ECLI:NL:RBLEE:2011:BR4918
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.H. de Groot
- F.F. van Emst
- Rechtspraak.nl
Weigering inzage in minuten vreemdelingenrechtelijke beschikking op grond van Wet bescherming persoonsgegevens
Eiser verzocht om inzage in de minuten behorende bij zijn vreemdelingenrechtelijke beschikking, maar verweerder weigerde dit op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), stellende dat alleen een overzicht van de verwerkte persoonsgegevens verstrekt hoefde te worden. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet voldeed aan de verplichting uit artikel 35, tweede lid, Wbp, omdat de opsomming van persoonsgegevens onvoldoende specifiek was en dat eiser recht heeft op een volledig overzicht van de specifieke persoonsgegevens.
De rechtbank stelde vast dat de juridische analyses in de minuten geen persoonsgegevens zijn, omdat deze analyses geen informatie geven over een identificeerbare natuurlijke persoon, maar slechts een advies vormen voorafgaand aan het besluit. Verweerder had bovendien ten onrechte het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en hem niet gehoord.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het eerdere besluit van 12 februari 2010. Tevens bepaalde zij dat verweerder gehouden is een specifiek overzicht van de in de minuten opgenomen persoonsgegevens te verstrekken, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank is gebeurd met het faxbericht van 19 april 2011. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van inzage in de minuten wordt vernietigd.