ECLI:NL:RBHAA:2012:BX9915
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verlengde navorderingstermijn bij buitenlandse bankrekening in Zwitserland en voortvarendheid bij oplegging navorderingsaanslagen
De zaak betreft beroepen tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting over de jaren 1998, 1999 en 2005, waarbij eiser een buitenlandse bankrekening in Zwitserland aanhield. De rechtbank beoordeelt of de navorderingsaanslagen tijdig zijn vastgesteld binnen de wettelijke termijnen van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) en of verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld.
De rechtbank oordeelt dat de aanslagen voor 1998 en 1999 binnen de twaalfjaarstermijn zijn opgelegd, en die voor 2005 binnen de vijfjaarstermijn. De ontvangst van de aanslagen door eiser na de dagtekening leidt niet tot nietigheid. Wel is verweerder onvoldoende voortvarend geweest bij de oplegging van de aanslagen 1998 en 1999, omdat er een onaanvaardbare vertraging van ruim zes maanden was tussen het verkrijgen van bankgegevens en het nemen van nadere stappen.
Gelet op het evenredigheidsbeginsel en de rechtspraak van het Hof van Justitie EU geldt dat de navorderingsaanslagen 1998 en 1999 moeten worden vernietigd. De navorderingsaanslag 2005 is tijdig en met voldoende voortvarendheid opgelegd, zodat het beroep daarop wordt afgewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser en gelast vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen 1998 en 1999 vernietigd wegens onvoldoende voortvarendheid; navorderingsaanslag 2005 gehandhaafd.