ECLI:NL:CRVB:2017:1248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand en reiskosten omgangsregeling
Appellant, een alleenstaande met twee minderjarige kinderen die bij zijn ex-partner wonen, ontving algemene bijstand en vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van eigen bijdragen rechtsbijstand en griffierechten in drie procedures, alsmede voor reiskosten in verband met ouderschapsbemiddeling.
Het college wees de aanvragen af omdat de bijzondere bijstand voor rechtsbijstand en griffierechten te laat was aangevraagd, en de reiskosten in het kader van de omgangsregeling volgens vaste rechtspraak tot normale kosten behoren die uit draagkracht voldaan dienen te worden.
De rechtbank vernietigde het besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand voor rechtsbijstand wegens inconsistent beleid, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de aanvraag toch te laat was. Het beroep tegen afwijzing van de reiskosten werd ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand en griffierechten in beginsel niet wordt verleend voor kosten die vóór de aanvraag zijn opgekomen, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. De aanvraag was ruim na het ontstaan van de kosten ingediend. Voor reiskosten geldt dat deze normaal uit draagkracht voldaan moeten worden, en appellant kon de geringe kosten van drie treinreizen zelf betalen.
De Raad ziet geen aanleiding tot toewijzing van bijzondere bijstand en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand en reiskosten omgangsregeling.