ECLI:NL:RBHAA:2012:BW9718
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. de Jong
- A.A. Fase
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en boete wegens buitenlandse bankrekening en bewijsgebruik
Eiser werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag vermogensbelasting en boetes vanwege het aanhouden van een buitenlandse bankrekening bij [BEDRIJF A]. De gegevens over deze rekening werden verkregen via Belgische autoriteiten die microfiches hadden ontvangen, waarvan eiser stelde dat deze onrechtmatig waren verkregen. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van dit bewijs door de Nederlandse Belastingdienst niet ontoelaatbaar was omdat er geen aanwijzingen waren dat de overheid betrokken was bij onrechtmatige verkrijging.
Verder stelde eiser dat de navorderingsaanslag onrechtmatig was vanwege onvoldoende voortvarendheid bij het opleggen binnen de wettelijke termijnen. De rechtbank verwierp dit verweer omdat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de navordering tijdig en met redelijke voortvarendheid was voorbereid en opgelegd, conform jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Hoge Raad.
De rechtbank achtte het aannemelijk dat eiser willens en wetens vermogen bij [BEDRIJF A] had aangehouden en dit verzwegen had, waardoor de opgelegde boete van 50% passend was. Deze boete was reeds verminderd met 20% vanwege overschrijding van de redelijke termijn, en verdere vermindering werd niet toegewezen.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Haarlem op 21 juni 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag en boete wordt ongegrond verklaard; de boete blijft met een vermindering van 20% wegens termijnoverschrijding in stand.