Werknemer is op 7 september 2022 tijdens werktijd achter een vrouwelijke collega gaan staan en heeft haar korte broek naar beneden getrokken, waardoor zij met blote billen op de werkvloer stond, in bijzijn van collega’s. Nedcar heeft daarop op 9 september 2022 het ontslag op staande voet gegeven wegens een dringende reden.
Werknemer betwist het ontslag en verzoekt onder meer vernietiging van het ontslag, doorbetaling van loon en een verklaring voor recht dat Nedcar niet als goed werkgever heeft gehandeld. Nedcar verzoekt subsidiair ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Hoewel werknemer stelt dat er sprake is van een cultuur van grappen op de werkvloer en dat de procedure niet volledig is gevolgd, is onvoldoende bewijs voor deze stellingen. Het gedrag van werknemer wordt als ernstig en respectloos beoordeeld, passend voor een ontslag op staande voet. De overige verzoeken van werknemer worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.