Uitspraak
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaken tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de korpschef van de politie
Samenvatting
Beoordeling door de rechtbank
wordtonthouden als iemand niet bekwaam of betrouwbaar is. De wet is helder en laat geen ruimte voor een belangenafweging. Er bestaat dan alleen nog ruimte voor het toetsen van de wet aan artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht of aan het evenredigheidsbeginsel als er bijzondere omstandigheden zijn die de wetgever bij het vaststellen van de wet niet heeft meegenomen. [9] Daar is in dit geval niet van gebleken. Voor zover eiser heeft aangevoerd dat strikte toepassing van de wet niet evenredig is, slaagt deze grond daarom niet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep met zaaknummer ROE 23/3687 niet-ontvankelijk:
- verklaart het beroep met zaaknummer ROE 25/1470 gegrond;
- vernietigt de beslissing op bezwaar van 13 mei 2025;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van de vernietigde beslissing op bezwaar in stand blijven;
- bepaalt dat de korpschef het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt de korpschef tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.