AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bestuursrechtelijke vernietiging ontslagbesluit politie wegens onvoldoende motivering en disproportionaliteit
Eiser, een politieambtenaar met een lange staat van dienst, werd door de korpschef primair onvoorwaardelijk ontslagen en subsidiair ontslagen wegens ongeschiktheid, naar aanleiding van plichtsverzuimen waaronder racistische uitlatingen en disproportioneel geweldgebruik.
De rechtbank oordeelt dat niet alle verweten gedragingen als plichtsverzuim kunnen worden aangemerkt, zoals de zogenaamde 'dierentuin-opmerking'. Wel is vastgesteld dat eiser zich schuldig maakte aan het doen van een racistische uitlating, het niet aanspreken van collega’s op grensoverschrijdend gedrag, disproportioneel geweldgebruik en het toebrengen van ernstig letsel.
De rechtbank stelt dat de korpschef onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het onvoorwaardelijk ontslag evenredig is, mede vanwege eerdere mediastatements en het ontbreken van een gedegen dossier over eerdere verbetertrajecten. Ook is het subsidiaire ongeschiktheidsontslag onvoldoende gemotiveerd omdat een verbetertraject niet is aangeboden. De rechtbank vernietigt het besluit en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast wordt een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure, en worden proceskosten en griffierechten aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en disproportionaliteit; korpschef moet nieuw besluit nemen met verbetertraject.
Voetnoten
1.Er is nóg een disciplinair onderzoek ingesteld, disciplinair onderzoek II, maar dat is verder niet van belang voor de uitspraak.
2.De ambtenaar onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
3.Het gaat om de reactie van eiser “Ah, moet je eens kijken... dat is het toch ook.” op de opmerking [persoon A] “jullie zijn aan het filmen alsof we hier in een dierentuin rijden hè?”) Voor de leesbaarheid van de uitspraak gebruikt de rechtbank daarvoor de woorden ‘de dierentuin-opmerking’.
5.EHRM 2 oktober 2012,57942/1-0, ECLI:CE:ECHR:2012:1002DEC005794210 (Rujak/Kroatië, paragraaf 27-32 en EHRM tL julizo23,67783/I3, ECLI:CE:ECHR:2023:07LLJUD006778313 (Gaspari/Armenië nr,2l, paragraaf 27.
6.Eiser verwijst naar EHRM L6 juni 2022,39650/L8, ECLI:CE:ECHR:2022:0616JUD0039650t8 (Zurek/Polen), paragraaf 203-204.
7.Eiser verwijst naar EHRM 5 november 2AI9, Lt6O8l15, ECLI:CE:ECHR;2019:1104JUD001160815 (Herbai/Hongarije), paragraaf 39-49.
11.De korpschef wijst op de opname ‘[opname 1]’ vanaf 09:10 en de opname ‘[opname 2]’ vanaf 05:50.
12.Enkel de heer [persoon F] verklaart dat het “een horecadienst [was] die erg druk begon met veel opstootjes”. Deze dienst ving aan om 22:00 uur en omstreeks 00:26 werd de verdachte aangehouden tegen wie eiser de wapenstok heeft ingezet. Het is niet duidelijk of het voor de heer [persoon F] rondom de aanhouding en het wegvoeren van de betreffende verdachte nog steeds
13.Eiser verwijst naar een interview van de toenmalige politiechef van de eenheid Oost-Nederland (op dat moment het bevoegd gezag), thans de korpschef van de nationale politie op 1 april 2023 aan het Algemeen Dagblad.
18.De korpschef wijst ter illustratie op de uitspraak van de CRvB van 18 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:613, r.o. 4.6. 21.In zijn aanvullend beroepschrift van 9 februari 2026 haalt eiser verklaringen aan van een collega en twee (oud-)leidinggevenden over zijn functioneren.
22.Eiser heeft een eindrapportage van deze behandeling overgelegd in beroep.
23.Staatscourant 2014, nr. 20210 en Staatscourant. 2017, nr. 62751.