Uitspraak
Stichting HQ Weert, alsmede
[CV 1], alsmede
[CV 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met productie 1 tot en met 49,
- de brief waarin is medegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald.
2.De feiten
(…)
(…)
(…)
(…)
(…)
Onderhoud / instandhouding
“Gedurende deze periode van 14/09/2020-31/12/2020 zal het COA zorgdragen voor ontmanteling van het asielzoekerscentrum en het terugbrengen in originele staat van de door COA gehuurde panden.”HQ verzoekt het COA de brief voor akkoord te ondertekenen en te retourneren.
“(…) U vraagt om de brief voor akkoord te ondertekenen door (een daartoe gemandateerde functionaris van) COA. Daartoe heb ik de brief verspreid onder collega’s die betrokken zijn bij deze locatie. Daarbij krijg ik opmerkingen retour die betrekking hebben op de zinsnede over het teruggeven in de originele staat. Het komt er in het kort op neer dat op dit moment onduidelijk is wat de strekking is van de definitie ‘originele staat’. Ook zijn er wellicht mogelijkheden tot afkoop waardoor er wordt afgeweken van deze zinsnede. (…).”Het COA verzoekt vervolgens om aanpassing van de tekst over de oplevering.
“(…) Dat zijn inderdaad de enige bestanden voor wat betreft de vooropname van de oorspronkelijke staat. Deze gelijke link met bestanden hebben wij eveneens verstuurd aan het bureau dat voor ons de berekening gaat maken.(…).”
“(…) In aanvulling op onderstaand bericht wijs ik er namens het bestuur van HQ graag voor de goede orde op, dat aangaande de opleveringsverplichting onverminderd geldt dat oplevering dient plaats te vinden conform hetgeen daaromtrent is bepaald in de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden (meer specifiek in art. 7 lid 5 en Pro art. 15 van Pro de alg. vw). Ter nadere vaststelling welke kosten met deze verplichting gepaard gaan zal als ‘oorspronkelijke staat’ te gelden hebben de fotorapportage zoals op 23 april jl. is aangereikt. (…).”
- in het grondwater zijn bij onderhavig onderzoek geen matig tot sterke verontreinigingen geconstateerd. In het onderzoek uit 2015 was dit wel het geval;
- in het grondmengmonster MM6 is een sterk verhoogd gehalte met koper aangetoond. De boringen waaruit het grondmengmonster is samengesteld liggen buiten de bekende verontreinigingen.
- ten opzichte van de nulsituatie zijn geen significante veranderingen opgetreden. De eindsituatie is ons inziens hiermee in voldoende mate vastgelegd.
3.Het geschil
4.De beoordeling
“(…) geen toekomstplannen heeft kunnen maken /uitvoeren, althans zijn deze daardoor ernstig vertraagd en / althans het gehuurde door de huidige staat verminderd inzetbaar is voor de verhuur (door dat vele kosten gemaakt moeten worden om het gehuurde weer breder inzetbaar te maken) is er effectief dus sprake van onnodige leegstand over de periode vanaf 1 januari 2021 (…).”. Ten tweede legt [CV 2] aan deze vordering ten grondslag dat het COA de in strijd met het bepaalde in de huurovereenkomst de bodem nog niet schoon heeft opgeleverd.
“Een redelijke uitleg van deze bepaling met inachtneming van de betekenis die partijen daaraan in de gegeven omstandigheden in redelijkheid mochten toekennen, brengt naar het oordeel van het hof mee dat deze bepaling ziet op de tijdsperiode die de herstelwerkzaamheden redelijkerwijs vergen en niet op de periode dat herstel is uitgebleven. Dat geldt te meer nu in artikel 5.6 van de Algemene Bepalingen onder omstandigheden is voorzien in de mogelijkheid dat de verhuurder zelf zorg draagt voor herstel. Daarbij past niet te aanvaarden dat de verhuurder herstel achterwege kan laten en toch aanspraak maken op de in artikel 5.7 bedoelde vergoeding (zie in dezelfde zin het door beide partijen genoemde arrest van het hof Amsterdam van 3 juli 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX4222).”Ook in deze zaak voorzien de algemene voorwaarden in artikel 15.6. erin dat de verhuurder zelf zorg draagt voor herstel. Gelet op het voorgaande lag het, gezien de gemotiveerde betwisting daarvan door het COA op de weg van [CV 2] om feiten of omstandigheden aan te dragen die steun bieden voor de juistheid van de door haar voorgestane uitleg van artikel 15.8. Dit heeft zij niet gedaan. Hierom zou haar vordering hoe dan ook niet toewijsbaar zijn.
“dat de door de tekortkoming veroorzaakte toestand voortduurt.”De aanspraak is gestoeld op de gestelde schending van artikel 15.1. en kan dan ook niet los worden gezien van hetgeen is bepaald in artikel 15.6. van de algemene voorwaarden (verhuurder is gerechtigd tot herstel op kosten huurder). De kantonrechter verwijst naar hetgeen hiervoor ter zake de uitleg daarvan (in relatie tot artikel 15.8.) is geoordeeld. Gelet hierop en bij gebrek aan andersluidende stellingen van [CV 2] op dit punt, gaat de kantonrechter ervan uit dat de verschuldigdheid van de boete is gekoppeld aan de duur van de door de tekortkoming veroorzaakte situatie. Met andere woorden: er bestaat aanspraak op een boete voor de tijd die met herstel van de tekortkoming is gemoeid. Dit ligt ook voor de hand. Een andere uitleg zou immers meebrengen dat een verhuurder die niet overgaat tot herstel tot in de lengte van dagen aanspraak kan maken op betaling van boetes. [CV 2] heeft ook in dit kader echter niets gesteld over de tijd die met herstel is gemoeid.