Uitspraak
RECHTBANK limburg
[Naam] , te [woonplaats] , verzoeker
de burgemeester van de gemeente Beek, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2021
Rechtbank Limburg
De burgemeester van de gemeente Beek legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op om een woning te sluiten voor zes maanden vanwege de vondst van een grote hoeveelheid drugs en aanwijzingen voor handel. Verzoeker, eigenaar van de woning, maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de burgemeester bevoegd was om de sluiting op te leggen, gezien de omvang van de aangetroffen drugs en de aanwezigheid van gripzakjes die duiden op handel. De rechter overwoog dat de burgemeester beoordelingsruimte heeft bij de duur van de sluiting en dat het beleid sluiting van zes maanden voorschrijft bij een eerste constatering van handelshoeveelheden harddrugs.
Echter, verzoeker stelde dat hij hulpbehoevend is en dat de woning speciaal is aangepast voor zijn medische situatie. De voorzieningenrechter constateerde dat de burgemeester niet had onderzocht of er mogelijkheden voor vervangende huisvesting waren, wat bij de belangenafweging betrokken had moeten worden. Gezien de hulpbehoevendheid en het ontbreken van dit onderzoek werd de voorlopige voorziening toegewezen en het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Uitkomst: De sluiting van de woning wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar vanwege de hulpbehoevende situatie van verzoeker en het ontbreken van onderzoek naar vervangende huisvesting.