ECLI:NL:RBLIM:2026:5623
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstandsuitkering vreemdeling zonder gelijkstelling Nederlander
Verzoeker, een vreemdeling met verschillende verblijfsvergunningen en lopende aanvragen, verzocht om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor bijstand op grond van de Participatiewet.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker geen aanvraag voor voortgezette toelating heeft ingediend, maar nieuwe aanvragen met een ander verblijfsdoel. Hierdoor kan hij niet worden gelijkgesteld met een Nederlander en heeft hij geen recht op bijstand. Het feit dat nog niet is beslist op de nieuwe aanvragen leidt niet tot gelijkstelling.
Verzoekers beroep op bijzondere omstandigheden wordt verworpen omdat artikel 16, tweede lid, van de Participatiewet dit niet toestaat voor vreemdelingen die niet aan de voorwaarden van artikel 11, tweede en derde lid, voldoen.
De voorlopige voorziening wordt afgewezen, waarmee het college terecht de bijstandsaanvraag heeft afgewezen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker niet gelijkgesteld kan worden met een Nederlander en geen recht op bijstand heeft.