151.Schriftelijk bescheid, te weten een [bedrijf] Application Form, RESEDA ZD02, p. 00227-00231.
152.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD02, p. 00217.
153.Proces-verbaal van aangifte, RESEDA ZD02, p. 00220-00221.
154.Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, RESEDA ZD02, p. 00235.
155.Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf], RESEDA ZD02, p. 00234.
156.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD02, p. 00281; tapgesprek, RESEDA ZD01, p. 00287.
157.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD02, p. 00300 en p. 00303.
158.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD02, p. 00256-00278.
159.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD02, p. 00065.
160.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD02, p. 00444-00446.
161.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00076-00083.
162.Schriftelijk bescheid, te weten een e-mail [naam], RESEDA ZD02, p. 00189.
163.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD02, p. 00313-00318.
164.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD02, p. 00319.
165.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA DIGI, p. 00206-00213.
166.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00074; proces-verbaal van aangifte, LEGA ZD01, p. 00092-00093.
167.Proces-verbaal van verhoor van getuige, LEGA ZD01, p. 00201.
168.Schriftelijk bescheid, te weten een factuur, LEGA ZD01, p. 00194; schriftelijk bescheid, te weten een factuur, LEGA ZD01, p. 00198.
169.Proces-verbaal van verhoor van getuige, LEGA ZD01, p. 201.
170.Onderzoeksrapport Hoofdbureau van politie Reutlingen, LEGA ZD01, p. 00072, [bedrijf] Invoice d.d. 8 mei 2019, LEGA-ZD01, p. 00194, en [bedrijf] Invoice d.d. 10 mei 2019, LEGAZD01, p. 00198.
171.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00064-00065; Proces-verbaal van aangifte, LEGA ZD01,
172.Getuigenverhoor aangever [getuige] d.d. 16 mei 2019, politie Kirchentellinsfurt (Duitsland), LEGA ZD01-00097.
173.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00064.
174.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 01539.
175.Aanvullend proces-verbaal van bevindingen met nummer ON33019004.000061, p. 2.
176.Proces-verbaal van verhoor getuige, LEGA ZD01, p. 00103.
177.Proces-verbaal van verhoor [naam] [verdachte] , LEGA ZD01, p. 00859.
178.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00507.
179.Proces-verbaal van aangifte, LEGA ZD01, p. 00094.
180.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00107.
181.Proces-verbaal van verhoor getuige, LEGA ZD01, p. 00103.
182.Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf], LEGA ZD02,
183.Proces-verbaal van verhoor [naam] [verdachte] , LEGA ZD01, p. 00833 en p. 00851.
184.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA AD, p. 00461.
185.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00437.
186.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00523.
187.Schriftelijk bescheid, te weten een vrachtbrief, LEGA ZD01, p. 00197; Schriftelijk bescheid, te weten een vrachtbrief, LEGA ZD01, p. 00200.
188.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00440.
189.Proces-verbaal van bevindingen. LEGA ZD01, p. 00433-00435.
190.Proces-verbaal van bevindingen,LEGA ZD01, p. 00525-00526.
191.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00539.
192.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00618.
193.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00494-00496.
194.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00572-00574.
195.Proces-verbaal van bevindingen, RESEDA ZD01, p. 00369-00371.
196.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00763-00764.
197.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00423.
198.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00775-00777.
199.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD01, p. 00538.
200.Proces-verbaal van aangifte, LEGA ZD02, p. 00072-00073.
201.Foto, LEGA ZD02, p. 00083; relaas, LEGA ZD02, p. 00034.
202.Foto, LEGA ZD02, p. 00084.
203.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 00176.
204.Schriftelijk bescheid, te weten een weergave van de website van [bedrijf], LEGA ZD02, 00074.
205.Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, LEGA ZD02, p. 01323-01324; schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf], LEGA ZD02, p. 01365.
206.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA FINANCIEEL, p. 00104.
207.Verklaring van [naam] [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting van 18 september 2025.
208.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD03, p. 00571.
209.Proces-verbaal van verhoor van [naam] [verdachte], LEGA ZD03, p. 00706-00708.
210.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 00231-00236.
211.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 01366-01368.
212.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA FINANCIEEL, p. 00147.
213.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 01366-01368.
214.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 00522-00523.
215.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 00255.
216.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 00781 en p. 00800.
217.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 00255-00261.
218.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD03, p. 00047-00049; Proces-verbaal van bevindingen LEGA ZD01, p. 00601.
219.Schriftelijk bescheid, te weten een factuur op naam van [bedrijf], LEGA ZD03, p. 00072.
220.Schriftelijk bescheid, te weten een vrachtbrief, LEGA ZD03, p. 00074.
221.Schriftelijk bescheid, te weten een aan [bedrijf] verstrekt uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf] , LEGA ZD03, p. 00058.
222.Schriftelijk bescheid, te weten een weergave van een identiteitskaart, LEGA ZD03, p. 00060.
223.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD02, p. 00205.
224.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD03, p. 00372.
225.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD03,p. 00100.
226.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD03, p. 00103.
227.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD03,p. 00100-00103; Proces-verbaal van aangifte, LEGA ZD03,
228.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD03, p. 00528.
229.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD04, p. 00030-00032.
230.Schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel van de Kamer van Koophandel van [bedrijf] , LEGA ZD04, p. 00051.
231.Schriftelijk bescheid, te weten een factuur van 27 juni 2019, LEGA ZD04, p. 00048.
232.Relaas, LEGA ZD04, p. 00018.
233.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD04, p. 00207-00208.
234.Proces-verbaal van verhoor [naam] [verdachte] , LEGA ZD04, p. 000693-00696.
235.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD04, p. 00212.
236.Proces-verbaal van verhoor [naam] [verdachte] , LEGA ZD04, p. 00693-00696.
237.Proces-verbaal van bevindingen, LEGA ZD04, p. 00209-00211.
238.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 1125.
239.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 1119
240.Relaas proces-verbaal, MARKER DIGI, p. 10.