Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser
het dagelijks bestuur van Laborijn, Laborijn
Inleiding
Totstandkoming van het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
vaakmet zijn buurmeisje is meegereden, dat [persoon A] hem geregeld heen en weer bracht en hij af en toe met zijn broer meereed die in [plaats 4] woont terwijl hij in zijn reactie van 10 december 2024 in beroep weer aangeeft dat hij, naast het reizen met de trein, vaak gebracht werd door zijn ouders, vriendin of [persoon A]. Laborijn heeft aan die verklaringen dus niet de waarde hoeven toekennen die eiser daaraan toegekend wil zien. Ook tijdens de zitting heeft eiser voor die wisselende verklaringen geen goede uitleg kunnen geven. Dat volgens hem de vragen erg op elkaar leken, is daarvoor onvoldoende. Ook op dit punt heeft eiser gewezen op het advies van zijn toenmalige gemachtigde waarover de rechtbank hiervoor al heeft geoordeeld. Eiser heeft in bezwaar verder nog verklaringen overgelegd van (buren van) zijn ouders, waaruit zou volgen dat hij wel woonachtig was op het uitkeringsadres, en gesteld dat hij ingeschreven staat bij de huisarts en tandarts in [plaats 2] . Dit leidt niet tot een ander oordeel. De verklaringen van zijn ouders en de buurtbewoner zijn achteraf opgesteld en geven niet aan op welke concrete feiten en omstandigheden en/of waarnemingen deze personen de conclusie hebben getrokken dat eiser in de te beoordelen periode feitelijk op het uitkeringsadres verbleef. Dat valt ook niet af te leiden uit de inschrijvingen bij huisarts en tandarts. De beroepsgrond slaagt niet.