ECLI:NL:RBGEL:2025:8081
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen intrekking en terugvordering ziekengeld wegens gefingeerd dienstverband
Eiser was in dienst bij een eenmanszaak van zijn dochter met arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Hij ontving ziekengeld over twee perioden, maar het UWV trok dit recht in en vorderde het bedrag terug omdat er sprake zou zijn van een gefingeerd dienstverband. De rechtbank oordeelt dat het UWV voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen over de werkzaamheden, het ontbreken van een gezagsverhouding en onverklaarbare salarisverschillen.
Eiser voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij onvoldoende rekening hield met zijn ziektebeeld, maar dit werd niet gegrond verklaard. De rechtbank stelt vast dat het UWV het bestreden besluit aanvankelijk onvoldoende motiveerde over dringende redenen om van intrekking en terugvordering af te zien, maar dat dit gebrek tijdens de zitting is hersteld.
De rechtbank concludeert dat er geen dringende redenen zijn om af te zien van intrekking en terugvordering. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiser.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.