Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de intrekking en terugvordering van het recht op bijstand van eiseres over de periode van 26 april 2018 tot en met 31 juli 2022 wegens handel op Marktplaats zonder melding aan het college. Het college trok het recht op bijstand over de gehele periode in en vorderde € 67.188,36 terug. Eiseres betwistte dit en stelde dat zij slechts incidenteel privégoederen verkocht.
De rechtbank oordeelt dat eiseres haar inlichtingenverplichting heeft geschonden omdat de omvang, frequentie en aard van de advertenties duiden op handel en niet op incidentele verkoop. Het college had echter onvoldoende gemotiveerd waarom het recht op bijstand over de gehele periode niet schattenderwijs kon worden vastgesteld. Er waren voldoende gegevens beschikbaar om het recht op bijstand per maand te schatten, met uitzondering van maanden waarin geen vraagprijs bij advertenties stond.
De rechtbank verklaart het bezwaar tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en oordeelt dat het tweede besluit niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb. De rechtbank stelt het college in de gelegenheid het gebrek binnen zes weken te herstellen en houdt verdere beslissingen aan. De procedure wordt beperkt tot de reeds besproken beroepsgronden en de rechtbank neemt voorlopig geen beslissing over proceskosten.