Uitspraak
.De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 september 2022
Rechtbank Limburg
Eiser kreeg op 31 mei 2021 van het CBR een Educatieve Maatregel gedrag en verkeer (EMG) opgelegd vanwege onverantwoord rijgedrag dat door politieagenten was vastgesteld. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde beroep in nadat het bezwaar werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 24 juni 2022, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De kern van het geschil betrof de vraag of het CBR mocht uitgaan van de juistheid van het proces-verbaal van de verbalisanten en of het opleggen van de EMG terecht was. Eiser betwistte de waarnemingen in het proces-verbaal, zoals het afsnijden van een rotonde en het uitwijken voor voertuigen, maar leverde geen tegenbewijs. De rechtbank oordeelde dat het CBR op grond van vaste jurisprudentie mocht vertrouwen op het proces-verbaal, tenzij tegenbewijs werd geleverd.
Verder stelde de rechtbank vast dat de gedragingen van eiser, waaronder het rijden met een niet aangepaste snelheid en het afsnijden van de rotonde, voldeden aan de criteria uit de Regeling maatregelen rijvaardigheid en rijgeschiktheid 2011. Omdat ten minste twee gedragingen waren geconstateerd, was het opleggen van de EMG door het CBR gerechtvaardigd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van 3 oktober 2021 bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het opleggen van de Educatieve Maatregel gedrag en verkeer wordt ongegrond verklaard en het besluit van het CBR blijft in stand.