ECLI:NL:RBLIM:2026:4249
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep inzake inzage persoonsgegevens FSV en toekenning schadevergoeding termijnoverschrijding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Financiën inzake zijn verzoeken om inzage in zijn persoonsgegevens die zijn opgenomen in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). De minister had de inzageverzoeken toegewezen, maar weigerde bepaalde stukken, zoals screenprints van de registratie, te verstrekken. Eiser betoogde dat hij recht had op deze stukken en dat de minister onrechtmatig handelde.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 15 van Pro de AVG de minister verplicht is een kopie van de persoonsgegevens te verstrekken, maar niet van de volledige stukken waarin deze persoonsgegevens voorkomen. De screenprints worden niet aangemerkt als stukken die op de zaak betrekking hebben in de zin van artikel 8:42 van Pro de Awb. Ook schendt de minister geen fundamentele rechten door deze niet te verstrekken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast heeft eiser verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voor het doen van uitspraak. De rechtbank constateert dat de termijn met meer dan twee jaar is overschreden, deels toe te rekenen aan de minister en deels aan de rechtbank. Daarom kent zij een schadevergoeding van in totaal €3.500 toe, te betalen door de minister en de Staat der Nederlanden. Verzoek om vergoeding van vertragingsschade wordt afgewezen.
Eiser had ook een beroep op betalingsonmacht gedaan voor griffierecht, maar dit is afgewezen omdat zijn inkomen boven de drempel ligt. De griffierechten worden niet terugbetaald. De minister en de Staat worden wel veroordeeld tot vergoeding van proceskosten die eiser heeft gemaakt in verband met de schadevergoedingsverzoeken.
De uitspraak is gedaan door rechter Derks-Voncken op 1 mei 2026 en is openbaar.
Uitkomst: Beroepen ongegrond verklaard, schadevergoeding van €3.500 toegekend voor termijnoverschrijding.