ECLI:NL:RBHAA:2009:BH1404
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit van vals paspoort ondanks vluchtelingenstatus
Verdachte werd op 13 november 2007 op Schiphol aangehouden met een vals Finse paspoort dat hij van een smokkelorganisatie had ontvangen in Griekenland. Hij verklaarde dat hij met zijn zuster vijf maanden in Athene had gewoond voordat zij samen naar Nederland reisden.
Het Openbaar Ministerie werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard door de politierechter, maar het gerechtshof Amsterdam vernietigde dit en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Het hof oordeelde dat artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing was omdat verdachte niet onrechtmatig Nederland was binnengekomen, maar werd vervolgd voor het bezit van een vals reisdocument.
De politierechter achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat het paspoort vals was en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van twee maanden, geheel voorwaardelijk opgelegd, mede vanwege zijn vluchtelingenachtergrond en jeugdige leeftijd. De straf wordt niet uitgevoerd tenzij verdachte binnen twee jaar opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden wegens bezit van een vals paspoort.