ECLI:NL:RBLIM:2025:2528
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WIA-dagloon en wettelijke rente over nabetaling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV over de hoogte en ingangsdatum van de herziening van het WIA-dagloon en tegen de vaststelling van de wettelijke rente over de nabetaling van de WIA-uitkering.
De rechtbank oordeelt dat het beroep over het dagloon en de ingangsdatum van de herziening ongegrond is. Het UWV heeft het dagloon correct vastgesteld op basis van de referteperiode en de geldende regelgeving. Er is geen sprake van loonloze perioden binnen de referteperiode, ondanks de psychische problematiek en detentie van eiser. Ook de ingangsdatum van de herziening is juist bepaald, omdat geen nieuwe feiten of bijzondere omstandigheden zijn aangetoond die een eerdere herziening rechtvaardigen.
Het beroep over de wettelijke rente is gegrond. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en stelt vast dat de wettelijke rente moet worden berekend vanaf de eerste dag van de kalendermaand volgend op de maand waarin de beslistermijn is verstreken, wat leidt tot een eerdere ingangsdatum dan door het UWV vastgesteld.
De rechtbank vernietigt het besluit over de wettelijke rente, bepaalt dat het UWV de wettelijke rente moet vergoeden vanaf de juiste datum, en veroordeelt het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser.
Uitkomst: Beroep ongegrond voor dagloon en ingangsdatum herziening; beroep gegrond voor wettelijke rente, met vernietiging besluit en vergoeding proceskosten.