Eiser verzocht op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van informatie over de behandeling van verzoeken tot opheffing van inreisverboden op basis van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. De minister maakte een deel openbaar, maar weigerde de individuele dossiers volledig openbaar te maken zonder deze te hebben ingezien.
De rechtbank beoordeelde dat de minister wel een volledige zoekslag had verricht, maar onvoldoende inzicht gaf in de wijze van zoeken en niet voldeed aan de zorgvuldigheidseisen. De minister mocht echter geen volledige weigering toepassen zonder inhoudelijke beoordeling van de dossiers, omdat anonimiseren mogelijk is en een rechter moet kunnen toetsen of weigering terecht is.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de algehele weigering betrof en gaf de minister twaalf weken om een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige motivering en beoordeling bij Woo-verzoeken.