ECLI:NL:RBLIM:2024:1726
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende financiële draagkracht onvoldoende gemotiveerd
De rechtbank Limburg heeft op 10 april 2024 uitspraak gedaan in de bestuursrechtelijke zaak tussen Speelautomatenhal Schinveld B.V. en de Kansspelautoriteit. In een eerdere tussenuitspraak was vastgesteld dat eiseres artikel 30h, eerste lid, van de Wok had overtreden en dat de opgelegde boete terecht was, maar dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat eiseres voldoende financiële draagkracht had om de boete te betalen. Verweerder kreeg de gelegenheid dit gebrek te herstellen.
Verweerder heeft vervolgens aanvullende motivering en financiële stukken overgelegd, waaruit bleek dat eiseres technisch failliet was en dat zij gefinancierd werd door haar moedermaatschappij Awes Consult B.V. en andere verbonden partijen. Eiseres weigerde nadere informatie te verstrekken over de groepsstructuur en haar financiële positie binnen het concern. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht veronderstellen dat er sprake is van financiële verwevenheid en dat het ontbreken van aanvullende gegevens voor rekening en risico van eiseres komt.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege het geconstateerde gebrek, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat verweerder het gebrek met de aanvullende motivering heeft hersteld. De boete blijft derhalve onverminderd van kracht. Daarnaast wees de rechtbank het openbaarmakingsbesluit af wegens onvoldoende onderbouwing van schade door eiseres. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het bestreden boetebesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over financiële draagkracht, maar de boete blijft onverminderd van kracht.