ECLI:NL:RBHAA:2006:AX2230
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Leijdekker
- R.G. Kemmers
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Gebruikelijkheidstoets in Wet inkomstenbelasting 2001 niet in strijd met discriminatieverbod
Eiseres, samen met haar echtgenoot een huisartsenpraktijk drijvend, betwistte de toepassing van de gebruikelijkheidstoets in artikel 3.6, tweede lid, onder a, van de Wet IB 2001, stellende dat deze toets strijdig is met het discriminatieverbod van het EVRM, IVBPR en het VN-Vrouwenverdrag. Zij voerde aan dat de toets tot evidente indirecte discriminatie van vrouwen leidt, vooral in de (para)medische sector.
De rechtbank stelde vast dat eiseres hoofdzakelijk ondersteunende werkzaamheden verricht binnen een ongebruikelijk samenwerkingsverband met haar echtgenoot. De rechtbank oordeelde dat de gebruikelijkheidstoets niet alleen op vrouwen is gericht en dat de toets juist ongelijkheid in fiscale behandeling tussen gezinsleden en derden wegneemt. Tevens concludeerde de rechtbank dat de door eiseres aangevoerde cijfers onvoldoende onderbouwd waren en dat de toets niet beperkt is tot de (para)medische sector.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie en wetsgeschiedenis, waarin werd bevestigd dat de toets is ingevoerd naar aanleiding van eerdere uitspraken van de Hoge Raad over samenwerkingsverbanden tussen verbonden personen. De rechtbank vond dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat geen sprake is van evidente disproportionaliteit of indirecte discriminatie.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de zelfstandigenaftrek aan eiseres af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de gebruikelijkheidstoets niet in strijd is met discriminatieverboden en dat eiseres geen zelfstandigenaftrek ontvangt.