ECLI:NL:RBLIM:2024:2609
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek naturalisatie wegens gevaar voor openbare orde na recente veroordeling
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 1 december 2020 een verzoek tot naturalisatie in. Dit verzoek werd op 3 september 2021 afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vanwege een recente veroordeling tot een geldboete van €850 wegens een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994. De rehabilitatietermijn van vijf jaar was nog niet verstreken, waardoor het openbare ordecriterium van toepassing was.
Eiser voerde aan dat hij door traumatische ervaringen PTSS heeft ontwikkeld en dat het gepleegde misdrijf voortkwam uit deze bijzondere omstandigheden. Hij stelde dat hij geen gevaar vormt voor de openbare orde en dat het besluit onevenredig is. De rechtbank oordeelde echter dat de opgelegde boete boven het grensbedrag ligt en dat de rehabilitatietermijn niet kan worden verkort. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen.
De rechtbank bevestigde dat het besluit niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en dat de belangen van eiser niet zwaarder wegen dan het belang van de openbare orde. Daarnaast werd geoordeeld dat het besluit om eiser niet te horen niet onrechtmatig was, omdat de bezwaargronden geen nieuwe feiten bevatten. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van twee jaar voor bezwaar en beroep werd overschreden, waardoor eiser recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €1.000 en een proceskostenvergoeding van €437,50.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de afwijzing van het naturalisatieverzoek in stand bleef. Eiser kan na afloop van de rehabilitatietermijn opnieuw een verzoek indienen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het naturalisatieverzoek afgewezen; eiser ontvangt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.