ECLI:NL:RBLEE:2011:BR4238
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- E.M. Visser
- J. Jukema-Teertstra
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bijstand voor vreemdeling met langdurige band met Nederland
Verzoeker, een vreemdeling die sinds 2005 in Nederland verblijft en wiens verblijfsvergunning in 2010 is ingetrokken, heeft samen met zijn minderjarige kinderen een aanvraag gedaan voor bijstand. De gemeente wees deze aanvragen af vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf volgens de Vreemdelingenwet 2000. Verzoeker stelde dat hij en de kinderen een duurzame band met Nederland hebben opgebouwd en dat de algemene uitsluiting van bijstand op grond van verblijfsstatus geen evenredig middel is.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker en de kinderen geen rechtmatig verblijf hebben, maar dat zij wel langdurig en zichtbaar in Nederland verblijven. Gelet op recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en de Hoge Raad, werd geoordeeld dat zij gelijkgesteld kunnen worden met Nederlanders. De voorzieningenrechter oordeelde dat zij daarom aanspraak kunnen maken op bijstand op grond van artikel 16, tweede lid, van de WWB.
Verder werd vastgesteld dat er geen passende voorliggende voorzieningen zijn, omdat opvang bij de echtgenote niet toereikend is en de opvang in een Vrijheidsbeperkende Locatie niet passend is. De voorzieningenrechter bepaalde dat de bijstand met ingang van 24 januari 2011 moet worden verstrekt, met verrekening van eventuele uitkeringen aan de kinderen. Tevens werden de proceskosten aan verzoeker toegewezen.
De uitspraak werd gedaan op 3 augustus 2011 en is onherroepelijk. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoeker en zijn minderjarige kinderen hebben vanaf 24 januari 2011 recht op bijstand vanwege hun langdurige band met Nederland.