ECLI:NL:RVS:2025:3878
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid
De korpschef van politie heeft op 27 oktober 2022 de aanvraag van appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten voor een bedrijf te Capelle aan den IJssel afgewezen. Deze weigering was gebaseerd op een veroordeling van appellant in 2018 tot twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf wegens mishandeling, waarbij de korpschef geen aanleiding zag om af te wijken van de standaard terugkijktermijn van acht jaar zoals opgenomen in de Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de korpschef werd afgewezen. Vervolgens verklaarde de rechtbank Rotterdam het beroep van appellant ongegrond. De rechtbank oordeelde dat de korpschef beoordelingsruimte heeft bij het vaststellen van betrouwbaarheid en dat de maatstaf dat betrouwbaarheid boven iedere twijfel verheven moet zijn, gerechtvaardigd is. Ook vond de rechtbank dat de korpschef terecht geen afwijking van de terugkijktermijn toepaste.
In het hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de maatstaf onmenselijk is, strijdig met het EVRM en dat de terugkijktermijn verkort had moeten worden vanwege de aard van het strafbare feit, de omstandigheden en zijn persoonlijke ontwikkeling. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat deze gronden reeds door de rechtbank gemotiveerd zijn beoordeeld en dat de korpschef binnen zijn beoordelingsruimte heeft gehandeld. De verwijzing naar andere jurisprudentie en het specialiteitsbeginsel faalde eveneens. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt bevestigd.