Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 400,00
Rechtbank Limburg
In deze zaak vordert eiseres betaling van achterstallig loon vanaf februari 2015 tot het moment van rechtsgeldige beëindiging van haar arbeidsovereenkomst met Mainbusiness. Mainbusiness voert betalingsonmacht aan, maar dit wordt door de kantonrechter niet aanvaard omdat dit risico voor rekening van Mainbusiness komt.
De procedure betreft een kort geding dat gelijktijdig is behandeld met het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter stelt vast dat er voldoende kans bestaat dat eiseres in een bodemprocedure gelijk krijgt, mede omdat Mainbusiness haar verweren onvoldoende heeft onderbouwd.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juni 2015, zodat Mainbusiness wordt veroordeeld tot betaling van het loon van 1 februari tot 1 juni 2015. Het bruto maandloon wordt vastgesteld op € 3.400,00 exclusief vakantiebijslag en emolumenten. Tevens wordt Mainbusiness veroordeeld in de proceskosten van € 722,19. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Mainbusiness wordt veroordeeld tot betaling van loon vanaf 1 februari 2015 tot 1 juni 2015 en in de proceskosten.