ECLI:NL:RBLIM:2026:7148

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
03.233379.22 en 03.051822.24
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 36f SrArt. 47 SrArt. 57 SrArt. 288 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen gekwalificeerde doodslag en meervoudige diefstal met geweld

De rechtbank Limburg heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 19 jaar wegens medeplegen van gekwalificeerde doodslag waarbij het slachtoffer [naam 1] om het leven kwam, vijfmaal diefstal met geweld in vereniging en eenmaal diefstal in vereniging. Verdachte werd vrijgesproken van het medeplegen van valsheid in geschrift wegens gebrek aan bewijs van opzet.

De feiten betreffen een reeks gewelddadige diefstallen waarbij slachtoffers werden benaderd via valse namen en bedrijven, waarna zij onder bedreiging en geweld hun geld of luxe goederen verloren. Bij de fatale zaak op 23 juni 2022 werd het slachtoffer meegesleurd door een auto bestuurd door de medeverdachte, wat leidde tot zijn overlijden. De rechtbank oordeelde dat verdachte en medeverdachte bewust en nauw samenwerkten, waarbij geweld en het gebruik van de auto als instrument centraal stonden.

Bewijs bestond uit getuigenverklaringen, fotoconfrontaties, camerabeelden, telecomonderzoek en een NFI-rapport dat met grote waarschijnlijkheid de identiteit van verdachte bevestigde. De rechtbank verwierp de verweren van de verdediging, waaronder het betwisten van de betrouwbaarheid van fotoconfrontaties en het schakelbewijs.

De rechtbank hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn en mat de straf dienovereenkomstig. Daarnaast werden schadevergoedingen toegekend aan diverse benadeelden, waarbij sommige vorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of formele gebreken. De voorlopige hechtenis van verdachte werd gehandhaafd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 19 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van gekwalificeerde doodslag en meervoudige diefstal met geweld, vrijgesproken van valsheid in geschrift.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummers : 03.233379.22 en 03.051822.24 (ttz. gev.)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 juli 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] , Italië, op [geboortedatum 1] 1974,
gedetineerd in [PI] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. L. de Leon, advocaat kantoorhoudende te Utrecht.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld ter terechtzitting van 2 en 3 juni 2026 en het onderzoek is gesloten op de terechtzitting van 17 juli 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
De nabestaanden van het slachtoffer [naam 1] , te weten [naam 2] en [naam 3] , alsmede de slachtoffers [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] hebben zich als benadeelde partijen gevoegd in het strafproces. [naam 2] , [naam 5] , [naam 6] en
[naam 7] zijn ter terechtzitting over hun vorderingen gehoord. [naam 2] is bijgestaan door mr. Pennino, advocaat kantoorhoudende te Kerkrade, en [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] zijn bijgestaan door [naam 8] van Slachtofferhulp Nederland. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] met het parketnummer 03.233364.22.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er in de zaak met parketnummer 03.233379.22, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
feit 1:al dan niet samen met (een) ander(en) een gekwalificeerde doodslag heeft gepleegd waarbij [naam 1] om het leven is gekomen. Subsidiair is dit ten laste gelegd als het medeplegen van een diefstal met geweld met de dood ten gevolge.
feiten 2 tot en met 7:al dan niet samen met (een) ander(en) een diefstal met geweld heeft gepleegd. Dit is bij feit 5 subsidiair en feit 7 subsidiair ten laste gelegd als een diefstal in vereniging.
In de zaak met parketnummer 03.051822.24 wordt de verdachte verweten dat hij al dan niet samen met (een) ander(en) valsheid in geschrift heeft gepleegd.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft in de zaak met parketnummer 03.233379.22 gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle – waar van toepassing: primair – tenlastegelegde feiten. Hij heeft daarbij verwezen naar de aangiftes, de camerabeelden, de modus operandi, de fotoconfrontaties, het telecomonderzoek en de kennelijk leugenachtige verklaring van de verdachte met betrekking tot zijn alibi.
De officier van justitie heeft in de zaak met parketnummer 03.051822.24 gerekwireerd tot bewezenverklaring van het medeplegen van de valsheid in geschrift. Dit blijkt uit de factuur en de verklaringen van de eigenaar van het hotel. Hij heeft verklaard dat de factuur die door de raadsman van de verdachte aan de verbalisanten is overgelegd, vals was.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft – kort gezegd – verzocht de verdachte vrij te spreken van alle tenlastegelegde feiten. De rechtbank zal hierna ingaan op de gevoerde verweren.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Zaak met parketnummer 03.051822.24
Vrijspraak
Aan de verdachte is, in een apart aangebrachte zaak, tenlastegelegd dat hij al dan niet samen met (een) ander(en) een valse factuur van hotel Garny Pleso te Velika Gorica in Kroatië heeft overgelegd aan verbalisanten van de Politie Eenheid Limburg.
De voormalige raadsman van de verdachte heeft tijdens het verhoor van de verdachte op 25 januari 2023 een factuur aan verbalisant [naam 9] overgelegd van hotel Garny Pleso in Kroatië waaruit zou moeten blijken dat de verdachte van 22 juni 2022 tot en met 25 juni 2022 in dit hotel heeft verbleven. De rechtbank stelt op grond van de verklaring van de eigenaar van het hotel, de heer [naam 10] (hierna: [naam 10] ), vast dat het een valse factuur betreft. [naam 10] heeft immers verklaard dat hij deze factuur niet heeft opgemaakt, de handtekening op de factuur niet van hem is en de opmaak van de rekening heel anders is dan de opmaak van de facturen van zijn hotel. Hiermee staat de valsheid van de factuur voor de rechtbank vast. De vraag is vervolgens of de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het gebruik van dat geschrift. Op grond van het procesdossier kan de rechtbank dit niet vaststellen. Hieruit blijkt immers dat een familielid van de verdachte deze factuur aan de toenmalige raadsman van de verdachte heeft gegeven en de raadsman deze factuur vervolgens aan de verbalisant heeft overhandigd tijdens voormeld verhoor. Uit het procesdossier is niet gebleken dat de verdachte hier op enigerlei wijze van op de hoogte was of bij betrokken was. Reden waarom de rechtbank de verdachte van dit feit vrijspreekt.
Zaak met parketnummer 03.233379.22
De rechtbank neemt de inhoud van de relevante bewijsmiddelen op in de aan dit vonnis gehechte bijlage II, die als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd. De rechtbank overweegt naar aanleiding van deze inhoud het volgende.
Aanleiding
Op 23 juni 2022 is op de Roda J.C. Ring te Kerkrade [naam 1] (hierna: [naam 1] of [naam 1] ) om het leven gekomen. Hij was daar samen met zijn oom [naam 11] (hierna: [naam 11] ). Zij hadden aldaar afgesproken met een zekere [naam 23] en zijn collega. Tijdens deze afspraak greep [naam 23] naar een tas met geld die [naam 1] vasthield en hij sprong bij zijn collega in de auto. Toen zij wegreden, werd [naam 1] meegesleurd. Uiteindelijk kwam hij onder de auto terecht en is hij ter plaatse overleden.
Hierna werd een strafrechtelijk onderzoek gestart en werd gezocht naar overeenkomstige zaken op basis van modus operandi, gebruikte voertuigen, signalementen en gebruikte telefoonnummers. Op basis hiervan werden zes soortgelijke strafrechtelijke onderzoeken in Nederland gevonden, alsmede een soortgelijke zaak in Duitsland. Hierdoor kwamen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in beeld. Laatstgenoemde is tot op heden niet aangehouden en staat nog ter aanhouding gesignaleerd.
Bewijsoverwegingen
Aan de verdachte zijn onder dit parketnummer zeven feiten tenlastegelegd. De vraag die de rechtbank zal moeten beantwoorden, is of deze feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden en de verdachte dus als dader kan worden aangemerkt.
De rechtbank zal de navolgende onderwerpen bespreken:
  • i) schakelbewijs;
  • ii) identiteit daders;
  • iii) nadere overweging feiten 2 tot en met 7;
  • iv) nadere overweging feit 1.
De rechtbank zal, hoewel zij daartoe niet verplicht is, naast de door de verdediging van de verdachte gevoerde verweren, ook ingaan op de verweren van de verdediging van de medeverdachte [medeverdachte] , zoals verzocht door de verdediging van de verdachte. [1]
Schakelbewijs
Bij de beoordeling van het aan de verdachte tenlastegelegde neemt de rechtbank het navolgende als uitgangspunt. Met de term
schakelbewijspleegt te worden aangeduid een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken is. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de onderscheidene feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt. Geen steun in het recht vindt de opvatting dat voor een dergelijke bewijsvoering moet worden vastgesteld dat tot de bewezenverklaring van in elk geval één van de feiten kan worden gekomen zonder dat daarvoor mede bewijsmiddelen worden gebezigd die betrekking hebben op een ander feit. [2]
De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Naast de zeven feiten tenlastegelegde feiten maakt van het procesdossier onderdeel uit de ‘Duitse zaak’ – die niet is tenlastegelegd –, waarin de verklaringen van [naam 12] (hierna: [naam 12] ) en [naam 13] (hierna: [naam 13] ) en de door hen ondergane meervoudige fotoconfrontatie een prominente plaats innemen.
Een aantal overeenkomsten tussen alle zaken vallen op. Zo werd in alle zaken een luxegoed te koop aangeboden. Bij de feiten 1 tot en met 5 en in de Duitse zaak ging het om een dure woning, bij feit 6 om horloges van het merk Rolex en bij feit 7 om een luxe auto. De aangevers waren steeds uit Duitsland afkomstig en zij werden telkens gecontacteerd door (zogenaamd) een medewerker van een vastgoed- of investeringsbedrijf. Daarbij komen in meerdere zaken dezelfde namen of een variant daarvan terug, zoals [naam 14] (feiten 1, 3 en 6 en in de Duitse zaak), [naam 15] (feiten 1 en 3 en de Duitse zaak), [naam 16] (feit 3 en de Duitse zaak), en [naam 17] en [naam 18] (beide bij feiten 4 en 5). Ook valt bij de feiten 1 tot en met 5 en in de Duitse zaak de link met Luxemburg op. Het bedrijf van de personen die met de aangevers afspraken was zogenaamd gevestigd in Luxemburg, dan wel was het kenteken van de auto van die personen of hun telefoonnummer Luxemburgs. Er werd steeds minimaal één fysieke afspraak gemaakt in Zuid-Limburg (met uitzondering van de Duitse zaak), de aangevers moesten steeds iets waardevols meenemen (zoals een groot geldbedrag, goudstaven of dure horloges) en ze hadden steeds te maken met twee mannen, die netjes waren gekleed en telkens aan kwamen rijden in een dure auto van het merk Mercedes, Jaguar of BMW. In veel gevallen heeft men samen gegeten of gedronken bij één of meerdere afspraken (feiten 1, 2, 3, 5 en 6 en in de Duitse zaak).
De jongere, grotere man trad telkens op als chauffeur en de oudere, kleinere man voerde voornamelijk het woord met de slachtoffers. In alle zaken – inclusief de Duitse zaak – werd tot slot de buit van de aangevers nabij de auto van deze twee mannen getoond en weggenomen, waarna de auto snel wegreed.
Tussenconclusie
Gelet op de context, de soortgelijke omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd en de specifieke modus operandi, is de rechtbank van oordeel dat de wijze waarop de onderscheidene feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt.
Verweren verdediging
Het eerste verweer van de verdediging met betrekking tot schakelbewijs komt erop neer dat, nu de (valse) namen van de personen en investeringsmaatschappijen die contact hadden met de aangevers variëren, er geen sprake kan zijn van een soortgelijke modus operandi. De rechtbank volgt dit verweer niet nu de wijze van handelen door de personen die contact hadden en afspraken met de aangevers op essentiële punten overeenkomt. Dat niet altijd dezelfde namen werden gebruikt, doet daaraan niet af.
Verder heeft de verdediging betoogd dat er geen sprake kan zijn van schakelbewijs nu – kort gezegd – op 20 mei 2022 aangever [naam 5] (feit 6) om circa 15:22 uur werd beroofd en aangeefster [naam 7] (feit 3) om circa 15:27 uur telefonisch contact had met – zo voert de verdediging aan – de daders. Ook dit verweer zal de rechtbank terzijde schuiven, nu het procesdossier voldoende aanwijzingen bevat dat meerdere personen, naast de personen die de aangevers daadwerkelijk fysiek ontmoetten, bij de strafbare feiten waren betrokken.
Ten slotte heeft de verdediging wat betreft het schakelbewijs een verweer gevoerd dat erop neerkomt dat er ‘talloze groepen in Europa’ vergelijkbare methoden hanteren. Het gaat, aldus de verdediging, niet steeds om dezelfde daders.
De rechtbank constateert in dit verband dat de aangevers in de tenlastegelegde zaken – alsook in de Duitse zaak – een duidelijk, soortgelijk signalement van de daders hebben gegeven. Wat met name opvalt, is de beschrijving van de leeftijd, de lengte en het postuur van het betreffende daderkoppel. Het ging steeds om (i) twee mannen, (ii) een die ouder was (tussen de 50 en 60 jaar oud) en een jonger iemand (tussen de 30 en 40 jaar oud), (iii) die oudere persoon was kleiner (ongeveer 1,60 tot 1,65 meter lang), terwijl de jongere groter was (ongeveer 1,75 tot 1,80 meter lang), (iv) waarbij de oudere, kleinere persoon getint was (Indiaas-Pakistaans uiterlijk) en de jongere, langere persoon een buikje, donker haar en een baard had. Bij het voorgaande komt nog dat aan alle aangevers van de tenlastegelegde feiten de foto’s van het daderkoppel werden getoond (foto’s van een eerdere ontmoeting met de aangever van feit 2 bij hotel Van der Valk en Casino Admiral). Alle aangevers verklaren dat dit de daders zijn die hen hebben overvallen. In de Duitse zaak hebben [naam 12] en [naam 13] – kort gezegd – een internetpagina bezocht (pagina 27 van de Duitse stukken) waarop onder meer het daderkoppel werd getoond van feit 2 – hotel Van der Valk en Casino Admiral. Ook zij verklaren dat het om dezelfde daders ging.
Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank geen enkele twijfel dat het hier telkens om hetzelfde daderkoppel gaat. Het verweer van de verdediging treft dan ook geen doel.
Identiteit daders
De vraag die vervolgens rijst, is wie de tenlastegelegde feiten en het (niet-tenlastegelegde) Duitse feit gepleegd hebben. Voor de beantwoording van die vraag is het volgende van belang.
In de Duitse zaak heeft een meervoudige fotoconfrontatie plaatsgevonden. Daarbij hebben [naam 12] en [naam 13] beide verdachten herkend. Deze sequentiële meervoudige fotoconfrontatie met [naam 12] en [naam 13] heeft plaatsgevonden in Duitsland onder verantwoordelijkheid van de Duitse autoriteiten. Volgens vaste jurisprudentie is de taak van de Nederlandse strafrechter ten aanzien van onderzoekshandelingen, waarvan de uitvoering plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten van een andere tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) toegetreden Staat, ertoe beperkt te waarborgen dat de wijze waarop van de resultaten van dit onderzoek in de strafzaak tegen verdachte gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op zijn recht op een eerlijk proces, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. Het behoort niet tot de taak van de Nederlandse strafrechter om te toetsen of de wijze waarop dit onderzoek is uitgevoerd, strookt met dienaangaande in het desbetreffende buitenland geldende rechtsregels. Het vertrouwens-beginsel brengt mee dat de Nederlandse strafrechter ervan uit mag gaan dat voor de onderzoekshandelingen een toereikende wettelijke grondslag bestond en dat de onderzoekshandelingen conform de aldaar geldende wettelijke regels zijn verlopen. [3]
Voorts gaat de rechtbank uit van het volgende. Uit de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt – kort gezegd – dat het is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot bewijs te bezigen wat hem uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt, welke beslissing in de regel geen motivering behoeft en in beginsel in cassatie niet met vrucht kan worden bestreden. [4]
Nu er door de verdediging expliciet verweer is gevoerd over de gebruikte foto’s, namelijk dat de personen op die foto’s onvoldoende op elkaar lijken en onvoldoende aan het signalement voldoen, overweegt de rechtbank het volgende.
Bij een fotoconfrontatie als in de Duitse zaak heeft plaatsgevonden, heeft als algemene regel te gelden dat de figuranten qua uiterlijk niet disproportioneel ver van elkaar mogen liggen. Hierbij dient tevens rekening te worden gehouden met de leeftijd, huidskleur en etnische afkomst van de figuranten. Het aantal minimale personen bij een fotoconfrontatie wordt gesteld op vijf, exclusief de verdachte. Dit is noodzakelijk om de betrouwbaarheid van de fotoconfrontatie te waarborgen. Verder is van belang dat alle personen ongeveer dezelfde gelaatsuitdrukking hebben. Ze moeten – in feite – allemaal een even schuldig of onschuldig uiterlijk hebben. Het vorenstaande is neergelegd in het beginsel dat de figuranten qua uiterlijke kenmerken met elkaar vergelijkbaar moeten zijn.
De rechtbank verwijst naar het Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek waarmee de Nederlandse rechter rekening kan houden. Dit heeft weliswaar niet direct betrekking op fotobewijsconfrontaties maar op confrontaties in persoon, maar de daarin neergelegde basisnormen, die beogen de betrouwbaarheid van de bewijsgaring te waarborgen, kunnen analoog worden toegepast op fotobewijsconfrontaties voor zover het gaat om toetsing van de betrouwbaarheid van het resultaat. Dat geldt ook voor toepassing van de Handleiding confrontatie en Richtlijnen meervoudige fotobewijsconfrontatie. [5]
De rechtbank is van oordeel dat de aan [naam 12] en [naam 13] getoonde foto’s in voldoende mate voldoen aan voornoemde vereisten. Aan hen zijn foto’s getoond van telkens acht personen, inclusief de verdachte, met ongeveer dezelfde gezichtsuitdrukking die in voldoende mate aan het signalement voldoen en qua uiterlijk niet disproportioneel ver van elkaar liggen.
De verdediging heeft tevens aangevoerd dat de verklaring van [naam 12] en de door haar gedane herkenning onbetrouwbaar zijn, nu zij zich pas zeven maanden na het voorval heeft gemeld bij de politie voor het afleggen van een verklaring. De rechtbank volgt de verdediging niet in dit verweer. Het enkele feit dat een getuige pas na verloop van een zekere tijd een verklaring aflegt, maakt die verklaring niet reeds daarom onbetrouwbaar. Daarvoor is meer nodig, zoals lacunes aangaande de accuraatheid, consistentie en gedetailleerdheid van de bedoelde verklaring. Het bestaan daarvan is de rechtbank echter niet gebleken. De verklaringen van [naam 12] vertonen geen lacunes die de conclusie zouden rechtvaardigen dat het hier om een onbetrouwbare verklaring gaat. Hetzelfde geldt voor de door [naam 12] gedane herkenning. Bovendien hebben [naam 12] en [naam 13] beide verdachten herkend aan de hand van andere foto’s dan de foto’s die zij eerder op internet hadden gezien. Het enkele feit dat zij voorafgaand aan de fotoconfrontatie foto’s op internet hebben gezien, maakt hun herkenning niet onbetrouwbaar. Daarnaast wordt de betrouwbaarheid van de herkenning vergroot doordat [naam 12] en [naam 13] de verdachten tijdens een eerdere ontmoeting, onder normale omstandigheden en gedurende langere tijd hebben gezien en gesproken. Zij konden dus uit hun eigen herinnering, opgedaan bij die ontmoeting, putten bij de herkenningen.
Verder heeft de verdediging aangevoerd dat de meervoudige fotoconfrontatie
‘intrinsiek foutief is opgemaakt’. [naam 12] en [naam 13] beschikten voorafgaand aan de meervoudige fotoconfrontatie over informatie over het lopende onderzoek. Ze zouden bovendien contact met elkaar hebben gehad alvorens de meervoudige fotoconfrontatie plaatsvond. Dat maakt hun herkenningen onbetrouwbaar, zo betoogt de verdediging.
Wat blijkt uit de verklaringen van [naam 12] en [naam 13] ? [naam 13] verklaart in dit verband dat [naam 12] hem op de website had gewezen waarop de daders te zien zouden zijn. [naam 13] verklaart dat [naam 12] en hij onafhankelijk van elkaar de foto’s hebben bekeken. Uit de verklaringen van [naam 12] volgt – kort gezegd – niet dat zij gesproken heeft met [naam 13] over de gedane herkenningen. Dat [naam 12] en [naam 13] , voor de totstandkoming van de herkenningen, handelingen zouden hebben verricht die de betrouwbaarheid van hun herkenningen zouden kunnen aantasten, blijkt niet uit het procesdossier. Aanwijzingen voor onbetrouwbaarheid zijn er aldus niet, wel voor het tegendeel. [naam 12] heeft bij de rechter-commissaris immers verklaard dat zij aan de verbalisant heeft gevraagd om snel door de foto’s heen te scrollen zodat zij de gezichten kort zag en niet te lang naar een gezicht kon kijken. Zij wilde er zeker van zijn dat zij hen meteen herkende. Zij herkende hen ook meteen: [naam 12] en [naam 13] hebben tijdens deze meervoudige fotoconfrontaties allebei direct de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] als de daders aangewezen.
De conclusie die de rechtbank uit het voorgaande trekt, is dat de verdachte een van de daders was in de Duitse zaak.
Hierin voelt de rechtbank zich gesterkt door het volgende. Aangever [naam 4] (feit 2) heeft verklaard dat hij reeds op 11 maart 2022 in het hotel Van der Valk te Heerlen een afspraak heeft gehad met de twee daders. Deze personen, zo verklaarde de aangever verder, liepen na de afspraak door de hal de trap af naar het Casino Admiral, dat gelegen is in het hotel Van der Valk. Aan de aangever [naam 4] zijn foto’s getoond van de bedoelde twee personen die onderweg naar het Casino Admiral waren. De aangever heeft verklaard dat hij met deze twee personen inderdaad een afspraak heeft gehad en identificeerde deze aldus als de daders die het strafbare feit op 18 maart 2022 hebben gepleegd. In dit verband verwijst de rechtbank naar het rapport van het NFI van 13 juni 2025 (vergelijking gezichtsbeelden) waarin – kort gezegd – de foto van de persoon die op 11 maart 2022 in het Casino Admiral aanwezig was – en waarvan aangever [naam 4] heeft verklaard dat dit een van de daders was – vergeleken werd met referentieopnamen van de verdachte op deze locatie. Uit dit rapport blijkt dat de bevindingen van het onderzoek
zeer veel waarschijnlijkerzijn als de persoon afgebeeld in betwiste beelden
weldezelfde is als de verdachte dan wanneer dit niet zo is. De bewijskracht die aan deze conclusie wordt verbonden, is 10.000-1.000.000.
De raadsman heeft betoogd dat het rapport van het NFI een methodologische tekortkoming bevat, nu de deskundigen geen naaste bloedverwant van de verdachte in de referentie-populatie hebben betrokken. De rechtbank merkt hierover het volgende op. De conclusie in dit rapport –
zeer veel waarschijnlijker dat het de verdachte is op de beelden –is getrokken onder de aanname dat geen naaste bloedverwant van de verdachte in aanmerking komt als verdachte. Bloedverwanten van de verdachte zijn in dit onderzoek dus niet meegenomen. Derhalve heeft ‘de willekeurige andere volwassen man’ geen betrekking op naaste bloedverwanten van de verdachte, bijvoorbeeld zijn zoon. De rechtbank kan, op basis van de aangiftes, de getuigenverklaringen en de door hen gegeven signalementen vaststellen dat de persoon naar wie het NFI onderzoek heeft gedaan niet de zoon van de verdachte betreft. Redenen om aan te nemen dat het een andere bloedverwant dan de verdachte zou zijn, heeft de rechtbank niet. Immers, uit het dossier is niet gebleken dat er een andere bloedverwant dan de verdachte in deze zaak hiervoor in aanmerking komt. De rechtbank ziet dan ook niet waarom de bevindingen van het NFI en het niet betrekken van bloedverwanten af zou doen aan de bewijskracht. De rechtbank gaat er derhalve van uit dat de persoon die door de aangever is aangewezen als de dader, de verdachte is.
Wat betreft de medeverdachte [medeverdachte] is, naast de voornoemde meervoudige fotoconfrontatie, nog het volgende van belang. Aangever [naam 19] (feit 7) heeft, kort gezegd, verklaard dat een van de daders [naam 20] zou heten. Tijdens de doorzoeking van de woning van de medeverdachte [medeverdachte] aan het adres [adres 1] (België) werd een Zwitserse identiteitskaart in beslag genomen, op welke kaart de navolgende naam stond vermeld: [naam 20] . De rechtbank ziet in deze vaststelling versterking van de resultaten uit de meervoudige fotoconfrontatie dat een van de daders de medeverdachte [medeverdachte] betreft.
Tussenconclusie
Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank – alle feiten in onderlinge samenhang bezien en gelet op de overwegingen met betrekking tot het schakelbewijs – ervan uit dat de twee daders die bij de feiten 1 tot en met 7 en in de Duitse zaak betrokken waren, de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] zijn.
Nadere overweging feiten 2 tot en met 7
Onder de feiten 2 tot en met 7 is aan de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , kort gezegd, steeds tenlastegelegd het medeplegen van diefstal met geweld. Bij de feiten 5 en 7 is subsidiair tenlastegelegd diefstal in vereniging (dus zonder geweld).
De rechtbank oordeelt in dit verband als volgt. Uit de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat voor een veroordeling wegens medeplegen de voorwaarden voor aansprakelijkstelling vooral inhouden dat sprake moet zijn geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De kwalificatie medeplegen is alleen gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is.
Zoals eerder overwogen, gaat de rechtbank ervan uit dat, wat alle tenlastegelegde feiten betreft, hetzelfde daderkoppel aan het werk was, waarbij de rechtbank als een vaststaand feit beschouwt dat dit daderkoppel als samenstelling kende de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] . Gelet op de gegeven signalementen kan eveneens de conclusie worden getrokken dat de verdachte steeds als bijrijder in de auto zat en de medeverdachte [medeverdachte] de bestuurder was. Dit als uitgangspunt nemend, rijst de vraag welke juridische implicaties het handelen van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] oplevert. Uit de inhoud van de bewijsmiddelen rijst
grosso modohet navolgende beeld:
( i) met de aangevers werd steeds een afspraak gemaakt,
(ii) waarbij de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] steeds als de tegenpartij verschenen,
(iii) het door de aangevers meegenomen goed steeds – bij feit 2 werd zelfs een pistool getoond – door geweld en vlak in de buurt van de auto van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] van de aangevers werd weggenomen,
(iv) door de bestuurder (de medeverdachte [medeverdachte] ) dan wel door de verdachte zelf,
( v) waarna de auto snel wegreed,
(vi) en waarbij de aangevers [naam 7] , [naam 6] , [naam 21] en [naam 5] , in hun poging het door de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] weggenomen goed te behouden, enkele meters werden meegesleurd door de wegrijdende auto.
De uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van de verdachten laat geen andere gevolgtrekking toe dan dat het hier om een bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] ging. Nadat de buit door de aangevers naar de plaats delict was meegenomen, moest deze buit ten koste van alles veiliggesteld worden. De verdachte zorgde ervoor dat de aangevers zich naar het openstaande bijrijdersportier begaven waarna de verdachte vervolgens verantwoordelijk was voor het door middel van geweldshandelingen wegnemen van de buit, terwijl de medeverdachte [medeverdachte] als bestuurder van de auto klaar zat om met de verdachte en de buit weg te rijden. Enkel in geval van de aangeefster [naam 22] is het de bestuurder geweest die aan de tas van [naam 22] trok. De auto is in alle gevallen gebruikt als een instrument om het strafbare feit te voltooien: op een wrede, genadeloze manier hebben de verdachten er alles aan gedaan om vlug met die auto van de plaats delict te geraken, waarbij zij – soms slingerend – wegreden op het moment dat de aangevers zich nog aan de auto of het goed vasthielden. Geweld heeft daarbij, aldus, een vast, cruciaal, ingebakken onderdeel uitgemaakt van het handelen van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] .
Eindconclusie feiten 2 tot en met 7
De rechtbank is dan ook, gelet op het voorgaande, van oordeel dat het aan de verdachte onder 2 tot en met 6 tenlastegelegde medeplegen van diefstal met geweld wettig en overtuigend bewezen is.
Een nuancering behoeft de bespreking van feit 7. Daar is het de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] gelukt om de buit te verzekeren zonder toepassing van het geweld. Immers, aangever [naam 19] heeft in zijn aangifte – kort gezegd – verklaard dat de envelop met geld uit zijn handen werd weggepakt waarna de auto met slippende banden wegreed. Nu het bestanddeel
geweld dan wel bedreiging met geweldniet kan worden bewezen, zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van de primair tenlastegelegde diefstal met geweld in vereniging. Wel is de subsidiair tenlastegelegde diefstal in vereniging wettig en overtuigend bewezen.
Nadere overweging feit 1
Het onder feit 1 tenlastegelegde behoeft – indachtig de hiervoor genoemde vaststellingen – een nadere bespreking, nu het handelen van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] in die zaak heeft geculmineerd in het op een gruwelijke wijze overlijden van [naam 1] .
De inhoud van de bewijsmiddelen rechtvaardigt de navolgende schets van zaken. [naam 1] en [naam 11] hadden een woning te koop staan waarvoor in Kerkrade een aanbetaling gedaan zou worden door een man die – zo verklaarde [naam 11] – [naam 23] zou heten. Omdat tevens een geldruiling zou plaatsvinden hadden [naam 1] en [naam 11] € 100.000,- meegenomen. Zij zouden deze ruilen tegen € 250.000,- van [naam 23] en zijn collega. [naam 1] en [naam 11] hadden reeds eerder afspraken met beide mannen gehad. Het waren de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] die ook op 23 juni 2022 met [naam 1] en [naam 11] afspraken. Tijdens die afspraak stonden [naam 1] en [naam 11] op een gegeven moment bij de auto van de verdachten waarna de verdachte de tas met geld van [naam 1] beetpakte. Hij sprong met de knie in de auto met de rug naar de ruit. [naam 1] greep ook naar die tas. Op dat moment reed de auto, met daarin de verdachte als bijrijder en medeverdachte [medeverdachte] als bestuurder, slingerend weg. [naam 1] werd op dat moment meegesleurd en kwam verderop onder de auto terecht en overleed ter plaatse.
De vraag die rijst, is of het primair tenlastegelegde medeplegen van gekwalificeerde doodslag wettig en overtuigend bewezen kan worden. Het procesdossier biedt geen aanknopingspunten voor de conclusie dat de verdachte een handeling heeft verricht waardoor [naam 1] onder de auto is terechtgekomen. Immers, uit het procesdossier kan niet worden afgeleid dat [naam 1] zich, toen de auto wegreed, aan de tas die de verdachte had weggenomen heeft vastgehouden toen hij werd meegesleurd dan wel dat de verdachte handelingen heeft verricht waardoor [naam 1] geen houvast meer had en waardoor hij onder de auto terecht is gekomen. De vraag is aldus of voornoemd handelen van de medeverdachte [medeverdachte] – het wegrijden terwijl [naam 1] zich aan de auto vasthield, waarna [naam 1] onder de auto terecht is gekomen en is overleden – als doodslag kan worden aangemerkt.
Uit de verklaring van [naam 11] volgt dat de bestuurder van de auto vol gas gaf, dat [naam 1] half in de auto hing met zijn benen over de weg, dat de auto slingerend wegreed en dat [naam 1] uit de auto viel en met zijn hoofd onder de achterwielen van de auto terechtkwam. De rechtbank ziet geen enkele reden om aan de waarnemingen van [naam 11] te twijfelen. Het verweer van de verdediging, dat erop neerkomt dat [naam 11] onbetrouwbaar zou zijn nu hij in ‘shock’ verkeerde, volgt de rechtbank niet, nu het enkele feit dat een getuige iets naars gezien heeft niet meteen betekent dat hij dan ook onbetrouwbaar is. Het tegenovergestelde is het geval: [naam 11] heeft juist zeer gedetailleerd en consistent verklaard. Zijn betrouwbaarheid is voor de rechtbank dan ook allerminst een twistpunt. De rechtbank neemt de verklaring van [naam 11] dan ook als uitgangspunt bij de verdere beoordeling.
De rechtbank is allereerst van oordeel dat het procesdossier geen aanknopingspunten biedt voor het bestaan van vol opzet op de dood aan de zijde van de medeverdachte [medeverdachte] .
Dan de vraag of er sprake is van voorwaardelijk opzet. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier de dood van [naam 1] – aanwezig wanneer een verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden.
Naar het oordeel van de rechtbank levert het met vol gas wegrijden en op enig moment een indicatieve snelheid van 54 kilometer per uur bereiken de aanmerkelijke kans op de dood van [naam 1] op. Hij had onder de auto kunnen komen en daardoor zijn leven kunnen laten, hetgeen helaas ook daadwerkelijk is gebeurd. Deze aanmerkelijke kans heeft de medeverdachte [medeverdachte] bewust aanvaard. De rechtbank gaat ervan uit dat het niet anders kan dan dat de medeverdachte [medeverdachte] wist dat [naam 1] aan de auto hing. [naam 11] beschrijft in zijn verhoor dat [naam 1] nog half in de auto was op het moment dat de auto wegreed. De medeverdachte [medeverdachte] moet dit hebben meegekregen. De rechtbank wordt in deze vaststelling gesterkt door het feit dat de auto – zoals [naam 11] heeft verklaard – slingerend wegreed. Slingerend rijgedrag is een sterke aanwijzing dat de medeverdachte [medeverdachte] [naam 1] probeerde af te schudden. De medeverdachte [medeverdachte] heeft derhalve voorwaardelijk opzet gehad op de dood van [naam 1] . Dat [naam 1] – zoals de verdediging stelt – slechts twee seconden aan de auto zou hebben gehangen, maakt het voorgaande niet anders.
Naar het oordeel van de rechtbank is de verdachte eveneens verantwoordelijk voor de dood van [naam 1] . Tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] bestond, zoals eerder overwogen, een bewuste en nauwe samenwerking, waarbij het geweld – met indien nodig fatale gevolgen voor de slachtoffers – en het inzetten van de auto als een instrument om het strafbare feit tot voltooiing te brengen een cruciaal onderdeel uitmaakte van dat samenwerkingsband. Eerder werden ook [naam 7] , [naam 6] , [naam 21] , [naam 24] en [naam 5] meegesleurd door de wegkomende auto van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] . [naam 7] heeft verklaard dat de auto daarbij scherp draaide waardoor hij noodgedwongen moest loslaten, [naam 6] verklaarde dat de bijrijder haar probeerde uit de auto te krijgen en haar meerdere elleboogstoten gaf, volgens [naam 5] werd hij meters meegesleurd en reed de auto tegen gestalde fietsen aan terwijl de bijrijder het portier probeerde te sluiten en daarbij meermaals zijn schouder raakte, [naam 24] heeft verklaard dat het leek alsof de bestuurder bewust langs dingen reed zodat ze los zouden laten en tot slot werd [naam 22] volgens de beschrijving van de camerabeelden zelfs gelanceerd; toen vielen er – en dit is niet aan de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] te danken – geen dodelijke slachtoffers. In het geval van [naam 1] was dit, spijtig genoeg, anders.
Verweren verdediging feit 1
De verdediging heeft, onder verwijzing naar het zogeheten
Cicero-criterium, betoogd dat er geen sprake was van een aanvaarding van de aanmerkelijke kans op de dood. De rechtbank passeert dit verweer onder verwijzing naar het hiervoor overwogene waaruit volgt dat de verdachten, ten koste van alles, de buit wilden veiligstellen en van de plaats delict wilden geraken. Daarmee was het geweld met indien nodig fatale gevolgen voor de slachtoffers, een ingecalculeerd risico binnen het samenwerkingsverband tussen beide verdachten.
De verdediging heeft tevens betoogd dat, nu de bijrijder zelf in/aan het open portier van het rijdende voertuig hing, hij zelf ook aanmerkelijk levensgevaar liep en dit derhalve een contra-indicatie zou opleveren voor de bewuste aanvaarding van dodelijk gevaar voor anderen. Dit verweer strandt reeds door de vaststelling dat – ingevolge de verklaring van [naam 11] – de verdachte helemaal niet aan het portier hing doch achterstevoren op de bijrijdersplaats zat.
Verder nog het volgende. Door verbalisant [naam 25] zijn de camerabeelden van Toy Champ bekeken – de beelden waarop te zien is dat [naam 1] wordt meegesleurd door de auto – en zij heeft haar bevindingen in een proces-verbaal beschreven. Door de verdediging is aangevoerd dat het proces-verbaal van verbalisant [naam 25] niet op ambtseed of ambtsbelofte is opgemaakt. De rechtbank heeft dit eveneens geconstateerd. De rechtbank beschouwt dit proces-verbaal als een ‘ander geschrift’ in de zin van artikel 344, lid 1, sub 5 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Voor deze geschriften geldt dat deze alleen kunnen gelden in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Naar het oordeel van de rechtbank is daaraan voldaan.
Tot slot heeft de verdediging aangevoerd dat niet vaststaat dat zich een bijrijder in de auto bevond. De verwerping van dit door de verdediging gevoerde ‘bijrijdersverweer’ volgt uit de door de rechtbank gehanteerde bewijsmiddelen.
Eindconclusie feit 1
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het aan de verdachte tenlastegelegde medeplegen van een gekwalificeerde doodslag wettig en overtuigend bewezen is.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:
1
op 23 juni 2022 in de gemeente Kerkrade, tezamen en in vereniging met een ander, [naam 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door
- met een, door een mededader bestuurde, (personen)auto (met snelheid) uit stilstand weg te rijden, terwijl die [naam 1] op dat moment (vlak) naast hen verdachte en zijn mededader, bij het openstaande portier stond en die [naam 1] zich (deels) in die (personen)auto bevond, een deurstijl en/of het (bijrijders)portier van die (personen)auto vast had/hield en
- ( vervolgens) terwijl die [naam 1] de (personen)auto vasthield, is blijven doorrijden, waarna die [naam 1] ten val is gekomen en (vervolgens) door de (personen)auto is overreden, ten gevolge waarvan die [naam 1] is overleden,
welke doodslag werd vergezeld van enig strafbaar feit, te weten
- een diefstal (met geweld) in vereniging van een (linnen) tas, inhoudende (ongeveer)
€ 100.000,- (artikel(en) 312/311/310 van het Wetboek van Strafrecht) en
- een oplichting in vereniging van (ongeveer) € 100.000,- (artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht),
en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die feiten gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en de andere deelnemer aan dat misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
2
op 18 maart 2022 in de gemeente Valkenburg aan de Geul, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een sporttas, inhoudende (ongeveer) € 70.000,-, toebehorende aan [naam 4] , terwijl de diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging van geweld tegen die [naam 4] en diens echtgenote, gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan dat misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen,
- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp toonde aan voornoemde [naam 4] ;
- dat vuurwapen richtte in de richting van die [naam 4] ;
- de sporttas van die [naam 4] wegtrok en
- een mes toonde aan die [naam 4] en/of diens echtgenote;
3
op 3 juni 2022 te Urmond, gemeente Stein, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas, inhoudende € 90.000,-, toebehorende aan [naam 7] en [naam 6] , terwijl de diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [naam 7] en [naam 6] , gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan dat misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen,
- met een door de mededader bestuurde (personen)auto (met toenemende snelheid) uit stilstand is weggereden, terwijl die [naam 7] en [naam 6] op dat moment (vlak) naast hen, verdachte en zijn mededader, bij het openstaande portier stonden en die [naam 7] en [naam 6] zich deels in de (personen)auto bevonden en (daarbij) verdachte de tas vast hadden;
- ( onderwijl) duwde tegen het lichaam van die [naam 6] en
- terwijl die [naam 7] en [naam 6] de tas vast hielden, is blijven doorrijden, waarna die [naam 7] en [naam 6] ten val zijn gekomen;
4
op 13 april 2022 te Kerkrade, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid goud (2 goudstaven van ieder 500 gram) ter waarde van € 60.300,-, toebehorende aan [naam 26] , terwijl de diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [naam 26] , gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan dat misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen, duwde tegen het lichaam van die [naam 26] en (terwijl) met een door de mededader bestuurde (personen)auto (met toenemende snelheid) uit stilstand is weggereden en die [naam 26] op dat moment (vlak) naast hem, verdachte, bij het openstaande portier stond;
5 primair
op 27 apri1 2022 te Valkenburg aan de Geul, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een handtas, o.a. inhoudende € 80.000,-, toebehorende aan [naam 22] , terwijl de diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [naam 22] en [naam 21] , gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan dat misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen,
- ( met kracht) een tas uit de handen van die [naam 22] wegrukte en/of wegtrok;
- met een door de mededader bestuurde (personen)auto (met toenemende snelheid) uit stilstand is weggereden, terwijl [naam 21] zich op dat moment (deels) in de (personen)auto bevond en de tas vast had en
- terwijl die [naam 21] de tas vasthield, is blijven doorrijden, waarna die [naam 21] ten val is gekomen;
6
op 20 mei 2022 te Maastricht, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas, inhoudende drie horloges, toebehorende aan [naam 5] , terwijl de diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [naam 5] , gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan dat misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen,
- met een door de mededader bestuurde (personen)auto (met toenemende snelheid) uit stilstand is weggereden, terwijl die [naam 5] zich op dat moment deels in de (personen)auto bevond en (daarbij) de tas vasthield en
- terwijl die [naam 5] de tas vasthield, is blijven doorrijden, waarna die [naam 5] ten val is gekomen;
7 subsidiair
op 28 oktober 2020 te Maastricht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een envelop, inhoudende € 40.000,-, toebehorende aan [naam 19] , heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
feit 1 primair:
medeplegen van doodslag, vergezeld van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
feit 2
diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 3
diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 4
diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 5 primair
diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 6
diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 7 subsidiair
diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 25 jaren met aftrek van het voorarrest.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht bij de oplegging van een eventuele straf rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Ernst van de feiten
Donderdag 23 juni 2022. Een doodgewone doordeweekse zonnige dag. Maar ook een dag die het leven van velen voorgoed zou veranderen. Op die dag is door toedoen van de verdachte en de medeverdachte, [naam 1] om het leven gekomen. Hij was het laatste, helaas dodelijke, slachtoffer van de door de verdachte en de medeverdachte gepleegde rooftocht.
Tijdens deze rooftocht gebruikten zij iedere keer dezelfde, geraffineerde, berekenende, professionele, niets en niemand ontziende methode. De werkwijze was als volgt. Zij, of iemand namens hen, reageerden op advertenties waarbij de slachtoffers hun huis, of luxe goederen, te koop aanboden. Onder de opgave van valse namen, met gebruikmaking van namen van niet bestaande bedrijven en websites en altijd netjes gekleed tijdens de afspraken, wisten zij het vertrouwen van hun slachtoffers te winnen. De slachtoffers namen grote geldbedragen of hun luxe goederen mee naar de afspraken met de verdachten in de veronderstelling dat zaken op een professionele manier zouden worden afgehandeld. Dat de verdachten helemaal niet van plan waren daadwerkelijk zaken te doen en er alleen maar op uit waren om hun slachtoffers de door hen meegenomen grote geldbedragen, goud of horloges afhandig te maken en daarbij geweld niet zouden schuwen, konden zij op dat moment niet vermoeden. Wat de rechtbank ook zeer schokkend vindt, is dat de feiten op klaarlichte dag plaatsvonden en – in het geval van [naam 1] – zelfs voor een speelgoedwinkel. De slachtoffers die hun goed niet zomaar wilden afgeven, werden meegesleurd door de auto waarin de beide verdachten zaten. Voor [naam 21] , [naam 7] , [naam 6] , [naam 24] en [naam 5] heeft dit gelukkig geen fatale gevolgen gehad, voor [naam 1] wel. De verdachten hebben de slachtoffers aan hun lot overgelaten en zich niet bekommerd om hun welzijn, immers de buit was binnen en daar ging het om. Zij hebben door hun handelen laten zien dat zij een mensenleven minder waard achten dan de waarde van de door hen weggenomen goederen. Deze meedogenloze, niets en niemand ontziende werkwijze rekent de rechtbank de verdachte dan ook zwaar aan.
Gevolgen voor de slachtoffers en de nabestaanden
Van [naam 1] hebben de verdachten zijn kostbaarste bezit afgenomen: zijn leven. Het leven van een jonge man die nog vele plannen en een lange toekomst met zijn dierbaren voor zich had. Ook aan de nabestaanden van [naam 1] is groot en onherstelbaar leed toegebracht. Hun leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Maar ook de slachtoffers die er, wonder boven wonder, geen blijvend fysiek letsel aan hebben overgehouden, kampen nog steeds met de mentale gevolgen die deze feiten op hen hebben gehad. Ook waren er willekeurige omstanders die op klaarlichte dag tegen hun wil getuige zijn geweest.
Dat de nabestaanden van [naam 1] groot leed is toegebracht, blijkt uit de ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaringen, die een diepe indruk hebben gemaakt. De vriendin van [naam 1] heeft benadrukt dat niet alleen het leven van haar dierbare is ontnomen, maar dat ook het leven van de mensen om hem heen nooit meer hetzelfde zal zijn. [naam 1] was haar partner, een zoon, een broer, een kleinzoon, een oom en een vriend. Zijn moeder heeft naar voren gebracht dat het overlijden van haar zoon diepe wonden heeft achtergelaten die nooit meer dicht zullen gaan. Ook zijn broer heeft verklaard dat niet alleen zijn leven voor altijd is veranderd, maar ook de levens van de mensen om hem heen. Zij zijn niet meer zo onbevangen als voorheen en de sociale interactie en alle samenkomsten worden voortdurend door groot verdriet overschaduwd. [naam 4] heeft last van angstgevoelens en paniekaanvallen en gebruikt daartegen medicatie. Hij werkt niet meer en komt nog maar zelden buitenshuis. Zelfs het bijwonen van de zitting, bijna vier jaar na het feit, en het uitoefenen van zijn spreekrecht was voor hem te veel. [naam 5] heeft nog steeds slaapproblemen en last van herbelevingen, hetgeen invloed heeft op zijn dagelijks functioneren.
Redelijke termijn
De rechtbank is van oordeel dat het recht van de verdachte op een berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM is overschreden en dat deze overschrijding verdisconteerd moet worden in de strafoplegging. De Hoge Raad heeft in zijn uitleg van de redelijke termijn als uitgangspunt genomen dat de behandeling van een zaak in eerste aanleg dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen. In het geval de verdachte in verband met de zaak in voorlopige hechtenis verkeert, zoals hier het geval is, behoort de zaak in eerste aanleg binnen 16 maanden te zijn afgedaan, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.
De termijn van 16 maanden is voor de verdachte aangevangen met zijn aanhouding op 23 oktober 2022 in Bulgarije. Dat betekent dat in beginsel uiterlijk op 23 februari 2024 vonnis gewezen had moeten worden. De eerste inhoudelijke behandeling was gepland op 2 oktober 2024. De redelijke termijn was op dat moment met ongeveer zeven maanden overschreden. Van bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding kunnen rechtvaardigen, is niet gebleken. Tijdens die zitting werden vervolgens onderzoekswensen ingediend door de verdediging. Deze onderzoekswensen werden toegewezen en het onderzoek ter terechtzitting werd geschorst. De hierdoor ontstane vertraging in de afdoening van de zaak is toe te schrijven aan de verdachte en komt voor zijn rekening. Een aantal dagen voorafgaand aan de volgende inhoudelijke behandeling op 27 juni 2025 bleek dat de raadslieden van de verdachte zich hadden teruggetrokken. De rechtbank zal bij de bepaling van de overschrijding van de redelijke termijn dan ook rekening houden met het feit dat de zaak afgedaan had kunnen worden in juni 2025, maar thans uitspraak wordt gedaan op 17 juli 2026. Dit betekent een termijnoverschrijding van in totaal één jaar en acht maanden. Deze termijnoverschrijding zal verdisconteerd worden in de strafoplegging.
Straf
Met betrekking tot de vraag welke straf aan de verdachte moet worden opgelegd, merkt de rechtbank nog het volgende op.
De officier van justitie heeft in zijn requisitoir aangevoerd dat de proceshouding van de verdachte – met name het in zijn visie zinloos oproepen van slachtoffers en getuigen – waardoor het strafproces onnodig is vertraagd, niet zonder consequenties kan blijven voor de strafmaat. De officier van justitie heeft dit de ‘keerzijde van Keskin’ genoemd en de rechtbank uitdrukkelijk om een oordeel hierover gevraagd.
De rechtbank wenst te benadrukken dat verdedigingsrechten – zoals het horen van getuigen – wettelijk verankerd zijn in artikel 6 van Pro het EVRM. Het uitoefenen van deze rechten mag derhalve allerminst een strafverzwarende factor zijn. De essentiële verdedigingsrechten zouden op die manier ernstig ondergraven worden. En dat kan nooit de bedoeling zijn. Het fair trial-beginsel is een fundamenteel rechtsbeginsel dat garandeert dat iedereen recht heeft op een eerlijk proces en dat te allen tijde gewaarborgd dient te worden. De rechtbank zal hier dan ook niet in strafverzwarende zin rekening mee houden bij de bepaling van de op te leggen straf.
In strafverzwarende zin houdt de rechtbank wèl rekening met de navolgende feiten en omstandigheden: (i) de professionele, internationaal georganiseerde, planmatige, geraffineerde en niets en niemand ontziende wijze van handelen, (ii) het op een slinkse manier winnen en vervolgens schaden van het vertrouwen van de slachtoffers, (iii) het zich afspelen van de feiten op klaarlichte dag, waarbij omstanders aanwezig waren; in het geval van [naam 1] heeft de vreselijke daad zich zelfs voor een speelgoedwinkel voltrokken en (iv) de hoge waarde van de buit.
Waar de rechtbank, naast de hiervoor genoemde strafverzwarende factoren, acht op slaat, is het in het Wetboek van Strafrecht opgenomen beschermd belang behorend bij gekwalificeerde doodslag. Dat is in dit geval het menselijk leven als zodanig. In de strekking van de bepaling ligt het ernstige morele verwijt besloten dat het leven van een ander welbewust wordt opgeofferd uit zelfzucht. Deze vorm van doodslag grenst – vanwege de combinatie van vergezellen én begunstigen – in strafwaardigheid zo nauw aan moord, dat de strafbedreiging daaraan gelijk behoort te zijn. De rechtbank acht het dan ook van groot belang dat de maatschappij langdurig beschermd wordt tegen deze verdachte die er blijk van heeft gegeven geen enkel respect voor het menselijk leven en andermans eigendommen te hebben.
De enige factor waar de rechtbank in strafverminderende zin rekening mee zal houden, is de overschrijding van de redelijke termijn. In het geval waarin de redelijke termijn niet was overschreden, had de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren opgelegd. Rekening houdend met deze overschrijding zal de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 19 jaren met aftrek van de overleveringsdetentie en het voorarrest. Het verzoek van de verdediging tot opheffing van de voorlopige hechtenis zal, gelet op het voorgaande, worden afgewezen.
De verdachte verblijft tijdens de gevangenisstraf in een penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen

7.1
De vorderingen van de benadeelde partijen
In deze zaak hebben acht benadeelde partijen een vordering tot schadevergoeding ingediend:
- [naam 3] en [naam 2] : ieder € 12.500,- (weggenomen geldbedrag);
- [naam 11] : € 75.000,- (weggenomen geldbedrag);
- [naam 4] : € 72.647,-, bestaande uit € 70.000,- (weggenomen geldbedrag), € 147,- aan reiskosten en € 2.500,- ter vergoeding van immateriële schade;
- [naam 7] : € 92.107,65, bestaande uit € 90.000,- (weggenomen geldbedrag),
€ 107,65 aan reiskosten en € 2.000,- ter vergoeding van immateriële schade;
- [naam 6] : € 2.000,- ter vergoeding van immateriële schade;
- [naam 22] : € 80.000,- (weggenomen geldbedrag);
- [naam 5] , na vermindering van eis ter terechtzitting: € 98.377,38, bestaande uit € 93.510,- ter zake van de niet vergoede drie weggenomen Rolex horloges, € 2.150,- voor de weggenomen Louis Vuitton tas, € 699,74 voor de weggenomen geldtelmachine, € 2.000,- voor vergoeding van immateriële schade en € 17,64 aan reiskosten.
De benadeelden hebben verzocht hun vorderingen hoofdelijk toe te wijzen, om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van alle vorderingen van de benadeelde partijen, met uitzondering van de door de benadeelde partijen [naam 4] , [naam 7] en [naam 5] verzochte schadevergoedingsmaatregel ten aanzien van de reiskosten naar Slachtofferhulp Nederland, nu dit proceskosten betreffen. De officier van justitie heeft de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd ten aanzien van de slachtoffers [naam 19] en [naam 26] . Zij hebben weliswaar geen vordering tot schadevergoeding ingediend, maar hebben wel schade geleden.
7.3
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft ten aanzien van de vorderingen van [naam 3] , [naam 2] en [naam 11] het causaal verband tussen het feit en de schade betwist. Ten aanzien van de benadeelde partijen [naam 4] , [naam 7] , [naam 6] , [naam 22] en [naam 5] heeft de verdediging bij vrijspraak de toerekenbaarheid aan de verdachte betwist en bij een bewezenverklaring verzocht een lager bedrag toe te wijzen dan gevorderd. De waarde en authenticiteit van de weggenomen zaken van [naam 5] heeft de verdediging betwist. Voor wat betreft de slachtoffers [naam 26] en [naam 19] geldt dat zij volgens de verdediging de grondslag van de civielrechtelijke aansprakelijkheid en de omvang van de schade niet langs de weg van een voegingsformulier of een debat ter terechtzitting in het geding hebben gebracht. Reden waarom de schadevergoedingsmaatregel niet zonder afzonderlijke motivering kan worden opgelegd. Mogelijk zijn [naam 26] en [naam 19] door hun verzekeraars schadeloos gesteld.
7.4
Het oordeel van de rechtbank
[naam 3] en [naam 2]
De verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] hebben een geldbedrag van € 100.000,- gestolen dat toebehoorde aan [naam 1] en zijn oom [naam 11] . Het bedrag dat [naam 1] heeft ingebracht, bedraagt € 25.000,-. De vader en moeder van [naam 1] vorderen als erfgenamen ieder € 12.500,-. Zij hebben de opname van dit geldbedrag door [naam 1] onderbouwd met een bankafschrift. De verdediging heeft het causaal verband tussen de geleden schade en het overlijden van [naam 1] betwist. Dit betreft naar het oordeel van de rechtbank evenwel rechtstreekse schade, geleden door het strafbare feit. Het geldbedrag is immers mede door de verdachte gestolen. De rechtbank zal deze vordering dan ook hoofdelijk toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2022 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[naam 11]
De verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] hebben een geldbedrag van € 75.000,- gestolen van de benadeelde partij [naam 11] , die de opname van dit geldbedrag met stukken heeft onderbouwd. De verdediging heeft het causaal verband tussen de geleden schade en het overlijden van [naam 1] betwist. De rechtbank is ook in dit geval, onder verwijzing naar hetgeen hierover is opgemerkt ter zake van de vorderingen van [naam 3] en [naam 2] , van oordeel dat dit rechtstreekse schade betreft, geleden door het strafbare feit. Ook hier geldt dat het geldbedrag immers mede door de verdachte is gestolen. De rechtbank zal deze vordering dan ook hoofdelijk toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2022 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[naam 4]
Materiële schade
Weggenomen geldbedrag
De verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] hebben een geldbedrag van € 70.000,- gestolen van de benadeelde partij. Hij heeft dit deels opgenomen van zijn eigen rekening en deels geleend van een familielid, welke opname en geldlening met stukken zijn onderbouwd. De verdediging heeft deze vordering niet (gemotiveerd) betwist. Dit betreft rechtstreekse schade, geleden door het strafbare feit. De rechtbank zal dit gedeelte van de vordering dan ook hoofdelijk toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2022 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Reiskosten getuigenverklaring
Van reiskosten naar het politiebureau om aangifte te doen of een nadere verklaring af te leggen, kan niet worden gezegd dat zij gemaakt zijn ‘ter vaststelling van aansprakelijkheid of schade’, zoals bedoeld in artikel 6:96, lid 2, onder b van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Zij strekken ertoe strafrechtelijke opsporing en vervolging van de dader te bewerkstelligen. De enkele omstandigheid dat een eventuele daarop volgende strafrechtelijke veroordeling de grondslag kan bieden voor schadevergoeding (en dit vaak mededoelstelling van het slachtoffer is), maakt niet dat gezegd kan worden dat die reiskosten met dat doel zijn gemaakt. Deze reiskosten kunnen daarom niet als schade ten laste van verdachte worden gebracht. De rechtbank zal de vordering ten aanzien van deze reiskosten, à € 147,-, daarom afwijzen.
Immateriële schade
De wet regelt in artikel 6:106 BW Pro de vergoeding van ‘ander nadeel’ dan vermogensschade. Volgens artikel 6:106 lid 1 BW Pro komt in de volgende gevallen (samengevat) vergoeding van ander nadeel in aanmerking:
wanneer het oogmerk bestond zodanig nadeel toe te brengen (het oogmerk is gericht op smart);
ij lichamelijk letsel, aantasting in de eer of goede naam of aantasting van de persoon op andere wijze;
bij aantasting van de nagedachtenis van de overledene.
Als een slachtoffer als gevolg van een strafbaar feit naar objectieve maatstaven vast te stellen geestelijk letsel oploopt, dan is sprake van ‘aantasting in de persoon op andere wijze’ zoals bedoeld in de wet. De stelplicht hieromtrent rust op de benadeelde partij. [6] Daartoe zal de benadeelde partij voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Dit zal het geval zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld (op basis van in de psychiatrie of psychologie gebruikte classificatiesystemen zoals de DSM). Daarmee is beoogd tot uitdrukking te brengen dat die emotionele schok moet hebben geleid tot geestelijk letsel dat gelet op aard, duur en/of gevolgen ernstig is, en in voldoende mate objectiveerbaar. Dit brengt mee dat als de rechter op grond van een rapportage van een ter zake bevoegde en bekwame deskundige – waarbij gedacht kan worden aan een ter zake bevoegde en bekwame psychiater, huisarts of psycholoog – tot het oordeel komt dat sprake is van geestelijk letsel in de hiervoor bedoelde zin, hij tot toewijzing van schadevergoeding kan overgaan, ook als in die rapportage geen diagnose van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld wordt gesteld. [7] Als sprake is van geestelijk letsel als hier bedoeld, bestaat het recht op vergoeding van immateriële schade.
De benadeelde partij heeft ter onderbouwing van de immateriële schade een arbeidsongeschiktheidsverklaring, een verwijsbrief van de huisarts vanwege psychische gevolgen, in het bijzonder depressiviteit, en een rapportage van de ‘Deutsche Rentenversicherung’ met betrekking tot de psychische situatie en belastbaarheid van benadeelde overgelegd. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank voldoende dat de benadeelde als gevolg van het strafbare feit psychisch letsel heeft opgelopen. De benadeelde partij heeft derhalve recht op vergoeding van de immateriële schade. De rechtbank acht een vergoeding van € 2.500,- zoals gevorderd billijk en zal de vordering ter zake van de immateriële schade dan ook hoofdelijk toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2022 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[naam 7]
Materiële schade
Weggenomen geldbedrag
De verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] hebben een geldbedrag van € 90.000,- gestolen van de benadeelde partij. De benadeelde partij heeft de opname van dit geldbedrag met stukken onderbouwd. De verdediging heeft deze vordering niet (gemotiveerd) betwist. Dit betreft rechtstreekse schade, geleden door het strafbare feit. De rechtbank zal dit gedeelte van de vordering dan ook hoofdelijk toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2022 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Reiskosten naar politiebureau
Van reiskosten naar het politiebureau om aangifte te doen of een nadere verklaring af te leggen kan niet worden gezegd dat zij gemaakt zijn ‘ter vaststelling van aansprakelijkheid of schade’, zoals bedoeld in art. 6:96 lid 2 onder Pro b BW. Zij strekken ertoe strafrechtelijke opsporing en vervolging van de dader te bewerkstelligen. De enkele omstandigheid dat een eventuele daarop volgende strafrechtelijke veroordeling de grondslag kan bieden voor schadevergoeding (en dit vaak mededoelstelling van het slachtoffer is), maakt niet dat gezegd kan worden dat die reiskosten met dat doel zijn gemaakt. Deze reiskosten kunnen daarom niet als schade ten laste van de verdachte worden gebracht. De rechtbank zal de vordering ten aanzien van deze reiskosten, à € 64,68, daarom afwijzen.
Reiskosten naar Slachtofferhulp Nederland
De opgevoerde reiskosten met betrekking tot een bezoek aan Slachtofferhulp Nederland van € 42,97 zijn evenmin aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit zoals bedoeld in art. 51f, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). De benadeelde partij zal in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
Immateriële schade
Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank hiervoor onder benadeelde partij [naam 4] heeft overwogen aangaande de immateriële schade stelt zij ten aanzien van de benadeelde partij [naam 7] voor wat betreft ‘ander nadeel dan vermogensschade’ het volgende vast.
De benadeelde partij heeft door het bewezenverklaarde feit lichamelijk letsel opgelopen: hij had diverse schaafwonden, een scheurverwonding aan zijn linker wenkbrauw en een schedelkneuzing. Reeds hierdoor kan een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend. De verdediging heeft deze vordering niet (gemotiveerd) betwist. De hoogte van de gevorderde schade, zijnde € 2.000,-, acht de rechtbank billijk en zij zal de vordering dan ook hoofdelijk toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2022 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[naam 6]
Immateriële schade
Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank hiervoor onder benadeelde partij [naam 4] heeft overwogen aangaande de immateriële schade stelt zij ten aanzien van de benadeelde partij [naam 6] voor wat betreft ‘ander nadeel dan vermogensschade’ het volgende vast.
De benadeelde partij heeft door het bewezenverklaarde feit lichamelijk letsel opgelopen: zij had een schaafwond op haar rechterknie en vermoedelijk ook een schaafwond op haar rug. Reeds hierdoor kan een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend. De verdediging heeft deze vordering niet (gemotiveerd) betwist. De hoogte van de gevorderde schade, zijnde € 2.000,-, acht de rechtbank billijk en zal zij dan ook hoofdelijk toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2022 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[naam 22]
heeft een voegingsformulier ingediend, maar dit is niet ondertekend.
Een voegingsformulier dient door of namens de benadeelde partij te zijn ondertekend. Hiermee wordt immers een civiele procedure (binnen het strafproces) aanhangig gemaakt. Is een voegingsformulier niet ondertekend, dan kleeft daaraan een formeel gebrek dat, indien het niet geheeld wordt of kan worden, tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in de vordering moet leiden. Niet-ondertekening van het – wel tijdig ingediende – voegingsformulier kan worden geheeld door verschijning van (de advocaat van) de benadeelde partij ter terechtzitting. De benadeelde partij [naam 22] is echter niet ter terechtzitting verschenen, evenmin is zij door een advocaat vertegenwoordigd. Derhalve zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.
[naam 5]
Materiële schade
De verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] hebben drie horloges gestolen van de benadeelde partij [naam 5] . [naam 5] heeft de schade van deze horloges onderbouwd met een niet leesbare factuur van een juwelier in Antalya (Turkije) en een overzicht van de aangekochte Rolex horloges met de prijs. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank niet de waarde en de authenticiteit van deze horloges. De vordering is door de verdediging op dit punt gemotiveerd betwist. Naar het oordeel van de rechtbank levert een nader onderzoek hiernaar een onevenredige belasting van het strafgeding op hetgeen leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Hetzelfde geldt voor de Louis Vuitton tas en de geldtelmachine. De benadeelde partij heeft deze schade eveneens onvoldoende onderbouwd in het licht van de gemotiveerde betwisting van de verdediging, nu bij de vordering enkel en alleen een uitdraai van een vergelijkbaar product op internet is bijgevoegd. Derhalve zal de rechtbank de benadeelde partij, voor wat betreft deze schadeposten, eveneens in de vordering niet-ontvankelijk verklaren.
Reiskosten naar Slachtofferhulp Nederland
De opgevoerde reiskosten met betrekking tot een bezoek aan Slachtofferhulp Nederland van € 17,64 zijn niet aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit zoals bedoeld in art. 51f, eerste lid, Sv. De benadeelde partij zal in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
Immateriële schade
Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank hiervoor onder benadeelde partij [naam 4] heeft overwogen aangaande de immateriële schade stelt zij ten aanzien van de benadeelde partij [naam 5] voor wat betreft ‘ander nadeel dan vermogensschade’ het volgende vast.
De benadeelde partij heeft door het bewezenverklaarde feit lichamelijk letsel opgelopen.
De politie in Maastricht heeft hiervan enkele foto’s gemaakt (pagina's 1119 en 1120 van het procesdossier). Benadeelde is naar het ziekenhuis in zijn woonplaats gegaan. Dit betreft het Städtisches Krankenhaus Heinsberg GmbH. Daar heeft men forse hematomen vastgesteld aan de rechterzijde van het lichaam, boven de heup en tevens op de rug en beide schouders, met name de rechter schouder. De pols van benadeelde is gekneusd geweest. Voorts heeft de benadeelde diverse schaafwonden op verschillende plekken op zijn lichaam gehad, onder andere op de armen, de rug en op de buik. Vanwege dit lichamelijke letsel kan een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend. De verdediging heeft deze vordering niet (gemotiveerd) betwist. De hoogte van de gevorderde schade, zijnde € 2.000,-, acht de rechtbank billijk en zij zal de vordering dan ook voor dat bedrag hoofdelijk toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2022 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Schadevergoedingsmaatregel [naam 26] en [naam 19]
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen voor de schade die is geleden door de slachtoffers [naam 26] en [naam 19] . In de visie van de officier van justitie is het evident dat zij, ondanks het ontbreken van een voegingsformulier, schade hebben geleden door de door de verdachte gepleegde strafbare feiten.
De rechtbank overweegt hierover het volgende. De rechter kan de schadevergoedings-maatregel ambtshalve opleggen, dat wil zeggen zonder ingediende vordering van de benadeelde partij. Dit is het gevolg van het feit dat de schadevergoedingsmaatregel – in tegenstelling tot de vordering benadeelde partij – een zelfstandige strafrechtelijke maatregel betreft. De rechter dient daarbij evenwel enige terughoudendheid te betrachten, aangezien informatie over de schade van het slachtoffer zelf ontbreekt. Wellicht wenst het slachtoffer geen schadevergoeding te ontvangen of heeft hij zijn schade op een andere wijze al vergoed gekregen. In deze zaak is het onduidelijk of de slachtoffers daadwerkelijk vergoeding van de schade wensen. Wellicht is de schade op een andere wijze aan hen vergoed. Nu hier geen duidelijkheid over bestaat, zal de rechtbank niet overgaan tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

8.Het beslag

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zullen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 57, 288, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreekt de verdachte vrijvan het in de zaak met parketnummer 03.233379.22 onder feit 7 primair en het in de zaak met parketnummer 03.051822.24 tenlastegelegde;
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
  • veroordeelt de verdachte tot een
  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest en in overleveringsdetentie is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
[naam 3]
  • wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, [naam 3] , van een bedrag van € 12.500,-, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • legt aan de verdachte op de hoofdelijke verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [naam 3] van een bedrag van € 12.500,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 35 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
  • voor zover (een van) de mededader(s) een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen;
[naam 2]
  • wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, [naam 2] , van een bedrag van € 12.500,-, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • legt aan de verdachte op de hoofdelijke verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [naam 2] van een bedrag van € 12.500,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 35 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
  • voor zover (een van) de mededader(s) een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen;
[naam 11]
  • wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, [naam 11] , van een bedrag van € 75.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • legt aan de verdachte op de hoofdelijke verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [naam 11] van een bedrag van € 75.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 75 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
  • voor zover (een van) de mededader(s) een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen;
[naam 4]
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, [naam 4] , van een bedrag van € 72.500,-, bestaande uit materiële schade (weggenomen geldbedrag
€ 70.000,-) en immateriële schade (€ 2.500,-), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • wijst af de vordering voor wat betreft de post reiskosten politiebureau;
  • veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • legt aan de verdachte op de hoofdelijke verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [naam 4] van een bedrag van € 72.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 75 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
  • voor zover (een van) de mededader(s) een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen;
[naam 7]
  • wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, [naam 7] , van een bedrag van € 92.000,-, bestaande uit materiële schade (weggenomen geldbedrag van € 90.000,-) en immateriële schade (€ 2.000,-), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • wijst af de vordering voor wat betreft de post reiskosten politiebureau;
  • verklaart de benadeelde partij in de vordering voor wat betreft de post reiskosten Slachtofferhulp Nederland niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • legt aan de verdachte op de hoofdelijke verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [naam 7] van een bedrag van € 92.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 125 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
  • voor zover (een van) de mededader(s) een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen;
[naam 6]
  • wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, [naam 6] , van een bedrag van € 2.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • legt aan de verdachte op de hoofdelijke verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [naam 6] van een bedrag van € 2.000,- immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 10 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
  • voor zover (een van) de mededader(s) een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen;
[naam 22]
  • verklaart de benadeelde partij [naam 22] in de vordering niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
[naam 5]
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, [naam 5] , van een bedrag van
€ 2.000,-, bestaande uit immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • verklaart de benadeelde partij in de vordering voor wat betreft de posten weggenomen Rolex horloges, Louis Vuitton tas, geldtelmachine en reiskosten Slachtofferhulp Nederland niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • legt aan de verdachte op de hoofdelijke verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [naam 5] van een bedrag van € 2.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2022, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 10 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
  • voor zover (een van) de mededader(s) een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen;
Beslag
- gelast de bewaring van de volgende in beslag genomen voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende:
  • koffer, goednummer 1519787;
  • broek, goednummer 1521224;
  • schoenen, goednummer 1521248;
  • document, goednummer 1523142;
  • map, goednummer 1523144;
  • papier, goednummer 1523146;
  • map, goednummer 1523147;
Voorlopige hechtenis
- wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.L.M. van Venrooij, voorzitter, mr. D. Osmić, en
mr. M.E.W.W. Nuijts, rechters, in tegenwoordigheid van J.G.A.M. Spijkers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 juli 2026.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 03.233379.22 ten laste gelegd dat
1
hij, op of omstreeks 23 juni 2022 in de gemeente Kerkrade, tezamen en in vereniging met (een) of meer ander(en), [naam 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door
- met een, door verdachte en/of een mededader bestuurde, (personen)auto (met toenemende en/of hoge snelheid) uit stilstand weg te rijden, terwijl die [naam 1] op dat moment (vlak) naast hem, verdachte en/of zijn mededader, bij het openstaande portier stond en/of die [naam 1] zich (deels) in die (personen)auto bevond, in elk geval tussen de
bijrijdersstoel en het geopende (bijrijders)portier, en (daarbij) verdachte en/of zijn mededader, en/of de (linnen) tas en/of een deurstijl en/of het (bijrijders)portier van die (personen)auto vast had/hield en/of
-(vervolgens) terwijl die [naam 1] , verdachte en/of zijn mededader en/of de (linnen) tas en/of de (personen)auto vast hield, (hard) is blijven doorrijden en/of geprobeerd heeft een of meermalen het deurportier te sluiten, waarna die [naam 1] ten val is gekomen en/of (vervolgens) door de (personen)auto is overreden, ten gevolgen waarvan die [naam 1] is overleden, welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan met enig strafbaar feit, te weten
- een diefstal (met geweld) in vereniging van een (linnen) tas, inhoudende (ongeveer) EURO 100.000,- (artikel(en) 312/311 /310 van het Wetboek van Strafrecht) en/of
- een oplichting in vereniging van (ongeveer) EURO 100.000,- (artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht), en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat/die feit(en) voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
(art 287 Wetboek Pro van Strafrecht, art 288 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 23 juni 2022 in de gemeente Kerkrade, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (linnen) tas, inhoudende (ongeveer) EURO 100.000,-, toebehorende aan [naam 1] en/of J. [naam 11] , terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld tegen die [naam 1] , gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die diefstal gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of anderen deelnemers aan dat misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen, met een, door verdachte en/of de mededader bestuurde, (personen)auto (met toenemende en/of hoge snelheid) uit stilstand is weggereden, terwijl die [naam 1] op dat moment (vlak) naast hem, verdachte en/of zijn mededader, bij het openstaande portier stond en/of die [naam 1] zich (deels) in die (personenauto) bevond, in elk geval tussen de bijrijdersstoel en het geopende (bijrijders)portier, en (daarbij) verdachte en/of zijn mededader en/of de (linnen) tas en/of een deurstijl en/of het (bijrijders)portier van die (personen}auto vast had/hield en/of (vervolgens) terwijl die [naam 1] , verdachte en/of zijn mededader en/of de (linnen) tas en/of de (personen)auto vast hield, (hard) is/zijn blijven doorrijden en/of geprobeerd heeft een of meermalen het deurportier te sluiten, waarna die [naam 1] ten val is gekomen en/of (vervolgens) door de (personen)auto is overreden, ten gevolge waarvan die [naam 1] is overleden;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 312 lid 3 Wetboek Pro van Strafrecht)
2
hij, op of omstreeks 18 maart 2022 in de gemeente Valkenburg aan de Geul, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een sporttas, inhoudende (ongeveer) EURO 70.000,-, toebehorende aan [naam 4] en/of diens echtgenote, terwijl de diefstal werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld en/of bedreiging van geweld tegen die [naam 4] en/of diens echtgenote, gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die diefstal gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of anderen deelnemers aan dat misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen,
-(met kracht) de sporttas van de arm en/of schouder van die [naam 4] en/of diens echtgenote wegrukte(n) en/of wegtrok(ken} en/of vervolgens
- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp toonde(n) aan voornoemde [naam 4] en/of diens echtgenote en vervolgens
- dat vuurwapen richtte(n) in de richting van die [naam 4] en/of diens echtgenote en vervolgens
-(met kracht) de sporttas uit de handen van die [naam 4] en/of diens echtgenote wegrukte(n) en/of wegtrok(ken) en/of
-(tevens) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, toonde(n) aan die [naam 4] en/of diens echtgenote;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 3121id 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht)
3
hij, op of omstreeks 3 juni 2022 te Urmond, gemeente Stein, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een tas, inhoudende EURO 90.000,-, toebehorende aan [naam 7] en/of [naam 6] , terwijl de diefstal werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld en/of bedreiging van geweld tegen die [naam 7] en/of [naam 6] , gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die diefstal gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of anderen deelnemers aan dat misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, welk geweld en/of welk bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen,
-(met kracht) een tas uit de handen van díe [naam 7] en/of [naam 6] wegrukte(n) en/of wegtrok(ken);
- met een door verdachte en/of de mededader bestuurde (personen)auto (met toenemende en/of hoge snelheid) uit stilstand is weggereden, terwijl die [naam 7] en/of [naam 6] partner op dat moment (vlak) naast hem, verdachte en/of zijn mededader, bij het openstaande portier stond en/of die [naam 7] en/of [naam 6] zich (deels) in de (personen)auto bevond, in elk geval tussen de bijrijdersstoel en het geopende (bijrijders)portier, en (daarbij) verdachte en/of zijn mededader en/of de tas en/of een deurstijl en/of het (bijrijders)portier van die (personen)auto vast had/hield en/of
-(onderwijl) verdachte en/of medeverdachte duwde(n) en/of sloeg(en) tegen het lichaam van die [naam 7] en/of [naam 6] en/of
- terwijl die [naam 7] en/of [naam 6] , verdachte en/of zijn mededader en/of de tas en/of de (personen)auto vast hield, (hard) is/zijn blijven doorrijden, waarna die [naam 7] en/of [naam 6] ten val is/zijn gekomen;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 3121id 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht)
4
hij, op of omstreeks 13 april 2022 te Kerkrade, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een hoeveelheid goud (2 goudstaven van ieder 500 gram) ter waarde van EURO 60.300,-, toebehorende aan [naam 26] , terwijl de diefstal werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld en/of bedreiging van geweld tegen die [naam 26] , gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die diefstal gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of anderen deelnemers aan dat misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, welk geweld en/of welk bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen,
-(met kracht) een hoeveelheid goud uit de handen van die [naam 26] wegrukte(n) en/of wegtrok(ken);
- verdachte en/of medeverdachte duwde(n) tegen het lichaam van die [naam 26] en/of
-(terwijl) met een door verdachte en/of de mededader bestuurde (personen)auto (met toenemende en/of hoge snelheid) uit stilstand is
weggereden en die [naam 26] op dat moment (vlak) naast hem, verdachte en/of zijn mededader, bij het openstaande portier stond en/of die [naam 26] zich (deels) in de (personen)auto bevond, in elk geval tussen de bijrijdersstoel en het geopende (bijrijders)portier;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht)
5
hij, op af omstreeks 27 apri12022 te Valkenburg aan de Geul, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een handtas, o.a. inhoudende EURO 80.000,-, toebehorende aan [naam 22] en/of [naam 21] , terwijl de díefstal werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld en/of bedreiging van geweld tegen die [naam 22] en/of [naam 21] , gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die diefstal gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of anderen deelnemers aan dat misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, welk geweld en/of welk bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen,
-(met kracht) een tas uit de handen van die [naam 22] en/of [naam 21] wegrukte(n) en/of wegtrok(ken);
- met een door verdachte en/of de mededader bestuurde (personen)auto (met toenemende en/of hoge snelheid) uit stilstand is weggereden, terwijl die [naam 22] en/of [naam 21] op dat moment (vlak) naast hem, verdachte en/of zijn mededader, bij het openstaande portier stond en/of die [naam 22] en/of [naam 21] zich (deels) in de (personen)auto bevond, in elk geval tussen de bijrijdersstoel en het geopende (bijrijders)portier, en (daarbij) verdachte en/of zijn mededader en/of de tas en/of een deurstijl en/of het (bijrijders)portier van die (personen)auto vast had/hield en/of
- terwijl die [naam 21] , verdachte en/of zijn mededader en/of de tas en/of de (personen)auto vast hield, (hard) is/zijn blijven doorrijden, waarna die [naam 21] ten val is gekomen;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 3121id 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 27 april 2022 te Valkenburg, gemeente Valkenburg aan de Geul tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een handtas, o.a. inhoudende EURO 80.000,-, toebehorende aan [naam 22] en/of [naam 21] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht)
6
hij, op of omstreeks 20 mei 2022 te Maastricht, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een tas, inhoudende drie Rolexhorloges, toebehorende aan [naam 5] , terwijl de diefstal werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld en/of bedreiging van geweld tegen die [naam 5] , gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die diefstal gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of anderen deelnemers aan dat misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, welk geweld en/of welk bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen,
-(met kracht) een tas uit de handen van die [naam 5] wegrukte(n) en/of wegtrok(ken);
- met een door verdachte en/of de mededader bestuurde (personen)auto (met toenemende en/of hoge snelheid) uit stilstand is weggereden, terwijl die [naam 5] op dat moment (vlak) naast hem, verdachte en/of zijn mededader, bij het openstaande portier stond en/of die [naam 5] zich (deels) in de (personen)auto bevond, in elk geval tussen de bijrijdersstoel en het geopende (bijrijders)portier, en (daarbij) verdachte en/of zijn mededader en/of de tas en/of
- terwijl die [naam 5] , verdachte en/of zijn mededader en/of de tas en/of de (personen)auto vast hield, (hard) is/zijn blijven doorrijden, waarna die [naam 5] ten val is gekomen;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht)
7
hij, op of omstreeks 28 oktober 2020 te Maastricht, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een envelop, inhoudende EURO 40,000,--, toebehorende aan [naam 19] , terwijl de diefstal werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld
en/of bedreiging van geweld tegen die [naam 19] , gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die diefstal gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of anderen deelnemers aan dat misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, welk geweld en/of welk bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen,
-(met kracht) de envelop uit de handen van die [naam 19] wegrukte(n) en/of wegtrok(ken);
- met een door verdachte en/of de mededader bestuurde (personen)auto (met toenemende en/of hoge snelheid) uit stilstand is weggereden, terwijl die [naam 19] op dat moment (vlak) naast hem, verdachte en/of zijn mededader, bij het openstaande portier;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 3121id 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 28 oktober 2020 te Maastricht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een envelop, inhoudende EURO 40,000,-, toebehorende aan [naam 19] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht)
Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 03.051822.24 ten laste gelegd dat
hij, op of omstreeks 25 januari 2023 te Maastricht, althans binnen de provincie Limburg, tezamen en in vereniging met een of meer (onbekend) gebleven anderen personen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een factuur van Hotel Garny Pleso te Valika Gorica (Kroatië) als ware het echt en onvervalst, door meermalen, althans eenmaal voornoemde hotelfactuur te (doen) overleggen gedurende het verdachtenverhoor aan verbalisanten van de Politie Eenheid Limburg.
(art 225 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht)
BIJLAGE II: de bewijsmiddelen [8]
FEIT 1
Het proces-verbaal van bevindingen: [9]
Op 23 juni 2022, omstreeks 11.20 uur, kregen wij, verbalisanten [naam 27] en [naam 1] , het verzoek om te rijden naar de Roda JC Ring te Kerkrade ter hoogte van de aldaar geleden speelgoedwinkel Toy Champ. Aldaar zou een aanrijding hebben plaatsgevonden, waarbij het slachtoffer niet meer zou ademen. Wij zagen een persoon aan de linkerzijde van de rijbaan op het wegdek liggen. Deze persoon lag vrijwel tegen de aldaar aanwezige trottoirband en werd door meerdere personen gereanimeerd. Het slachtoffer bleek een man te zijn die hevig bloedde aan met name zijn hoofd. Ik, [naam 1] , heb de reanimatie overgenomen van de burger. Door het gearriveerde ambulancepersoneel werd mij medegedeeld dat de reanimatie gestaakt kon worden en het slachtoffer was overleden.
Door ter plaatse ingewonnen informatie vernamen wij al vrij snel dat er sprake was geweest van een donkerkleurige Mercedes die bij de aanrijding betrokken zou zijn geweest en deze de plaats van het ongeval had verlaten. Enige tijd later spraken wij met de oom van het slachtoffer die samen met zijn neef naar Kerkrade was gekomen om zaken te doen.
Door een van de omstanders werd ik, [naam 27] , geattendeerd op een zwarte reiskoffer die was achtergebleven. Deze koffer behoorde volgens de omstander waarschijnlijk toe aan het slachtoffer, diens oom of de inzittende(n) van de Mercedes.
In de Toy Champ werd een man aangetroffen die volledig in shock was. Een medewerker overhandigde aan verbalisant [naam 42] een briefje met daarop de naam [naam 1] , 20 oktober 1988. De medewerker van de Toy Champ zei dat die de personalia van het slachtoffer waren en dat het slachtoffer zijn neefje was. De man in shock zei dat het inderdaad zijn neefje was.
Het proces-verbaal forensisch overlijdensonderzoek persoon [naam 1] : [10]
Het stoffelijk overschot werd door zijn oom [naam 11] geïdentificeerd als zijnde betrokkene [naam 1] .
Het verslag van het radiologisch onderzoek: [11]
De uitgebreide letsels van het hoofd kunnen worden verklaard door samendrukkend geweld, zoals bij een overrijding. Het overlijden wordt zonder meer verklaard door functieverlies van de hersenen ten gevolge van de geweldsinwerking op het hoofd. De verdeling van de bloedingen in en rond de hersenen duiden op een bij leven ontstaan letsel. Het slachtoffer is vrijwel onmiddellijk na het ontstaan van de letsels aan het hoofd overleden.
Het proces-verbaal Verkeersongevallenanalyse: [12]
Door de afdeling forensische opsporing verkeer is een proces-verbaal opgesteld naar aanleiding van de verkeersongevalanalyse. Hieruit is het volgende gebleken.
Het incident vond plaats op de Roda J.C. Ring in Kerkrade.
Het stoffelijk overschot lag op 13,2 meter voorbij aan de voetgangersoversteekplaats.
Voor de voetgangersoversteekplaats was tussen de eerste en tweede streep een veegspoor op het wegdek zichtbaar. Dit veegspoor ving aan op 1,5 meter voor de voetgangersoversteek-plaats, 0,8 meter van de rechter rijbaankant en had een zichtbare lengte van 8,9 meter. Dit veegspoor was licht slingerend afgetekend en verliep langzaam richting de wegas.
Middels de camerabeelden van Toy Champ kan een indicatieve gemiddelde snelheid van het voertuig worden berekend. Hieruit volgt een indicatieve gemiddelde snelheid over dat traject van 54 km per uur.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 11] : [13]
Ik wilde samen met mijn neef [naam 1] een huis verkopen. Wij hadden ten behoeve deze verkoop afgesproken bij de Roda JC Ring, met twee personen welke wij een aantal keer eerder hadden getroffen. Een van hen was bij mij bekend onder de naam [naam 14] .
Ik kan de personen als volgt omschrijven.
Persoon 1, [naam 14] : 165 meter lang, postuur met een buik, grijs haar, krullend naar achteren gekamd, Indiaas uiterlijk gekleed in een donkerbruin pak, ongeveer 60 jaar oud, spreekt Duits met een zuidelijk accent.
Persoon 2: 180 meter lang, normaal postuur, zwart haar (iets langer), dik postuur, 30 tot 35 jaar oud.
De eerdere ontmoetingen vonden plaats in Maastricht en Sittard. Beide waren altijd goed gekleed in een pak. Vandaag hadden wij wederom met beide personen afgesproken. Wij zouden een huis verkopen voor € 950.000,-.
Er was ook een architect die met hen zou samenwerken, ene [naam 15] .
Wij zouden € 100.000,- inwisselen met € 250.000,- van hen. Ik heb € 75.000,- afgehaald en [naam 1] € 25.000,-. Wij droegen het geld in een witte jute tas. [naam 11] verklaarde tijdens het tekenen van de situatie dat hij samen met [naam 1] zijn auto geparkeerd had aan de Roda JC Ring. Ter hoogte van het Fletcher hotel stond de auto van de personen waar hij mee had afgesproken. Dit betrof een donkerkleurige Mercedes. Hij zag dat de persoon die hij kende onder de naam [naam 14] in zijn richting liep en een mondkapje droeg. Toen ze vervolgens weer samen in de richting van de auto en het hotel liepen maakten ze een praatje over de auto. Terwijl zij dit deden zat [naam 14] half in de auto. Hij zat met zijn knie op de bijrijderszijde en zijn rug in de richting van de voorruit. Op de bestuurderszijde zat de tweede persoon die hij kende en eerder had gezien tijdens de afspraken. Opeens hoorde de getuige [naam 11] geschreeuw. Hij zag dat het geld dat hij en [naam 1] bij zich droegen in de Mercedes was getrokken. Hij hoorde en zag dat de bestuurder van het voertuig gas gaf en wegreed. Hierbij was het portier van de bijrijderszijde half geopend. [naam 1] hield zich op de een of andere manier vast aan de auto. [naam 1] werd meegesleurd met de auto. Op enig moment liet [naam 1] los.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 11] : [14]
Op 23 juni 2022 had ik een afspraak met meneer [naam 14] . Ik was samen met mijn neef [naam 1] . [naam 14] zag er als volgt uit: tussen de 60 en 65 jaar oud, 165 lang, Zuid-Europees uiterlijk Indisch Pakistaans, grijze volle haren, grijs bruin. Hij sprak de Duitse taal met een zuidelijk accent. Afgelopen donderdag droeg hij een spijkerbroek een colbertjasje, een gezichtsmasker, donkerbruine of zwarte business schoenen en een goudkleurige zonnebril met bruine glazen.
De tweede persoon die in de auto zat droeg een donkerblauw colbertjasje, dit jasje had hij steeds aan. Blauw hemd. Lichtblauw. Hij was ongeveer 35 tot 40 jaar oud. Begin 40 denk ik. Ook een Pakistaans uiterlijk. Ik geloof dat hij ook heeft gezegd dat hij uit Pakistan kwam.
Er hadden met hen drie ontmoetingen plaatsgevonden. Alle ontmoetingen waren met dezelfde personen. Dit was in Sittard, Heerlen en Maastricht. In Sittard spraken wij af op een Marktplein met veel café’s en restaurants. Wij zaten eerst ergens rechts met z’n vieren. Maar daar zaten we niet zo goed en toen zijn wij met zijn vieren ongeveer 30 meter verder gaan zitten. Wij hebben in het café alleen gedronken. We zaten daar ongeveer 45 minuten in het tweede café. In het eerste café 10 seconden. We hadden een advertentie bij immobielenscout en daarop heeft [naam 15] gereageerd. In de advertentie stond het huis te koop voor
€ 950.000,-. De betalingsvoorwaarden werden overeengekomen. Zij moesten 250.000 aanbetalen en de verdere betalingen moesten voor 31 oktober 2022 plaatsvinden. [naam 15] reageerde steeds via de telefoon met een Luxemburgs nummer. Men heeft ons verteld dat [naam 15] de architect is van de firma. Dat is ook te zien op de homepage. [naam 14] zou als directeur op de homepage van die firma staan. Ik was bij alle ontmoetingen.De tweede ontmoeting was op 19 juni in Maastricht met dezelfde mannen als in Sittard. Wij hebben daar ongeveer 30 tot 45 minuten gezeten. Aan de hand van het jasje en het hemd zou ik zeggen dat de bestuurder van het voertuig bij het ongeval dezelfde persoon was als die ik nu heb omschreven bij de eerdere ontmoetingen. Ik heb zijn gezicht echter niet gezien omdat het een vlakke auto was en zijn gezicht toen niet kon zien. Maar ik zweer dat hij het was. De derde ontmoeting was geloof ik in Heerlen, ook in een café. Het leek op het café van de eerste ontmoeting. [naam 14] was voor ons van belang omdat hij immers directeur was. Het leek erop alsof de tweede persoon meer een adviserende functie had voor [naam 14] .
Bij de ontmoeting op 23 juni kwamen [naam 1] en ik om 11:10 u bij de afgesproken ontmoetingsplek aan. Om 11:20 uur kwam [naam 14] uit de richting van de winkel waar het gebeurd is. [naam 1] nam het koffer met het geld en de controleer en tel machines. Een zwarte trolly koffer. Toen gingen we de straat door en daar stond opeens de auto. [naam 1] boog zich naar de koffer en opende de ritssluiting. [naam 14] stond nog bij de auto. Het portier van de auto stond open aan de bijrijderskant. Toen greep hij de witte jute zak met het geld. Hij sprong met de knie in de auto met de rug naar de ruit. [naam 1] greep ook naar die zak. Op dat moment reed de auto weg en [naam 1] was nog half in de auto. Ik heb nog geprobeerd [naam 1] vast te houden maar dat lukte mij niet. De auto is met volle gas weggereden. [naam 1] hing met zijn benen die over de weg sleepten uit de auto. De auto reed slingerend weg. [naam 1] viel uit de auto en kwam met zijn hoofd onder de achterwielen van de auto. Degene die altijd bij de ontmoeting aanwezig was, bestuurde de auto. Dat was de andere dan [naam 14] . De auto betrof een Mercedes CL klasse coupé, een gele kentekenplaat, Nederlands of Luxemburgs. Mij is nog iets opgevallen aan de chauffeur. Hij had van het hoofd afstaande oren. Flaporen.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 11] : [15]
[naam 1] had de tekeningen van de woning op de website www.immobielenscout.de gezet. Hierop reageerde de heer [naam 15] . Hij was architect van de firma [bedrijf 1] .
Het proces-verbaal van bevindingen tonen camerabeelden: [16]
Er werden twee fotomappen samengesteld. Fotomap 1 betreft screenshots van Casino Admiral en fotomap 2 betreft foto’s van hotel Van der Valk.
Op 26 juni 2022 werd aan de getuige [naam 11] een fotomap getoond
(de rechtbank begrijpt de fotomap op pagina 240 tot en met 248).
Bij het zien van de foto’s 2, 3, 5, 8 en 11 van de fotomap van Casino Admiral verklaarde de getuige zeker te weten dat dit de twee personen waren waar hij en zijn neef [naam 1] eerder mee hadden afgesproken. Hij verklaarde dat de eerste persoon op foto 2 de bij hem bekende [naam 14] is. De tweede persoon die achter hem loopt zou de tweede verdachte waar hij de naam niet van weet moeten zijn. Tevens verklaart hij dat hij dat beide personen de zwarte tas op foto 3 altijd bij zich hadden bij de eerder afspraken.
Tevens werd de tweede fotomap van hotel Van der Valk getoond. De getuige [naam 11] verklaart dat de rechter persoon op foto 6 [naam 14] is. De linker persoon op foto 6 zou de tweede verdachte moeten zijn.
Tevens zijn aan getuige [naam 11] de bewegende beelden getoond. De getuige [naam 11] verklaart dat hij beide personen herkent op de beelden en dat de kleinere man die op de beelden zichtbaar is en een stropdas draagt [naam 14] zou moeten zijn.
Het beeldverslag van camerabeeldspecialist [naam 25] , camerabeelden Toy Champ: [17]
Om 11.19.58 uur is te zien dat NN01 samen met slachtoffer [naam 1] en getuige [naam 11] door het beeld liep. Om 11.21.29 uur is te zien dat een personenauto, merk Mercedes met hoge snelheid door het beeld reed. Vervolgens is te zien dat slachtoffer [naam 1] met 2 armen in het bijrijdersportier hing. Vervolgens ging zijn rechterarm richting het wegdek. Zijn linkerhand bevond zich op dat moment nog in de portieropening. In de Mercedes zat aan de rechterkant met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een passagier. Het bovenlichaam van [naam 1] kwam vervolgens onder het rechter achterwiel van de Mercedes. De Mercedes maakte hierop een opwaartse beweging alsof deze over het bovenlichaam en vervolgens de linkerarm/linkerhand van [naam 1] reed. Hierna rolde [naam 1] over het wegdek en kwam enkele meters verder stil te liggen. De Mercedes reed uit beeld.
Het proces-verbaal van bevindingen, beschrijving camerabeelden: [18]
Door het onderzoeksteam zijn de camerabeelden veiliggesteld van de centrale toezicht ruimte te Heerlen. Dit naar aanleiding van de eerdere ontmoeting van aangever/benadeelden vooraf aan het incident van 23 juni 2022. Dit was op 9 juni 2022 tussen 18:43 uur en 19:5 uur. Met behulp van de GPS gegevens die afkomstig zijn uit de mobiele telefoon van het slachtoffer [naam 1] , hebben we het slachtoffer met de aangever en de verdachten op beeld gekregen.
Op 9 juni 2022 omstreeks 18.43 uur, komt een BMW Alpina in beeld op de Parallelweg te Heerlen. Dit is het voertuig van slachtoffer [naam 1] en aangever [naam 11] . Dit voertuig verplaatst zich waarna het omstreeks 18.55 uur parkeert bij de Quatro bioscoop. Hierna stapten [naam 1] en [naam 11] uit waarna zij liepen in de richting van het Pancratiusplein. Daar is op camerabeelden te zien dat zij plaatsnamen bij eetlokaal "t Zaartje" omstreeks 19.07 uur. Omstreeks 19.47 uur lopen [naam 1] en [naam 11] weg van het terras en is te zien dat men terug loopt naar de auto. Enkele seconden later kwamen twee personen uit dezelfde richting als [naam 1] en [naam 11] . Deze personen liepen in de richting van de Bongerd, richting de Saroleastraat het Coriocenter binnen.
FEIT 2
Het proces-verbaal van aangifte van [naam 4] van een straatroof gepleegd op 18 maart 2022 aan Neerhem 11 in Valkenburg: [19]
Op 7 maart 2022 heb ik via internet mijn woning te koop aangeboden op de site Ebay.
Hierop kwam een reactie van de heer [naam 28] , die samen met zijn partner, de heer [naam 29] , interesse had in de woning. Omdat ik in de veronderstelling was dat ik met een betrouwbare koper van doen had, heb ik hem desgevraagd mijn telefoonnummer gegeven. Een paar minuten later werd ik gebeld door een persoon die zich kenbaar maakte met de naam [naam 28] . Hij zei dat hij samen met zijn partner een groot vastgoedbedrijf had en graag mijn woning wilde kopen.
Op [geboortedatum 2] 2022 werd ik op mijn mobiele telefoon gebeld door een mannelijk persoon die zich kenbaar maakte met de naam [naam 29] . Hij zei dat hij de partner was van [naam 28] . [naam 29] zei dat hij in luxe vastgoed huizen deed en dat hij meerdere kantoren had. Deze bureaus zouden zijn gevestigd in Nederland en Luxemburg en Frankrijk. Hij wilde mij graag treffen. Daarna kreeg ik een whats app berichtje van [naam 29] dat wij elkaar zouden treffen op 11 maart om 12:00 uur bij Van der Valk Hotel in Heerlen. Ik ben samen met mijn echtgenote naar het hotel gereden en [naam 29] een bericht gestuurd dat wij er waren. Ik werd door hem gebeld en hij zei tegen mij dat wij in het restaurant moesten gaan zitten.
Vlak voordat wij plaats wilden nemen zag ik dat er twee mannen naar ons toegelopen kwamen. Een van hen maakte zich kenbaar met de naam [naam 29] en de andere man was familie van [naam 29] . [naam 29] kan ik als volgt omschrijven: 1,65 meter, 55 tot 60 jaar, getint uiterlijk, Duitse spraak met dialect, donker bruin, gezet postuur, gegolfd haar achterover gekamd, bruine ogen, gouden ring met witte steen om rechter ringvinger, gouden horloge om linker pols, zwart kostuum met witte stropdas, zwarte lak schoenen, geen gezichtsbeharing
stropdas.
Tweede persoon: 1,75-1,80 meter, 35 tot 40 jaar, gezet postuur, volle baard, korte gladde haren, donkerbruine haren, zilverkleurige bril gezet met "diamantjes", zwarte/bruine Gucci tas, jeans broek, zwarte jas.
Ik hoorde dat [naam 29] tegen mij zei dat zijn firma heel graag mijn huis wilde kopen tegen de vraagprijs van € 2.450.000,-. Ik heb aan de heer [naam 29] gevraagd of ze alleen maar luxe woning kochten en hij zei dat zijn bedrijf ook dure auto’s en horloges opkoopt. Hierop heb ik geantwoord dat wij momenteel een oude personenauto in ons bezit hadden, maar als ons huis verkocht zou worden dat wij dan een duurdere auto wilden aanschaffen. [naam 29] zei tegen mij dat hij een mooie witte Mercedes te koop had staan voor € 70.000,-. Ik heb gezegd dat ik deze auto graag wilde kopen. Onderling is afgesproken dat ik zou gaan kijken voor een notaris in Duitsland. Na afscheid te hebben genomen ben ik samen met mijn echtgenote naar het toilet gegaan. Bij het verlaten van het toilet zag ik opeens de heer [naam 29] staan samen met zijn compagnon. Hij zwaaide en ik zag dat ze samen het casino binnen liepen.
Ik werd op 14 maart 2022 gebeld door [naam 29] en hij zei dat wij ook over de koop van de auto konden praten. Hiervoor was het wel nodig dat we elkaar weer zouden treffen. Hij zei dat hij ook al een andere gegadigde had voor de personenauto en dat als hij mijn woning kocht, ik ook iets van hem moest kopen. Ondanks deze onzekerheid ben ik toch ingestemd. Op 17 maart 2022 heb ik samen met mijn echtgenote bij twee banken € 70.000,- afgehaald. Op 18 maart 2022 zei [naam 29] dat de afspraak zou plaatsvinden in Valkenburg. Ik ben samen met mijn echtgenote met het geldbedrag van € 70.000,- in een zwarte Nike sporttas. [naam 29] belde mij weer en zei dat de afspraak van locatie was veranderd en dat wij naar Neerhem moesten rijden. Daar heb ik mijn auto geparkeerd en ben ik samen met mijn echtgenote naar [naam 29] gelopen. Ik hoorde dat [naam 29] zei dat hij mij de auto wilde laten zien. Daarop zijn wij de weg overgestoken. We gingen bij een zwarte BMW staan met kenteken [kenteken 1] .
Ik zag dat deze auto op een oprit stond met lopende motor. De man die achter het stuur zat, herkende ik als de man die ook aanwezig was bij het gesprek bij het Van der Valk hotel in Heerlen. Ik hoorde dat de man achter het stuur vroeg of ik het geld bij mij had. Hierop heb ik deze man de sporttas laten zien die ik op mijn linker schouder droeg.
Toen ik samen met mijn echtgenote bij de auto kwam, zei ik tegen [naam 29] dat deze auto zwart was en niet wit. Ik zag dat [naam 29] de deur aan de voorzijde van de auto openmaakte, aan de bijrijderskant. Terwijl ik met de bestuurder aan het praten was, zag ik dat deze man aan het linkerbeen een pistool had zitten. Mijn echtgenote heeft gezien dat de bestuurder het wapen op mij richtte. Op een gegeven moment zag en voelde ik dat [naam 29] mijn sporttas van mijn linker schouder trok. Ik probeerde deze tas vast te houden en zag dat [naam 29] deze sporttas op de stoel van de bijrijder zette. Ik zag dat de bestuurder meteen deze tas openmaakte. Ondanks dat de sporttas in de auto lag, hield ik deze vast en ik zag dat de bestuurder naar zijn linker been greep en ik zag dat daar een zwart pistool zag. Ik schrok en heb de tas meteen losgelaten. Tijdens het worstelen van mijn echtgenoot met de sporttas zag ik dat [naam 29] mij toonde dat hij een mes in zijn rechter binnenzak had zitten. Daarna is [naam 29] bij de bestuurderskant ingestapt en is deze met gierende banden weggereden.
Bijlage 3 bij aangifte: [bedrijf 2]
[adres 2] Luxembourg
[telefoonnummer 1]
Anzahlungsbestätigung
Het proces-verbaal van verhoor van [naam 4] bij de rechter-commissaris: [20]
Het klopt dat er geld van mij is weggenomen. Het gaat om € 70.000,-. Ik had dat geld meegenomen naar de ontmoeting om een auto te kopen. Meneer [naam 29] droeg een mondmasker, een bril en een mantel en hij had een getinte huid. Ik zou de heer [naam 29] wel kunnen herkennen. De politie heeft mij foto's laten zien. Ik heb uiteindelijk de tas met geld losgelaten door het wapen, een mes. Zij hebben mij 2 à 3 meter meegesleept met de auto. Ik heb daarom los gelaten. Ik stond voor de auto en ben naar de deur gegaan. Toen werd de deur geopend, de bijrijdersdeur. Er werd aan mijn tas getrokken. Ik heb gevochten. Toen werd een mes getoond, maar ik bleef vechten. Toen heeft de bestuurder een wapen getrokken of laten zien. Toen heb ik los gelaten.
Bij de tweede ontmoeting heb ik de andere meneer (niet zijnde [naam 29] ) in de auto gezien. Hij is niet uit de auto geweest. We kwamen aan en hij zat in de auto aan de bestuurderskant.
Het pistool heb ik voor het eerst gezien toen ik in de auto aan het vechten was. Hij had dit wapen op zijn schoot. Ik zeg “in de auto”. Ik zat niet helemaal in de auto, mijn voeten stonden buiten op de grond, maar mijn bovenlichaam was in de auto. Toen probeerde de bestuurder te vertrekken, maar hij zag dat ik nog aan het vechten was.
Het proces-verbaal van bevindingen: [21]
Op 19 maart 2022 werden bewakingsbeelden gevorderd bij hotel Van der Valk, gelegen
Terworm 10 te Heerlen in verband met een onderzoek naar een straatroof. Deze beelden werden bekeken door verbalisant [naam 30] . Hij nam hierop het volgende waar.
Op de beelden zag ik dat op 11 maart 2022 om 11:59:56 uur 2 mannen het hotel betraden via de hoofdingang. Ik zag dat persoon 1 een bril droeg, colbertjas, pantalon en een stropdas. Ik zag dat persoon 2 een zonnebril, colbertjas en een blauwe spijkerbroek droeg. Ik zag dat persoon 1 een zwarte attachétas in zijn rechterhand droeg. Ik zag dat persoon 2 een map onder zijn linkerarm droeg.
Ik zag dat beide mannen, na binnenkomst, naar een bank liepen welke zich rechts naast
de ingang bevindt, gezien vanaf de straatzijde. Vervolgens verdwenen beide personen
kort uit beeld. Vervolgens zag ik dat beide mannen liepen in de richting van het
restaurant/bistro.
Ik zag dat om 12:00:32 uur persoon 1 en persoon 2 liepen naar een tafel in de bistro
van het hotel. Ik zag dat zij vergezeld werden door een man en een vrouw. Voornoemde man en vrouw betreffen zeer waarschijnlijk aangever en diens vrouw. Ik zag om 13:16:05 uur dat persoon 1 en persoon 2 liepen door de hal van het hotel komende uit de richting van de bistro. Ik zag dat persoon 1 en 2 de trap afliepen in de richting van het casino. In de kelder van hotel Van der Va1k is Admiral Casino gevestigd.
Ik zag dat persoon 1 het navolgende signalement had: licht getint, normaal postuur, zwart haar, bril, zwart colbert, zwarte pantalon, witte blouse met stropdas en zwarte schoenen.
Ik zag dat persoon 2 het navolgende signalement had: licht getint, gezet postuur, zwart haar, snor en baard, zwart colbert met lichte vlakken op ellebogen, witte blouse, blauwe spijkerbroek en zwarte schoenen.
Het proces-verbaal van bevindingen: [22]
Een week voordat de straatroof op de Neerhem in Valkenburg plaatsvond, heeft de aangever de verdachten ontmoet bij het Van der Valk hotel te Heerlen. Deze camerabeelden werden bekeken door verbalisant [naam 31] . Zij heeft hierop het volgende waargenomen.
Op 11 maart 2022 om 13:18:17 uur komt een tweetal mannen het casino binnen gelopen.
De voorste man, persoon 1, heeft kort donker haar, draagt zwart kostuum en daaronder een witte blouse met blauwe stropdas en zwarte schoenen. Persoon 2 die achter hem aan loopt heeft donker haar, draagt een bril, draagt donkere kleding met daaronder een lichtkleurige blouse. In zijn rechterhand heeft hij een tas. Persoon 2 is groter dan persoon 1.
Om 14:19:03 uur is te zien dat persoon 2 naar buiten komt gelopen.
De man heeft donkerkleurig haar, draagt een bril, heeft een (ring)baard en draagt een blauwkleurige jeans broek, een lichtkleurige blouse met hierover een jas. In zijn linkerhand draagt hij een map/tas.
Het proces-verbaal van verhoor van aangever [naam 4] : [23]
Op 30 juni 2022 zijn aan aangever [naam 4] afbeeldingen getoond van achtereenvolgens twee print screens van de beelden van Toy Champ in Kerkrade van 23 juni 2022, zes print screens van beelden van Van der Valk in Heerlen van 11 maart 2022 (fotomap -15) en elf print screens van beelden van Casino Admiral in Heerlen van 11 maart 2022. [naam 4] heeft hierover het volgende verklaard.
Wij tonen u nu de foto's van bijlage zaak Mitsuoka, foto 01 en foto 02:
Absoluut, 100 procent. De kleine met die bril waarmee we gezeten hebben. Haren naar achteren klein. Dat is dezelfde persoon, zelfde kledingstijl. Een beetje Maffia stijl. Dit is de kleinste van de twee. De man had ook bij ons een stoffen masker op, deze droeg hij ver over zijn gezicht. Op het masker stond de tekst "Boss" van het merk Hugo Boss. De ring, bij ons had hij een opvallende gouden ring aan, in het midden een zwarte opzet. Wij kunnen zeggen dat dit 100 procent dezelfde persoon is welke de afspraken met ons heeft gehad.
Wij tonen u nu de foto’s van fotomap -15, foto’s 01 tot en met 06:
Ja, dat zijn die twee. Allebei. De persoon die u ons eerder heeft laten zien op foto 01 en 02 betreft de zelfde persoon die op foto 05 van Fotomap -15 aan de linkerzijde zit. Deze heeft ook opvallende haargroei, die zijn naar achteren luchtig gekamd, zoals Elvis Presley. Op de eerste foto, 01, zie je het heel goed.
Wij tonen u nu de foto's van Casino Admiral:
Op foto 02 zie ik die twee, het kan, maar het is een lastige foto.
Op foto 03 zie je dat de persoon een bijzondere bril op heeft dit is een bril die meekleurt met het buitenlicht. Deze kleurt dus mee als hij naar buiten gaat waardoor deze dan donker is. Binnen hield hij de bril op en deze werd langzaam iets helderder. De man gaf aan dat hij een hele speciale bril had. Ik meen ook dat die persoon een Gucci tas bij zich droeg. Het merk weet ik niet 100 procent zeker maar daar leek het op. Dit is de tas die je ziet op foto 03 bij het hotel. Omdat het een merk tas betrof.
Op foto 05 zie je ook heel duidelijk dat dat die twee zijn. Bij de inham in de haren van de persoon aan de linkerkant zie je heel goed dat het de zelfde is. Deze man had ook heel vaak de handen op zijn rug als hij liep. Niet constant maar wel vaak.
Die foto 01, heeft hij daar een blauwe jeans broek aan. Dit was ook op de dag van de diefstal. Hij droeg toen een zwarte jas met blauwe skinny jeans en de schoenen, de bruine schoenen passen ook.
Wij tonen u nog de andere foto's 07 en 08.
De beelden zijn wat minder dus wij vinden het lastig om hier 100 procent op te reageren dat dit de personen zijn.
Op foto 09 zie je wat ik bedoelde met die haren van Elvis Presley. Dat is heel duidelijk in beeld.
Rapport vergelijking gezichtsbeelden: [24]
De rechtbank heeft, op verzoek van de verdediging, het NFI de volgende opdracht gegeven:
Het vergelijken van de gezichtsbeelden van de oudere verdachte persoon (zonder
baard, veelal met stropdas) in de videocomplicatie uit het procesdossier en stills van
beeldmateriaal van videobeelden waarop de verdachte personen te zien zijn, met de verdachte.
Op 6 en 7 mei 2025 zijn bij de diverse locaties in Maastricht, Heerlen, Kerkrade en Urmond door twee onderzoekers van het NFI vergelijkingsopnamen gemaakt van de persoon die zich uitgaf als verdachte [verdachte] .
De onderzoeksvraag:
Is de persoon zichtbaar in de videocompilatie voor zaak 2
(de rechtbank begrijpt de camerabeelden van feit 2, Casino Admiral)dezelfde persoon als verdachte [verdachte] ?
Voor het beantwoorden van deze onderzoeksvraag zijn door het NFI twee hypothesen opgesteld. Deze zijn:
H5: De persoon zichtbaar in de videocompilatie voor zaak 2 is verdachte [verdachte] .
H6: De persoon zichtbaar in de beelden is een willekeurig andere volwassen man dan verdachte [verdachte] .
De bevindingen van het onderzoek zijn zeer veel waarschijnlijker als de persoon afgebeeld in de betwiste beelden van zaak 2 wel dezelfde is als de verdachte [verdachte] (hypothese 5) dan wanneer dit niet zo is (hypothese 6).
Verbale term: zeer veel waarschijnlijker, ordegrootte bewijskracht: 10.000 – 1.000.000.
FEIT 3
Het proces-verbaal van bevindingen: [25]
Op 3 juni 2022, om 11.35 uur, kregen wij, verbalisanten [naam 32] en [naam 33] , een spoedmelding om te gaan naar het Van Der Valk Hotel te Urmond. Hier zouden Duitse gasten zijn overvallen op de parkeerplaats. Hier trof ik, verbalisant [naam 33] , het slachtoffer aan. Ik zag dat het slachtoffer bloed in het gezicht had. Ik hoorde dat de man zei dat hij
€ 90.000,- zou moeten aanbetalen voor een woning. Hij liet het geld zien aan deze personen en hier ontstond een worsteling bij. Slachtoffer wilde de tas met geld niet loslaten. Toen heeft de bestuurder van het voertuig gas gegeven en werden het slachtoffer en zijn partner meegesleurd. Ik hoorde dat de diefstal zich had afgespeeld in het tunneltje wat toegang gaf tot zowel de voorkant als de achterkant van de parkeerplaats. Ik liep naar het camerasysteem om de camera met zicht op het tunneltje te bekijken. Op deze camerabeelden was te zien dat er om 11.28.15 uur een grijs met zwart gekleurde Smart, vanuit de voorzijde van het hotel, het tunneltje in kwam rijden. Ik zag dat de Smart voor de toegangsdeur stopte. Ik zag dat de bestuurder in de auto bleef zitten. Deze bestuurder zal ik in dit proces-verbaal van bevindingen persoon 1 noemen.
Op camerabeelden van de voorzijde van het hotel, zag ik dat er een man in beeld kwam lopen. Later bleek deze man bij de diefstal betrokken te zijn en als bijrijder in de Smart zou gaan zitten. Ik zal deze man in dit proces-verbaal van bevindingen persoon 2 noemen.
Ik keek vervolgens naar de camera die zicht had op het tunneltje. Ik zag dat omstreeks 11.29.45, de Smart met hierin persoon 1 nog altijd geparkeerd stond onder het tunneltje. Ik, [naam 32] , zag dat de persoon 2, samen met het slachtoffer in beeld kwam gelopen. Ik zag dat de bijrijdersportier van de Smart geopend werd door persoon 1. Ik zag dat de partner van de aangever, links naast hem stond. Ik zag dat persoon 2 rechts naast het slachtoffer stond. Ik zag dat er een interactie plaatsvond. Ongeveer 35 seconden later, zag ik dat persoon 2 naar een tas greep die de vrouw van de aangever op dit moment vast had. Ik zag dat de bijrijder vervolgens instapte en probeerde de tas uit de handen van de vrouw van de aangever te trekken. Ik zag dat zowel de aangever als zijn vrouw, probeerde de zak terug te krijgen. Ik zag dat ze beide met hun handen in de Smart zaten. Ik zag dat de Smart plotseling hard optrok, richting de achterzijde van het hotel, terwijl de aangever en zijn vrouw nog in de auto hingen. Ik zag dat de aangever en zijn vrouw mee werden gesleurd en zij samen met de Smart, uit het beeld verschenen.
Het proces-verbaal van aangifte van [naam 7] van een diefstal met geweld gepleegd op 3 juni 2022 in Urmond: [26]
Op 19 mei 2022 werd ik gebeld door een vrouw genaamd [naam 16] . Zij reageerde op mijn advertentie, waarin ik mijn woning aanbood. Mijn woning stond te koop voor € 749.000,-. Deze vrouw gaf aan dat ze werkte voor het bedrijf [bedrijf 1] . Zij was de assistent van Dhr. [naam 15] , welke de architect was voor het bedrijf.
Op 20 mei 2022 heb ik gebeld met dhr. [naam 15] . Hij vertelde mij dat de koper, ene [naam 14] was en dat deze ons wilde leren kennen. Deze afspraak vond plaats op 24 mei 2022. Wij spraken vervolgens af in Hotel Roermond. Wij hebben ons toen in de lobby ontmoet. Wij hebben in het restaurant vervolgens met elkaar gesproken. [naam 23] was toen samen met een collega van hem. [naam 14] is volgens de website ( [website 1] ) de financieel manager van het bedrijf. Tijdens mijn afspraak met [naam 23] gaf hij aan dat hij van mij een tegenprestatie verwachte, aangezien hij de vraagprijs wilde betalen voor mijn woning. Hij vroeg aan mij of ik de mogelijkheid had om € 90.000,- te wisselen.
Vervolgens kreeg ik een e-mail bericht van het bedrijf, waar de afspraak werd bevestigd en als locatie werd het Van Der Valk Hotel te Urmond genoemd. Door mij werd deze afspraak bevestigd.
Vervolgens ben ik, vandaag 3 juni 2022, omstreeks 10.00 uur samen met mijn vrouw en zoon thuis weggereden naar het Van der Valk hotel te Urmond. Omstreeks 11.20 uur kwamen wij aan in Urmond. Wij hadden om 11.30 uur afgesproken met [naam 23] .
In de lobby kwamen wij [naam 23] tegen.
[naam 23] zei dat wij even mee naar buiten moesten komen. Toen wij buiten kwamen, zagen wij dat een auto voor de deur stond. Ik zag dat [naam 23] een tas liet zien welke op de bijrijdersstoel stond. Ik zag dat [naam 23] de inhoud liet zien. Ik zag dat hier geld in zat. Vervolgens hoorde ik dat [naam 23] ook ons geld wilde zien. Hierop wilde mijn vrouw het geld laten zien. Ik zag wel dat mijn vrouw de tas iets te ver in de auto deed en dat vervolgens beide mannen, [naam 23] en zijn collega, de tas vastgrepen. Hierop greep ik ook de tas vast en op dat moment reed de auto weg. Ik had volgens mij de tas en [naam 23] vast. Hierdoor werd ik door de auto meegesleurd. Omdat de auto op een gegeven moment scherp draaide, moest ik noodgedwongen loslaten. Hierbij kwam ik ten val en heb ik mijn hoofd en voet verwond.
Ik kan u [naam 14] als volgt omschrijven: ongeveer 50 jaar oud, 1.68 m groot, normaal postuur, beetje buik, donkere huidskleur, zag uit als Pakistaans, zwart vol haar, sprak niet goed Duits, beetje met Frans accent, zonnebril en mondmasker op.
De ander: ongeveer 40 jaar oud, ongeveer 1.70 meter, vol postuur, droeg een bril, zwart vol haar, hij had een baard, groot, donkere huidskleur, maar lichter dan [naam 23] , ook Pakistaans uiterlijk.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 7] : [27]
Wij tonen u een aantal foto’s
(de rechtbank begrijpt de foto’s op pagina 447 tot en met 455, van Casino Admiral 11 maart 2022)Kent of herkent u één of meerdere personen op de foto's?
Foto 2 de eerste man is [naam 14] en de tweede persoon is de chauffeur, de collega van
[naam 14] . Foto 3 is de man met de tas, de chauffeur. Foto 5 is de chauffeur.
Foto 8 is de chauffeur aan de linkerkant. De rechter persoon weet ik niet zeker. Ik geloof dat hij wat dikker is, een dikkere buik heeft. Hij had geen baard en het haar was anders. De lengte van de rechter persoon klopt wel, maar zo'n dikke buik had hij niet.
Foto 9 zou [naam 14] kunnen zijn. De bril klopt. De haren ook naar achteren met gel. Hij heeft op de foto zijn haar naar achteren, maar nu met gel.
Foto 10 zijn we beiden zeker. De linker persoon is [naam 14] en rechts daarnaast is de chauffeur.
Foto 11 is de chauffeur. De chauffeur herken ik omdat hij erg veel lijkt op de vriend van mijn zoon. Zijn gezichtsuitdrukking, zijn figuur, baard, manier van lopen.
[naam 14] herken ik aan de bril, was een typische bril. De lengte. En zijn buik, zijn figuur.
De gezichtsuitdrukking van [naam 14] herken ik direct. En ook aan zijn figuur. Flink maar niet per se dik. Flink.
Wij tonen u nog een aantal foto’s.
(de rechtbank begrijpt de foto’s op pagina 456 tot en met 459, Van der Valk Heerlen 11 maart 2022)Kent of herkent u één of meerdere personen op deze foto's?
Foto 1 rechter is duidelijk de chauffeur. Zijn lengte en zijn figuur is het [naam 14] .
Foto 2 heel duidelijk allebei. 100% zeker. Foto 3 ook. Foto 4 ook. Foto 5 en 6 ook. Op foto 6 zie je het heel goed. Alle foto's zijn duidelijk. Ik herken ze beiden als [naam 14] en zijn chauffeur. Ik kan mij nog herinneren dat [naam 14] expres met zijn auto mijn kant opstuurde en mij raakte. Ik ben godzijdank op tijd aan de kant gegaan.
Het proces-verbaal van aangifte van [naam 6] van (poging) zware mishandeling gepleegd op 3 juni 2022 in Urmond: [28]
De eerste ontmoeting vond plaats op 24 mei 2022 met [naam 14] en zijn collega (dezelfde persoon als vandaag). Ze zeiden we kopen de woning voor de vraagprijs, zonder te onderhandelen. Ze willen ons € 100.000,- in contant geven en vroegen of wij hiermee akkoord gingen. Om belasting te besparen, en de koopprijs zou dan € 100.000,- minder zijn. Het bedrijf zou ons de volgende ontmoeting, dus vandaag in Urmond, € 90.000,- brengen in briefjes van € 200,-. Wij moesten hun dan weer € 90.000,- in briefjes van € 20,- en € 50,- brengen. [naam 14] nam ons mee naar het toilet omdat wij aangaven dat we naar het toilet moesten. De toiletten bevinden zich beneden. Beneden bij het toiletten is een gang en die leidt naar de uitgang. Ik had de indruk dat [naam 14] iets wilde gaan halen. De collega van [naam 14] vroeg of wij het geld hadden en liet ons een tas met geld zien. Alles ging heel snel en was verwarrend. Hij wilde dat ik hem het geld gaf en hij zou ons het geld geven. Ik was zo dom en heb de tas van mijn man genomen en heb deze geopend. Ik was zo dom en heb hem dit laten zien. [naam 14] wilde volgens deze tas uit mijn handen rukken en trok aan deze tas, terwijl [naam 14] dit deed, trok de bestuurder (zijn collega) ook aan mijn tas. Ik heb mij in de auto gesmeten en [naam 14] gooide zich ook in de auto en probeerde mij uit de auto te krijgen. Mijn man trok natuurlijk ook aan [naam 14] . Iedereen trok aan de tas die ik vasthad. Ik kreeg toen alleen nog het gevoel en was bang dat hij een wapen had. De bestuurder begon weg te rijden terwijl ik nog met een been uit de auto hing. Vervolgens ben ik eruit gevallen, op de een of andere manier. Ik werd geduwd door [naam 14] , hij deed dit met zijn ellebogen en stootte meerdere malen tegen mij terwijl de auto wegreed. In de tas zat € 90.000,-.
[naam 14] . Hij is 1m70 lang. Donker of zwarte haren. Een bruine huidskleur en ik geloof van Pakistaanse afkomst. Ongeveer 60 jaar oud. Hij is niet dik, maar ook niet dun. Iets daar tussen in. Een blouse met korte mouwen, ik dacht donkerblauw. Een zonnebril, en toen we bij de toiletten kwamen deed hij een mondmasker voor. Bij de eerste ontmoeting in Roermond droeg hij een bril met een gouden rand, maar vandaag droeg hij een zonnebril.
De persoon van het voertuig was dezelfde collega die in Roermond bij hem was. Hij is groter, ongeveer 1m75 lang. Zwarte haren. Hij had geloof ik gezichtsbeharing op zijn kin. Hij was ook een buitenlander, maar zijn huidskleur was lichter dan die van [naam 14] . Ik denk ook Pakistaans. Hij was behoorlijk dik. Ik schat hem ongeveer tussen de 40 en 45 jaar oud. Hij sprak duidelijk beter Duits dan [naam 14] . Ik had de woning te koop staan op Immoscout24.
Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden van 3 juni 2022 van Van der Valk Urmond: [29]
Ik, verbalisant [naam 34] , zag de datum en tijd van de camera 3 juni 2022 11:25 uur.
Ik zag dat de camera zicht had op de ingang van het souterrain en op de toiletten in het souterrain. Vervolgens zag ik dat het vrouwelijke slachtoffer omstreeks 11:28 uur het toilet uitkomt. Ik zag dat zij naar de verdachte gaat staan bij het bankje. Ik zag dat het vrouwelijke slachtoffer met de verdachte 1 in gesprek was. Tevens zag ik, verbalisant, dat er op dat moment ook de, in dit proces- verbaal, beschreven personenauto geparkeerd staat voor de in-/ uitgang van het souterrain. Vervolgens zag ik dat omstreeks 11:29 uur het mannelijke slachtoffer het toilet uit kwam. Ik zag dat de verdachte vervolgens opstond en dat hij, samen met het mannelijke en vrouwelijke slachtoffer in de richting van de uitgang en dus ook de personenauto liep. Ik zag dat er een tweede verdachte in de personenauto zat. Ik zag dat deze verdachte als bestuurder optrad. Deze verdachte wordt vanaf nu verdachte 2 genoemd. Vervolgens zag ik dat beide slachtoffers, samen met de verdachte naar de personenauto liepen. Ik zag dat de bijrijdersdeur van de personenauto werd geopend en dat er een gesprek plaatsvond met de bestuurder van de personenauto. Vervolgens zag ik dat er door het mannelijke slachtoffer vermoedelijk iets getoond werd aan de bestuurder. Ik zag dat het mannelijke slachtoffer voorovergebogen in de auto hing. Vervolgens zag ik dat er een worsteling ontstond. Ik zag dat verdachte 1 met een snelle beweging iets bij het
mannelijke slachtoffer uit zijn handen probeerde te trekken. Ook zag ik dat het vrouwelijke
slachtoffer naar iets greep en het mannelijke slachtoffer probeerde te helpen. Tevens zag ik dat de personenauto hierbij een klein stukje vooruitreed. Vervolgens zag ik dat de personenauto, inclusief beide slachtoffers en verdachte 1 wegreed. Ik zag dat de slachtoffers hierbij meegesleurd werden door de personenauto.
FEIT 4
Het proces-verbaal van aangifte van [naam 26] van een straatroof gepleegd op 13 april 2022 in Heerlen. [30]
Ik had mijn huis via internet te koop staan op Immoscout 24.DE. homepace. Daar heeft iemand op gereageerd die zich uitgaf voor [naam 17] finanzdirecteur van een firma uit Luxemburg. [bedrijf 3] , dit zou een team betreffen van mensen die investeren in woningen en goud etc. Ik heb toen een afspraak gemaakt met een zekere [naam 18] en [naam 17] . Op 9 april 2022, omstreeks 14:00 uur, had ik een afspraak met [naam 17] .
Deze [naam 17] heeft toen gezegd dat hij interesse had in mijn woning en dat hij verder ook goud kocht en horloges. Ik heb toen gezegd dat ik misschien goud zou kunnen kopen als ik een mooie prijs voor mijn huis kon krijgen. Wij zijn toen in dit hotel naar binnen gegaan en hebben daar tussen de balie en het bargedeelte aan een tafel gezeten. Dit gesprek heeft toen zeker een uur geduurd. Op 13 april 2022, omstreeks 13:00 uur, had ik een tweede afspraak met deze [naam 17] . Ik zou mij moeten melden bij de Roda JC ring ter hoogte van nummer 83 te Kerkrade. Ik ben toen vanaf de parkeerplaats van de Hornbach in de richting van de broodjeszaak Bufkes gelopen en om de bocht liep ik naar het Fletcher hotel. De oudere man die zich [naam 17] noemt, kwam mij tegemoet en is toen met mij naar een zwarte BMW 3 gelopen. Deze BMW stond nabij het Fletcher hotel geparkeerd. In de auto zat een jongeman van ongeveer 30 tot 35 jaar oud. Deze jonge had zwart haar en een kort drie dagen baardje. Deze man had een flinke buik. Ik heb dit even gezien toen ik kort via de bijrijdersportier naar binnen kon kijken. Deze mannen waren net gekleed daarmee bedoel ik in een hemd en nette broek. Ik geloof dat het donker kleuren waren. De man die zich [naam 17] noemde had een donkere spijkerbroek aan. Deze man droeg een donker stofmasker van Hugo Bosch, dit logo kon ik zien. Deze man droeg een bril met een gouden rand. Deze [naam 17] heeft een flink postuur, flinke buik, maar was mogelijk maar 165 groot. Zelf ben ik 1.79 groot. Deze [naam 17] heeft ook donker kort haar. Ik stond met [naam 17] te praten en hij vroeg of ik het goud wilde laten zien aan beiden. Ik heb toen het goud laten zien aan de man in de auto. Vervolgens stond ik toen voor de geopende deur aan de bijrijderszijde. [naam 17] stond geleund met zijn arm op de deur ook voor de deur opening van de bijrijderszijde op nog geen halve meter van mij vandaan. Toen voelde ik dat ik door [naam 17] naar achter werd geduwd. Ik zag dat [naam 17] in de auto sprong en dat hij de deur voor mijn neus dicht deed. En dat het tweetal in de auto met mijn goud wegreden in de richting van Hornbach. Ik hoorde de auto met enige snelheid wegrijden. Het weggenomen goed betreft 2 x 500 gram goud.
Het proces-verbaal van verhoor aangever [naam 26] : [31]
Op 1 juli 2022 werd aangever [naam 26] gehoord en verklaarde hij het volgende:
Aan de aangever zijn foto’s getoond
(de rechtbank begrijpt dat dit de print screens zijn van achtereenvolgens Van der Valk Heerlen, fotomap -15 en Casino Admiral).
Wij tonen u nu de foto’s 01 – 06 van fotomap -15. U mag reageren op wat u ziet op foto 01.
Ik zie ze van achter, beide. De linker persoon herken ik voor 1000%. De rechtse herken ik van de tweede ontmoeting. Ik herken ze aan de haren en het postuur. De korte haren.
Wij tonen u foto 02 en 03.
Wat een klootzakken. Op foto 2 herken ik de eerste persoon door de draaideur. Deze persoon
noemde zich [naam 17] (fonetisch). [naam 17] . De tweede persoon op de foto zat in de auto. Dat was bij de tweede keer. Hij is wat groter en krachtiger dan persoon 1. Ook heeft hij iets langer haar dan persoon 1. Ik heb een vermoeden dat hij het is. Echter durf ik het niet zeker te zeggen vanwege de grote bril en het mondmasker.
Wij tonen u foto 04:
De linker persoon is zo klein. Dat is hem. Het kan niet een ander zijn. De foto's zijn van slechte kwaliteit maar ik weet het zeker dat dit [naam 17] is.
Wij tonen u foto 05 en 06:
De linker, die kleine. Daar ben ik zeker van. De rechter die zit. De bouw, hoe hij zit, zijn buik.
Wij tonen u nu foto's van Casino Admiral. (de rechtbank begrijpt: p 389-397) U mag reageren op wat u ziet op foto 01.
Ik wil graag ja zeggen. Klein, de buik, zeer donker.
Foto 02:
Beide herken ik zeker weten.
Foto 03 en 04:
De kleine 1000% De andere draagt zijn haar iets anders en die grote bril maakt het moeilijk. Ik herken ze ook op deze foto. Ik heb de tas in de foto niet herkend. Ik heb in ieder geval nooit een tas gezien.
Foto 07, dit is van ver af maar die komen dadelijk richting de camera, deze worden beter.
Weer die kleine. Die herken ik. Het gezicht is niet geheel duidelijk door de foto.
Foto 08:
Ja. Die kleine weer 1000%. De grote moet het zijn. Krachtig postuur. Langere haren. Zonder bril. Hij heeft alleen zijn haren niet gestyled.
Foto 09:
Ja. Die kleine weer. Die herken ik. De bril, zelfde gouden rand. Ook die herken ik die bril.
Het proces-verbaal van verhoor van [naam 26] bij de rechter-commissaris: [32]
We zijn om de hoek gegaan en daar stond een zwarte BMW 3 waarin iemand zat. Ik dacht dat daarvan werd gezegd dat het zijn zoon zou zijn. Toen wilden zij het goud zien. Ik heb het eruit gehaald. Ik weet niet meer aan wie ik het goud het eerst heb laten zien, maar ik dacht eerst aan de oudere man en daarna aan de jongere. We stonden aan de bijrijderskant en de deur van de auto was open. De jongere was de bestuurder van de auto en volgens mij liep de auto nog. Ik stond parallel rechts naast de auto. Tussen de binnenkant van de open bijrijdersdeur en mij stond de oudere meneer en in principe had ik dus met mijn linkerhand de achterdeur rechts kunnen openmaken (dit om mijn positie aan te geven). Ik had nog dwars over mijn bovenlichaam of over mijn schouder een laptoptas met daarin een laptop en een printer. Toen is alles heel snel gegaan. Ik weet niet meer of hij mij heeft weggeduwd of mij heeft willen laten struikelen over zijn been. De oudere meneer had ook een colbert aan. Die meneer is heel snel de auto ingesprongen en ze zijn met open deur vertrokken.
FEIT 5
Het proces-verbaal van bevindingen: [33]
Op 27 april 2022, omstreeks 12.00 uur, kregen wij, verbalisanten [naam 35] en [naam 36] , de melding om te rijden naar het Walramplein in Valkenburg waar een aanrijding met letsel zou hebben plaatsgevonden. Wij zagen dat er een man met bebloed hoofd op het bankje zat. Ik verbalisant [naam 35] , heb de man gevraagd wat er gebeurd was. Ik hoorde dat de man in de Duitse taal zei dat er een tas was gestolen van zijn moeder. Ik hoorde dat de man zei dat hij was aangereden door een auto. Deze man betrof: [naam 21] . Ik verbalisant [naam 36] , stond bij ons dienstvoertuig en werd aangesproken door een Belgische man. Ik hoorde dat de man zei dat er een grijze zilverkleurige Mercedes 190 SLK met hoge snelheid was weggereden en dat hij gezien had dat de man die op het bankje zat met bebloed hoofd uit de auto was geslingerd en ten val was gekomen. Ik hoorde dat de man zei dat hij honderd procent zeker wist dat het om een Mercedes 190 SLK ging. Ik hoorde dat de man zei dat de auto een Luxemburgs kenteken had. Ik, verbalisant [naam 36] , werd vervolgens aangesproken door een Duitstalige vrouw. Ik hoorde dat de vrouw zei in de Duitse taal dat haar zoon met de ambulance mee was genomen nadat hij geprobeerd had de tas uit de auto terug te nemen. Ik heb de volgende gegevens genoteerd: [naam 22] .
Ik hoorde dat de vrouw zei dat er in de tas een geldbedrag van € 80.000,- zat. Op mijn vraag waarom ze € 80.000,- bij haar had antwoorde ze dat ze een aanbetaling wilde doen voor een woning. Ik hoorde dat de vrouw zei dat ze had afgesproken met twee mannen afkomstig uit India tussen de 40 à 45 jaar oud. Ik hoorde dat de vrouw zei dat er een persoon achter het stuur zat. Ik, verbalisant [naam 36] , hoorde dat de vrouw vervolgens samen met de man in de richting van de Mercedes liep. Dit omdat zij zich wilde voorstellen aan de andere man in de zilverkleurige Mercedes. Ik hoorde dat de vrouw zei dat toen ze bij de auto aankwam haar tas van haar lichaam werd getrokken. Ik hoorde dat de vrouw niet wist waar haar zoon zich op dat moment bevond maar dat deze vrijwel direct in de auto dook om de tas terug proberen te krijgen. Hierbij is haar zoon meegesleurd en uit de auto geslingerd.
Het proces-verbaal van aangifte van [naam 22] van een straatroof gepleegd op 27 april 2022 in Valkenburg: [34]
De ene was een oudere man en de andere iets jonger. Donkere haren en hoe zal ik dat
beschrijven een Oost-Europees / Zuid-Europees uiterlijk. De ene man was rond de 50 jaar
denk ik en de andere zo eind 20-30 jaar ongeveer. De jongere man was groter, rond de 1.80
meter en de andere man rond de 1.70 meter / 1.72 meter zoiets. Ze kwamen met een Mercedes cabrio, zilver van kleur met een Luxemburgs kenteken.
Ik heb begin maart een advertentie geplaatst Immobilienscout24.de omdat ik het huis wilde verkopen. We hebben ons meerdere keren van tevoren ontmoet en ook besproken. Vandaag zou het plaatsvinden. Ik heb hem 2 keer eerder ontmoet. Het was bij de Lunchroom en Patisserie De Bongerd, gelegen aan het Walramplein 28 te Valkenburg. Het nummer waar hij mij vandaag mee belde, werd gebruikt door [naam 17] . Eerst was het ergens anders, op de Boschstraat 70 te Maastricht, maar toen heeft hij het veranderd in verband met Koningsdag en werd het Valkenburg. We zouden de € 80.000,- omruilen in andere biljetten. Het was het idee van [naam 17] . Dan zou ik meer geld krijgen. Om 11:40 uur en toen ben ik te voet naar de lunchroom gegaan. Ik heb daar nog op het terras gezeten met mijn zoon en hebben we een cappuccino en espresso gedronken. [naam 17] zat er al, ook op het terras. Hij dronk ook een espresso. Ik ben bij hem gaan zitten met mijn zoon. [naam 17] zei op een gegeven moment dat ik met hem mee moest gaan naar zijn vriend die in de auto zat te wachten. Ik had hem al twee keer gezien. Een keer in Sittard en een keer in Venlo, ook op een terras of café. In Sittard was hij alleen en in Venlo was die vriend die nu ook erbij was er ook. Ik liep met [naam 17] mee naar een auto met Luxemburgs kenteken, een Mercedes CLK, zilver. Ik zag deze auto voor het eerst. Ik stond bij de bijrijdersdeur. Het raam was open. Ik legde de tas op de zitting. De bestuurder zei mij gedag, [naam 17] stond achter mij. Naar mijn idee begon de bestuurder toen aan de tas te trekken. Voordat ik het wist, was [naam 17] langs mij gekomen en zat hij als bijrijder in de auto. Toen ging het snel. Ik zag mijn zoon nog voorbij komen. Ik zag dat die nog door het raam naar binnen dook en naar de tas wilde grijpen. Maar op dat moment begon de auto te rijden. Mijn zoon werd meegesleurd voor meerdere meters. Daarna zag ik hem op de grond vallen. Ik ben toen naar hem toegegaan en zag dat hij een behoorlijk wond aan zijn hoofd had.
In de tas zaten mijn portemonnee met € 100,-, rijbewijs, ID-kaart en meerdere bankpassen.
In de kluis in de bank lag € 20.000,- en de overige € 60.000,- heb ik van de rekening afgehaald. Het waren biljetten van € 100,-.
[naam 17] was van Indische afkomst. Ongeveer even groot als ik, ongeveer 165 cm, zwarte haren, normale herencoupe, wel vol haar, ongeveer 3 tot 4 cm lang. Niet donker bruin, of zwart, maar iets donkerder dan licht, bruine ogen, dikke zwarte wenkbrauwen. Hij droeg een bril, een pilotenbril, vandaag droeg hij een zonnebril, maar de vorige keer een gewone bril, wel eentje op sterkte. Ik zag dat zijn ogen iets kleiner hierdoor waren. Hij was gladgeschoren. Verzorgde witte tanden, niet roken, althans ik heb hem niet zien roken.
Hij droeg nette kleding, een kostuum, donkerblauw met een wit hemd, stropdas, kleur
weet ik niet meer. Vandaag heb ik daar niet zo opgelet, maar de vorige keer droeg hij
een groot duur uitziend horloge. Het horloge was zilverkleurig maar de band was aan
de buitenzijde afgezet met goud en ook de wijzerplaat. Het was geen Rolex, dat was
mij wel opgevallen, maar wel in die prijsklasse. De laatste keer had hij ook een
dikke ring met briljanten aan. Ik dacht aan zijn ringvinger van zijn linkerhand. Hij
droeg het horloge ook links.
De bestuurder was jonger, ongeveer 30 jaar. Hij was veel groter dan [naam 17] , zelfs groter dan
mijn zoon en die is 182 cm. Ik schat de bestuurder zeker 188 cm. Hij had ook zwarte
volle haren, zeer goed verzorgde mannencoupe, net als [naam 17] . Ik had deze man eerder
gezien bij de afspraak in Venlo, hij nam toen deel aan het gesprek. Donkere wenkbrauwen, smalle als [naam 17] , donkerbruine ogen, huidskleur net als [naam 17] , zelfde afkomst, misschien wel familie. Geen baar of snor. Hij droeg ook een kostuum maar niet zo sjiek als [naam 17] , iets losser lichte kakikleur. Anders dan in Venlo maar de zelfde kleurtint, hij oogde vlotter. Hij droeg ook een wit hemd maar geen stropdas. In Venlo had hij witte sportschoenen aan.
Hij droeg geen sieraden. In Venlo droeg hij wel een zonnebril, maar volgens mij niet
op sterkte.
Foto 8 bij de aangifte
[bedrijf 3]
[naam 17]
Finanzdirektor
LU: [telefoonnummer 2]
[e-mailadres 1]
[website 2]
[adres 3]
Luxemburg
Het proces-verbaal van bevindingen: [35]
[naam 22] gaf in haar aangifte aan dat ze ook mails van “hem” had ontvangen. Op donderdag ontving ik een mail doorgestuurd van [naam 22] die ze had ontvangen van [naam 18] (hem). De mail aan [naam 22] was verstuurd op donderdag 24 maart 2022 om 00.34 uur, vanaf het emailadres, [e-mailadres 2] aan het emailadres, [e-mailadres 3] .
Bijlage:
Gesendet: Donnerstag, 24. März 2022 um 00:34 Uhr
Von: " [naam 18] " < [e-mailadres 2] >
An: [e-mailadres 3]
Betreff: Termin
Guten Abend!
Wie besprochen die Terminbestdtigung fur Dienstag.
Ich bitte sie uns die Liegenschaft zu Reservieren.
Danke ihnen in voraus!
Best Regards
[bedrijf 3]
[adres 3]
L- [postcode] Luxembourg
[naam 18]
Architekt
Telefon LU: [telefoonnummer 3] ( Whatsapp mbglich )
Telefon CZ: [telefoonnummer 4]
email: [e-mailadres 2]
website: [website 2]
Handelsregisternummer: [nummer]
Het proces-verbaal van aangifte van [naam 21] van (poging) doodslag/moord gepleegd op 27 april 2022 in Valkenburg: [36]
Mijn moeder wilde haar huis verkopen en had een koper gevonden die het huis wilde kopen voor € 480.000,-. Dit betrof een investeerder uit Luxemburg. Mijn moeder had een afspraak gemaakt met deze man dat zij de man € 80.000,- zou geven en € 160.000,- terug zou krijgen. Vandaag 27 april 2022 zijn wij vertrokken en heeft mijn moeder geld gehaald bij de bank. Mijn moeder had met de man afgesproken in Maastricht. Dit werd veranderd in Valkenburg bij café De Bongerd. Mijn moeder herkende hem en wij zijn bij hem gaan zitten. Op het moment dat mijn koffie kwam, zei de man tegen mijn moeder dat hij de geldovername wilde gaan regelen in het hotel. Ik vertrouwde het niet en ben achter mijn moeder en de man aangelopen. Ik zag dat mijn moeder en de man naar de parkeerplaats liepen voor het hotel. Ik zag dat daar een grijze of witte sportauto stond. Toen ik dichterbij kwam, hoorde ik dat iemand aan mijn moeder vroeg of hij het geld mocht zien. Ik zag dat mijn moeder haar tas in de auto hield en de inhoud wilde laten zien. Ik weet niet meer zeker of de man, die wij getroffen hadden op het terras, al in de auto zat of pas in de auto stapte op het moment dat hij bemerkte dat ik het geld terug wilde nemen. Vanaf dat moment ging alles heel snel. Ik weet dat de auto op het moment dat ik de tas terug wilde pakken met hoge snelheid wegreed. De auto stond in een bocht op dat moment. Doordat de auto in een bocht stond en snel wegreed werd ik, volgens mij geraakt door de achterzijde van de auto. Hierdoor kwam ik ten val. Ik merkte direct dat ik onder het bloed zat. Ik werd door de auto een aantal meters weggeslagen. Ik weet niet precies hoeveel, maar het ging hard.
Ik kan de persoon, welke zich [naam 17] noemt, als volgt omschrijven: ongeveer 60 jaar, blauw/ grijs pak, wit overhemd, - Ray-ban bril (pilotenbril), licht overgewicht (100 kg) ongeveer 1.75 meter groot, zwart haar met beetje grijs, licht getint, hij had zich bij mijn moeder al voorgesteld als een Indiër. Hij had donkere kleur ogen.
Wij spaken met elkaar Duits. Hij sprak goed Duits, wij konden ons goed verstaan in
ieder geval.
Aan dit alles heb ik een lichte hersenschudding, een hoofdwond van ongeveer 10 cm en een kneuzing aan mijn bekken overgehouden.
Het proces-verbaal van verhoor van aangever [naam 22] : [37]
Wij tonen u nu de fotomap -15, foto’s 01 tot en met 06
(de rechtbank begrijpt de print screens van Van der Valk in Heerlen van 11 maart 2022). U mag reageren op wat u ziet, op foto 01.
Ja... dat zou hem kunnen zijn, die linker. Vanaf de rugzijde. Dat zou kunnen kloppen, heel zeker ben ik niet. Het postuur en kleding komt overeen met de zaak van mij.
Wij tonen u foto 02 en 03:
Die met die zonnebril herken ik van de persoon van mijn zaak. Zijn postuur en leeftijd komen overeen. De kledingstijl van de twee, de type zakenmannen. Komt ook overeen.
Bij mijn zaak waren er ook twee personen die ik heb ontmoet. Over de persoon met de zonnebril ben ik zeker dat deze bij mijn zaak erbij was. Bij die andere persoon vind ik dit lastig om te zeggen en ben ik er niet zeker van.
Wij tonen u foto 04:
Weer die éne herken ik in ieder geval. Die andere ben ik niet zeker van. Om het duidelijk te
maken ik bedoel de persoon met baardje die herken ik zeker. De andere persoon zonder baardje ben ik niet zeker van.
Wij tonen u foto 05 en 06:
Ik vind het lastig om ze goed te herkennen zo, het kan zo zijn maar weet het niet zeker op deze foto's. Het kan zijn dat die andere het ook is, aan het postuur te zien zou het kunnen. Bij foto 6 komt het signalement van die tweede wel overeen van de grote, postuur.
Wij tonen u nu de foto’s van Casino Admiral:
Foto 02:
Ik ben er vrij zeker van dat dit allebei de twee zijn van ook mijn zaak. Geen 100 procent maar zeker wel boven de 90 procent zeker.
Foto 05 en 06:
Op foto 05 herken ik de dikkere, ik bedoel dan de persoon rechts, in ieder geval. Dit is de persoon met de bril.
Foto 03 en 04:
Op foto 03 herken ik die man met die tas. Ik meen ook dat hij zo een zelfde tas bij een ontmoeting met mij bij zich droeg.
Foto 07:
dit is van ver af maar die komen dadelijk richting de camera, deze worden beter.
Naar het postuur gekeken zijn ze dit.
Foto 08:
Over die rechtse ben ik niet zeker, die linkse in ieder geval wel.
Foto 09:
Ja. Dit is hem ook. Dat dit de tweede persoon is die ook bij mijn zaak was. In totaal heb ik drie keer met hun afgesproken. De eerste keer was alleen de man die u nu op foto 09 heeft staan. Daarna bij de vervolgafspraken was die tweede er ook bij, dit betreft de man met die baard. Die iets jonger en groter is.
De laatste foto's, foto 10 en 11:
Ja, dat zijn ze.
Het proces-verbaal van verhoor van [naam 22] bij de rechter-commissaris: [38]
Over de twee daders: De ene was een oudere man en de andere iets jonger. Donkere haren en hoe zal ik dat beschrijven een Oost-Europees, Zuid-Europees uiterlijk. De ene man was rond de 50 jaar denk ik en de andere zo eind 20/30 jaar ongeveer. De jongere man was groter, rond de 1.80 meter en de andere man rond de 1.70 meter, 1.72 meter zoiets. Ik heb in het Duits met hen gesproken. Zij kwamen met een Mercedes Cabrio, tweezitter met Luxemburgs kenteken. De € 80.000,- kwam van een woning die ik had verkocht. Ik heb het geld contant opgenomen van de bank. Hij wilde de tas met het geld weer terug hebben. Mijn zoon is meegesleurd met de auto. De jongste was de chauffeur. De auto reed al. Het raam aan de bijrijderskant was open en daar hing hij zo half in. Hij is een stuk meegesleurd met de auto en de man moest hem kwijtraken en heeft mijn zoon weggeduwd. Die oudere man heeft mijn zoon weggeduwd, de andere was aan het rijden.
Ik zie foto 1 van fotomap -15 nu voor de tweede keer en nu weet ik het zeker dat hij dat is, de oudste. Ik heb die man in totaal drie keer gezien.
Over foto 2 en 3:
Ik vergeet die gezichten niet. Foto nummer 3 de rechtse persoon, is de jongere personen. Die kan ik duidelijk herkennen op de foto.
Over foto 8 en 9, p 410 en 411:
Foto 9: dat is de oudere persoon aan de bril een het gezicht en ik herken hem ook aan de haardracht, de naar achterliggende ogen en naar achter liggend voorhoofd en foto 8 ik herken de jongere persoon.
Foto 10 en 11, pagina 412 en 413: ik herkende ze aan de verhouding in grootte tussen beiden. De ene was groter. Ik herken ze ook aan de posturen.
Het proces-verbaal van bevindingen, camerabeelden 27 april 2022 – Walramplein Valkenburg: [39]
Ik, verbalisant [naam 37] , zag dat verdachte 1 richting de lunchroom De Bongerd liep. Ik zag dat verdachte 1 vervolgens aan een tafel op het terras ging zitten. Ik zag dat deze genoemde man hier alleen aan een tafel zat. Ik zag hierna dat [naam 22] en [naam 21] uit de Sint Pietersstraat kwamen gelopen. De twee genoemde personen gingen vervolgens bij verdachte 1 aan tafel zitten bij de Lunchroom De Bongerd. Ik zag dat [naam 22] en [naam 21] ieder één tas droegen.
Hierna zag ik dat verdachte 1 samen met [naam 22] op stond en richting de parkeerplaats liep op het Walramplein in Valkenburg. Kort hierop zag ik dat [naam 21] ook achter verdachte 1 en zijn moeder [naam 22] liep.
Ik zag verdachte 1 samen met [naam 22] in beeld verschijnen. Ik zag dat zij samen richting hotel Walram liepen. Ik zag dat [naam 22] nog steeds dezelfde tas in haar handen vasthield. Hierna zag ik dat er een lichtgrijze Mercedes aan kwam gereden. Ik zag dat verdachte 1 en [naam 22] richting deze genoemde auto liepen. Ik zag dat zij beiden richting de bijrijderszijde liepen van deze auto. Ik zag hierop dat [naam 21] ook aan kwam gelopen en richting deze Mercedes liep. Ik zag vervolgens dat [naam 21] , over het bijrijdersportier hing. Ik zag dat [naam 22] bij het bijrijdersportier stond. Ik zag dat verdachte 1 kort erbij stond. Ik zag op dat moment dat [naam 21] verder over het bijrijdersportier de auto in dook. Ik zag op dat moment dat verdachte 1 als passagier op de bijrijdersstoel ging zitten. Ik zag dat de bestuurder van de Mercedes, verdachte 2, met forse snelheid samen met verdachte 1 wegreed. Ik zag dat [naam 21] werd meegesleurd / gelanceerd door deze Mercedes. Ik zag dat [naam 21] een paar meter verderop ten val kwam en dat de Mercedes met verdachte 1 en 2 met een flinke snelheid wegreed op het Walramplein.
FEIT 6
Het proces-verbaal van aangifte van [naam 5] van een diefstal met geweld gepleegd op 20 mei 2022 in Maastricht: [40]
Ik heb drie horloges voor de verkoop aangeboden via Ebay te Duitsland. Ongeveer drie weken geleden heb ik deze op Ebay gezet voor € 98.000,-. Het zijn Rolex-horloges. Er meldde zich een meneer die zich als [naam 38] voorstelde. [naam 38] stelde voor om in Maastricht af te spreken, terwijl ik eigenlijk in Duitsland wilde afspreken, maar dat wilde hij niet. [naam 38] stelde voor om vandaag, vrijdag 20 mei, af te spreken om 15:00 uur, bij Coffeelovers. [naam 38] zei dat hij zelf niet zou komen maar een zwager van hem zou sturen, die zou heten [naam 14] .
Opmerking verbalisant: Coffeelovers is gelegen aan het Plein 1992 te Maastricht, nabij het Crown Plaza aan de Ruiterij 1 te Maastricht.
Ik ben toen naar Coffeelovers gelopen. Daar was [naam 14] .
Over het signalement van [naam 14] kan ik het volgende vertellen: donkere huidskleur, iets donker, niet zwart, dik/gezet postuur, ongeveer 55 jaar, blauw kostuum/pak, langer donker haren, achterover gekamd, zonnebril, donkere ogen, hij heeft de bril ook afgezet, iets kleiner dan ik, ik ben 190, hij zal dan 180 cm zijn geweest.
[naam 14] zei dat we ons eerst een beetje moesten leren kennen. We hebben iets gedronken, [naam 14] heeft dit contant afgerekend en zijn toen naar het hotel gegaan om daar de horloges te bekijken. Bij het hotel stond een auto die van [naam 14] was, het was een Mercedes CLS, zilverkleurig, '4-zitter', ouder model. [kenteken 2] . In deze auto zat achter het stuur een vriend van [naam 14] . Ik hoorde dat de motor nog liep.
[naam 14] liep naar die auto en zei tegen mij dat ik de horloges moest tonen, bij de auto. Dit heb ik ook gedaan, ik heb ieder horloge apart laten zien. Die haalde ik uit mijn Louis Vuitton tas, één voor één. Daarna stopte ik ze weer terug in de tas. De vriend van [naam 14] , die achter het stuur zat, had een beurs met geld. Die toonde hij mij ook. Nadat ik de horloges had laten zien, zei [naam 14] , “kom we doen het geld in de tas”. Ik hield de tas vast, in mijn rechterhand. [naam 14] pakte de tas ook vast. [naam 14] trok aan de tas, maar ik liet niet los. [naam 14] stapte als bijrijder in, terwijl ik de tas vasthield. De bestuurder gaf gas en de Mercedes begon te rijden. Ik liet nog steeds niets los, waardoor het bijrijdersportier niet dicht ging. Omdat ik vast bleef houden aan de tas, werd ik meegesleurd, met de auto, terwijl deze bleef rijden. Ik werd enkele meters meegesleurd en ik zag en hoorde dat de Mercedes tegen gestalde fietsen aanreed, met de voorzijde. [naam 14] probeerde in de tussentijd het portier toch te sluiten. Hierdoor klapte het portier steeds tegen mijn rechterzijde van mijn lichaam. Ik heb ook ontzettende pijn aan mijn schouder. Het is ook blauw net boven mijn rechterheup.
De weggenomen goederen betreffen drie Rolex horloges.
Fotomap: rechterschouder van aangever opvallende bult, aangever broek rechterzijde schade, blauwe plek rechterzijde heup. Certificaten weggenomen Rolexen en foto Louis Vuitton tas.
Het proces-verbaal van verhoor van [naam 5] bij de rechter-commissaris: [41]
Het was niet op straat gepland. Het zou in een serieus hotel plaatsvinden. Voor het hotel werd de zak met horloges uiteindelijk uit mijn handen gegrist en ik werd meegesleurd door
de auto waardoor ik gewond ben geraakt. Ik was daar met vriend [naam 24] . De hoofdpersoon was wat flinker, een beetje dikker, en ouder, maar het gezicht kan ik nu niet meer beschrijven. Ik heb dit wel bij de politie gezegd. Hij had een pak aan op deze dag. Die man was kleiner dan ik ben. Ik ben 1.90 meter. Ik weet de leeftijd niet, maar hij is ouder dan ik. Ik ben 36 jaar. Er werden mij door de politie foto’s getoond en ik heb toen de mensen direct herkend aan het postuur, gezicht en loopwijze. Ik had de tas in mijn handen en ik hield deze vast. We reden tegen fietsen aan en de deur klapte tegen mij aan, na 30 meter liet ik zelf los. Ik moest de tas wel loslaten. Ik heb de horloges opgegeven aan de verzekering maar de waarde is niet aan mij uitgekeerd. Ze hebben uit coulance deels vergoed. Ik heb kennis gemaakt met de bestuurder van de Mercedes door in de auto te kijken. Hij wilde het geld laten zien en wilde de horloges zien. De andere man zei dat hij de bestuurder was. Ze zeiden dat ze eerst de horloges wilden zien voordat we het hotel in zouden gaan. Ik heb de horloges aan de chauffeur laten zien. Ik stond naast de auto aan de bijrijderskant en heb de horloges getoond. [naam 14] stond naast [naam 24] , achter mij dus.
Ik draag geen dure horloges meer en durf er ook niet meer in te handelen. Ik kon niet slapen en had slaapstoornissen. Ik heb geen therapie gevolgd.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 24] . [42]
[naam 5] wilde horloges verkopen, via Ebay had hij een koper gevonden. We waren bij Coffeelovers in Maastricht. We zijn omstreeks 14:15 uur naar Maastricht gereden met de auto van [naam 5] . Buiten op het terras heeft [naam 5] naar de koper gebeld. Die zei dat hij ook zou komen naar Coffeelovers. Toen kwam de koper aangewandeld. De koper betaalde contant.
Signalement koper: getinte huidskleur, geen Indiër, 160 tot 163 cm, niet groot, gezet postuur, ik schat 90 tot 100 kg, blauw kostuum, zwarte schoenen, zonder veters, wit hemd met blauwe stropdas met witte wolkjes, rond gezicht, glad geschoren, zonnebril, zwarte haren, goed verzorgd, naar achteren gekamd.
Na het drinken zouden we naar het hotel gaan. De koper zei dat hij daar een conferentiezaal gehuurd had. Toen zijn we naar het hotel gelopen. Daar stond vlakbij een Mercedes met een bestuurder erin. De koper zei dat dit de specialist in horloges was. Bij de auto vroeg de koper aan [naam 5] om de horloges te tonen. Wat ook vreemd was, was dat de motor van de auto bleef lopen. [naam 5] liet de horloges zien, terwijl ik de tas vasthield. [naam 5] pakte de tas weer. De bestuurder wilde het geld in de tas doen. Dit alles vond plaats aan de bijrijderskant. De koper stond eigenlijk tussen de auto en het portier. Het portier stond ook de hele tijd open. [naam 5] had toen de tas vast en zei dat ze nu dus het hotel naar binnen konden gaan. Ik hoorde dat er enige discussie was tussen [naam 5] en de koper. Maar voordat ik het wist, pakte de koper de tas vast en nam plaats op de bijrijdersstoel. [naam 5] hield de tas ook nog vast. Ik hoorde dat de bestuurder gas gaf. Ik zag dat [naam 5] de tas nog steeds vasthield en daardoor half in de auto lag. Ik pakte ook het portier vast. Samen zijn we toen enkele meters meegesleurd met de auto. Na ongeveer 15 meter heb ik losgelaten. [naam 5] heeft nog iets langer vastgehouden. Het leek ook net of de bestuurder bewust met de auto langs dingen afreed zodat we los zouden laten. Toen hij richting gestalde fietsen reed, liet ik los. De bijrijder probeerde ook het portier dicht te trekken. [naam 5] heeft later ook los moeten laten.
Ik zag dat het signalement van de bestuurder was: lange donkere baard, wel verzorgd, 30 tot 35 jaar, droeg een kostuum, Indisch uiterlijk.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 5] : [43]
Ik toon u een aantal foto’s
(de rechtbank begrijpt dat dit de zes printscreens betreffen van de camerabeelden van Van der Valk van 11 maart 2022, fotomap -15).
De persoon die ik op de foto zie met de tas zou [naam 14] kunnen zijn. Die was ouder. De andere
persoon zou de bestuurder kunnen zijn. Op de foto's die u mij daarna laat zien herken [naam 14]
[naam 23] als de persoon met de stropdas en de gouden bril. Dat betreft de kleinere dikke persoon. De andere persoon, met de baard, was de chauffeur. De chauffeur zat alleen in de auto, van hem weet ik geen naam. We hebben ook alleen een ontmoeting gehad met [naam 14] . [naam 14] sprak Duits met naar mijn gevoel een Frans accent, een komisch dialect. De chauffeur sprak beter Duits, zonder accent. In ieder geval beter dan [naam 14] .
Ik toon u nog meer foto’s
(de rechtbank begrijpt dat dit de elf print screens zijn van Casino Admiral van 11 maart 2022).
Dat zijn [naam 14] , met stropdas en de man met de baard was de chauffeur.
Zeker weten.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 24] : [44]
Ik laat je nu wat foto’s zien welke afkomstig zijn uit de zaak Neerhem met proces-verbaalnummer 2022040298-15
(de rechtbank begrijpt dat dit de zes print screens betreffen van de camerabeelden van Van der Valk van 11 maart 2022, fotomap -15).
Ik herken de persoon op de foto, daarmee bedoel ik de kleinere van de twee, de man met stropdas, meteen als de man die de Rolexen van mijn vriend heeft weggenomen. 100% zeker weten. Ik zie dat aan zijn postuur en aan de kleren die hij draagt, die kleren droeg hij ook bij ons. De tweede persoon op de foto, daarmee bedoel ik de grotere man zonder stropdas, daarvan kan ik voor 70% zeker zeggen dat dat de man is die achter het stuur zat ten tijde van de diefstal.
Ik laat je nu wat foto's zien welke afkomstig zijn uit de zaak Neerhem (Admiral)
(de rechtbank begrijpt dat dit de elf print screens zijn van Casino Admiral van 11 maart 2022).
Ik kan alleen over foto 9 en 10 met 100% zekerheid zeggen dat dat de man is van de diefstal van de Rolexen, de man die met ons iets heeft gedronken bij Coffeelovers in Maastricht.
FEIT 7
Het proces-verbaal van aangifte van [naam 19] van een straatroof gepleegd op 28 oktober 2020 in Maastricht: [45]
Ik heb op internet gezocht en vond een advertentie waarin een auto te koop werd aangeboden. Het betrof een zwarte Mercedes E klasse Limousine in de kleur zwart. De auto had nog geen kenteken. De vraagprijs voor de auto was € 40.000,-. In de advertentie stond de naam [naam 20] met telefoonnummer [telefoonnummer 5] . Als emailadres stond vermeld: [e-mailadres 4] . Ik heb het telefoonnummer in de advertentie gebeld en kreeg een man aan de lijn. Ik heb gezegd dat ik geïnteresseerd was in de zwarte Mercedes van de advertentie en dat ik de auto wilde kopen. Ik heb aangeven dat ik de auto eerst wilde zien en dan pas wilde betalen. Ik heb met de man aan de telefoon de afspraak gemaakt om hem 28 oktober 2020 om 11.30 uur te treffen op de Markt in Maastricht.
Daar zag ik de man staan en de man kwam naar mij toe gelopen. Mijn zoon en ik zijn met de man gelopen tot voorbij de kerk aan onze rechterzijde en voorbij het punt waar de inzinkbare paaltjes op de weg staan. Onderweg vertelde de man dat zijn partner of collega, die in zijn auto zat, mijn geld zou controleren. De man gaf mij een visitekaartje met daarop de naam [naam 20] , manager; telefoon: [telefoonnummer 5] ; email: [e-mailadres 4] ; [adres 4] , Schweiz; [website 3] . Ik ben met mijn zoon en de man doorgelopen tot ongeveer aan het pand met huisnummer 51. De man is gestopt tot aan zijn auto. Ik zag dat de man het portier voorin aan de bijrijderszijde opende.
Ik zag een tweede man die achter het stuur zat. De man die ons begeleid had, zei tegen mij dat zijn collega mijn geld zou controleren. De man zei tegen mij dat hij een apparaatje in zijn auto had waarmee hij kon zien of mijn geld echt was. Ik zag dat hij aan de bijrijderszijde van de auto stond bij het geopende bijrijdersportier. Ik stond voor de man en mijn zoon stond naast mij. Ik had mijn rugzak met daarin de envelop met geld over mijn rechter schouder. Ik heb mijn rugzak van mijn schouder gepakt. Ik heb de rugzak geopend. Ik heb de envelop met geld uit de rugzak gepakt. Ik zag dat de man de envelop uit mijn hand wegpakte en aan zijn collega op de bestuurderstoel gegeven. Ik heb de envelop met het geld niet gegeven. Ik zag dat hij vervolgens vliegensvlug in de auto stapte, het bijrijdersportier sloot. Ik zag en hoorde dat de auto met volle vaart wegreed. Mijn zoon heeft het kenteken van de auto onthouden, te weten [kenteken 3] , een donkerblauwe Mercedes combi, ouder model.
Het geld dat ik kwijt ben is een bedrag van € 40.000,- in biljetten.
Een bedrag van € 30.000,- in 100-eurobiljetten. De rest van het geld in biljetten van € 50,- en kleiner.
Ik kan de man als volgt beschrijven: 50 plusser, verzorgd uiterlijk, ongeveer 1.60/1.65 lang
normaal postuur, droeg een lange zwarte jas tot aan de knie, droeg zwarte leren schoenen (mocassins) met bovenop een gouden gesp, droeg een zonnebril met zwarte glazen met gouden montuur, zwarte korte haren met lichtgrijze slapen.
Signalement van de bestuurder: blauw geblokt overhemd, droeg een zwart colbert, korte zwarte haren, zwart baardje.
Het proces-verbaal van bevindingen: [46]
Naar aanleiding van de melding van een straatroof op of nabij de Lakenweversstraat /
Boschstraat te Maastricht op 28 oktober 2020 omstreeks 11.20 uur werden door
mij, verbalisant [naam 39] , de camerabeelden van het cameratoezichtsysteem van de gemeente
Maastricht teruggekeken. Door de aangever werd verklaard dat de verdachte(n) van de straatroof waren aangekomen en weggereden in een donkere Mercedes Stationwagon, mogelijk voorzien van een Luxemburgs kenteken.
Camera Van Hasseltkade/tunnel 11:00:45:
Een donkere Mercedes Stationwagon, voorzien van het Luxemburgse kenteken [kenteken 3] komt aanrijden door de Maasboulevard-tunnel, komende uit de richting Kennedybrug en gaande in de richting van de Boschstraat/Bosscherweg.
Camera Bassin/Sluis 11.01.02:
Mercedes Stationwagon passeert de brug over het Bassin, er zitten tenminste twee
personen in het voertuig, een bestuurder en een bijrijder.
Camera Bastionhotel 11:01:39:
Mercedes Stationwagen, [kenteken 3] , rijdt de Boschstraat in de richting van de Markt.
Camera Achter de Barakken 11:02:07:
Mercedes Stationwagon, [kenteken 3] , rijdt Achter de Barakken in en keert aldaar en rijdt
terug de Boschstraat op.
Camera Boschstraat Bastionhotel 11:03:02:
Mercedes Stationwagon, [kenteken 3] , parkeert op de Boschstraat aan de zijde van het
Bastionhotel.
Camera Boschstraat Halverwege 11:07:00:
Man, zwart haar, licht getinte huidskleur, zwart mondkapje, zwarte halflange jas,
lichtblauw overhemd, blauwe spijkerbroek, loopt in de richting van de Markt te
Maastricht. Terwijl hij dit doet trekt hij witte handschoenen aan.
Camera Markt Boschstraat 11:08:00:
Voertuig van melder/aangever een Audi, komt aanrijden en stopt ter hoogte van het standbeeld van Minckelers op de taxistandplaats aldaar. Bijrijder stapt uit maakt contact met de beschreven man met de halflange zwarte jas. Beide mannen, dus melder/aangever en de verdachte met de halflange zwarte jas, lopen naar de Audi, er wordt iets uitgepakt en
beide mannen lopen door in de richting van de Boschstraat.
Camera Boschstraat halverwege 11:12:48:
Verdachte en twee melders/aangevers lopen in de richting van de Boschstraat nabij het
Bastionhotel.
Camera Boschstraat Bastionhotel 11:16:47:
Mercedes Stationwagon, [kenteken 3] , rijdt weg op de Boschstraat en slaat bij de
verkeerslichten rechtsaf richting het Bassin.
Het proces-verbaal van bevindingen: [47]
Uit onderzoek is gebleken dat NN01 kan worden aangeduid als [naam 40] , geboren op [geboortedatum 2] 1972, wonende in België, [adres 5] .
Hij maakt gebruik van de aliassen: [naam 41] , geboren [geboortedatum 1] 1974 en [verdachte] geboren [geboortedatum 1] 1974.
Uit onderzoek is gebleken dat NN02 kan worden aangeduid als [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum 3] 1993, wonende te België, Luik, 4430 Ans, Rue Walthére Jamar 118/11.
Hij maakt gebruik van het alias: Daniel Jankovic, geboren [geboortedatum 3] 1993.
Op 30 november 2022 werd de woning aan de [adres 1] België doorzocht en werd daar aangetroffen een identiteitskaart met de navolgende personalia: [naam 20] , geboren op [geboortedatum 4] 1984.
Duitse zaak
Het proces-verbaal van aangifte van [naam 12] van beroving op de openbare weg en fraude gepleegd op 4 juni 2022 in Duitsland: [48]
Ik ben in het bezit van twee woningen. Ik wilde beide huizen van de hand doen. Met dat doel plaatste [naam 13] op 14 mei 2022 een advertentie op Immobilienscout24.de, waarin de beide woningen werden aangeboden voor een totale prijs van € 360.000,-. Een dag later kreeg dhr. [naam 13] al een reactie van een geïnteresseerde, een zekere mw. [naam 16] , die voor een Luxemburgse investeringsmaatschappij zei te werken. Kort daarop, op 25 februari 2022, werd de eigenlijke geïnteresseerde van dezelfde investeringsmaatschappij actief en meldde zich bij de heer [naam 13] . Het ging hierbij om iemand die zich Dipl. Ing. [naam 15] noemde, die evenals mevrouw [naam 16] voor de Luxemburgse firma [bedrijf 1] . Dhr. [naam 13] maakte vervolgens een afspraak met deze geïnteresseerde voor 28 mei 2022 in Luxemburg. Dhr. [naam 13] maakte een afspraak in restaurant Sushi Lovers in Luxemburg. Er verschenen twee mannen, die we daar troffen voor een zakenetentje. De oudere man stelde zich voor als [naam 14] . Van de jongere man weet ik geen naam. Dhr. [naam 23] zei echter tegen me dat het een familielid van hem was. Dhr. [naam 14] zei ook bij deze ontmoeting dat de firma [bedrijf 1] de beide objecten sowieso wilde kopen voor de vraagprijs van € 360.000,-. Ik schat dat het etentje ongeveer anderhalf uur geduurd heeft. Bij de afsluiting wendde dhr. [naam 23] zich nog met een voor mij ongebruikelijk verzoek tot mij. Hij verklaarde dat ze een heleboel winkels, zoals levensmiddelenwinkels bezitten. In verband daarmee kreeg hij veel grote coupures in handen en dhr. [naam 23] verzocht mij als het ware of ik hem de gunst wilde verlenen om deze grotere coupures in kleine om te wisselen. Daarbij noemde hij een bedrag van € 100.000,-. Hij stelde me in het vooruitzicht dat ik dan een aanbetaling voor de woningen van hetzelfde bedrag kon krijgen. Uiteindelijk heb ik me laten ompraten, en op een later tijdstip zijn we een bedrag van € 60.000,- overeengekomen.
Voor de volgende ontmoeting werd de datum van 4 juni 2022 afgesproken. Uiteindelijk werd een ontmoetingsplek in Esch-sur-Alzette overeengekomen. Dhr. [naam 13] zag toen dhr. [naam 23] naast het 'Café Belval aan een tafeltje zitten. [naam 14] vroeg me toen nog of we alle papieren en ook het geld bij ons hadden. Dat bevestigde ik.
Plotseling stond er een personenauto van het merk Jaguar, kleur groen, ouder model, voor het café aan de Avenue du Rock 'n Roll en de bestuurder riep naar me: “Hallo mevrouw [naam 12] , hoe gaat het met u?”. Ik begroette de jongeman. Het was dezelfde man die er bij de eerste ontmoeting in Luxemburg ook bij was geweest, de zogenaamde neef [oom-zegger] van dhr. [naam 14] dus. Hij zat op de bestuurdersstoel. Het bijrijdersportier was geopend toen hij naar me riep. Toen draaide ik me om in de richting van dhr. [naam 14] en wilde eigenlijk samen met hem naar het café lopen. Hij liep toen mijn kant op, kennelijk om mij naar het café te begeleiden. Maar het liep anders. Na een paar passen, die hij links van mij samen met me opliep, greep hij plotseling naar mijn platte aktetas, die ik stevig onder mijn linkerarm geklemd had. Hij rukte hem bij me weg en rende meteen terug naar de groene Jaguar. Ik kon er niet veel tegen doen. Hij had me verrast. Hij rukte hem eenvoudig bij me weg, zonder dat ik er veel tegen kon doen. De bestuurder had de motor al gestart en was ook al heel langzaam een klein stukje vooruit gereden, met geopend bijrijdersportier. Dhr. [naam 14] rende snel in de richting van de Jaguar, sprong op de bijrijdersstoel, sloeg het portier dicht en de bestuurder gaf veel gas bij het wegrijden. Ze reden er gewoon vandoor.
Kunt u [naam 23] beschrijven?
Hij was ongeveer 165 tot 168 lang, ongeveer 60 jaar, weldoorvoed en had een klein buikje. Zijn huid was getint. Hij had glanzend zwart haar, was nergens kaal en zijn haar was heel vol. Zijn ogen waren donker. Hij was heel chic gekleed. Bij de eerste ontmoeting droeg hij een blauw pak, een wit overhemd en een stropdas. Bij de tweede ontmoeting droeg hij een spijkerbroek en een licht overhemd.
Kunt u de neef van dhr. [naam 23] beschrijven?
Hij was een stuk groter dan zijn oom. Ik schat hem op ongeveer 180 a 185 m. Hij was weldoorvoed en had duidelijk een buikje. Hij had eveneens zwart kort glad haar en droeg een zwarte volle baard en had donkere ogen. Zijn huidskleur was iets lichter dan die van zijn oom, maar ook getint. Hij droeg bij de eerste ontmoeting eveneens een blauw pak en een wit overhemd met stropdas. Bij de tweede ontmoeting was hij eerder ‘gewoon’ gekleed.
Ik denk dat ik de personen zou herkennen.
De getuige krijgt de fotoconfrontatie met nummer WLV78876 in 8 achtereenvolgende afzonderlijke beelden voorgelegd en krijgt de vraag of zij iemand hierop herkent:
Ik herken de persoon op foto nummer 7 als de zogenaamde neef van dhr. [naam 14] met 99% zekerheid. Een klein voorbehoud omdat de persoon geen bril draagt en ook een minder volle baard heeft dan de verdachte destijds. Maar verder ziet de persoon er exact zo uit als de jongere dader. Hij ziet er misschien een beetje magerder uit dan destijds tijdens de daad. Ik ben er heel zeker van dat het de verdachte is die mij als de neef van [naam 14] werd voorgesteld.
Bij de persoon op foto nummer 7 gaat het om [medeverdachte] , geboren [geboortedatum 3] 1993. Binnen de fotoconfrontatie 78876 werd gebruik gemaakt van de uit Polis afkomstige afbeelding van 23 januari 2020 van [medeverdachte] , geboren [geboortedatum 3] 1993.
De getuige krijg de fotoconfrontatie WLV78878 in 8 achtereenvolgende afzonderlijke beelden voorgelegd en krijgt de vraag of zij iemand hierop herkent:
Ik herken de persoon op foto nummer 3 als de verdachte [naam 14] . Ook hier ben ik voor 99% zeker. Het voorbehoud komt doordat de persoon tijdens de daad ook nog een goudkleurige bril droeg en zijn haar zwart en iets langer was. Als ik naar zijn ogen, zijn mond en zijn neus kijk, ben ik er echter heel zeker van dat het de persoon genaamd [naam 14] is.
Bij de persoon op nummer 3 gaat het om [naam 41] , geboren [geboortedatum 1] 1974. Binnen fotoconfrontatie 78878 werd gebruik gemaakt van de door de Oostenrijkse politie toegezonden foto uit het jaar 2022 van de verdachte [naam 41] geboren [geboortedatum 1] 1974.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 12] bij de rechter-commissaris: [49]
U werkt op enig moment mee aan een fotoconfrontatie. Kunt u iets vertellen over hoe dat is
gegaan?
Dat klopt. De foto’s werden op de pc getoond. Het waren meerdere foto’s. Ik heb ook aan de
politieagent gevraagd om er snel doorheen te scrollen zodat ik de gezichten kort zag en niet
te lang naar een gezicht keek. Ik wilde er zeker van zijn dat ik ze meteen herkende. Ik
herkende ze ook meteen. Ze waren anders gekleed dan die zondag, maar ik heb ze meteen
herkend.
(,..)
Weet u of de juiste personen herkend heeft?
Ik ben er 100% zeker van dat ik de personen heb herkend waar ik mee te doen heb gehad. U
vraagt mij of ik van de politie of van iemand anders heb gehoord dat dit de juiste waren. Nee,
helaas niet.
(…)
Hoelang heeft de eerste ontmoeting geduurd?
Dat zou ik moeten schatten of nakijken. Ik denk een uur, misschien een kwartier er bij, maar
1,5 uur zou te lang zijn denk ik. Ik weet het niet meer zeker.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 13] : [50]
Ik heb met mevrouw [naam 12] afgesproken dat ik een exposé zou opstellen en de beide huizen voor een totaalbedrag van € 360.000,- op het internetplatform www.immobilienscout24.de zou plaatsen. Al een of twee dagen later meldt zich een vrouw genaamd [naam 16] per e-mail. Daarna heb ik nog eenmaal per mail contact gehad met mevrouw [naam 16] , die tegenover mij aangaf dat ze voor de Luxemburgse investeringsmaatschappij [bedrijf 1] , gevestigd in de stad Luxemburg, werkte. Ik kwam in elk geval korte tijd later in contact met dhr. [naam 15] , die zich net als mevrouw [naam 16] tegenover mij presenteerde als medewerker van de firma [bedrijf 1] Ik herinner me echter wel dat dhr. [naam 15] mij in een mail een link naar de website van de firma [bedrijf 1] uit Luxemburg stuurde. Ik heb de website bekeken. Hier stonden ook de medewerkers met hun namen aangegeven. Dhr. [naam 15] als architect, mevrouw [naam 16] als medewerkster en een heer [naam 23] als manager. Het leek alsof deze firma in de 'luxeklasse' actief was. Wij wilden vervolgens afspreken om alle verdere dingen te bespreken en de koop op te starten. Dhr. [naam 15] deelde me vervolgens ook een datum voor een afspraak op 29 mei 2022 om 18.00 uur in restaurant 'Sushi Lover Sari' in de Avenue de la Liberté 35 te 1931 Luxembourg mee. Daar zou hij echter niet zelf verschijnen, maar een manager van de firma [bedrijf 1] , een man genaamd [naam 14] . In het restaurant vroegen we naar dhr. [naam 23] . Die zat ons samen met een andere man achter in het etablissement aan een tafeltje op te wachten. De prijs werd gewoon geaccepteerd zoals hij was. Het was vooral de manager, dhr. [naam 23] . die het woord voerde als het om de zakelijke
kant ging. De jongere man werd ons voorgesteld als de oomzegger resp. neef van dhr. [naam 14]
[naam 23] . De jonge man vertelde dat ze nog 'meer zaken' hadden, levensmiddelenzaken of iets dergelijks, in Nederland en ook in Frankrijk. Daar kwam veel contact geld binnen. Ze kregen regelmatig grote coupures binnen, die zich ophoopten en die ze bij de banken niet zo gemakkelijk ingewisseld kregen. Hij vroeg daarom om de ongewone gunst of mevrouw [naam 12] voor hem niet een bedrag van € 100.000,- a € 150.000,-, dat hij in 500-eurobiljetten had liggen, in kleine coupures kon wisselen. In ruil zou mevrouw [naam 12] dan een aanbetaling voor de beide koopobjecten van hetzelfde bedrag ontvangen. Uiteindelijk gingen we zonder concrete overeenstemming op het gebied van deze 'geldwissel' uit elkaar. Uiteindelijk heeft mevrouw [naam 12] echter toegestemd om op de tweede afspraak € 60.000,- in kleinere coupures mee te nemen om die daar tegen grotere coupures om te wisselen.
Ik kan me nog herinneren dat dhr. [naam 23] mij per WhatsApp relatief kort van tevoren de
ontmoetingsplek in Thionville, Frankrijk, voor 4 juni 2022 's morgen om tien uur of half elf
had toegestuurd. Ditmaal moesten we naar een café in Esch-sur-Alzette rijden.
Dhr. [naam 23] zat op het terras van het café alleen aan een tafeltje. [naam 12] liep op de auto heen recht op dhr. [naam 23] af. Dhr. [naam 23] en mevrouw [naam 12] liepen eerst eveneens richting de ingang, maar toen kwam op de straat die voor het café langsliep een donkergroene, oudere Jaguar aanrijden, en parkeerde daar eveneens in, voor [naam 12] voertuig. Dhr. [naam 23] en ook mevrouw [naam 12] liepen in de richting van de Jaguar en onderhielden zich met de bestuurder. Ik hoorde ineens mevrouw [naam 12] iets roepen. Ik zag nog hoe dhr. [naam 23] in de groene Jaguar stapte en beide mannen ervandoor scheurden.
Mevrouw [naam 12] zei op luide toon en ontzet tegen mij: “Die lui hebben mijn geld, ze zijn weg! [naam 13] , [naam 13] !” [naam 12] herhaalde dat ze er met haar geld vandoor
waren. De steen kwam pas weer aan het rollen toen mevrouw [naam 12] op internet over de zaak [naam 1] uit Nederland las. Daar waren ook foto’s van Nederlandse bewakingscamera’s geplaatst, waarop de daders te zien zouden zijn. Mevrouw [naam 12] en ik hebben deze foto’s allebei onafhankelijk van elkaar bekeken. Wij zijn er zeker van dat het de daders zijn die ook mevrouw [naam 12] op 4 juni 2022 in Esch-sur-Alzette van haar aktetas met de € 60.000,- beroofd hebben. Ik ben daar echt heel zeker van.
Kunt u [naam 14] beschrijven?
Ik schat dat hij 50 a 60 jaar oud is. Hij zal ca. 1,70 meter lang geweest zijn. Ik denk dat hij bruine ogen had. Hij had donker haar, donkerbruin tot zwart, die 6 a 8 cm lang waren. De oren waren vrij. Het haar was vooral achterover gekamd. Hij was niet direct dik, maar hij had een klein buikje. Ik bedoel dat hij een ietwat lichter getinte huidskleur had dan zijn familielid. Bij de eerste afspraak droeg dhr. [naam 23] volgens mij een tamelijk duur pak, dat eruitzag alsof het van zijde was. Ik weet nog dat het een donker pak was, waarbij ik me de concrete kleur niet kan herinneren. Daarbij droeg hij een wit overhemd, een stropdas en een gouden Rolex-polshorloge. Bij de tweede afspraak was hij eenvoudiger gekleed, in spijkerbroek en overhemd.
Kunt u de oomzegger/neef van [naam 23] beschrijven?
Ik schat hem op ca. 40 jaar, ik zou zeggen tussen de 37 en de 43. Hij is ongeveer 1,85 a 1,90 meter lang. Hij was in elk geval duidelijk langer dan [naam 14] . Zijn haar was zwart, iets langer dan dat van [naam 14] , misschien 10 a 12 cm. Zijn haar was vooral achterover gekamd, met een lichte aanzet van een zijscheiding. De oren waren deels vrij, maar ook deels met haar bedekt. Hij was nog wat gespierder dan [naam 14] . Hij had een duidelijk buikje, met grotere buikomvang dan [naam 14] .
Hij droeg een donkere volle baard met korte baardharen. Zijn kleur ogen was donker. Hij droeg bij de eerste afspraak een pak, stropdas en overhemd.
Zou u beide verdachten herkennen op foto’s?
Ik denk het wel.
De getuige krijgt fotoconfrontatie nummer WLV78983 in 8 achtereenvolgende afzonderlijke beelden voorgelegd. Op de vraag of hij iemand op de foto’s herkent:
Bij de persoon op foto nummer 5 ben ik er 100% zeker van dat het gaat om de persoon [naam 14] . De persoon ziet er wel een heel klein beetje anders uit dan zoals ik hem tijdens beide ontmoetingen heb leren kennen. De man op foto nummer 5 draagt namelijk geen bril en in mijn herinnering is het hoofd van de verdachte [naam 23] een klein beetje voller resp. ronder. Verder moet ik zeggen dat de mond, de neus, de kin en de oogpartij absoluut overeenkomen met het uiterlijk van [naam 14] . De andere personen zijn mij niet bekend.
Bij foto nummer 5 gaat het om [naam 41] , geboren [geboortedatum 1] 1974. Binnen de fotoconfrontatie 78983 werd gebruik gemaakt van de door de Oostenrijkse politie toegezonden foto uit het jaar 2022 van de verdachte [naam 41] , geboren [geboortedatum 1] 1974.
De getuige krijgt fotoconfrontatie nummer WLV 78884 in 8 achtereenvolgende afzonderlijke beelden voorgelegd en krijgt wederom de vraag of hij iemand herkent:
Ik ben er bij de persoon op foto nummer 4 100% zeker van dat het gaat om de oomzegger resp. neef van [naam 14] . Ik moet zeggen dat de man op foto nummer 4 geen bril draagt en op de foto iets jonger lijkt dan ik me hem herinner. Verder stemmen de mond, de neus, de kin, de baard en de oogpartij absoluut overeen met het uiterlijk van de oomzegger/neef van [naam 14] . De andere personen zijn mij geheel niet bekend.
Bij de foto nummer 4 gaat het om [medeverdachte] , geboren [geboortedatum 3] 1993. Binnen de fotoconfrontatie 78984 werd gebruik gemaakt van de uit Polis afkomstige afbeelding van 23 januari 2020 van [medeverdachte] .

Voetnoten

1.HR 7 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2687.
2.HR 12 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3118.
3.HR 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5629, r.o. 4.4.1, en HR 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:913, r.o. 6.5.1 en 6.5.2.
4.HR 16 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5802.
5.Gerechtshof Amsterdam 12 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:521.
6.HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793.
7.HR 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:958.
8.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, proces-verbaalnummer LB2R022062-257, onderzoek Mitsuoka, gesloten d.d. 3 juli 2023, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 2463, alsmede de niet genummerde bescheiden.
9.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juni 2022, pagina 54 tot en met 56.
10.Het proces-verbaal forensisch overlijdensonderzoek persoon [naam 1] d.d. 12 oktober 2022, pagina 93.
11.Het geschrift, radiologisch onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood d.d. 1
12.Het proces-verbaal Verkeersongevallenanalyse d.d. 29 september 2022, pagina 177 tot en met 218.
13.Het proces-verbaal van bevindingen verhoor getuige [naam 11] d.d. 23 juni 2022, pagina 219 en 222.
14.Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 11] d.d. 25 juni 2022, pagina 223 tot en met 236.
15.Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 11] d.d. 3 juli 2022, pagina 255.
16.Het proces-verbaal van bevindingen tonen camerabeelden d.d. 26 juni 2022, pagina 238 tot en met 252.
17.Het geschrift, beeldverslag camerabeeldspecialist, d.d. 26 oktober 2022, pagina 284 tot en met 292.
18.Het proces-verbaal van bevindingen, beschrijving camerabeelden CTR 9 juni 2022, d.d. 22 augustus 2022, pagina 340 tot en met 343.
19.Het proces-verbaal van aangifte van [naam 4] d.d. 18 maart 2022, pagina 971 tot en met 984.
20.Het proces-verbaal van verhoor [naam 4] bij de rechter-commissaris d.d. 6 maart 2024.
21.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 2022, pagina 1000 tot en met 1005.
22.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 april 2022, pagina 1008 tot en met 1018.
23.Het proces-verbaal van verhoor van [naam 4] d.d. 30 juni 2022, pagina 361 tot en met 379.
24.Het geschrift, het rapport vergelijking gezichtsbeelden d.d. 13 juni 2025.
25.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 juni 2022, pagina 1161 en 1162.
26.Het proces-verbaal van aangifte van [naam 7] d.d. 3 juni 2022, pagina 1163 tot en met 1174.
27.Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 7] d.d. 14 juli 2022, pagina 444 tot en met 459.
28.Het proces-verbaal van aangifte van [naam 6] d.d. 3 juni 2022, pagina 1175 tot en met 1180.
29.Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden Van der Valk Urmond d.d. 14 juni 2022, pagina
30.Het proces-verbaal van aangifte van [naam 26] d.d. 13 april 2026, pagina 1028 tot en met 1037.
31.Het proces-verbaal van verhoor aangever [naam 26] d.d. 1 juli 2022, pagina 382 tot en met 397.
32.Het proces-verbaal van verhoor van [naam 26] bij de rechter-commissaris op 17 juli 2024.
33.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 april 2022, pagina 1071 tot en met 1073.
34.Het proces-verbaal van aangifte van [naam 22] d.d. 27 april 2022, pagina 1050 tot en met 1061.
35.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 april 2022, pagina 1062.
36.Het proces-verbaal van aangifte van [naam 21] d.d. 27 april 2022, pagina 1065 tot en met 1067.
37.Het proces-verbaal van verhoor aangever [naam 22] d.d. 30 juni 2022, pagina 398 tot en met 413.
38.Het proces-verbaal van verhoor van [naam 22] bij de rechter-commissaris d.d. 22 januari 2024.
39.Het proces-verbaal van bevindingen, camerabeelden 27 april 2022 – Walramplein Valkenburg d.d. 18 mei 2022, pagina 1092 tot en met 1096.
40.Het proces-verbaal van aangifte van [naam 5] d.d. 20 mei 2022, pagina 1113 tot en met 1123.
41.Het proces-verbaal van verhoor van [naam 5] bij de rechter-commissaris d.d. 25 januari 2024.
42.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 24] d.d. 20 mei 2022, pagina 1134 tot en met 1138.
43.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 5] d.d. 11 juli 2022, pagina 414 tot en met 428.
44.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 24] d.d. 11 juli 2022, pagina 429 tot en met 443.
45.Het proces-verbaal van aangifte van [naam 19] d.d. 28 oktober 2020, pagina 1212 tot en met 1217.
46.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 oktober 2020, pagina 1218 en 1219.
47.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 december 2022, pagina 676 en 677.
48.Het proces-verbaal van aangifte van [naam 12] d.d. 20 januari 2023.
49.Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 12] bij de rechter-commissaris d.d. 21 mei 2024.
50.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 13] d.d. 26 januari 2023.