ECLI:NL:RBHAA:2006:BD6029
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Leijdekker
- A.P.M. van Rijn
- H.A. Tulp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kwalificatie lening en boete bij niet tijdige aangifte vennootschapsbelasting
Eiseres, een houdstermaatschappij, verstrekte in 2000 een langlopende renteloze lening aan haar dochtermaatschappij J. Verweerder legde een aanslag vennootschapsbelasting op waarbij hij een fictief rente-inkomen van 4% hanteerde. Eiseres betoogde dat de lening als informeel kapitaal of deelnemerschapslening moest worden gekwalificeerd, waardoor geen rente berekend zou moeten worden. Tevens stelde zij dat de boete wegens te late aangifte onterecht was.
De rechtbank onderzocht de leningsovereenkomst en oordeelde dat de lening geen vaste looptijd ontbeerde en niet uitsluitend opeisbaar was bij faillissement, surséance of liquidatie, waardoor de lening niet als deelnemerschapslening kon worden aangemerkt. Ook was er onvoldoende bewijs voor een schijnlening of bodemloze-putlening. De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omtrent de ruling van 1996, omdat deze niet van toepassing was op de lening van 2000.
Ten aanzien van het rentepercentage vond de rechtbank het door verweerder gehanteerde percentage van 4% redelijk en onvoldoende onderbouwd was het door eiseres voorgestelde lagere percentage. De verzuimboete werd vernietigd omdat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat eiseres was aangemaand tot het doen van aangifte binnen de gestelde termijn. De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de aanslag met rentecorrectie maar vernietigt de opgelegde verzuimboete wegens onvoldoende bewijs van aanmaning.