Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 september 2024
in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de Minister van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
in zijn broekzakhad, een hobbymes was”. Deze verklaringen stemmen niet overeen met de verklaring van eiser ter zitting hetgeen aan de betrouwbaarheid afbreuk doet. Dit laat de mogelijkheid open dat eiser, zoals de getuige verklaart, het mes heeft getrokken en daarna weer zijn broekzak heeft gestoken. De desbetreffende getuige heeft volgens het proces-verbaal met nummer PL2300-2022013928-5 onder meer als volgt verklaard: “Ik hoorde op straat veel geschreeuw. Omdat ik EHBO’er ben, dacht ik eerst dat er een ongeluk of zoiets was gebeurd, dus
rende ik de straat op [5] . Ik zag toen echter dat de buurman van perceel [adres 1] de dochter van de buren van [adres 2] met een hand bij haar keel vast had. De dochter heet XX. Ik zag dat die buurman in zijn andere hand iets vast hield. Ik zag eerst niet wat dat was, later zag ik dat dit een mes was [6] ”. Naar het oordeel van de rechtbank is die verklaring op zichzelf duidelijk en omdat de getuige naar buiten is gelopen, kan zij ook hebben gezien wat zij heeft verklaard. Verder blijkt uit die verklaring dat het buurmeisje eisers echtgenote met een riem heeft geslagen en dat er over en weer werd geslagen. Tevens heeft de getuige verklaard dat er al langere tijd ruzie is tussen de buren, eigenlijk al sinds de overburen twee jaar geleden daar zijn komen wonen en dat continu over en weer wordt getreiterd. Ten slotte dat het volgens de getuige gewoon een keer mis moest gaan en zij er gelukkig geen last van had. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet dat dit een partijdige verklaring, eenzijdig in het voordeel van de overburen, is, zoals eiser stelt.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 september 2024