ECLI:NL:RVS:2019:1950
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking jachtaktes wegens vernieling stuw niet gerechtvaardigd
De korpschef van politie trok op 10 januari 2017 de jachtaktes van drie appellanten in vanwege een proces-verbaal wegens vernieling van een stuw, wat volgens hem de betrouwbaarheid voor het voorhanden hebben van wapens en munitie in twijfel trok. De staatssecretaris handhaafde deze besluiten, en de rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. De appellanten stelden dat er ruimte is voor een belangenafweging en dat zij te goeder trouw handelden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat hoewel de intrekking een maatregel is ter bescherming van de veiligheid, het enkele feit van het vernielen van de stuw onder de gegeven omstandigheden onvoldoende is om te vrezen voor misbruik van wapens. De appellanten hadden de stuw verwijderd zonder toestemming van het waterschap, maar dit direct hersteld nadat zij dit ontdekten. De Afdeling stelde dat het proces-verbaal niet toereikend is als grondslag voor intrekking.
De hoger beroepen werden gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en de besluiten van de staatssecretaris en korpschef herroepen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en het betrekken van alle omstandigheden bij het intrekken van jachtaktes.
Uitkomst: De intrekking van de jachtaktes is vernietigd en de besluiten van de korpschef en staatssecretaris herroepen.