Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eisende partij sub 1] ,wonend [adres eisende partij sub 1] ,[woonplaats eisende partij sub 1] ,
[eisende partij sub 2],
wonend [adres eisende partij sub 2] ,
[woonplaats eisende partij sub 2] ,
Rechtbank Limburg
Eisers traden op 15 november 2017 in dienst bij RAH Wonen B.V. met een bruto maandsalaris van €2.800 en een jaarcontract. Beiden meldden zich in februari 2018 arbeidsongeschikt. Op 24 februari 2018 werden hun bedrijfswagens ingenomen.
Eisers vorderden achterstallig loon, bonusbetalingen en compensatie voor de ingenomen bedrijfsauto. De kantonrechter oordeelde dat de stelling van een afwijkend netto loon van €2.000 per maand onvoldoende was onderbouwd en dat de wettelijke regeling van 70% loonbetaling tijdens ziekte van toepassing was. Ook ontbrak bewijs voor de bonusvordering.
Wel werd vastgesteld dat de bedrijfsauto een vaste looncomponent vormde en dat eisers recht hadden op compensatie van €750 bruto per maand vanaf de datum van inname. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever moet vanaf 24 februari 2018 een maandelijkse vergoeding van €750 bruto betalen voor de ingenomen bedrijfsauto, overige loonvorderingen worden afgewezen.