6.3.De rechtbank heeft, gelet op hetgeen hierboven is overwogen, geen aanleiding om aan de conclusies van de (verzekerings)artsen b&b te twijfelen. Hoewel de rechtbank begrijpt dat voor eiseres voorop staat wat zij ervaart, gaat het bij een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling, zoals hier aan de orde, om beperkingen die een medisch objectiveerbaar gevolg zijn van ziekte. De beleving van klachten is volgens vaste rechtspraak van de CRvB namelijk niet beslissend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen bij eiseres zijn vast te stellen.Het UWV ontkent niet dat eiseres klachten ervaart en beperkingen heeft. Daarom is een FML opgesteld. Van een medisch objectieve onderbouwing voor het aannemen van aanvullende beperkingen is niet gebleken. Zonder afbreuk te willen doen aan de door eiseres ervaren impact van haar klachten op het dagelijks leven, ziet de rechtbank in wat zij heeft aangevoerd geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de medische onderbouwing van het bestreden besluit. De rechtbank gaat dan ook uit van de juistheid van de FML.
7. De rechtbank merkt nog het volgende op. Eiseres stelt in haar aanvullende beroepsgronden van 11 september 2025 dat door de behandelend specialist is geconcludeerd dat zij vanaf 2017 aan de criteria voor ME/CVS voldoet. Daarbij verwijst zij naar de bijlage bij die (aanvullende) beroepsgronden. De rechtbank gaat ervan uit dat die bijlage een schermafdruk is van een stukje van een pagina uit het account van eiseres bij het Erasmus MC. Het gaat om een registratie van 28 juli 2025. Onduidelijk is van welke arts deze informatie afkomstig is. Er is geen medische informatie, alleen een conclusie. Die conclusie luidt als volgt:
“Voldoet aan criteria van ME/CVS (sinds 2017 invaliderende vermoeidheid, met spierklachten, gewrichtsklachten, PEM en cognitieve klachten).”
De rechtbank is van oordeel dat eiseres in deze conclusie ten onrechte leest dat zij vanaf 2017 aan de criteria voor ME/CVS voldoet. Er staat slechts dat eiseres aan de criteria voldoet. Dat betekent dat zij ten tijde van de registratie op 28 juli 2025 aan de criteria voldoet. Wat vervolgens tussen haakjes staat is de (summiere) onderbouwing voor deze conclusie, namelijk dat zij sinds 2017 invaliderende vermoeidheid, met spierklachten, gewrichtsklachten, PEM en cognitieve klachten heeft.
Zoals hiervoor al overwogen, heeft het UWV voldoende onderbouwd dat in het verleden en ook op de datum in geding altijd de pijnklachten op de voorgrond hebben gestaan. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het rapport van Ergatis van 9 januari 2020. Op pagina 5 van dit rapport staat vermeld dat samenvattend kan worden gesteld dat er sprake is van aanhoudende chronische pijnklachten.
De vermelding bij de registratie van het Erasmus MC van 28 juli 2025 ‘sinds 2017 invaliderende vermoeidheid’ is onvoldoende om aan te nemen dat bij eiseres sinds 2017 sprake is van invaliderende vermoeidheid, enerzijds omdat niet is onderbouwd waarop die vermelding is gebaseerd, en anderzijds, omdat uit de veelheid aan medische stukken blijkt dat in het verleden, en ook op de datum in geding, de pijnklachten op de voorgrond stonden, zoals het UWV terecht heeft gesteld.
8. Eiseres heeft tijdens de zitting aangevoerd dat uit het rapport van Ergatis van 9 januari 2020 (pagina 28 en verder) volgt dat de zuurstofopname door de spieren (VO2max waarde) zeer slecht is. Dit is een belangrijk punt dat buiten beeld is gebleven en bij de beoordeling door het UWV niet of nauwelijks een rol heeft gespeeld. Het UWV is ervan uitgegaan dat sprake is van deconditionering, maar dat is een verkeerde conclusie. Er was sprake van een slechte zuurstofopname door de spieren, aldus eiseres. Dit betekent dat zij snel vermoeid is en daarom had een grotere urenbeperking opgenomen moeten worden in de FML.
De rechtbank overweegt hierover als volgt. In het rapport van 18 oktober 2023 heeft de arts b&b gesteld een urenbeperking aan te nemen van maximaal zes uur per dag en 30 uur per week. De arts b&b heeft hiertoe overwogen dat, gezien de aard van de klachten met betrekking tot het chronisch pijnsyndroom, de bekkenklachten en de dagactiviteiten van eiseres, gesteld kan worden dat sprake is van een verminderde energetische belastbaarheid die tot extra recuperatieperioden overdag leiden. Daarom wordt zij bepekt geacht ten aanzien van de duurbelasting in arbeid tot een maximum van zes uur per dag en 30 uur per week. Ook moet eiseres onregelmatige en nachtdiensten vermijden.
Eiseres heeft haar standpunt, dat de door Ergatis gemeten VO2max waarde op medische gronden moet leiden tot de conclusie dat een verdergaande urenbeperking moet worden aangenomen, niet onderbouwd.
9. Eiseres heeft tijdens de zitting gesteld dat zij informatie van internist Lafeber heeft van 17 oktober 2025, en dat zijn inschatting is dat eiseres al sinds 2019, en wellicht zelfs al sinds 2017 voldoet aan de criteria van ME/CVS. Omdat uiterlijk tot tien dagen voor de zitting stukken kunnen worden ingebracht, heeft zij deze informatie niet overgelegd.
De rechtbank stelt vast dat hetgeen eiseres tijdens de zitting naar voren heeft gebracht over de informatie van internist Lafeber van 17 oktober 2025, heel algemeen is, en dat zij niet heeft gesteld dat deze informatie nieuwe medische gegevens of gezichtspunten bevat. Gelet hierop, en gelet op hetgeen de rechtbank onder 7. heeft overwogen, ziet de rechtbank geen aanleiding om het onderzoek te heropenen om eiseres in de gelegenheid te stellen om de informatie van internist Lafeber van 17 oktober 2025 in het geding te brengen.