Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[eiser in conv 1] ,
2.
[eiser in conv 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
woensdag 1 april 2026,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Eisers en gedaagde zijn in geschil over de afgifte van goederen die eisers onder zich houden en de daaruit voortvloeiende dwangsommen opgelegd door de rechtbank in een eerdere bodemprocedure. Eisers vorderen opheffing of matiging van de dwangsommen wegens gedeeltelijke onmogelijkheid tot afgifte van de goederen. De rechtbank oordeelt dat eisers ontvankelijk zijn in hun verzoek, maar dat slechts volledige onmogelijkheid tot afgifte tot opheffing of matiging kan leiden, niet gedeeltelijke onmogelijkheid.
De rechtbank analyseert per categorie goederen of het voor eisers onmogelijk was deze af te geven, waarbij zij onder meer verklaringen van een oud-medewerker en foto’s betrekt. Voor een deel van de goederen is vastgesteld dat afgifte onmogelijk was, voor andere niet. Ondanks deze gedeeltelijke onmogelijkheid worden de dwangsommen niet gematigd of opgeheven, mede gelet op jurisprudentie van het Benelux-Gerechtshof.
Daarnaast wordt de proceskostenveroordeling aan eisers opgelegd, maar de uitvoerbaar bij voorraadverklaring daarvan afgewezen vanwege het restitutierisico aan de zijde van gedaagde. De schadestaatprocedure in reconventie wordt gesplitst en aangehouden tot onherroepelijke uitspraak in de bodemprocedure, vanwege de samenhang en onzekerheid over aansprakelijkheid.
De rechtbank wijst de vorderingen van eisers in conventie af, veroordeelt hen in proceskosten en rente, en bepaalt dat de zaak in reconventie wordt aangehouden en naar de parkeerrol wordt verwezen.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing of matiging van dwangsommen wordt afgewezen ondanks gedeeltelijke onmogelijkheid tot afgifte goederen.