De zaak betreft een ambtenaar van de Belastingdienst die zonder toestemming fiscale adviezen gaf aan derden en daarbij onbevoegd interne systemen raadpleegde. De Staat verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen.
De ambtenaar trad niet op tijd op in de procedure en voerde geen verweer, waardoor de kantonrechter de door de Staat aangevoerde feiten als juist aannam. Uit het bewijs bleek dat de ambtenaar meerdere personen hielp met belastingaangiftes en daarvoor betaald werd, in strijd met het verbod op nevenwerkzaamheden.
Daarnaast gebruikte hij zonder zakelijke reden en zonder toestemming systemen van de Belastingdienst, wat een ernstige integriteitsschending vormt. De kantonrechter oordeelde dat dit gedrag een ernstige miskenning is van de integriteitsnormen en ontbond de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang zonder transitievergoeding. De ambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten.