ECLI:NL:RVS:2020:192
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A. Kuijer
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering optieverklaring Nederlanderschap wegens ontnemingsmaatregel en gevaar openbare orde
Appellant heeft bij besluit van 7 september 2016 verzocht om bevestiging van zijn optieverklaring tot verkrijging van het Nederlanderschap. De burgemeester weigerde deze bevestiging op grond van artikel 6, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat appellant een ontnemingsmaatregel opgelegd had gekregen en het bedrag daarvan nog niet volledig had voldaan, wat ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde oplevert.
Appellant stelde dat ontnemingsmaatregelen en schadevergoedingsmaatregelen niet van elkaar verschillen en dat het beleid onredelijk is. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat ontnemingsmaatregelen als vermogenssanctie gelden en direct verband houden met gepleegde delicten, waardoor het ernstige vermoeden van gevaar voor de openbare orde gerechtvaardigd is.
Verder betoogde appellant dat het moment van opname van ontnemingsmaatregelen in de beleidsregels niet relevant is en dat hij bijzondere omstandigheden aanvoert omdat hij de ontnemingsmaatregel niet volledig kan aflossen. De Afdeling stelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet kan aflossen en dat de burgemeester terecht geen bijzondere omstandigheden heeft aangenomen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Limburg van 22 oktober 2018. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de optieverklaring wordt bevestigd.