ECLI:NL:GHAMS:2007:BA8832
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering zelfstandigenaftrek wegens gebruikelijkheidstoets niet in strijd met discriminatieverbod en gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende, die ondersteunende werkzaamheden verricht in een samenwerkingsverband met haar huisarts-echtgenoot, vordert in hoger beroep de toepassing van de zelfstandigenaftrek. De inspecteur had deze geweigerd op grond van de gebruikelijkheidstoets in artikel 3.6 lid 2 Wet IB 2001, die werkzaamheden van ondersteunende aard binnen een samenwerkingsverband met verbonden personen uitsluit van het urencriterium.
Belanghebbende stelt dat deze toets in strijd is met het verdragsrechtelijke discriminatieverbod en het gelijkheidsbeginsel, onder meer omdat zij onevenredig vrouwen en de (para)medische sector treft. Het hof volgt de rechtbank in de oordelen dat er geen sprake is van feitelijk en rechtens gelijke gevallen tussen ondersteunende werkzaamheden binnen een samenwerkingsverband en vergelijkbare werkzaamheden in een afgesplitste onderneming.
Verder is de toets niet uitsluitend gericht op de (para)medische sector en is er een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het onderscheid, namelijk het voorkomen van oneigenlijk gebruik van de zelfstandigenaftrek. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen, aangezien de inspecteur geen discriminerende uitvoeringspraktijk voert. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de weigering van de zelfstandigenaftrek en verklaart het hoger beroep ongegrond.