Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
4.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
iii. de diverse bonussen, ter hoogte van € 607,50 bruto, € 2.787,50 bruto, € 10.000 bruto, € 3.262 bruto;
alsmede [verzoekster] te veroordelen om vanaf november 2025 tot aan het einde van het dienstverband tussen partijen het volledige (100%) loon te betalen, ter hoogte van een bedrag van € 4.797,17 bruto vermeerderd met 8% vakantiebijslag, alsmede de kerstbonus 2025 van 6% van het (100%) bruto jaarloon.
Uitsluitend voor het geval de kantonrechter van oordeel is dat voornoemd verzoek niet kan worden toegewezen, verzoekt [verweerster] [verzoekster] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 15.135,63 bruto, te weten het verschil over tussen 4 november 2024 en 14 juli 2025 betaalde loon en 100% van het loon over die periode (inclusief het verschil in vakantiebijslag tot en met mei 2025).
5.De beoordeling van het verzoek
“Werknemer en werkgever leggen de aanspraak op deze vergoeding telkens vast in een separate bonusovereenkomst.”had het op de weg van [verweerster] gelegen dit nader te onderbouwen.
Wat betreft de verzochte bonus voor de klant [naam 10] heeft [verweerster] niet onderbouwd dat zij hiervoor enige werkzaamheden verricht, dan wel dat de omzet/winst over deze klant het door haar genoemde bedrag bedraagt. [verzoekster] heeft bovendien weersproken dat er al enige omzet op deze klant is behaald en aangevoerd dat het veel minder dossier betreft dan het door [verweerster] genoemde aantal van 400 dossiers. [verweerster] heeft haar verzoek op dit punt onvoldoende onderbouwd en daarom wordt het afgewezen.
Tot slot de verzochte Kerstbonussen over de jaren 2024 en 2025. Over de aanspraak op een dergelijke bonus staat niets opgenomen in de arbeidsovereenkomst, evenmin heeft [verweerster] onderbouwd op welke (andere) grond zij recht heeft op deze bonus. Het overgelegde whatsapp gesprek van 21 november 2024 onderbouwt onvoldoende dat alle werknemers een Kerstbonus uitgekeerd hebben gekregen. Er volgt ook niet uit om welk bedrag of percentage het zou gaan. [verweerster] heeft, gelet op het voorgaande, haar verzoek op dit punt onvoldoende onderbouwd, zodat het wordt afgewezen.